Heksendoep
door Tugba Cadir
Lang geleden leefde er een lelijk meisje. Ze heette Saar. Saar had
een lange neus en heel veel wratten. Ze had grijs met rood haar. Iedereen
vond dat Saar op een heks leek, want Saar wist ook alles over toverdrankjes.
Op een kerstavond toen Saar naar huis ging zag ze iets in de lucht
vliegen. Een heks misschien, dacht Saar. Nee dat kan niet. Ik weet
het, zei Saar. Het is een kerstman. Gauw liep Saar naar huis. Misschien
had de kerstman voor haar een cadeautje gebracht. Ze stak de sleutel
door de sleutelgat en liep naar binnen. Saar keek in haar sok. Nee,
geen cadeautje onder de bank, tafel, deken, bed nee nergens kon Saar
een cadeautje vinden. Misschien kan de kerstman straks komen, dacht
ze na. Saar ging naar bed.
De volgende dag keek Saar weer in haar sok, maar er lag weer niks.
Saar bleef dagen en dagen op de kerstman wachten, maar de kerstman
kwam nog steeds niet. Nu had Saar een hekel aan de kerstman. Stomme
kerstman, iedereen die in de stad woont heeft een cadeautje gekregen
en ik helemaal niks. Geen een snoepje zelfs. Saar dacht diep na. Ik
heb het gevonden. Ik ga een heksensoep maken. En die geef ik aan de
kerstman, zo gaat hij dood en al die cadeautjes die krijg ik. Saar
begon met haar heksentoetje. Ze pakte een pan en heel veel suiker
en natuurlijk fruit. Ze maakte een grote vuur en lag de pan op het
vuur. Een beetje water erbij en fruit en 10 pakjes suiker. Zo, dat
wordt een lekker toetje. Saar begon met haar toverspreukje. Hatja
katja poetje hoetje ik wou dat kerstman veranderde in een toetje.
Zo zo zo, mijn toverdrankje is gelukt. Dit breng ik vanavond naar
de kerstman. En zo ben ik van de kerstman af. Maar ik zie er uit als
een heks, ik moet eruit als een mooi lief meisje. Anders weet kerstman
dat ik een heks bent. Ze pakte meteen een drankje uit de kast dat
ze vantevoren al had gemaakt. Wat goed van mij, zei Saar, dat ik zulke
toverdrankjes kan maken. Ze keek in de spiegel. Langzamerhand bleek
ze te veranderen. Ze veranderde helemaal in een mooi meisje. Zo, ik
zie er mooi uit. Saar pakte het gifdrank en ging op weg naar kerstman
toe.
Saar klopte op de deur. Er kwam niemand naar buiten. Ze probeerde
het nog eens. De kerstman kwam naar buiten. Ho ho ho wat doe jij hier,
zei de kerstman blij. Hallo kerstman, zei Saar, mijn moeder heeft
een soep voor een gemaakt. Kom binnen, zei de kerstman. Saar ging
naar binnen. Wat ben jij toch een lief mooi meisje. Mijn moeder zei
dat de kerstman het koud had en daarom..........
De volgende dag werd Saar wakker. Ik heb een superplannetje bedacht.
Ik ga het speelgoed stelen dat de kerstman rondbrengt en zo haten
al die kinderen de kerstman. Die avond begon Saar met haar superplannetje.
Ze ging naar alle huizen toe in de stad. Even later had ze alle huizen
gedaan. Zo nu heb ik alle cadeautjes die de kerstman rond heeft gebracht.
Toen alle kinderen wakker werden keken ze meteen in hun sokjes. Maar
er lag helemaal niks. Stomme kerstman, zeiden alle kinderen. Die brengt
ook nooit cadeautjes voor ons. Die avond ging kerstman weer rond met
zijn pakjes. In elke sok 1 cadeautje. Maar wat was dat, hij zag allemaal
brieven in de sokken. Het begon zo. Beste kerstman 25 december We
hebben vandaag helemaal niks gekregen. We vinden u heel stom. Niet
alleen ik maar ook andere kinderen. Ik hoop dat u dit begrepen heeft.
We hoeven nu ook geen cadeautje meer van u. Tot ziens.
De kerstman was erg geschrokken en liep huilend naar huis. Arme kerstman.
Wat moest hij nu doen. Hij ging naar het mooie meisje toe. Klopte
op de deur en het mooie meisje kwam naar buiten.De kerstman vroeg
hulp aan Saar. En vertelde alles wat er gebeurd was. Lieve Saar, misschien
kan jij me nog helpen. Maar wat is dat nou. De kerstman zag allemaal
cadeautjes op de grond. Hoe kom jij aan die cadeautjes, vroeg de kerstman.
Uuuuu, even wist Saar niet wat ze moest zeggen. Die uuu die heb ik
gekregen. Die cadeautjes komen mij bekend voor. Snel ging Saar weer
over de kinderen praten. Ik weet ook niet wat ik moet doen. Ga nu
maar naar huis we denken er morgen wel over na.
De volgende dag toen de kerstman wakker werd ging hij meteen naar
Saar toe. De kerstman wist dat Saar al die cadeautjes had. Kerstman
klopte op de deur. Saar zag er lelijk uit. Maar jij bent toch het
mooie meisje. Maar wat is er nu met je gebeurd. Ik ik, begon Saar.
Ik weet dat je een heks bent, maar als jij die cadeautjes aan me geeft,
krijg jij een grote pakje van me. En je krijgt elk jaar cadeautjes.
Goed, zei Saar en gaf het pakje. Saar had een grote Barbie gekregen.
Wat ze altijd wilde hebben. Saar gaf al de cadeaus aan de kerstman.
De kerstman en Saar brachten al de cadeaus rond. En zo werd het toch
nog een leuk feest.
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home