www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

De vloek van Shiva
door Steven van Dinther

Borneo, de Danum-vallei. Het is zes uur in de ochtend.
Drie mannen rijden met hun auto over een zandweg richting het in mist gehulde regenwoud.
Hun auto ligt vol met scheppen, helmen, zaklantaarns, wapens en touwen.
Het drietal is bezig met een onderzoekingstocht, naar de tempels van Shiva.
In één van de tempels hopen zij de kroon van de god der goden te vinden.
De kroon, die van massief goud is, te zwaar om te dragen, heeft in het midden de vorm van een slang, de koningscobra.
De ogen van de slang zijn van diamant. Rondom de kroon zitten parels en edelstenen.
Er zijn in de afgelopen jaren meer wetenschappers geweest die de kroon zochten; niet één van hen is ooit teruggekeerd.
Er wordt beweerd dat er een vloek rust op de tempels en zijn schatten. De vloek van Shiva!
Het drietal weet dat de expeditie gevaarlijk is, maar laat zich hier niet door tegenhouden.

“We zijn er bijna mannen.” Dave, de bestuurder van de auto, rijdt stapvoets richting de rand van het woud.
“Zet de auto daar maar neer, Dave”, zegt professor Collins. Professor Collins is een man van rond de vijftig jaar.
Hij heeft in het verleden al vele schatten gevonden. Zijn rechterhand, tevens bediende, Jean Pierre, helpt hem bij het zoeken naar oude schatten.
“Meneer...meneer, we moeten niet vergeten onze muggenzalf mee te nemen. Ik heb namelijk gelezen dat het er stikt van deze kleine rotzakken.”
“Ja, ja,” antwoordt de professor, pak het spul maar uit de verbandtrommel. “Dave, ben je er klaar voor?” Dave controleert of hij alles bij zich heeft.
“Professor, ik ben er klaar voor.” “Jean Pierre?”
“Ik ook, meneer...ik ook.” “Oké mannen, dan is het tijd om te gaan!” Het drietal verdwijnt in het oerwoud.

Niet ver van waar het drietal vertrok, is een dorp. Hier wonen de Kaniquie indianen. Dit volk woont al eeuwen in de Danum-vallei.
Zij beschermen de flora en fauna van het woud en kennen de gevaren als geen ander.
“Pappa...pappa”. Een meisje, Kajehra genaamd, rent naar haar vader. “Wat is er, lieverd?” vraagt haar vader.
Zij vertelt aan haar vader dat ze drie mannen het woud in heeft zien gaan. Ze vertelt dat ze gereedschap bij zich hadden.
“Ze gaan waarschijnlijk opzoek naar de tempels, pappa.” Haar vader kijkt verontrust. Zullen deze westerlingen de tempels vinden, pappa?”
“We moeten afwachten, Kajehra. Ik hoop alleen dat zij, Kamir, de zwarte dood, niet tegenkomen.” De man staat op en loopt hoofdschuddend naar zijn hut.

In het woud zwerft al jaren een beest; één die dood en verderf zaait.
Het schijnt dat hij elk jaar van het noorden naar het zuiden reist, op zoek naar vlees, om zijn honger te stillen.
Heeft de zwarte dood misschien iets met de vloek te maken?
Even verderop in het woud loopt het drietal gestaag door. “Professor, misschien kunnen we even rusten?”
“Goed idee, Dave. We zijn al een eind opgeschoten.” Dave pakt de kaart erbij.
“Eéns even kijken. We zitten nu hier en moeten toch nog iets naar het zuiden.” “Hoe lang moeten we nog, Dave?” vraagt Jean Pierre.
“Als alles meezit komen wij met het vallen van de avond bij de tempels aan.”
Na een kleine versnapering gaat het drietal weer op pad.

Wat het zij niet weten, is dat zij gevolgd worden. Iets of iemand houdt hen goed in de gaten. De temperatuur begint aardig te stijgen.
Het is vooral Jean Pierre, die veel last van de warmte heeft. “Gaat het Jean?” “Nee, gaan jullie maar, ik ga even rusten.”
Dave twijfelt, maar de professor staat erop dat ze verdergaan.
“Gaan jullie maar, ik red me wel.” Dave knikt. “Oké, maar zodra het beter met je gaat, kom je ons achterna.”
Dave geeft aan Jean een geweer. “Voor het geval dat er wat gebeurt, Jean.” Dave en de professor lopen verder.
Na een klein uurtje te hebben gelopen, horen zij in de verte een schreeuw, gevolgd door een schot. “Jean Pierre!”
Dave en de professor twijfelen of ze naar Jean teruggaan.

