www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

De wolfprinses
door Rianne Wijmenga

Er was eens, lang geleden, een koninkrijk, hier heel ver vandaan. Over dat koninkrijk regeerde een wijze, vriendelijke maar oude koning. Hij had één zoon, prins Ronald, een knappe, maar koppige jongeman. Zijn vader probeerde hem al jaren een bruid te bezorgen, maar Ronald wees alle prinsessen af. De een was te lang, de volgende te kort, die was te dik, die te dun en ga zo maar door. Zo kwam het dat de koning steeds ouder en gebrekkiger werd en zijn zoon nog steeds niet had zien trouwen.
Toen de oude koning op sterven lag riep hij z'n zoon bij zich. Met zijn laatste inspanningen werkte hij zich overeind. "Mijn zoon," zei hij dapper, maar zijn stem was niet meer dan een windvlaag op een zomerse dag, "mijn zoon, trek er na mijn begrafenis op uit. In een land hier twintig dagreizen vandaan woont een oude vriend van mij. Heel vroeger zijn wij daar op bezoek geweest, jij was nog maar twee jaar oud. Zijn vrouw had hem net een dochter gebaard, een knap kindje. Zoek hen op. Misschien is zij nog niet getrouwd. Ze zal een goede echtgenote voor je zijn." Toen legde de koning zijn rechterhand op het hoofd van zijn zoon, zakte terug in de kussen en blies zijn laatste adem uit.

Ronald, die de nieuwe koning was, en zijn koninkrijk rouwde drie dagen om hun geliefde vader en koning. Toen legde de dappere jongeman zijn rouwkleed af, pakte wat spullen in en steeg te paard. Hij droeg het leiderschap over het land over aan een paar wijze ministers, die zijn vader ook altijd met woord en daad te zijde hadden gestaan. "Zorg goed voor mijn land," drukte de kersverse koning de mannen op het hart. "Ik zal binnen een jaar terug keren. Zo niet, dan ben ik tijdens mijn reis omgekomen. Kies dan een nieuwe koning, jong, maar net zo wijs en goed als mijn vader." Hij schudde alle ministers de hand en reed toen de paleispoort uit, zonder achterom te kijken.

