www. kinderverhalen. nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Nooit weer
door Carry W. Zijlstra-van Dijk

De wind giert om het huis van Sinterklaas. Hij duwt tegen de voordeur, boldert langs de ramen en blaast enge geluiden door de schoorsteen. De bomen voor het huis zwiepen heen en weer. Bezorgd kijkt de Hoofdpiet naar buiten. Wat een storm! Moet Sinterklaas dáár straks doorheen? Dat kan toch niet. Hij waait vast met zijn paard van het dak en als hij terugkomt, is zijn baard natuurlijk weer helemaal in de war. Wie moet hem uitkammen? De Hoofdpiet! Wie heeft daar een grote hekel aan? De Hoofdpiet! Ergens in het huis rinkelt een telefoon. Telefoon, denkt de Hoofdpiet, dát is het! Ik bestel een taxi. De Sint hoeft dan niet door de te rijden. Hij waait niet van het dak en er komen geen knopen in zijn baard.

Sinterklaas vindt het plan maar niets.
"Waarom, Piet? Ik rijd toch altijd op mijn schimmel? Van het dak afwaaien? Dat gebeurt niet."
"Uw baard dan, Sinterklaas. Hij is altijd in de war als u terugkomt. Hier een knoop, daar een knoop. Ga nou met de auto."
Piet heeft gelijk, denkt Sinterklaas, mijn baard moet na elke rijtoer gekamd worden.
"Vooruit dan maar. Jouw idee is misschien toch niet zo slecht, Piet."

Sinterklaas is vertrokken.
De Hoofdpiet kijkt hem na. Deftig hoor, Sint in zo'n grote auto; veel deftiger dan op die malle schimmel. De Hoofdpiet is tevreden, maar Sinterklaas?
Bij het eerste huis waar hij moet zijn, stopt de taxi. Beleefd houdt de chauffeur de deur voor hem open.
"Denk om uw mijter, Sinterklaas."
De Sint buigt diep, maar niet diep genoeg. De mijter raakt nog net de deuropening en rolt van Sints hoofd in een regenplas. De chauffeur raapt hem op.
"Uw mijter is kletsnat. Wat nu?"
"Leg hem maar in de auto, chauffeur, een natte mijter op mijn hoofd is ook niet prettig. Wil je mijn staf even aangeven en de zak met het nummer één?"
Zonder mijter, met in zijn ene hand de staf en in zijn andere hand een zak met speelgoed, staat Sinterklaas voor het huis. De wind rukt aan zijn baard en speelt met zijn lange krullen. Hoe komt hij nu boven? Zijn trouwe paard sprong altijd, hoepla, zo van de straat op het dak, maar nu moet hij zelf klimmen.
"Vooruit, doe je best", mompelt hij.
Daar gaat de Sint. Langs de regenpijp, met de zak op zijn rug. De staf staat tegen de muur, die kan niet mee.

Wat valt dat tegen!
De regenpijp is glad, de stenen zijn ruw. De witte, kanten handschoenen van Sinterklaas zijn al vuil en gescheurd als hij nog lang niet boven is.
Eindelijk staat hij naast de schoorsteen. Kletsnat, doodmoe en wat erger is, boos! Boos op de Hoofdpiet, zó boos, dat hij een heel lelijk woord zou zeggen, als hij Sinterklaas niet was! Zo gaat het de hele nacht door. Bozer, steeds bozer wordt de Sint en als hij eindelijk thuiskomt, is hij wóedend.

De Hoofdpiet hoort de taxi voor het huis stoppen. Fijn, daar is de Sint. Hij holt naar de deur.
"Sint! Hoe was het? Veel fijner, hè?"
Ja, dát wilde de Hoofdpiet vragen, maar hij komt niet verder dan: "Sint! Hoe..."
Uche-uche-ha-hatsjie, hoest en niest Sinterklaas.
"Beter voor mijn baard, hè? Zie je de knopen?"
Met boze stappen loopt hij door de gang. Toevallig kijkt hij in de grote gangspiegel en zijn mond valt open van verbazing.
"B-b-ben ik dat?" stottert hij.
Wat ziet hij er uit! Niet alleen zijn baard is één grote knoop, ook zijn mooie, lange haar. Hij heeft een zwarte veeg over zijn neus en zijn schoenen zijn doornat. Zijn tabberd, de beste die hij heeft, is op drie plaatsen gescheurd. De gouden staf zit onder de krassen van het tegen de muren zetten. Sinterklaas kijkt en kijkt, dan buldert zijn lach door het huis.
"Ha, ha, beter voor mijn baard."
Hij slaat op zijn knieën van pret.
"Van het dak afwaaien, ha, ha, ha."
Hij pakt de modderige, druipende mijter uit een zak en houdt hem in de hoogte.
"Ha, ha, ha."
Uit alle kamers komen pieten aanrennen. Wat is er toch? Ze schrikken.
"O, Sinterklaas!"
De Sint lacht en blijft lachen.
"Hete anijsmelk, kok", roept de Hoofdpiet. Zelf haalt hij een teil met warm water en Sints kamerjas.
Het lijkt wel feest in het huis van Sinterklaas.
Naast de fel brandende, open haard zit de Sint in zijn grote leunstoel met zijn voeten in de teil met water. Zo nu en dan drinkt hij van de anijsmelk en knabbelt aan een groot stuk speculaas. De pieten zitten om hem heen, ook al met anijsmelk en speculaas.
Tevreden kijkt Sinterklaas de kring rond, zijn boosheid is helemaal verdwenen.
"Hoofdpiet, je hebt het goed bedoeld, maar voortaan ga ik weer met mijn trouwe schimmel het dak op. Ik zal mijn baard en mijn haar vlechten, dan komen daar geen knopen meer in. Maar met de auto? Met de auto ga ik nóóit weer!"


Je kunt Carry mailen: cwzvd@hotmail.com

O ok jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee ! !


omhoog    home