Het schilderij
door Rianne Wijmenga
Waarom? Waarom zit ik hier opgesloten?
Die vraag tolt al twee jaar door Ambers hoofd.
Wie heeft er nou een lelijke oude heks als oma? Een die haar kleindochter
op de zolder van haar afgelegen huis opsluit?
Amber knijpt haar laatste tube verf leeg op haar palet. Groen. De
vieste groen die ze ooit gezien heeft. Maar het is haar laatste kleur.
Samen met wat opgedroogde witte verf en water maakt Amber haar schilderijtje
af. Een landschap. Met bergen, die staan voor de driftbuien die ze
vroeger wel had en gelijkmatig gras voor de rust die ze, volgens haar
moeder, over zich zou hebben. En nu ook, met groen, een dikke, oude
boom voor haar eigen karakter en een lege, bodemloze vijver voor de
verloren jaren.
"Wat zou moeder dit prachtig gevonden hebben," verzucht
Amber. Ze schrikt van haar eigen stem. Die heeft ze lang niet gehoord.
In zichzelf gekeerd haalt ze haar doek, een oud kleed op een raamwerk
van oud hout gespijkerd, van de ezel en hangt het aan een kromme spijker
in de muur. Dan doet ze een paar stappen achteruit en keurt 'zichzelf'.
De bergen hadden wel iets piekiger gemogen en de boom minder dik,
maar dat laat ze nu maar zo.
Amber laat zich lusteloos in een leunstoel vallen. De veren kraken
en een wolk stof vliegt omhoog. Het meisje hoest en wappert om zich
heen. Dat ze niet eens een stofdoek krijgt om de boel hier een grondig
schoon te maken!
Gelukkig krijgt ze te eten - altijd net genoeg - en heeft ze de mogelijkheid
zich te wassen en zelfs een bad te nemen.
De tobbe staat in een hoek, met daarin koud water. Vanochtend had
ze haar wekelijkse hoeveelheid heet water gekregen. Daarin had ze
een bad genomen.
Nu stond dat daar voor gebruik in de aankomende week.
Amber beweegt haar voeten op en neer en raakt daarbij haar bureau
- een oude, gevaarlijk krakende keukentafel. Haar schoolboeken en
de cursussen die ze via de post volgt liggen er slordig over verspreid.
Een diepe zucht doorbreekt de stilte op zolder even. En de achterdeur
die beneden dichtslaat - oma vertrekt naar de middagdienst van haar
gemeente.Amber springt op en kijkt haar na, terwijl ze in haar oude
autootje wegtuft.
Als ze ver genoeg weg is, trekt de kleindochter een draagbaar radiootje
tevoorschijn. Batterijen krijgt ze gelukkig wel af en toe. Ze stemt
het apparaatje af op haar favoriete zender en krakend komen dan nieuwe
en oude nummers de kale zolder op.
Vrolijk doet Amber een paar stijldanspasjes en gaat dan over op het
moderne swingen, gecombineerd met wat jazzdance van drie jaar geleden.
Als de popzender plotseling overstemd wordt door een klassieke zender,
gaat Amber weer over op het stijldansen. Ze herinnert zich zo goed
mogelijk de lessen die haar vader haar voor de grap had gegeven.
Helemaal in de stemming duikt ze een kwartier later in een oude koffer.
Na wat rommelen vindt ze daarin wat oude kleding van haar moeder.
Even stokt Ambers adem bij het zien van een prachtige wijde jurk.
Ze kan zich haar moeder hier nog zo goed in herinneren. Ze had het
kledingstuk speciaal voor een chic feest van vaders werk gekocht.
Trots had ze de jurk aan haar dochter laten zien. Hierbij had ze rondjes
gedraaid, waardoor de rok wijd uitwaaierde. Amber was er heel enthousiast
over geweest, maar had 'm na die avond nooit meer gezien.Tot nu.
Zou de jurk haar passen? Voorzichtig ontkreukt ze de jurk zo goed
en zo kwaad als het gaat. Dan trekt ze haar eigen afgelopen spijkerbroek
en fleece-trui vol kale plekken uit en laat ze jurk van zijde over
haar hoofd glijden.
De jurk zit als gegoten. Amber glimlacht trots en vindt het jammer
dat ze geen spiegel op de zolder heeft.
Vol overgave stort ze zich dan weer op de klassieke muziek. Wat cha-cha-cha,
rumba, tango, wals - alles gooit ze door elkaar.
