De wolf en Roodkapje
door Petra Zevenbergen
Mooi grijs is niet lelijk. Dat zei mijn oma altijd. Ach, wat moet
ik nou met die grijze pootjes van me. Ik wrijf nog eens over ze heen.
Oei, wat ben ik stijf. Ik lijk wel een geit. Door de tranen in mijn
ogen zie ik geen snars meer in het bos. De blaadjes ritselen onder
mijn voeten. Dat is leuk! Ik kan met mijn voeten muziek maken. Daar
word ik moe van. En hongerig! Mijn maag lijkt wel een varkentje.Tegen
deze boom ga ik mooi even liggen. Zo, dat is lekker.
"Hé. Ben jij niet de boze grote wolf?" Huh, wie is dat? Hoe komt
dat kleine meisje hier? "Dag klein meisje. Wie ben jij?" "Ik ben Roodkapje.
Jij bént toch de grote boze wolf?" "Jaja. Altijd al geweest. Maar
Roodkapje, waar ga jij heen, zo alleen?" "Naar oma. Die is ziek. Wil
je met me mee?" "Nee, liever niet. Ziekenhuizen zijn eng. Daar hebben
ze gif en snijden ze je zo open." "Oh, nee hoor. Ze is gewoon thuis
hoor. Bij het grote meer, aan de rand van het bos. Ik ga maar weer
eens, ze wacht op me. Dag grote boze wolf."
Daar gaat het meisje weer, met een hele grote mand in haar arm. Wat
een lief meisje zeg! Opnieuw knort mijn maag. Wat een honger heb ik!
Lekker hapje wil ik. Lekkere oma. Lekker meisje. Wat een stomkop ben
ik! Daar gaat mijn hapje. Erachteraan. Waar is ze naar toe gegaan?
Het grote meer. Op naar het grote meer! De bomen schieten me voorbij.
Ik moet en zal haar inhalen. De wind suist in mijn oren. Waar is het
nou? Daar zie ik het huis bij het water. Er brandt licht. Op m'n tenen
sluip ik er naar toe en klop op de deur. Nog een keertje, nu harder.
"Roodkapje?" "Jaaaah," antwoord ik met verdraaide stem. Zachtjes duw
ik de deur open en ga naar binnen. Het hardvuur knettert als gebakken
popcorn. "Dag Roodkapje. Ben blij dat je er bent," zegt de zieke oma.
"Kom eens dichterbij, dan kan ik je ........" Dan spring ik boven
op de oma. Nou heb ik haar stevig beet. Het roze vlees smak ik naar
binnen. Beetje taai. Maar wat is dat lekker! Mmm.
"Klop. Klop." Snel, oma's bed in. "Oma?" Snel, oma's muts op. "Óma?"
Ik schraap mijn keel. "Jaaaaaaaah, binnen." De deur gaat weer open,
nu komt Roodkapje tevoorschijn. "Dag lieve oma. Ik heb veel lekkere
dingen meegenomen." "Kom dan maar dichterbij Roodkapje," fluister
ik. Roodkapje stapt naar mijn bed toe. "Maar oma, wat heeft u grote
oren. En wat heeft u een grote neus!" "Ach, lief meiske. Vertrouw
je me niet?" Ik leg m'n poot op het bed. "Kom toch bij me zitten."
"Ahhh, jij bent de grote boze wolf!" gilt Roodkapje en springt achteruit.
"Wwwaar is oma?" "Oh, in mijn buik. Uhh, onder mijn buik. Uhh, onder
het bed." "Gemene wolf!" roept ze naar me en draait zich om en rent
het huisje uit. Ach, ik heb al één lekker hapje op. Dat is wel genoeg
voor vandaag. Ik duw de kussens in m'n gezicht en doe mijn ogen dicht.
"Hé wolfje. Hier mag jij niet slapen. Word eens wakker." Als ik m'n
ogen opendoe zie ik de boswachter staan. Hij port met zijn geweer
tegen mijn stijve poten aan. Waar ben ik toch? Een vreselijk lawaai
komt er uit m'n buik en wat heb ik het koud. Ik heb geen idee waar
ik ben. "Zeg, schiet eens op oudje. Ik heb niet de hele dag de tijd."
Opeens snap ik het. Ik heb over eten gedroomd. En honger gekregen!
"Ach, mijnheer de boswachter," probeer ik, "een slapende wolf heeft
toch geen schaap in zijn mond" "Jaja wolf. Jij bent scherp. Jij bent
een wolf in schaapskleren. Hup, maak dat je weg komt." Alles doet
zeer als ik opsta. Ik hang m'n kop naar beneden als ik weg loop. Ik
schaam me wel een beetje. Een wolf die droomt! Dan is er iets mis.
Misschien toch maar eens naar het ziekenhuis toe.
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home