www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Zeerovers en zeemeerminnen
door Nadja van Haren

Er was eens een heel klein eilandje in de Atlantische oceaan, dat zo ontzettend klein was dat als je niet uitkeek, je er zo voorbij voer zonder het te gezien te hebben. Het was zo klein, dat als je een stevige aanloop nam en sprong, je er bijna in 1 keer overheen kon springen. Het was zo klein, dat als je er met meer dan 10 mensen op zou gaan staan, iedereen er af zou vallen. Nu ging er een verhaal de ronde, dat er een schatkist verborgen was op dat eilandje. Maar niemand wist of dit echt waar was, omdat het nog nooit iemand gelukt was om bij het eilandje te komen. Het eilandje werd namelijk heel goed bewaakt. Niet door soldaten of door draken, maar door iets heel mysterieus. Het gerucht ging, dat er tientallen zeemeerminnen om het eilandje heen zwommen, die de schat dag en nacht bewaakten. Nu waren er in die tijd heel veel zeerovers, die leefden van het goud dat zij stolen van andere schepen die voorbij kwamen. Vooral het piratenschip van Kapitein Roodbaard was erg berucht. De zeerovers van kapitein Roodbaard waren namelijk niet bang te krijgen en niemand had zoveel goud gestolen als kapitein Roodbaard. Maar nog was hij niet tevreden. Hij wilde de enige zeerover worden, die het lukte om de schat van het zeemeermineilandje te stelen. "Ha! Ik laat me toch niet bang maken door een stelletje slappe vrouwen met vissestaarten! Trouwens, zeemeerminnen bestaan niet eens!" zei de kapitein tegen zichzelf.

Op een nacht was het zover: Het schip van Kapitein Roodbaard zette koers naar het kleine eilandje. "Pas op, niet te snel, want voordat je het weet ben je er al voorbij!" zei de schipper. Na een uur varen kwam het eiland in zicht. Het zag er kalm uit, er was geen zeemeermin te zien. De schipper gooide het anker uit, terwijl de zeerovers al in het roeibootje sprongen en naar de kant roeiden. Zij trappelden bijna van ongeduld om straks al dat goud in hun handen te voelen. Plotseling echter, hoorden zij een heel hoog geluid. Het was een soort gezang, maar zo prachtig dat het gewoon niet menselijk was. De zeerovers stopten op slag met roeien, en luisterden verrukt naar het gezang. Niemand wist meer waar ze naar toe gingen, of wat ze moesten doen. Nee, ze konden alleen nog maar luisteren, en kregen bijna tranen in de ogen van ontroering. Geen enkele zeerover had het dan ook door, da! t het bootje omringd werd door wezentjes die half vis, half mens waren en die heel langzaam het bootje weer terug brachten naar het grote schip. Helemaal in extase klommen de zeerovers weer het schip in en voeren weer terug. "Stelletje idiote hansworsten!!! Zijn jullie helemaal gek geworden??? Jullie hoorden gezang en daarom konden jullie niet verder? Zulke lariekoek heb ik nog nooit gehoord!" Kapitein Roodbaard kreeg nu, behalve een rode baard, ook een rood gezicht. Hij was nog nooit zo kwaad geweest als nu. "Morgennacht gaan we het weer proberen, en dit keer laten we ons door niets of niemand tegenhouden!"

En zo gebeurde het dat de volgende nacht het schip weer richting eiland koers zette. Maar dit keer dachten de zeerovers de zeemeerminnen te slim af te zijn. Om te voorkomen dat de zeemeerminnen hen weer zouden betoveren met hun gezang, hadden alle zeerovers hun walkman opgezet. Iedereen op het schip stond te swingen en te zingen met de muziek. Toen het eilandje in zicht kwam, riep Kapitein Roodbaard: "Stop!! Gooi de ankers uit!! Maar de schipper had zijn walkman zo enorm hard staan, dat hij niets hoorde en gewoon door bleef varen. "Stop het schip zei ik!! Stop dan toch!!" Maar niemand hoorde wat Kapitein Roodbaard riep en het schip ging gewoon het eilandje voorbij. Nu ging het schip echter recht op een uitstekende rotsblok af. "Draai het schip, snel!!" Maar natuurlijk was er weer niemand die de kapitein hoorde, ook al schreeuwde hij nog zo hard. Roodbaard rende nu maar naar de schipper toe, en trok de koptelefoon van zijn hoofd. "Draai onmiddellijk het schip, IDIOOT!!" toeterde Roodbaard in het oor van de schipper. De schipper schrok zich echter een hoedje en viel van schrik van het dek af en rolde naar beneden. Het was al te laat........voordat Kapitein Roodbaard naar het stuur kon grijpen, klonk er een oorverdovend gekraak en het schip bleef met een klap tot stilstand staan. Eén voor één trokken de zeerover hun walkmans van hun hoofd, omdat ze niet begrepen wat er aan de hand was. Onmiddellijk begon Roodbaard tegen hun te schreeuwen: "Stelletje idiote mislukkingen!! Stelletje domme......" Kapitein Roodbaard verstomde en spitste zijn oren. Iedereen luisterde met ingehouden adem. Een vreemd geluid klonk van onder het schip. "Blub, blub, blubberdieblup...........Was dat wat zij dachten wat het was? Roodbaard keek omlaag, en zag dat hij al tot zijn enkels in het water stond. "Nee, zeg me dat het niet waar is!" Maar het was wel waar: Langzamerhand liep het schip onder water, totdat er niets meer van over was dan de lange mast die nog net boven water uitstak. Met tranen in hun ogen roeiden de zeerovers in het kleine bootje terug naar land.