Tot haar schrik ziet Amber haar oma thuiskomen. Nou ja, zien. Ze
hoort het karretje rammelend en puffend het schots en scheve weggetje
naar het huis opkomen.
Met een snelle uithaal trekt ze de radio van de vensterbank, waar
deze wel erg in het zicht staat. Niet dat oma de zolder ook maar een
blik waardig zou keuren, maar toch. Ze draait de volumeknop naar 'uit'
en laat zich weer in haar stoel vallen.
Over de leuning hangend rommelt Amber verder in de kist. Tot haar
vreugde vindt ze de omslagdoek die haar moeder bij deze jurk droeg
en haar deftige sandaaltjes met hoge hakken.
De schoenen trekt ze aan, de omslagdoek houdt ze in haar handen. Veel
herinneringen komen weer naar boven. Aan de gelukkige tijd met haar
ouders, maar ook aan haar moeders ongeluk, haar vaders nieuwe vriendin
en uiteindelijk zijn inzinking en dood.
De dag dat oma haar in huis nam en haar in de auto naar haar huis
terloops vertelde dat haar vader zelfmoord had gepleegd zou ze nooit
meer vergeten.
Ze was compleet overstuur en vanaf die dag heeft ze geprobeerd haar
oma zoveel mogelijk te mijden. Wat uiteindelijk uitmondde in het eerste
en langste huisarrest die ze ooit had gehad.
Maar Amber heeft het niet eens zo slecht. Meestal krijgt ze haar eten
gewikkeld in een krant, die ze dan ook leest. En wat daar voor ellende
in staat.
Amber kijkt haar zolder rond. Op verschillende plaatsten hangen eigen
schilderijen. Vroeger ging ze in haar vrije tijd naar de bibliotheek
en las daar alles wat ze te pakken kon krijgen en nam de rest mee
naar huis.
Tegenwoordig schildert ze. Van oma krijgt ze met haar verjaardag in
juni en met Sinterklaas verf, penselen en papier. Niet veel, maar
genoeg voor een maandje of twee, drie soms. Veel volgeschilderde vellen
stopt ze in een oude kist, sommigen hangt ze aan de muur.
Heel soms maakt ze een doek. Tot nu toe nog maar drie keer. De doeken
hangen alledrie aan de muur. Haar 'zelfportret' hangt recht voor haar
stoel.
Dan ziet Amber plotseling dat de kruin van de boom wat is uitgelopen.
Met haar moeders doek over haar arm loopt ze naar het schilderij.
Voorzichtig probeert ze de druppel weg te vegen.
Maar tot haar grote schrik verdwijnt haar vinger in het schilderij.
Meteen trekt ze 'm terug, bang dat ze door het doek heen geprikt heeft.
Maar nergens zit een gat. Verbaasd probeert Amber het nog een keer
en met gemak verdwijnt haar hele hand.
Beneden haar stommelt haar oma door het huis. Misschien komt ze via
haar schilderij wel in een heel andere wereld terecht.
Amber twijfelt nog even, maar als ze haar oma's ziekelijke blafje
hoort, zet ze door.
Na haar hand verdwijnt haar hele arm. Amber voelt dat ze opgetild
wordt en 'wegvliegt'.
Even later rolt ze over het gras.
Langzaam opent ze haar ogen en ziet dat ze ergens buiten is. Amber
staat op en ademt de frisse lucht in.
In de verte ziet ze hoge bergen, licht dreigend, maar prachtig adembenemend.
Om haar heen is veel groen. Een diepe, groene vijver, een oude boom
in verschillende tinten groen. Vies groen.
Ambers ogen sperren zich wijd open. Dit is haar schilderij! Ze is
ìn haar schilderij! En het is geen droom - voor zover ze dat
kan controleren dan.
De zwarte spatjes, die per ongeluk op haar schilderij terecht zijn
gekomen, zijn tot leven gekomen. Als vogeltjes in de blauwe, wolkloze
lucht en konijntje op het viesgroene gras brengen ze het schilderij
tot leven.
En daar staat zij, Amber, middenin. In haar moeders jurk. Met de wind
die door haar lange, van een onbenoembare lichte kleur haren speelt.
Met pikzwarte konijntjes die rond haar voeten dartelen en vogeltjes
die in de groene boom neerstrijken en de nummer 1 van de Pop Top 30
fluiten.