Dan ziet Dave een stenen beeld.
Een beeld van een slang; de koningscobra. “Professor, daar!”
De professor loopt naar het beeld. “Dave, we zijn er, we hebben het gehaald! We zijn nu vlakbij de tempels.”
Vol enthousiasme loopt het tweetal door. Plotseling raast er iets door de bosjes heen. “Wat gebeurt er?
Wat was dat?” “Ik weet het niet professor.” Ze lopen snel door. “Daar, Dave, de tempels.” Dave kijkt op en ziet twee gigantische tempels.
“Wauw, wat een bouwwerk zeg!” “Is één van deze twee, de tempel van Shiva, professor?”
“Nee Dave, de tempel van Shiva is twee, misschien wel drie keer zo groot.”
Weer hoort het tweetal iets! “Wat is dat toch?”
“Professor, loopt u maar verder, ik kijk even wat of wie ons volgt. De professor loopt verder en volgt een stenen pad.
Dan ziet hij eindelijk de tempel van Shiva. “Dave...Dave!” roept de professor. “Ik heb hem gevonden” De professor krijgt geen antwoord.
“Ach, ik ga naar binnen. Ik heb al lang genoeg moeten wachten.” De professor loopt de tempel in.

“Wie is daar?” roept Dave. “Ik weet dat je ons volgt.”
Uit de bosjes komt een meisje. “Jullie moeten niet naar binnen gaan; het is er veel te gevaarlijk.” “Wie ben jij?” vraagt Dave.
“ Ik ben Kajehra. Jullie moeten het zelf maar weten. Jullie zullen gestraft worden.”
Het meisje rent weg. “Wacht...wacht nou even.” Dave rent richting de tempel, naar de professor toe.
“Professor? waar bent u?” “Hier ben ik Dave, hier beneden.” Dave loopt via een trap naar beneden.
“Het ruikt hier wel muf, vind u niet? Heeft u gevonden wat u zoekt?” “Nee, Dave, nog niet. Kom laten we gaan.”
Dave en de professor lopen via een gang, nog dieper de tempel in. Links en rechts van hen staan beelden van slangen.
Aan de wanden hangen maskers, die door indianen gemaakt zijn. Het zijn goden die waken over de tempel.
Hier en daar lopen ratten en kruipt er een spin voorbij. “Pas op!” Dave waarschuwt de professor net op tijd.

Er is een groot gat in de grond.
Beiden kijken ze in het gat. Ze schijnen met een zaklantaarn naar beneden. “Dave, pak het touw, en maak dat aan zo’n beeld vast.
“Wat bent u van plan, professor?” “We gaan naar beneden, Dave. Ik heb denk namelijk dat daar de kroon verborgen ligt.”
“Weet u dat zeker?” vraagt Dave. “We weten het alleen zeker, als we naar beneden gaan, Dave. Kom op.”
Dave pakt het touw vast en laat zich langzaam zakken. De professor volgt.
Ze komen bij een grote muur. Hierop staan allerlei tekens geschreven. “Wat betekenen al die tekens, professor?” vraagt Dave.
“Ik weet het niet, zoiets als dit heb ik ook nog nooit gezien. De tekens komen mij niet bekend voor.” De professor pakt een klein boekje uit zijn tas.
“Misschien dat ik hier wat in kan vinden. Er staat wel iets over in, al is het niet veel. Het is een heel oud schrift, geschreven door de Kaniquie indianen.”

Misschien was dat meisje wel een Kaniquie indiaan?” mompelt Dave. “Wat bedoel je, Dave?” “Oh, niks hoor.”
De professor loopt naar een afbeelding van een slang. Eén van de ogen is een gat. De professor steekt zijn vinger in het gat en drukt.
Hij doet een stap naar achter. De muur schuift met een hoop kabaal opzij. De mannen lopen naar binnen.
“Het is hier wel fris, professor.” Het tweetal loopt naar een offertafel. Hier ligt een skelet van een geofferde op.
‘Wat nu, professor?” De professor kijkt nog eens goed naar het geraamte. “Wat is dit?” Om de nek van het skelet hangt een medaillon.
De professor pakt het en doet het medaillon open. “Er zit een sleutel in, Dave.” Dave schijnt met zijn lantaarn in het rond.

“Daar, een deur!” Ze lopen naar een kleine houten deur. De professor stopt de sleutel in het sleutelgat en draait.
De deur gaat open. “Krijg nou wat! professor, we hebben ons doel bereikt.” “Ja, Dave, eindelijk.” Dave en de professor lopen naar binnen.
Ze zijn in de schatkamer. De schatkamer van de tempel van Shiva. In de linkerhoek van de kamer zit nog een geraamte.
Deze zit op een troon. Op zijn hoofd heeft hij de kroon van de god der doden. “Hier, Dave, hebben we het allemaal voor gedaan.”
Dave knikt en lacht.” “Jammer dat Jean het niet mee mag maken.” Dan hoort het tweetal een brul. Ze kijken achter zich.
Bij de ingang van de schatkamer zit een zeldzaam voorkomende zwarte tijger. Het is Kamir, ook wel bekend als de zwarte dood.
De deur sluit. Het tweetal kan nergens meer heen. Wederom, blijft de kroon waar hij hoort.



Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home