www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen
Koen in Vriesland
door Birgit Douma

'Wat zal ik meenemen als ik naar Vriesland ga', denkt Koen. Hij is een jonge ontdekkingsreiziger. Nu gaat hij naar Vriesland, want hij is heel nieuwsgierig hoe het daar is. In ieder geval neemt hij een dikke trui mee, een winterjas en handschoenen. Hij stopt die in zijn rugzak. 'En ook maar een thermosfles met warme chocolademelk. Daar word ik weer lekker warm van als ik het koud heb.' En dan gaat hij op weg naar Vriesland.

Onderweg fantaseert hij over hoe dat land eruit zal zien. De naam zegt het eigenlijk al. Vriesland, daar vriest het natuurlijk altijd. Het is er vast heel koud en er ligt ook vast veel sneeuw. 'Hoe zullen de mensen daar zijn?' denkt Koen vol verwachting. 'Zullen ze aardig zijn, of misschien wel heel koel?'

Dan stopt de bus waarin hij zit. Halte Vriesland hoort hij de chauffeur omroepen. De bus gaat niet verder over de grens met Vriesland, dus Koen moet uitstappen. Niemand anders gaat er nu uit. Als hij de bus uitstapt, voelt hij al dat het een stuk killer is dan waar hij zelf woont. De chauffeur doet snel de deuren dicht en de bus rijdt weg. 'Daar sta ik dan helemaal alleen,' denkt Koen een beetje gespannen. Hij vindt nieuwe landen bezoeken heel leuk, maar het is ook altijd een beetje eng. Want wie weet wat hij daar zal aantreffen.

koen bij de halte

Dapper pakt hij zijn rugzak op en loopt naar de grens. Een grote slagboom verspert de weg. Hoe dichter Koen bij de grens komt, des te kouder het wordt. Hij ritst zijn dikke winterjas dicht, doet zijn muts op en zijn handschoenen aan. 'Brrr,' zegt hij bibberend, 'wat is het hier frisjes.'

Aan de grens staat een hokje. Daarin zitten twee mannen. Als Koen bij de slagboom staat, doen ze het schuifraampje van het hokje open. 'Wat moet je hier, jongetje,' bromt é&eactue;n van de mannen. Hij is heel groot en hij heeft een bontmuts op en een sjaal om. Hij heeft ook hele kleine oogjes die een beetje gemeen kijken. 'Ik wil graag naar Vriesland,' zegt Koen vastberaden. 'Hmm, heb je wel een paspoort bij je, jongetje,' vraagt de man onvriendelijk. Koen graait in zijn jaszak en haalt er zijn paspoort uit. 'Ja, ja, al goed,' zegt de man kortaf, 'kom maar hier naar het hokje dan zullen wij even een vriestest doen.' 'Een vriestest, wat is dat nu weer,' denkt Koen verbaasd. Hij loopt onder de slagboom door en gaat naar het hokje.

koen bij de douane

In het hokje is het ook heel koud. 'Wat raar,' denkt Koen. 'Waarom hebben zij de kachel niet aan?' Hij zegt maar niets, want hij wil niet te nieuwsgierig lijken. Anders mag hij misschien Vriesland niet in. 'Zo jongetje,' begint de andere man, die heel dun is. Hij heeft nog kleinere oogjes dan de grote man en hij kijkt nog gemener. 'Kom maar eens hier.' 'Waarom?' vraagt Koen. Hij is een beetje bang, maar hij laat niets merken. 'Omdat wij de vriestest met jou gaan doen.' 'Wat.. wat.. is dat dan, die vriestest?' stamelt Koen. Hij wordt nu toch echt bang.

'Kom maar hier, dan zul je het wel zien,' zeggen de mannen tegelijk en pakken Koen bij zijn armen vast. Ze tillen hem op en zetten hem naast een ingewikkeld apparaat. Er zitten een heleboel meters en knoppen aan. De twee mannen plakken allemaal ronde blauwe stickers op Koen. Op zijn gezicht, op zijn jas, op zijn handschoenen, op zijn benen, overal. De ronde blauwe stickers zijn met draadjes verbonden aan het ingewikkelde apparaat. 'Wat doen jullie allemaal,' roept Koen ongerust. Hij vindt het helemaal niet leuk wat ze aan het doen zijn. 'Houd je kalm, jongetje,' zegt de dunne man, 'anders mag je Vriesland niet in.' En dat wil Koen wel heel graag, dus hij houdt wijselijk zijn mond.

koen aan de machine

De grote man drukt op een knalrode knop op het apparaat en ineens gaan alle wijzertjes van de meters bewegen. 'OK,' zegt de grote man, 'beweeg nu eens met je hoofd.' Koen beweegt zijn hoofd heen en weer. Hij ziet dat de wijzertjes iets meer bewegen. 'Dat gaat goed,' zegt de grote man brommend. 'Loop nu eens heen en weer.' Koen doet een paar stappen naar voren en dan weer naar achteren. De wijzertjes bewegen nog wilder, maar ze komen nog niet in het rode vlakje. 'OK, dat gaat ook goed,' bromt de grote man. 'Ga nu eens rennen.' Koen rent een rondje in het hokje, met al die plakkers aan zijn lichaam. Hij heeft nog geen drie stappen gedaan als er ineens een enorme sirene afgaat. WOEI WOEI WOEI. Het is oorverdovend. 'Stop, stop!' roepen de mannen. 'Stop onmiddellijk met rennen!'