Amber lacht. Dit is perfect. En haar schilderij is zo nog mooier dan
op doek. In de verte, achter haar eigen boom ziet ze een bos, aan
de andere kant een klein dorpje en voor zich, op de plaats waar ze
anders zou staan kijken is een prachtig blauw meer.
Het meisje, dat twee jaar gevangen heeft gezeten, laat zich in het
gras vallen en lacht. Ze is zo vrolijk dat ze wel kan zingen. En dat
doet ze dan ook. Met haar ongetrainde stem zingt ze met de vogeltjes
mee. Ze kent de woorden van het lied amper, maar murmelt wat zodat
het toch nog ergens op lijkt. En na de nummer 1 uit de top gaan ze
over in de nummer 2. Amber is zeer verbaasd, maar stoort zich er niet
aan. Ook nu zingt ze mee.
"Stoor ik?"
Amber vliegt overeind. Haar ogen staan wijd open van schrik.
Voor haar staat een jongen van een jaar of zestien, zeventien. Hij
is lang, wel een kop groter dan zij. Hij heeft blond haar, dat modern
in stekeltjes gestyld was. Hij is helemaal nat en druipt van het water.
Maar zijn prachtige ogen met verschillende kleuren in de irissen trekken
haar aandacht meer.
Vrolijk kijkt hij haar aan. "Sorry als ik je stoor, maar kan
jij mij vertellen waar ik ben? Ik ben hier net terechtgekomen en hoorde
je zingen."
"Oh, let daar niet op," hakkelt Amber, "ik kan namelijk
niet zingen."
De jongen glimlacht breed. "Valt wel mee toch?"
Amber krijgt een kleur en zakt terug in het gras. De jongen gaat tegenover
haar zitten. "Woon je hier?"
Amber schudt haar hoofd. "Nee, ik woon bij mijn oma. Op zolder.
Daar zit ik opgesloten," flapt ze eruit.
De jongen trekt een paar rimpels in zijn voorhoofd. "Opgesloten?
Hoe kun je hier dan zijn?"
Amber vertelt hem, eerste verlegend, dan zich wat meer op haar gemak
voelend, over haar schilderij, hoe ze dat naar haar karakter geschilderd
heeft en hoe ze er toen in verdween.
"Ik ook" roept de jongen tegenover haar na haar verhaal
uit. Nu is Amber degene die verbaasd kijkt. "Ook?"
"Ik heb ook een schilderij gemaakt over mijn karakter. Van dat
meertje daar en daarachter dat dorpje," antwoordt de jongen,
terwijl hij met zijn gebaren de verschillende elementen aanwijst.
"En toen werd ik ook door mijn schilderij opgeslokt en kwam ik
recht in het meertje terecht. Dat neemt namelijk het grootste gedeelte
van mijn werk in."
Amber kan een plagerig lachje niet onderdrukken. Helemaal niet na
twee jaar nooit iemand gesproken of geplaagd te hebben.
"Vind je dat grappig?" vraagt de jongen gespeeld gekwetst.
"Eigenlijk wel, ja."
"Nou, leuk is dat."
"Best wel, ja."
"Hou je op?!"
"Moet dat dan?"
"Ja."
"Van wie?"
"Van mij, dat hoor je toch!"
"Oh. En wie mag jij dan wel zijn?" Amber slaat haar armen
voor haar borst en kijkt de jongen brutaal aan.
"Lance." Hij kijkt brutaal terug.
"Oh."
"Wat oh?"
"Alleen Lance?"
"Nee, natuurlijk niet. Lance William."
"William? Dè William misschien? De William van."
"Van John, ja. Dat is mijn vader."
"Maar dan ben jij de zoon van een beroemde regisseur!"
"Je meent het," zegt Lance sarcastisch. Hij laat zich achterover
vallen in het gras.
Amber elleboogt naar hem toe en gaat naast hem liggen. "Hoe is
dat? Om een beroemde ouder te hebben?"
"Oh," antwoordt Lance, "wel leuk, hoor. Maar soms vervelend.
Iedereen weet alles van je en sommige mensen vinden je alleen maar
aardig omdat je bekend bent."
"Ik heb heel lang geleden een film van je vader gezien. Een van
de weinige films die ik in de bioscoop heb gezien. Ik was er helemaal
van
ondersteboven."
"Welke film bedoel je?"