Zo begon de lange reis naar het land van zijn vaders oude vriend. Na eenentwintig dagen vol avontuur en gevaar, waarover we hier niet verder zullen uitweiden, behalve dan, over het feit dat hij een stel prachtige vissen bevrijdde uit een oud net, kwam Ronald aan bij een groot, maar vervallen kasteel.
Stapvoets reed hij door de poort, die scheef in zijn scharnieren hing. Wat een zooitje, dacht Ronald. Hij bond zijn paard aan een verrotte, houten stelling, die vroeger als marktkraampje gediend zou kunnen hebben. Het dier hinnikte zenuwachtig. Ronald klopte het op de hals en knikte. "Ja, ik voel me hier ook niet op mijn gemak."
Behoedzaam om zich heen kijkend ging hij op zoek naar de troonzaal. Hij liep door lege, kale gangen, waar niets van waarde te vinden was, maar wel plekken, waar, in tijden van glorie, dure schilderijen gehangen moesten hebben. Alles was met een dikke laag stof bedekt.
Al niezend werkte Ronald zich een weg door een lange gang, tot hij bij een paar grote, door houtworm aangevreten deuren kwam. Voorzichtig duwde hij ze open. Al krakend kwamen ze in beweging en verschaften ze hem toegang tot een vuile zaal. "De troonzaal," fluisterde Ronald vol ontzag, want ondanks de troep was er te zien hoe imposant en groots de ruimte geweest moest zijn. Al rondjes cirkelend om alles zo goed moegelijk in zich op te kunnen nemen, liep de jongeman de zaal door.
Plotseling werd hij opgeschrikt door een rauwe stem, die hem deed verstijven. "Wie is daar?" "Wie zei dat?" stamelde Ronald toe, die toch wat bleek zag voor een dappere koning. "Sla niet zo'n toon tegen me aan. Ik ben je koning." Ronald liep naar de kant vanwaar de stem kwam en ontdekte daar een oude man met lange, grijze haren en een door verdriet verteerd gezicht. Maar zijn ogen waren fel en levendig. "Scheer je weg. Al mijn goud en rijkdom is me afgenomen. Er is niets meer te halen. Weg!" De man stond moeizaam op, maar was zo verzwakte, dat hij weer terug zakte op de koude grond. Tot Ronalds verbazing barste hij in snikken uit. "Ga. Neem wat je hebben wilt. Neem zelfs mijn leven. Ik heb niets meer." "Dit moet een misverstand zijn," begon Ronald. "Ik ben prins, nu koning Ronald, zoon van de goede en wijze koning Bastiaan. Ik kom hier om u te vragen of uw dochter nog vrij is en zo ja, dan vraag ik u om haar hand." De koning keek hem verbaasd aan en barste toen in lachen uit, een soort hoongelach, maar niet wreed bedoeld. "Mijn dochter, zegt hij," grinnikte hij. Ronald keek hem niet-begrijpend aan. "Ja, u heeft toch een dochter?" "Had, jongen, had." "Hoe bedoelt u had?" "Ze is verdwenen, waarna mijn koninkrijk in het verderf is gestort. Maar vertel een, hoe gaat het met jou en jouw eerbare vader." "Mijn vader is helaas enkele weken geleden gestorven." "Ach. Moge hij in vrede rusten." De oude man draaide zijn rug naar Ronald toe en gebaarde hem weg te gaan. "Laat me alleen, hier is niets te halen." Langzaam begon de jongeman achteruit te lopen, tot hij een idee kreeg. "Heer koning, hoe en wanneer is uw dochter verdwenen?" Ongeïnteresseerd, maar met stiekeme tranen in zijn ogen draaide de koning zich om. "Ze is het laatst gezien bij de rivier achter het paleis. Het ene moment was ze er, het andere niet meer. Men heeft wel een witte wolf zien wegrennen en dacht dat ze daarvoor de vlucht was geslagen en wel weer terug zou komen." "Onder welke omstandigheden," vroeg Ronald door. "Het was een week voor haar huwelijk. Haar verloofde is hier nooit weer geweest, heeft ook geen enkel teken van medeleven gegeven, maar trouwde een maand later met een andere dame. Dat is nu allemaal drie jaar geleden. En ga nu, alsjeblieft."
Ronald bedankte de koning en liep weg. Hij haalde zijn paard en reed naar de rivier. Bij een makkelijk doorwaadbare plaats stond op de kant een houten kruis. Dat geeft zeker de plaats aan waar ze het laatst gezien is, dacht Ronald. Hier zal ik mijn onderzoek starten.

