Sintepiet
door Carry W. Zijlstra-van Dijk
Het huis van Sinterklaas klinken geen Sinterklaasliedjes en er wordt
niet gelachen. Alle pieten fluisteren en lopen op hun tenen door de
kamers. De Hoofdpiet kijkt heel ernstig.
Uche-uche-uche-uch.
Sinterklaas is ziek.
"Een zware kou, Sinterklaas", zegt de dokter die naast het
bed staat. "Blijf maar lekker liggen. Drie maal per dag een lepel
hoestdrank, vier maal per dag een tabletje en veel thee met honing
en citroen."
"Ik, uche-uche, kan niet in bed, uche-uche, blijven", hoest
Sinterklaas. "Ik moet het dak op, ik moet op bezoek bij de kinderen.
Ik moet..."
"In bed blijven", zegt de dokter streng.
Sinterklaas hoort het al niet meer.
Hij slaapt.
De grote klok in de werkkamer van Sinterklaas slaat vier uur.
De Hoofdpiet loopt heen en weer door de gang.
Hoe moet het nu met Sandy en Marc? Dáár zou de Sint
om vijf uur zijn. Ik moet hem wakker maken, denkt hij, anders komt
hij beslist te laat.
"Sinterklaas?"
Voorzichtig legt de Hoofdpiet zijn hand op Sints voorhoofd.
Gloeiend heet. Sinterklaas heeft koorts! Hij kán helemaal de
straat niet op.
De Hoofdpiet kijkt naar de mooie mantel die al klaar hangt.
Hij kijkt naar de mijter. Hij kijkt naar de staf.
Dat is het! Hijzelf, hij, de Hoofdpiet, zal vandaag doen alsof hij
de Sint is.
Zachtjes neemt hij de mantel van het haakje, zet de mijter op zijn
zwarte krullenbol en pakt de staf. Op zijn tenen sluipt hij de kamer
uit.
De Hoofdpiet weet precies wat hij moet doen om op Sinterklaas te lijken.
In de bakkerij doopt hij een dikke prop watten in het meel en poedert
zijn armen en gezicht, zo wit als hij maar kan.
In de badkamer maakt hij van een pak zigzagwatten een mooie, golvende
baard. Met plakband plakt hij die voorzichtig op zijn wangen.
Nu de kleren nog. Wat een geluk, alles past precies.
Hij bekijkt zichzelf in de spiegel. Keurig hoor, niemand kan zien
dat hij niet de échte Sint is.
Met zware stappen loopt hij naar de pakjeskamer en net zoals Sinterklaas
altijd doet vraagt hij:
"Pakjespieten, waar is de zak voor Sandy en Marc?"
Het wordt heel stil in de pakjeskamer.
"Wat, waarom?" durft een piet eindelijk te vragen.
De Hoofdpiet doet of hij het niet hoort.
"Zet mijn paard klaar en breng de zak voor Sandy en Marc naar
buiten."
Hij probeert zijn stem op die van de Sint te laten lijken.
"Ja, Hoofdpiet, Sintepiet."
"Over een uur ben ik terug."
Het valt helemaal niet mee om op het paard te klimmen. Eerst rolt
de mijter van zijn hoofd, daarna glijdt de staf op de grond. Eindelijk
zit hij.
"Vooruit, paard".
Hij klopt op de nek van de schimmel.
Het paard schudt met zijn hoofd en schraapt met zijn hoeven over de
straatstenen, maar lopen? Ho maar!
"Lief paardje, loop nou", vleit de Hoofdpiet. "We moeten
naar Sandy en Marc."
De schimmel draait zijn hoofd naar de Hoofdpiet en snuffelt eens aan
hem. Die rare man op zijn rug ruikt bekend, en ook weer niet. Sandy
en Marc kent hij wel, daar gaat hij graag heen. Ze geven hem vast
weer zo'n lekkere wortel! Als hij daaraan denkt, doet hijmaar wat
die malle man op zijn rug zegt. Een wortel, mmmmm.
"Daar wordt aan de deur geklopt", zingen Sandy en Marc als
ze het paard horen.
Met een schok staat de schimmel stil. De arme Hoofdpiet vliegt zomaar,
over het paardenhoofd heen, op de straat.
De mijter en de staf kletteren op de grond.
"Au, au," jammert hij, "mijn knie, mijn knie."
De voordeur gaat open.
"Sinterklaas, bent u gevallen? Sinterklaas? Wie bent u?"
vraagt Marc.
"Ik ben Sintepiet, Pietesint, nee, Sinterklaas natuurlijk",
zegt de Hoofdpiet en stapt de gang in.
"Sinterklaas? Die heeft toch geen zwarte krullen?"
"Mama, papa! Sinterklaas is gekleurd", roept Marc.
"Wat zeg je daar?"
Papa's mond valt open van verbazing als hij de vreemde Sinterklaas
ziet. Voor hij ook maar iets kan zeggen, stopt toeterend een auto
voor het huis en wie stapt daar hoestend en niezend uit?
Sinterklaas.
"Dag kinderen, dag papa en mama", zegt hij wat schor, en
ook hij stapt de gang in.
"Hoofdpiet, wat heeft dit te betekenen?"
"Sint, u was ziek en toen heb ik mij u gemaakt, want Sandy en
Marc zaten te wachten."
Sinterklaas schudt zijn grijze hoofd.
"Dus zo zie ik eruit, Piet?"
"Ja, Sinterklaas!"
"Nee", zegt Sandy. "Uw baard is veel mooier."
"Uw gezicht ook, Sint, dat is niet zo gestreept."
Sinterklaas lacht, lácht, en hij lacht nog als hij allang in
de kamer naast de haard zit met een lekkere kop warme chocolademelk.
"Piet, Piet."
Hij veegt de lachtranen uit zijn ogen.
"Je lijkt wel een zebra, met die malle meelstrepen over je snoet."
Mama krijgt een beetje medelijden met de Hoofdpiet.
"Sinterklaas, het was toch wel erg lief van hem dat hij u wilde
helpen."
"Dat is waar", knikt de Sint, "en omdat je zo je best
gedaan hebt, mag jij vanavond de cadeautjes uitdelen. Jij mag vanavond
Sinterklaas zijn."
Dat laat de Hoofdpiet zich geen twee keer zeggen. Met papa haalt hij
de zware zak van het paard en samen slepen ze die naar de kamer.
Een uur later zijn alle pakjes uitgedeeld.
"Dat heb je heel goed gedaan, Piet", zegt Sinterklaas tevreden.
"Morgen mag je weer Sintepiet zijn."
"Nee, nee, Sint, alstublieft niet", roept de Hoofdpiet geschrokken.
"Ik wil niet meer op dat enge, hoge paard. Nee, Sint, ik word
nooit meer Sintepiet of Pietesint, ik blijf veel liever gewoon een
pietenbaas."
Je kunt Carry mailen: cwzvd@hotmail.com
O ok jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee ! !

omhoog home