"Die over een meisje dat wegloopt van huis, maar zoveel ellende
tegenkomt dat ze terug gaat."
"'Eight miles away'?"
"Ja, dat was 'm."
"Dat is ook mijn favoriet."
Even is het stil. Naast elkaar liggen ze naar de lucht te staren.
"Hoe zouden we hier weg kunnen komen?" vraagt Lance zich
opeens hardop af.
"Geen idee. Maar ik weet niet of ik hier wel weg wil. Terug naar
mijn oma, bedoel ik."
"Is die zo erg?"
En Amber vertelt haar levensverhaal, het rolt gewoon uit haar mond.
Lance ligt stil te luisteren. "Wow," reageert hij. "Dat
is meer dan ik in mijn hele leven heb meegemaakt."
Weer is het stil. Dan stelt Lance voor dat ze met hem mee gaat. Voor
eventjes. Gewoon om de normale wereld weer even te proeven.
Amber veert op. "Meen je dat? Gewoon, zomaar?"
Lance knikt. "Maar dan moeten we eerst uitzoeken hoe we er kunnen
komen."
Amber staat op en trekt hem overeind. "Kom dan!" Maar dan
stopt ze. "Oh. In deze kleding kan ik toch niet mee? Dan moet
ik eerst even normale kleren aantrekken."
Hij pakt haar hand vast. "Je krijgt wel iets van mijn zus."
Maar op dat moment raakt Amber 'haar' boom aan en vliegen ze samen
haar zolder op.
Lance knippert verbaasd met zijn ogen. "Woon je hier al twee
jaar?"
Amber knikt en gaat op zoek naar haar beste spijkerbroek en mooiste
blouse.
Achter een oud scherm kleedt ze zich om, maar als ze klaar is, zegt
Lance dat haar kleding allang 'uit' is.
"Tuurlijk. Het is twee jaar geleden dat ik naar de winkel ben
geweest."
"Dan moet je toch nog even langs mijn zus."
"Tsja, dan zit er niets anders op. Of." Amber duikt onder
haar bed en vist er haar portemonnee weg. Die had ze gelukkig kunnen
behouden. "Mijn bankpas!
Laten we naar de stad gaan."
Lance trekt een vies gezicht, maar Amber weet hem over te halen.
Samen stappen ze het schilderij weer in. Dan lopen ze naar zijn gedeelte.
"Wat een prachtig meer!" roept Amber uit.
"En ook erg nat!"
Amber lacht. Het is lang geleden dat ze het gezellig heeft gehad.
Met iemand.
"Oké, nu naar mijn huis."
Gelukkig vinden ze snel de 'poort', een oude eik, die wel een bruine
stam heeft, en zo komen ze terecht op de zolder van Lance' huis.
"Mijn atelier," zegt deze trots.
Amber kijkt haar ogen uit. De zolder als atelier, dat is nog eens
wat anders dan al woonruimte.
Ze lopen de trap af en Lance wil ongezien naar buiten gaan. Maar op
de gang komen ze zijn zus Froukje tegen.
"Lance, je moet." Maar wat hij moet krijgt hij niet te horen,
want Froukje merkt Amber op. "Wie is zij en hoe is zij hier binnengekomen
zonder dat ik het gemerkt heb?"
"Dit is." Te laat bedenkt hij dat hij helemaal niet wet
wie zij is. Maar Amber reageert gelukkig snel en schudt Froukje de
hand. "Ik ben Amber.
Jij moet Lance' zus zijn. Hij heeft me over je verteld."
"Positief of negatief?" vraagt Froukje argwanend.
"Ach, zoals broers en zussen met elkaar om gaan. Veel klieren,
maar niet zonder elkaar kunnen."
Froukje glimlacht. "Het zal wel. Hoe ben je hier eigenlijk binnengekomen?"
"Oh, dat leg ik je nog wel eens uit," onderbreekt Lance
hen. Hij trekt Amber mee.
"Is dat trouwens je nieuwe vriendinnetje?" roept Froukje
hen na.
"Ja!" antwoordt Lance en hij zoent Amber vol op haar mond.
Froukje maakt wat vreemde geluiden en verdwijnt dan weer in de woonkamer.
Langzaam laat Lance Amber los. Die staat helemaal te trillen op haar
benen.
Twee jaar uit het sociale leven en meteen dit.