Maar........Kapitein Roodbaard gaf niet op. Van het laatste goud wat hij bezat, kocht hij een spik splinter nieuw schip en het duurde niet lang of de zeerovers kwamen weer bij het eilandje aan. Maar dit keer stonden de walkmans natuurlijk wat zachter, zodat de zeerovers elkaar nog konden verstaan. Alles leek goed te gaan. Het anker werd weer uitgegooid en de rovers roeiden in het bootje naar de wal. Plotseling echter werden zij verblind door een goud schijnend licht. De rovers schreeuwden het uit van pijn en moesten hun handen voor hun ogen houden om niet blind te raken. Zij konden niet zien wat de oorzaak van het licht was, maar er gaan verhalen de ronde dat de zeemeerminnen gouden haren hadden die een oogverblindend licht gaven als zij hun haren borstelden. De zeerovers waren genoodzaakt om rechtsomkeert te maken en klommen met lood in hun schoenen het schip weer in, wachtend op de scheldpartij van de Kapitein, die niet lang uitbleef.

De volgende nacht, je raad het al, voer het schip weer naar het eilandje toe. Dit keer droegen de zeerovers, behalve hun walkman, ook een zonnebril. Nee, dit keer zouden ze niet verblind kunnen raken door het licht. Voor het eerst slaagden de zeerovers erin, om daadwerkelijk het eilandje te bereiken met het bootje. Schreeuwden en juichend van blijdschap sprongen zij aan wal. Er was echter 1 probleem: de zeerovers waren met zijn zestienen, en het eilandje was maar piepklein. Bij de eerste 10 zeerovers ging het nog net, maar toen de rest aan wal sprong, begon iedereen te wankelen. "Ho stop, het past niet!! Ga terug, snel dan!" Maar het was al te laat. Piraat Trilbeen viel naar achteren, en greep snel naar piraat Kwabberkin. Maar piraat Kwabberkin wankelde ook en greep snel piraat Blubberbuik en Schevetand vast. Maar ook zij begonnen te wankelen en zochten snel naar houvast. Wat er toen gebeurde is moeilijk uit te leggen, maar je kunt je vast wel voorstellen hoe het eruit moest hebben gezien. Alle zestien piraten vielen in het water, geen één kon blijven staan. Kapitein Roodbaard stond vanaf het schip naar het gespartel van de piraten te kijken en zag helemaal rood of nee, groen van ergernis! Plotseling zag hij iets bewegen in het water. Roodbaard dacht eerst dat er een aantal grote vissen kwam aanzwemmen, maar toen hij door zijn verrekijker tuurde, viel zijn mond open van verbazing. Het waren geen vissen, nee, maar het waren echt zeemeerminnen!! Ze zwommen naar de rondspartelende zeerovers toe en toen zij vlakbij gekomen waren, gingen zij precies tegelijk met hun staart op het water klappen. Het begon onmiddellijk hevig te golven op zee, Roodbaard moest zich stevig vasthouden aan het schip. De golven werden alsmaar hoger en hoger, en de zee wilder en wilder. De piraten schreeuwden om hulp, maar gingen al snel één voor één kopje onder. Het schip hield echter stand.

Toen de zeemeerminnen wegzwommen en de golven langzamerhand weer kleiner werden, stond Kapitein Roodbaard nog steeds op het dek van het schip. Omdat er geen enkele piraat meer over was, besloot Roodbaard het op te geven en terug te keren naar land. Jarenlang bleef het rustig rond het eilandje. Niemand had nog iets vernomen van de Kapitein, en iedereen was in de veronderstelling dat Kapitein Roodbaard eindelijk het had opgegeven en een lekker rustig leventje verkoos boven het piratenleven. Niets was echter minder waar. Want vandaag schrok iedereen op van een bericht in de krant. Het bericht meldde dat er een piratenschip was vertrokken met nieuwe opgeleide zeerovers onder leiding van ene Kapitein Roodbaard. Het gerucht ging dat het schip op weg was naar het Zeemeerminnen-eilandje. Zou kapitein Roodbaard het echt nooit eens een keer opgeven?


Je kunt Nadja bereiken op: nadnacho@hotmail.com

Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home