Als door de bliksem getroffen staat Koen stil. 'Wat is er?' roept hij verschrikt. 'Jullie zeiden toch dat ik……… ' 'Jij mag in Vriesland nooit meer rennen, dat is levensgevaarlijk,' zegt de dunne man onverbiddelijk. De grote man springt naar de sirene en doet hem uit. De dunne zegt streng 'Kom hier met je paspoort, dan zetten wij dat er gelijk in.' En hij pakt het paspoort van Koen en begint te schrijven 'Het is dit jongetje ten strengste verboden in Vriesland te rennen. Als hij dat wel doet krijg hij levenslange gevangenisstraf. Koen schrikt ervan. 'Wat gebeurt hier toch allemaal? Waarom mag ik niet rennen in Vriesland?' vraagt hij. Eigenlijk vindt hij het hele gedoe een beetje raar, maar omdat de mannen er zo gemeen uit zien, durft hij niet al te brutaal te zijn.

'Wij zijn de grenswachten van Vriesland,' begint de grote man gewichtig. 'En wij zorgen ervoor dat Vriesland blijft bestaan,' vervolgt de dunne trots. 'Dus iedereen die over de grens gaat, wordt gecontroleerd. Als je te warm bent, dan mag je er niet in.' 'Waarom dan niet,' vraagt Koen verbaasd. 'Omdat Vriesland anders smelt, jij dom jongetje. Stel je voor dat jij hier in Vriesland gaat rondrennen, dan word je helemaal warm en dan smelt de bodem van Vriesland waar jij staat. En dat is uiterst gevaarlijk. Wij beschermen ons Vriesland en dus mag jij hier niet rondrennen.' 'Maar wat geeft dat nou als het ijs op Vriesland smelt, dan sta je toch gewoon op de grond?' De twee mannen kijken elkaar aan en schudden met hun hoofd. 'Wat een oen, zeg, dat jongetje,' denken ze allebei. 'Zeg jongetje,' begint de dunne minachtend, 'je weet toch dat je door Vriesland heenzakt als het ijs smelt? Dan verdwijn je voor altijd, want onder het ijs is helemaal niets.' 'Goh,' denkt Koen, 'daarom heet het hier natuurlijk Vriesland. Het moet hier altijd vriezen, anders kan hier niemand wonen.' 'Maar hebben jullie het dan altijd koud?' 'Ja, dat is de wet,' zegt de grote man streng. 'In Vriesland moeten alle bewoners het koud hebben en mag niemand de kachel aanzetten.' 'Maar als de zon schijnt, dan wordt het toch vanzelf warm?' vraagt Koen nog verbaasder. 'De zon, de zon,' zegt de grote man weer, 'die hebben wij uitgedaan. Anders smelt toch alles?'

Koen verwondert zich steeds meer. En hij heeft het ook koud en hij begint een beetje te klappertanden. 'Goed zo, jongen, je kent zelfs al de klappertandboogie,' zegt de dunne man met een scheve grimas. En hij begint ook te klappertanden. 'Maar,' zegt Koen, 'ik heb liever iets behaaglijks nu. Een lekkere deken, of een douche, of een beker warme chocolademelk. Hé,' roept hij enthousiast, 'warme chocomel, dat heb ik in mijn rugzak.'

Hij rukt alle plakkers van zijn lichaam en loopt naar zijn rugzak. Hij pakt de thermosfles en schenkt een bekertje lekkere hete chocomelk in. De damp slaat er vanaf en Koen neemt voorzichtig een slokje. 'Mmmm,' zegt hij, 'dat is lekker. Willen jullie ook een slokje?' Hij strekt zijn arm uit en biedt de beker aan. 'Wat is dat, jongetje?' vragen de mannen verbaasd. Dat kennen ze niet, warme chocomel. De grote man pakt aarzelend de beker aan en brengt hem naar zijn mond. Gulzig neemt hij een slok. 'WAAAH,' schreeuwt hij het uit, 'ik ben verbrand.' Hij gooit de beker op de grond en de hete chocomel stroomt over de vloer. Sissend vermengt het koude ijs van de vloer zich met de hete chocomelk en ontstaat er langzaam een donker gat.

Woedend springt de dunne man op Koen af. 'Jij gaat voor je leven de gevangenis in, jongetje, dit zal je bezuren. Jij hebt de grond van Vriesland laten smelten.' Koen duikt snel in elkaar, zodat de man over hem heen springt. Hij voelt nog net hoe de handen van de dunne man zijn muts grijpen. Gelukkig heeft de man daaraan geen houvast en valt hij met een klap op de grond. Koen grist zijn rugzak van de tafel en rent het hokje uit. Elke voetstap die hij zet laat een donker gat achter. De grote man met de verbrande mond komt achter Koen aanrennen, maar blijft met zijn voet in zo'n gat steken. 'Boem,' daar valt hij met zijn neus op het ijs.

koen rent voor zijn leven

De dunne man is opgekrabbeld, springt het huisje uit en schreeuwt. 'Kom hier, jij verrader. Ik zal je leren.' En hij sprint als een hazewind achter Koen aan. Hij kan harder rennen dan Koen, en hij haalt hem bijna in. Koen kijkt om en ziet dat de dunne man al vlakbij is. Koen perst al zijn krachten uit zich en doet er nog een schepje bovenop. Hij is bijna bij de grens. De dunne man steekt zijn arm uit en probeert Koen te pakken. Net mis.

Koen rent voor zijn leven en springt over de slagboom. Hij is over de grens, daar is hij veilig. Hijgend kijkt hij achterom en ziet de twee mannen met gebalde vuisten staan gebaren. Gelukkig blijven ze in Vriesland. En Koen loopt naar de bushalte om weer naar huis te gaan. Vriesland streept hij af van zijn lijstje. Dat hoeft hij niet zo nodig meer te ontdekken.


Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home