"Sorry," zegt Lance, maar aan de lach in zijn stem is te
horen dat hij er niets van meent.
"Oh." weet Amber uit te brengen.
"Alles oké?" Lance zwaait met zijn hand voor haar
ogen. "Leef je nog?"
"Hm? Oh, ja hoor."
"Dat had ik dus niet moeten doen," merkt Lance op.
"Oh, jawel hoor. Maar ik ben nog een beetje. Ik moet weer wennen
aan.. alles."
Lance is even stil en loopt dan verder. Amber loopt achter hem aan.
"Lance, toe nou.."
"Hier in het schuurtje staat mijn scooter."
"Gaaf."
Lance rijdt zijn scooter naar buiten en reikt Amber een helm aan.
Samen stappen ze op het voertuig en in volle vaart rijden ze weg.
Amber slaat haar armen stevig om Lance heen, om zich vast te houden,
maar ook omdat ze het gevoel heeft dat ze iets goed moet maken.
Zo komen ze al snel in de stad.
Amber kent de stad niet, maar weet Lance al snel het ene na het andere
leuke kledingzaakje in te krijgen. Ze hebben veel lol samen. Lance
wordt niet chagrijnig van het shoppen, hoewel hij dat wel voorspeld
had.
Uiteindelijk komen ze in een groot warenhuis, waar Amber een broek
en een shirt wil passen. Lance installeert zich in een rieten stoel
tegenover haar pashokje. Tussen zijn voeten houdt hij een plastic
tasje, waarin een al gekochte lange rok zit.
"Tadaa!" Vrolijk stapt Amber uit het hokje om de kleren
te showen.
"Staat je goed," mompelt Lance.
"Jongens weten ook niets van kleding, he?!" grinnikt Amber.
"Ik vind dit een geweldige combinatie en ga 'm kopen. Dan kunnen
we daarna naar huis."
"Dan ga ik nu even naar de cd's, als je het niet erg vindt."
"Is goed."
Lance reikt Amber haar plastic tasje aan, maar in plaats van het over
te geven, pakt hij haar pols beet. Met een draai, zodat zijn arm om
haar heen komt, trekt hij haar naar zich toe.
"Ben je al weer wat gewend?"
Amber lacht. "Ja hoor, dat gaat zo snel."
Langzaam buigt Lance zijn hoofd naar haar toe, maar Amber is sneller.
Ze draait uit zijn arm, het pashokje in. En Lance komt achter haar
aan.Amber schuift het gordijntje dicht. "Je zit aan de verkeerde
kant, hoor. En je wilde naar de cd's."
"Oh? Is dat zo? Ik heb iets anders gevonden." Hij slaat
zijn armen om haar heen. Amber legt de hare om zijn hals en haar hoofd
in haar nek.
"Je bent te lang," fluistert ze.
Lance grinnikt, duwt haar tegen de spiegel en schuift haar daarlangs
met gemak omhoog, tot haar ogen op dezelfde hoogte zijn als de zijne.
Hij kust haar voorzichtig. "Leef je nu nog?"
"Tuurlijk." Amber drukt haar lippen stevig op die van Lance.
Helemaal op roze wolken zit Amber een half uur later met Lance in
zijn atelier.
"Je schilderijen zijn prachtig," merkt ze op, als ze even
heeft rondgekeken.
Lance wil iets terugzeggen, als hij zijn moeder hoort. "Lance,
kan ik even bovenkomen? Ik moet even met je praten."
"Je moet weg. En ik kan beter ook even verdwijnen," laat
hij erop volgens.
"Rol je tasje goed dicht," waarschuwt hij Amber, waarna
hij haar hand pakt en meetrekt, zijn schilderij in.
"Aaah!" Met een gil belandt Amber in Lance' meer. Proestend
komt ze boven.
Tot haar schrikt merkt ze dat haar tasje weg is, maar dat drijft gelukkig
iets verderop.
Dan duikt Lance naast haar op. "Ik zei het."
"Moest dat nou? Ik."
Maar Lance smoort haar woorden met een zoen. "Kom."
Ze zwemmen naar de kant en lopen dan naar Ambers 'poort'.
"Daar ga ik dan weer. Zie ik je nog terug?"
"Nou, euh.," begint hij plagend. "Natuurlijk! Wat denk
jij dan?!"
Blij slaat Amber een arm om hem heen. Met de andere tast ze naar de
boom.
"Ik zie je."
