Kan iemand mij vertellen wie ik ben?
door Karien Verhagen
illustratie door Kiki Verheij
Hij zat daar, helemaal alleen in het donker, niemand om zich heen. Soms
keek hij wel eens rond maar het enige wat hij dan zag, was niets dan
alleen maar een zwarte ruimte. Eigenlijk vond hij het best eng daar
in dat holletje, maar hij wist dat er op een dag iets zou gaan gebeuren.
Dat had zijn overgrootmoeder verteld. Maar hij wachtte al zo lang op
die dag en nog steeds was er niets gebeurd.
Totdat hij op een morgen een wazige rode vlek op de wand zag. Terwijl
die wand normaal altijd zwart was. Iedere dag werd die vlek roder en
feller en iedere dag werd het ook warmer in zijn kleine holletje.
Hij werd zo nieuwsgierig dat hij zich niet langer meer kon inhouden
en duwde voorzichtig zijn hoofdje uit het holletje. Maar hij zag niets,
het was nog steeds alleen maar zwart wat hij zag, maar er waren geen
wanden meer. De ruimte waarin hij nu keek was veel groter. Hij kon wel
wat voelen, het spul voelde hard en korrelig aan, maar hij wist nog
steeds niet wat het was. Iedere dag probeerde hij met zijn hoofdje wat
hoger te komen, want hoe hoger hij met zijn hoofdje kwam, hoe lichter
en warmer het om zich heen werd.
Totdat hij op een dag weer in een andere ruimte kwam. Die ruimte leek
nog veel groter. Er was heel veel licht en er scheen een hele grote
gele bal net op zijn hoofdje en dat was zo lekker warm! Er waren meer
hoofdjes om zich heen die ook verbaasd in de mooie ruimte om zich heen
keken.
"Hallo," zei opeens een van die kleine hoofdjes. "Wat ben jij?" " Ik?
Dat weet ik niet, wat ben jij dan?" "Wat is dat nu voor een domme vraag?
Mijn moeder heeft mij verteld dat ik een krokus ben!" "Oh," zei hij,
" ik weet niet wat ik ben, mijn overgrootmoeder heeft mij niets verteld!"
"Nou je bent in ieder geval een bloem," zei het andere hoofdje dat een
krokus was. "Hoe weet jij dat?" vroeg hij nieuwsgierig. "Nou jij komt
toch ook uit de grond," vertelde de krokus. "Dus ben jij een bloem."
Oh, dacht hij verbaasd dus dit zwarte spul heet grond, goh wat is die
krokus slim, hij weet tenminste wat hij is, dat weet ik helemaal niet.
Floep! Daar was opeens nog een hoofdje die de grond uit kwam. "Héhé,
eindelijk ben ik boven de grond, wat een muffe stinkgrond is dit zeg,
hadden ze me nu echt nergens anders in de grond kunnen stoppen?" Verbaasd
keek hij opzij, wat een druktemaker was dat zeg, zou hij weten wat hij
was? "Hallo," zei hij zachtjes. "Weet jij wat jij bent?" Een eigenwijs
gezicht keek hem recht in zijn ogen aan. "Hoezo, weet ik wat ik ben?
Natuurlijk weet ik wat ik ben, ik ben een narcis!" "Goh dat klinkt mooi,
narcis," zei hij zachtjes tegen het ander hoofdje dat een narcis was.
"Ik word ook heel erg mooi, ik word heel mooi geel." Hij weet zelfs
hoe hij eruit komt te zien, misschien is deze narcis nog slimmer dan
de krokus. Maar hij durfde niet goed te vragen of de narcis misschien
wist wat voor een bloem hij was. "Weet jij misschien, ehheh, weet jij
misschien," hij kreeg de kans niet om het te vragen, want opeens waren
de oogjes van de narcis dicht.
De grote, gele bol was ook opeens weg en het werd donker! Oh nee, hij
zou toch niet weer de grond inzakken hè? "Neeeeeeeeee," riep hij toen
maar heel hard ik wil die grond niet meer in ik wil niet meer!" "Wat
ben jij je nu aan het aanstellen? Je zakt de grond helemaal niet meer
in, dat kan helemaal niet meer. De zon gaat gewoon onder en dan wordt
het donker en gaan de meeste normale narcissen slapen, dus ik ook!"
"Oo," zei hij verbaasd, goh wat wist die narcis veel zeg, hij wilde
ook wel een narcis worden.
De volgende morgen, werd hij wakker door die grote, gele bal die zon
heette. Het was weer lekker warm. Narcis had gisteren verteld dat die
rare dingen op zijn hoofdje druppels heette, die kwamen soms uit de
lucht vallen. De bloemen hadden die zon en die druppels nodig om te
groeien. Hij keek opzij naar narcis om te kijken of die al wakker was,
hij draaide zijn hoofdje en hij zag het mooiste wat hij ooit had gezien
in zijn hele leven. Narcis was zo mooi, hij was prachtig geel, rook
heel lekker en was heel mooi lang geworden.
"Goedemorgen tulp!" zei narcis opeens tegen iemand. Hij keek overal
om zich heen om te kijken welk hoofdje nu een tulp kon zijn. Maar hij
zag overal gele bloemen en die kende hij wel dat waren de narcissen
en de krokussen. "Nee, tulp, je hoeft niet om je heen te kijken, ik
bedoel jou," zei narcis blij tegen hem. "Bebebedoel je mij?" vroeg hij
verbaasd. "Ja, nu hoef je niet meer verdrietig te zijn, omdat je niet
weet wat je bent. Je bent een schitterende rode tulp"
 
"Ooo, ik ben een tulp! Hee, krokus ik ben een tulp, ik weet wat ik ben,
ik ben een tulp, ik ben een tulp, ik ben een tulp!" riep het hoofdje,
dat nu wist dat hij een tulp was. "Ja inderdaad," zei de krokus "en
je bent de enige rode bloem op het hele veld, iedereen kan nu goed zien
dat jij een tulp bent."
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home
|