www. kinderverhalen. nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Gewassen wonden
door Nina

Kwaad smeet ik mijn pen en geodriehoek neer. Zo kon ik me toch niet concentreren?! Ron liep voortdurend heen en weer op de gang, en hoewel ik hem gelukkig niet kon zien, was ik er zeker van dat hij het was. Zelfs de voetstappen van de begeleider kon ik al herkennen en ze maakten mij ontzettend bang. Zo meteen zou hij langskomen om mijn huiswerk te controleren, en als ik het niet afhad zou het weer precies zo gaan als altijd op maandag, dinsdag en woensdag… Ik had nog een kwartier en over negenhonderd seconden begon de hel. Als ik nou eens één keer wist te ontsnappen? Nee. Dat idee verwierp ik meteen weer. Hij leefde niet op dag of nacht, als hij me maar te pakken kreeg. Dan maakte het hem niets uit of het tien uur ’s ochtends. of twee uur ’s nachts was. Nu ik erover nadacht, had ik zelfs liever dat hij ’s ochtends zijn gang ging. Daarna kon ik dan gewoon verder gaan, niet meer denken aan wat Ron met me deed. ’s Nachts lag ik toch alleen maar wakker, wachtend op de ochtend, terwijl ik alles wat daarvoor gebeurt was, opnieuw beleefde.

De deur van mijn kamer zwaaide open, nadat er geklopt was. Automatisch dook ik in elkaar, en met mijn ogen dicht telde ik. In twee seconden stond hij altijd achter me. Ik vocht tegen mijn tranen, maar ze kwamen toch wel. Ik huilde geluidloos, lawaai maken had ik inmiddels wel afgeleerd. ‘Wat is er, Mareille?’ vroeg iemand, die een hand op mijn schouder legde. Dat was Ron zeker niet, maar toch schudde ik hem van me af. ‘Hey, ik wil je helpen, oké?’ vroeg hij. Daardoor vertrouwde ik hem, en ik keek op. ‘Níels!’ bracht ik uit. Ik was zo opgelucht, dat ik in snikken uitbarstte. Een beetje onbeholpen bleef het staflid staan. ‘Kom maar zitten, hoor!’ zei ik lachend. ‘Maar pas op, want mijn bureau is niet zo sterk…’ ‘Ik ken het typetje,’ grinnikte Niels. ‘Hey, lukt het hier allemaal wel een beetje?’ ‘Hmm… Waar is Ron?’ vroeg ik. ‘Ron? O, die voelt zich niet lekker,’ antwoordde de staf, een beetje lacherig. Ik zuchtte opgelucht. Stiekem hoopte ik dat hij goed ziek was, dan had ik het na lange tijd eindelijk weer eens een beetje goed in het internaat. ‘Hoezo?’ vroeg Niels. ‘O, ehhh…’ Gelukkig kwam er snel een smoes bovendrijven. ‘Hij loopt altijd zo op de gang heen en weer, dan kan ik me echt niet concentreren, hoor!’ zei ik. Dat was bovendien nog waar ook. ‘Ben jij goed in wiskunde?’ ‘Dat valt ook wel weer mee. Moet ik je helpen, dan?’ zei hij. Niels hielp me, hoewel ik nauwelijks hulp nodig had. Wiskunde vond ik een heel leuk vak en ik had niet gelogen tegen de staf. Soms leek mijn hele leven uit leugens te bestaan. Ik moest zo veel verzwijgen voor de buitenwereld, dat liegen vanzelf leek te gaan. Door Ron durfde ik gewoon niet meer de Mareille te zijn die ik ooit was. Vroeger. Lang geleden. Een goede leugenaar begint altijd met de waarheid, schoot door me heen. Ik moest lachen en ging rustig verder met de wiskundesommen.

Zelfs toen ik beneden zat voor het avondeten, keek Ron niet één keer mijn kant op. Dat moest een absoluut record zijn! Heel even was ik gelukkig en voelde ik me zoals het moest voelen om thuis te zijn: veilig en vertrouwd. Dat duurde niet lang. Ik voelde de vieze hand van hem al op mijn schouder. ‘Kom jij zo even langs, Mareille?’ fluisterde hij. “Nee!” wilde ik schreeuwen. “Nee, vieze vent, blijf met je poten van me af!” Maar in plaats daarvan, knikte ik. Zie je wel! Hij had gelijk: het lag aan mij! Was dit niet het geval, dan weigerde ik wel! Hij had helemaal gelijk… Dat ik door Ron gemanipuleerd werd, besefte ik toen nog niet.

Ik liep naar buiten. Dat deed ik altijd als ik wist dat alles weer zou beginnen. Nog even zuurstof, frisse lucht: nu kon het nog. De weg naar het volgende dorp werd door verschillende lantaarns belicht. Het was zo aanlokkelijk, dat ik de verleiding niet kon weerstaan. Ik trok mijn trainingspak uit en daar stond ik: een hoopje botten met vel en spieren. Vet had ik niet. Daar stond ik, in mijn atletiekkleding. Voordat iemand iets door zou krijgen, begon ik te lopen. Meteen had ik het goede tempo te pakken, dat gebeurde niet vaak. De tien kilometer moest ik kunnen halen, bedacht ik al lopend. Dan zou Ron me niet meer kunnen vinden, want na zeven kilometer kwam er een driesplitsing. Als ik dan het boerenweggetje in zou slaan, was ik veilig. Ik vloog over het asfalt, liet alles achter me. Tijdens het lopen dacht ik nergens aan, alleen aan mijn voeten die het asfalt nauwelijks raakten. Een gevoel van triomf overviel me. Ik was weg, weg bij die vieze vent, weg van alle nare gevoelens. Alleen tijdens het lopen kon ik alles vergeten, en dat was dan ook de reden waarom ik dat zo vaak deed. Mijn lichaam, dat tegenover Ron volkomen macheteloos was, deed nu opeens alles precies zoals ik dat wilde. Zo kreeg mijn lichaam een heel andere betekenis voor me: het was sterk en krachtig. Ooit zou het ook sterk genoeg zijn om Ron te overwinnen. Ooit, nu misschien nog niet, maar die dag zou komen.