"Volgende week om een uur of vijf. Dan neem ik je mee stappen."
"Mijn klokje is er een maand geleden mee opgehouden."
Lance schuift zijn horloge van zijn pols en geeft het aan Amber. "Tot
volgende week."
Dan schiet Amber uit zijn armen en klapt haar kamer in.
Nog even ligt ze na te dromen in haar stoel, dan bedenkt ze dat hij
haar tasje nog heeft. Ach, dat komt wel.
Amber trekt haar pyjama aan en duikt in bed. Ze heeft geen zin om
het brood dat oma voor haar heeft neergezet op te eten. Het ligt nu
op een schoteltje op de rand van de vensterbank, bij het raam dat
een kiertje openstaat. Voor de vogeltjes.
Vijf weken lang gaat het goed. Amber gaat met Lance naar verschillende
discotheken, cafeetjes en zelf een keer naar een schoolfeest.
Ze ontmoet ook zijn beroemde vader en zijn erg bemoederende stiefmoeder.
Met beide kan ze goed opschieten, tot spijt van Lance, die haar nu
moet delen met zijn hele familie.
Maar de zesde week besluit oma dat ze haar kleindochter best wel ergens
voor kan gebruiken.
Ze stommelt de trap op, stompt tegen het luik dat de zolder afsluit
en roept het meisje. Maar als er geen antwoord komt, opent ze eerst
het kastje waardoor ze voedsel en leeg servies uitwisselen.
"Amber, stom kind, geef eens antwoord." Maar als er dan
niets komt, begint de oude dame te vloeken.
Moeizaam daalt ze de trap af en uit een stoffig kastje haalt ze een
dik sleutelbos. Ze strompelt de trap weer op en draait twee sleutels
om in twee verschillende sloten.
Met al haar krachten weet ze het luik op te lichten.
Al vloekend komt ze de zolder op.
Maar daar is niemand.
Oma barst bijna uit haar vel van woede. Ze stormt de kamer door, controleert
alle verstopplaatsen, maar kan haar kleindochter niet vinden. Dan
schuift ze een stoel in een donkere hoek en gaat erop zitten.
Even later komt Amber 'thuis'. Ze heeft een grote, gelukkige glimlach
op haar gezicht.
Maar die verdwijnt als ze ziet dat het luik open is en haar oma ontdekt.
"Oma," stamelt ze, maar het oudje komt al op haar afgestormd.
"Jij ondankbaar kreng! Jaren heb ik je beschermd tegen de buitenwereld,
heb ik je alle ruimte gegeven die je nodig had om je te ontwikkelen.
En wat doe jij? Je knijpt 'm. Je gaat er zomaar vandoor. En nog wel
door een schilderij!" roept ze uit, alsof het de normaalste zaak
van de wereld is dat haar kleindochter een schilderij binnengaat en
uitkomt.
Amber is verbaasd door wat ze hoort. Beschermen? Alle ruimte? Dan
vat haar oma dat niet erg ruim op!
Ze probeert te protesteren, maar een regen van woedende klappen daalt
op haar neer en doet haar op haar knieën zakken tot ze belooft
dat ze vanaf nu een braaf meisje zal zijn.
Oma glimlacht tevreden, maar met een duivels trekje op haar gezicht.
"Morgen kom ik weer en zal ik je zeggen welke spullen je naar
de kelder moet brengen. Dan sla ik ze daar wel op."
Ze wil zich omdraaien om weg te gaan, maar bedenkt zich, trekt het
schilderij van de muur en breekt het raamwerk. Ze scheurt de doek
aan flarden en mompelt iets over de open haard. Dan verdwijnt ze.
Amber valt snikkend op haar bed. Dit kan niet waar zijn. Weer afgesloten.
En nu van alles.
Ze haalt Lance' foto onder haar kussen vandaan. En vooral van hem.
Hij zal het niet snappen als ze volgende week niet komt opdagen. Hij
zal het waarschijnlijk verkeerd opvatten en dan is alles voorbij.
Al huilend valt Amber in slaap.
Als ze 's ochtends wakker wordt is dat door een hand in haar nek
die haar wild heen en weer schudt. "Opstaan, luiwammes!"
Amber komt vermoeid overeind.
"Dit moet weg, dit, dit, dit heb je ook niet nodig." Oma
houdt behoorlijk huis op de zolder, want Amber moet bijna alles naar
de kelder sjouwen.
