www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Vreemd verhaal
door Jili Berntsen

Ik hoorde laatst een verhaal van mijn vriendin. Ik vond het maar een vreemd verhaal. Het ging over buitenaardse wezens. Ben je nieuwsgierig geworden? Ik zou maar snel beginnen met vertellen.

Er was eens een jongen die heette Jelle en zijn vriendje heette Jordi. Jelle en Jordi waren de beste vrienden aller tijden. Alleen één probleem. Ze zaten allebei op een andere school. Jelle op de Doordenker en Jordi op een school voor speciaal onderwijs de Plusser. Verder waren ze de beste maatjes. De twee scholen stonden wel allebei in dezelfde plaats. Ook waren de twee vrienden buren van elkaar. Elke schooldag ging Jelle naar de Plusser en wachtten daar op Jordi. Jordi's school was een half uur later uit. Maar de twee scholen hadden een aardige afstand, dus die tijd had Jelle ook wel nodig om naar de Plusser te gaan. Het was namelijk een aardig eindje. Maar nou weet je nog niets van dat wonderlijke avontuur.

Jelle zat in de klas te luisteren naar het verhaal dat de juf voorlas. Weer zo'n mooi boek van Carry Slee. O, hij kon er van genieten. Alleen een min punt na het voorlezen moest hij weer verder met die rotsommen. Die vindt hij erg moeilijk. De juf zou voorlezen tot kwart voor drie. Dan moest hij verder. Bah, daar dacht hij nog liever niet aan. Hij keek naar de klok vijf voor drie. De juf is helemaal de tijd vergeten. Vijf minuten later keek hij weer op de klok. Vijf over drie! Wat een geluk. Tien over! Kwart over, Yes!!!!!!! Juf moet ik zoemen? vroeg Janine. Is het al zo laat? O nee hé, ik ben te lang doorgegaan. O de moeder van Jorien staat al voor de deur met wie ik een afspraak had. Dennis en Jelle blijf nog in de klas tot jullie het rekenwerk af hebben! Nou, dacht Jelle, dat is niet eerlijk. Het is de juf haar schuld. Gelukkig duurde het gesprek niet lang. Vijf minuutjes maar. Juf Mendy, ik vind het niet eerlijk. Het was uw schuld. Nou vooruit ga maar. Dennis zijn vriendinnetje Nikky zat te wachten. En Jelle rende snel de school uit. Liep even terug en zei tot morgen juf, greep zijn jas en snel naar zijn fiets. Die was weer eens omgegooid. Snel pakte hij zijn fiets en racetee naar de Plusser. Hij was te laat. Shit, te laat! Jordi stond te wachten bij het hek. Jordi sprong achter op de fiets. Want hij werd immers altijd met een busje opgehaald. Ondertussen vertelde Jelle waarom hij zo laat was.

Opeens sprong het stoplicht op rood, Jelle kon nog net remmen. Toen ze door het park reden was het daar rustig. Het was etenstijd. Geen mens te bekennen. Alleen in het weitje liepen herten, schapen en een paar bokjes. En aan de rand van het bos huppelden wat konijntjes vrolijk rond. Ze renden snel weg toen ze Jelle en Jordi zagen. Even later renden opeens alle herten, schapen en bokken de stal in. Wat is er toch aan de hand? vroeg Jelle zich af. Jordi keek achterom. Kijk achterom. Baf. Jelle keek om en botste tegen een boom aan. Gelukkig niet veel schade. Jelle en Jordi keken met grote ogen achterom. Jeetje kon Jordi nog net uitbrengen. Jelle kon van verbazing niks uitbrengen. Opeens schreeuwde Jelle: Fietsen hard! Jelle fietste als een gek. Zo hard had hij nog nooit gefietst. Achter hen (ongeveer honderd meter achter hen) was een ruimteschip geland. En vraag me niet hoe groot! Wel 25 bij 25 meter. Een deur ging open er kwam een gek monster uit. Het leek een beetje op een aap. Maar dan in het groen. En een grote knuppel in zijn hand. Nou toen de kinderen dat zagen fietsten ze snel weg. Ze moesten eigenlijk helemaal niet die kant op. Maar het moest. Ze fietsten en ze fietsten en fietsten. Tot dat ze het wezen niet meer zagen. Maar ondertussen waren ze zo ver afgedwaald. En zo vaak links of rechts afgeslagen. Ze wisten de weg niet meer. Ik kan niet meer en zou niet weten welke kant ik op moet, zei Jelle . Ik fiets wel, zei Jordi. Hé, zei Jordi die nu voor zich kon kijken. Ik zie daar een huisje. Laten we daar aanbellen. En dat deden ze. Toen ze dichter bij waren gekomen, zagen ze dat het een boerderij was. Toen ze het erf op liepen, kwam er een hond op hun afrennen. Die begon keihard te blaffen. Toen hoorden ze: Af, Boris.. op met springen en blaffen. Wat moeten jullie? vroeg de boer. Ze vertelden het verhaal. Kom maar mee. Toen Jelle en Jordi in het midden van het verhaal zaten. Ik breng jullie wel even naar binnen bij mijn vrouw. Wat is er? De kinderen vertelden het verhaal nog eens. Willen jullie een warme kop chocolademelk? Alstublieft mevrouw, zeiden ze tegelijk. En ze kregen een kop chocolademelk met een koekje. Het was binnen een minuut op. Jullie ouders zullen wel flink ongerust zijn. Wat is het telefoonnummer van jullie ouders? De kinderen waren van de schrik het telefoonnummer vergeten. Ik bel de politie wel even. Na een kwartier arriveerde de politie. De kinderen vertelden voor de derde keer hun verhaal. Eerst geloofden de agent en de agente er niks van. Maar toen werd er door hun portofoon gezegd dat er nog een melding van een buurtbewoner dat die het ook had gezien en dat er twee jochies bij weg renden. Het was inmiddels al vijf uur geweest. We zullen jullie naar huis brengen. Jullie ouders zullen wel flink ongerust zijn. De kinderen knikten. Ik woon op het Caviahof nummer 10 zei Jelle en ik op Caviahof nummer 12. Toen de kinderen thuis kwamen en ze voor de vierde keer hun verhaal vertelden begon de maag van Jordi te knorren. Blijven jullie hier eten vroeg? de moeder van Jordi. Ja, riep Jelle, jij mag het weten Jordi, zei de vader van Jordi. Jordi knikte. Wat zullen we eten? riep de vader van Jordi? Patatjes riep Jordi. Wij gaan weer riep de agent en de agente.

Zo liep alles toch nog goed af. Toch vond ik het maar een raar verhaal. Zou dit nou echt gebeurd zijn? Ik weet het niet.


Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home