Huilend lag ik ongeveer twee uur later in mijn bed. Ik was wel twintig keer onder de douche geweest, maar het hielp niet: ik bleef me walgelijk voelen. Waarom deed ik dit? Werd het niet eens tijd om Ron een klap in zijn gezicht te geven? Dat zou zo kunnen, maar elke keer was ik verlamd van angst. Het enige wat ik kon doen was hopen dat het deze keer snel afgelopen zou zijn. Pas toen het weer licht werd, durfde ik te gaan slapen.

****

‘Mareille? Marei…? Mareílle?’ De stem van mijn “soulmate” Shaun, leek van heel ver te komen. Hij kwam mij elke ochtend ophalen en samen gingen we dan naar school. Slaperig als ik was, drong het niet tot me door dat ik me flink verslapen had. ‘Hoe laat is het, Shaun?’ vroeg ik. ‘Kwart voor acht…’ ‘Ooo,’ zei ik opgelucht. Plotseling leek ik bij mijn positieven te komen. ‘Wát!?’ Geschrokken veerde ik overeind. ‘Rustig maar, we halen het wel. Pech als we te laat komen, hoor! Ga maar douchen, en zo, ik maak je brood wel effe. Wat wil je erop?’ vroeg Shaun, die echt altijd rustig bleef. ‘Dankje!’ zei ik. Zonder zelf te beseffen wat ik deed, gaf ik mijn beste vriend een knuffel en een zoen. ‘Je bent een schat, Shaun! Echt…’ Dit werd een superdag, ik voelde het. Zingend liep ik naar de douches, even vergetend dat Ron ’s ochtends de enige van de staf was die aanwezig was. Toen twee handen naar mijn middel grepen, was ik weer helemaal terug in de realiteit. Hier zou het voor de duizendste keer gebeuren, flitste het door me heen. Terwijl zijn handen hun gang gingen over mijn gezicht, borsten, en zo steeds lager, begon ik te gillen. Shaun moést in de buurt zijn. ‘Shaúúún!’ gilde ik, maar mijn gil werd gesmoord door Rons hand. ‘Wat doe je, vuile trut!’ siste hij. ‘Je gehoorzaamd gewoon, begrepen?’ Verlamd van angst, knikte ik. Mijn beste vriend moest toch iets gehoord hebben, want hij kwam aangerend. Eén seconde keek hij naar me, met opgetrokken wenkbrauw, maar hij aarzelde niet langer en sprong ertussen. Inmiddels wist ik dat Ron aan karate deed, maar ook Shaun was sterk. Hij hield Ron moeiteloos in bedwang, leek het. ‘Marei, bel de politie ofzo, maar wel snel, want ik houd dit niet zo lang meer vol,’ hijgde Shaun. Ik schoot in mijn trainingsbroek en voetbalshirt, de kleding waar ik in sliep, en rende naar beneden. Naar de dichtstbijzijnde telefoon. Met trillende vingers toetste ik het alarmnummer in en gelaten gaf ik het adres op. Pas toen de agenten Ron inrekenden, wist ik dat het afgelopen was. Huilend viel ik in Shaun’s armen, die mij doodkalm opving. Ik bleef maar huilen. Van pure opluchting. Het was afgelopen. Ik lag met mijn hoofd tegen Shaun’s borst en liet mijn tranen stromen. Nadenken kon ik even niet. Ondanks alles bleef mijn beste vriend kalm. Zo had ik het meeste aan hem: ik kon alles rustig verwerken. Hij was de enige die mij leek te begrijpen. Ik keek Shaun aan en verdronk in zijn mooie, donkere ogen.

Hij boog naar me toe, en… ‘Vuile slet! Kom verdomme onmiddellijk je bed uit!’ Ik vloog overeind en keek in de lodderige ogen van Ron, die mij een zoen op mijn voorhoofd gaf. In stilte vervloekte ik mezelf. Natuurlijk was het allemaal een stomme, kinderachtige droom geweest. ‘Ja, je bent een braaf meisje, liefje…,’ fluisterde Ron, die zijn handen onder mijn shirt schoof. Uit alle macht probeerde ik aan iets anders te denken, maar dat lukte deze keer niet. ‘Kijk me aan, trut! Je bent toch zo verliefd op me? Kijk maar, slet! Kijk wat je mij allemaal laat doen. Hoer! Kíjk dan naar me, vuile slet!’ zei Ron met zijn enge stem. Ik slikte, in een poging om mijn tranen te voorkomen. Als ik huilde, maakte dat het staflid nog kwader. Dan zou hij me afranselen. Het was niet zo erg wat hij deed, als ze het op school, op atletiek en op voetbal maar niet zouden zien. Ron trapte me. Het teken dat het afgelopen was en dat ik me aan kon kleden. Hij vertrok weer. Ik rende meteen naar de douche, dan zou niemand zien dat ik gehuild had. Mijn zoute tranen vermengden zich met het hete douchewater en stroomden door het afvoerputje het riool in.


Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home