Uiteindelijk staan alleen haar bureau, stoel en bed nog op zolder.
En haar kist met tekeningen en een lege koffer, want oma zal de oude
kleding gaan verbranden.
Amber heeft haar gesmeekt het te bewaren en anders alleen haar moeders
jurk.
Maar oma was onverbiddelijk.
"Het is je eigen schuld." En zo viel het luik weer dicht.
Amber brengt een kale week door. Ze hangt wat rond, kijkt naar buiten,
hangt nog wat om, bekijkt haar schilderijen, prutst eraan met een
potlood en doet verder niets. Behalve dagdromen, over Lance en zijn
wereld.
Elke dag komt oma langs om te kijken wat ze doet en Amber te straffen.
Door vaak te weinig eten te brengen, door een pak slaag of ze neemt
iets mee om te schrobben of te repareren. Of zorgt dat Amber een ander
vervelend rotklusje moet uitvoeren. En dan staat ze zelf toe te kijken,
een stuk koek of chocolade etend.
Op de zaterdag een week na oma's ontdekking ontdekt Amber haar tasje
in een hoek. Dat had ze mee naar de disco, vorige week vrijdag. Op
hun laatste avond.
Er waren ook vrienden van Lance, die ze nog kende van het schoolfeest.
Het was een geweldige avond geweest.
Tot ze thuis kwam.
Amber trekt haar tasje naar zich toe en realiseert zich dat er ook
nog spul van Lance in zit. Zijn portemonnee., drinkmuntjes. en zijn
telefoon. Amber haalt het er gedachteloos uit.
Ook haar portemonnee zit er nog in. Daarin zit haar pinpas, wat kleingeld,
de foto die ze samen met wat nieuwe vriendinnen uit Lance' klas had
gemaakt en natuurlijk een foto van haar en Lance samen, gemaakt door
Froukje.
Lance' zus was ook een goede vriendin geworden. Ze was zelfs een keer
meegegaan door het schilderij.
In Lance' portemonnee zit ook kleingeld, zijn pinpas en een foto van
haar.
Die beurs moet hij zo snel mogelijk terug. Maar hoe?
Amber speelt met de muntjes. Ze laat ze een voor een door haar vingers
glijden, pakt ze weer op en begint opnieuw.
Plotseling schiet ze overeind. Zijn telefoon! Ze wonen toch in hetzelfde
land. Met trillende vingers zet ze de telefoon aan.
Oh, een code invoeren. Snel toetst ze zijn geboortedatum in. Niet
goed. Dan die van Froukje. Ook deze blijkt ongeldig. Laatste kans.
de geboortedag van beide.
Raak! Mensen zijn ook zo voorspelbaar.
Langzaam scrolt Amber door Lance' adresboek. Het voelt niet goed,
zomaar in zijn privé-gegevens te snuffelen. Maar dit is een
noodgeval.
Daar: 'zus Froukje'!
Amber selecteert de naam, tikt door en belt het nummer van Froukjes
mobiel.
"Froukje," klinkt het heel opgewekt.
Ambers stem stokt in haar keel.
"Hallo?"
Nog durft ze niets te zeggen.
Maar dan maakt Froukjes: "Rotzak, wie je ook maar bent, hoe kom
je aan mijn nummer?" een einde aan heet verlegenheid.
"Sorry. Ik ben het, Amber."
Meteen is Froukje stil. Maar ze herwint zichzelf en vraagt verrast:
"Dus je leeft nog wel? Oh gelukkig," jubelt ze uit. "Wat
zal Lance blij zijn. Hij doet al een week niets anders dan op zijn
kamer zitten mokken. Dat het zijn eigen schuld is, ofzo."
"Nog leven? Hoe bedoel je?" vraagt Amber verbaasd.
"Toen Lance je op ging halen was jouw deel helemaal verbrand.
Hij dacht dat jullie huis in vlammen was opgegaan en dat je niet hebt
kunnen ontsnappen."
"Oh, arme Lance. Nee, zo is het niet gegaan. Mijn oma had ontdekt
wat ik deed en heeft het schilderij verbrand."
"Gelukkig. Nou ja, niet helemaal, maar ja. Het is minder erg
dan we dachten."
Amber hoort Froukje over het parket van haar kamer lopen, de deur
openen en naar Lance' kamer gaan. Ze herkent het piepen van zijn deur
en zijn stem, die zijn zus uitfoetert, voor het zomaar binnenkomen
van zijn kamer.