Tot de nacht viel, volgde hij de rivier stroomafwaarts. Maar hij vond niets, zoals hij ook al gevreesd had. Dus besloot hij een kamp op te zetten en de volgende dag verder te gaan. Zo overnachte hij onder de blote hemel, met slechtst een vuurtje voor warmte en bescherming, in het land waarnaar zijn reis hem had geleid, maar waarvandaan hij waarschijnlijk met lege handen uit zou vertrekken.
Moe, maar toch zonder de slaap te vatten, lag hij naar de sterrenhemel te staren. Tot hij een vreemd geluid hoorde. Behoedzaam kwam Ronald overeind en staarde recht in de woeste ogen van een wolf, met een prachtige, in het maanlicht glanzend witte vacht. Die heeft geen vredige bedoelingen, dacht de jongeman en taste naar zijn zwaard.
Maar voor hij kon toesteken, maakte de wolf een sprong. Koning Ronald zette zich schrap voor een gevecht met de woest uitziende wolf, maar plots werd hij verblind door een fel licht. En tot zijn nog grotere verbazing viel er in plaats van een wolf een knap meisje bovenop hem. Lang keken ze elkaar aan, tot het meisje beschaamd van hem af rolde en opstond. "Het spijt me, het was niet mijn bedoeling," stotterde ze. Ronald staarde haar met grote ogen aan. "Wat is dit? Hoe kan dit? Ik bedoel." "Ik begrijp je verwarring," onderbrak het meisje hem, "ik zal het je uileggen. Ik ben prinses Sharon. Tot drie jaar geleden woonde ik in dit kasteel" met een gebaar naar het vervallen kasteel op de achtergrond. "Ik was verloofd met prins Filip, maar mijn beste vriendin, een andere prinses, was jaloers op mijn. Haar moeder Katrien, die bekend stond als heks, vergiftigde mij. Zo veranderde ik op een dag plotseling in een wolf. Een maal in de week wordt ik 's nachts weer een meisje. Dan moet ik iemand zoeken die mij kan bevrijden."
Ronald had stil geluisterd. Dit was de prinses die hij zocht, ze was zomaar uit de hemel komen vallen. En ze was nog knap en lief ook. "Hoe kan ik u bevrijden, schone vrouwe." Sharon lachte. "Dat kan alleen iemand die zo dapper is als de zoon van de oude koning, waarover mijn vader altijd vertelde. Maar u mag het proberen." Ze knielde voor Ronald neer en keek hem diep in de ogen. "Bezorg mij de mooiste bruidsjurk op ter wereld." "Waar kan ik die vinden?" vroeg Ronald, vast besloten het meisje te helpen. "Onder water," luidde het onverbiddelijke antwoord, "beschermd door een wrede draak."
Ronald slikte even, maar trok zijn verzwaarde mantel en schoenen uit en sprong in de rivier. "Ga onder en je vindt een grot. Daarin zitten het monster en de jurk. Maar pas op, je hebt alleen deze nacht. Als ik weer in een wolf verander, is je kans voorbij." Ronald knikte, nam een grote hap adem en dook onder. Zo snel hij aan het donker onder de waterspiegel was gewend, ging hij op zoek naar de grot. Die was gelukkig snel gevonden. Toch wat angstig zwom de dappere koning de lange, donkere gang in. Bijna kwam hij in ademnood, maar toen zag hij licht. Snel zwom hij erheen. Wat hij daar zag benam hem zijn laatste adem. Een afschuwelijk monster dat lag te slapen bij een beeldschone jurk. Zo stil als hij kon zwom Ronald eerst naar boven om een hap lucht te nemen van de beperkte voorraad die waar was. Toen ging hij op de jurk af.
Maar hij was hem op nog geen drie meter genaderd, toen het monster wakker werd en met al zijn woestheid aanviel. De koning dook weg, maar onder water is alles anders dan aan de oppervlakte en de jongeman werd geraakt door de scherpe klauw van het beest. Een kleine wolk rood bloed vermengde zich met het water. Geschrokken om de ernst van de situatie trok hij zijn zwaard, dat extra zwaar was. Met al zijn kracht stootte hij toe. Raak! Hij verwonde het monster in zijn onderbuik dodelijk.
Blij kwam Ronald even tot rust, wat het monster de gelegenheid gaf tot een wraakactie voor zijn dood. Met een gigantische maai werd de jonge koning tegen de muur van de grot geslagen, waarbij hij zijn linkerarm en een rib brak. Maar hij had de helft van zijn opdracht volbracht. Toch gaf hij de hoop af. Hij was doodmoe en zijn lucht was op. "Help," fluisterde hij, waarbij zijn laatste adem ontsnapte in een donkere bel. Toen sloten zijn ogen zich voor eeuwig.