"Lance, ze leeft nog! Haar oma heeft alleen het schilderij verbrand!"
Een tijd lang is het doodstil, dan hoort ze Lance' stem. Hij klinkt
schor als hij "Hallo." zegt.
"Lance," fluistert Amber.
"Amber!" Lance springt zijn kamer rond, zoent zijn zus en
de telefoon en gilt door het microfoontje.
"Mijn arm oortje," mompelt Amber droog.
"Liever je oor dan jij," juicht Lance.
"Wat fijn dat ik je stem weer hoor."
"Ik heb je zo gemist. Ik zat zo in de put."
"Dat is niet zo leuk. Maar als het goed is gaat dat nu goed komen.
Lieve Lance, zorg dat ik hier weg kom!"
Even is het stil. Dan vraagt Lance: "Hoe? Waar ben je?"
"In een huis in the middle of nowhere. Een dorpje hier in de
buurt heet, geloof ik, Stanza." Tuut tuut tuut.
Verschrikt trekt Amber de telefoon bij haar oor vandaan. 'Beltegoed
op' staat er op het display.
Amber zakt tegen de rand van haar bed. Net nu. Maar ze heeft Lance
gesproken en weet zeker dat hij naar haar op zoek zal gaan.
Een week later hoort ze plotseling een andere auto dan die van haar
oma het weggetje op komen.
Het is vrijdagmiddag. De vrijdag van de paasvakantie.
Amber vliegt naar het raam en ziet een Rover hun kant uit komen. Hij
is nog te ver weg om te zien wie erin zit, maar ze hoopt maar het
beste.
Tot haar teleurstelling blijken er drie mannen in te zitten. Twee
dragen een grote cowboyhoed en een lange jas. De derde heeft zijn
haar stevig in model met heel veel gel, een snorretje en een versleten
leren jas.
Ze bellen aan. Oma doet open en ze stampen meteen naar binnen.
Amber hoort een harde woordenwisseling en uiteindelijk zware voetstappen
die naar boven komen. Zelfs de zoldertrap op!
Amber gaat op haar bed zitten, toch wat bang voor wat er zal komen.
Ze hoort vloeken, als de mannen het slot ontdekken en dan weer harde
woorden tegen oma.
Dan gaat het luik open. Twee mannen, die met het snorretje en een
met cowboyhoed, komen de zolder op.
De vent met het snorretje komt naar haar toe, trekt haar overeind
en zoent haar hard. Amber probeert zich los te vechten, maar daarom
met de man lachen.
Dan geeft hij haar plotseling een knipoog.
Verbaasd bestudeert Amber zijn gezicht, waarin ze iets bekends meent
aan te treffen, maar ze kan het niet plaatsten.
Dan gebiedt de jongeman haar spullen in de rugzak die hij haar geeft
te stoppen en samen met de andere man brengt hij haar naar beneden.
Voor haar oma zoent hij haar nog een keer en betast haar lichaam speels.
Maar oma verrekt geen spier.
Dan vertrekken de mannen, met Amber.
"Sorry," grinnikt 'het snorretje', die naast haar zit op
de achterbank, "maar dat moest even." Hij trekt het snorretje
van zijn bovenlip, verwart zijn haren wat en kijkt Amber opnieuw aan.
Nu herkent ze hem. "Steffan!" Ze valt Froukjes vriend om
de hals. "Ik hou van je! Je bent geweldig. En jullie ook,"
zegt ze tegen de mannen voorin.
Deze knikken even naar haar via de achteruitkijkspiegel.
Steffan grinnikt. "Bewaar dat maar voor iemand anders."
Plotseling remt de auto en stappen er op de bank achter Amber en Steffan
twee mensen in.
"Lance! Froukje!" Amber omhelst Froukje eerst stevig en
dan Lance, die haar over de leuning heentrekt op zijn schoot. Froukje
klautert naar haar vriend als Lance Amber onstuimig begint te zoenen.
"Die hebben wat in te halen," lacht Steffan, als hij zijn
arm om Froukje hen slaat.
"Maar daar hebben ze nu ook alle tijd voor, aangezien pa en ma
haar wel in huis willen hebben."
Je kunt je reactie op het verhaal direct naar Rianne
sturen: rcwijmenga@zonnet.nl
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home