Totdat miljoenen prachtige, glimmende vissen uit alle hoeken en gaten van de grot tevoorschijn kwamen. Ze tilden de prins op en brachten hem met grote snelheid door de grottunnel terug, naar de waterkant. Daar ving de prinses hem op. "Ik heb je gewaarschuwd," zei ze met tranen in haar ogen. Ze scheurde stukken van haar rok af en verbond zijn wonden.
Uiteindelijk hield ze hem net zo lang in haar armen, tot hij bijkwam. "Hij . is. dood," waren Ronalds eerste woorden. "Wie?" vroeg prinses Sharon verbaasd. "Het monster. Maar. waar ben ik?" "Bij mij, prinses Sharon." "Waar is de jurk. Je hebt er nu recht op." Ronald werkte zich overeind en keek om zich heen. "Hoe kan dit?" Toen zag hij de grote school vissen aan de oppervlakte van de rivier. "Zij brachten je naar boven," legde Sharon uit. "Ja. Nadat je ons twee keer gered hebt, uit het net en van het monster, was dit het minste wat we terug konden doen." "Jullie." stamelde de jongeman. Maar toen zag hij aan de horizon de eerste zonnestralen verschijnen. "De jurk." Hij wilde opstaan, maar de prinses hield hem tegen. "Jij gaat niet het water weer in." "Maar de jurk. Jouw betovering." "Nu ben jij het belangrijkste."
Maar de vissen hadden genoeg gehoord. Ze doken onder en kwamen terug met de prachtige jurk. Koning Ronald nam 'm aan van de vissen en wendde zich tot prinses Sharon. "Voor jou," zei hij. Maar het was te laat. Een fel licht omringde de prinses. "Vaarwel," fluisterde ze. Beduusd keek Ronald naar de gebeurtenis. Maar hij gaf niet op en gooide de jurk in een opwelling over de gestalte in de lichtvlek. Meteen werd het licht feller en verdween de prinses. De jonge koning zuchtte, vermoeid en teleurgesteld. Alles voor niets.
Toen verscheen de zon al een gouden bol achter de heuvels. Zonnestralen weerkaatsten in het water van de rivier. Plotseling bundelden ze zich en vormden een pilaar, die langzaam de vorm van een meisje aannam. En uit die pilaar stapte prinses Sharon, gehuld in de jurk, die de vissen uit de grot hadden gehaald. "Je bent er.!" Ronald schoot overeind, maar zakte happend naar adem weer in elkaar. Sharon schoot op hem toe en ondersteunde hem. Ze hielp hem op zijn paard en samen volgden ze de rivier terug, geëscorteerd door de vissen.
Toen ze bij het kasteel aankwamen, bedankten ze de vissen hartelijk. Deze wensten hen veel geluk en verdwenen toen terug naar hun grot. Ronald en Sharon gingen verder, naar het kasteel. Sharon keek met pijn in haar hart naar het vervallen gebouw, maar toen ze er binnen kwamen veranderde alles onmiddellijk. Er woei een verfrissende wind, die alles in zijn oude glorie herstelde. Het stof verdween, de kapotte dingen werden hersteld, de rijkdom kwam terug en de onderdanen van de koning spoelden het binnenplein op. Iedereen begroette prinses Sharon en haar redder, die meteen verzorgd werd door de vrouwen.
Plotseling werd alles stil. De koning en vader van Sharon kwam het bordes op. "Wat is hier gebeurd," bulderde hij verbaasd. Toen zag hij zijn dochter staan. "Sharon.!!!" Hij rende naar beneden en omhelsde zijn dochter vurig. "Hoe." Maar Sharon leidde hem al naar Ronald, die meteen duizend maal werd bedankt door de oude koning. "Je bent echt een zoon van je vader, Ronald." Met grote ogen keek prinses Sharon Ronald aan. "Jij bent prins Ronald, de zoon van koning Bastiaan." Ronald glimlachte. "Ik ben nu koning," zei hij.

De jongeman herstelde snel van zijn wonden en vertrok toen terug naar zijn land. Daar regelde hij een prachtige bruiloft. Zijn hele land en dat van de oude koning vierde feest toen Ronald en Sharon trouwden. Het feest was aan de rivier, want ook de vissen wilden getuige zijn van de bijzondere gebeurtenis. Na het huwelijk regeerden koning Ronald en zijn koningin Sharon voorspoedig over Ronalds land. En toen Sharons vader stierf, stelden ze een waarnemend koning over zijn land aan. Om het half jaar namen ze er een kijkje en ze werden er enthousiast begroet, maar niet enthousiaster als bij thuiskomst in eigen land. Zo leefden Ronald en Sharon nog lang en gelukkig. En de jaloerse vriendin, haar echtgenoot en moeder? Over hen en hun land werd het ongeluk uitgestort dat drie jaar Sharons land had geteisterd. En neem maar van ons aan, ze kwamen er niet goed van af!


Je kunt je reactie op het verhaal direct naar Rianne sturen: rcwijmenga@zonnet.nl

Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home