Hooghartige Rosie
door Duygu Sultan
Er was een mooi meisje dat lange roze haren en heel mooie blauwe
ogen had en er was bijna niemand mooier dan zij. Ze heette Rosie.
Er was een probleem, ze was hooghartig en veroordeelde iedereen om
zijn uiterlijk. Want haar vader was de hertog van het land en ze waren
heel rijk, net zo als de druppels in de zee, maar omdat ze zo mooi
was vroegen prinsen, koningszonen en hertogen om met haar te trouwen.
Maar Rosie schold hen uit: Wat een dikkop, als een kikker; wat een
vetzak, als een varken. Wat een slappe, net als een dode.
Zo schold ze iedereen uit totdat ze kennismaakte met een knappe jongenman.
Hij was hertog van elders, maar Rosie schold hem ook uit voor: hertog
met schooierkleren aan. De jongeman heette Alexander. Hij was niet
arm, maar heel rijk. Toen Rosie hem ook uitschold was haar vader heel
kwaad op haar en zei: je gaat met de eerste zigeuner trouwen die aan
de kasteeldeur komt bedelen.
De volgende dag klopte iemand aan de deur. Het was een zigeuner.
Haar vader zei tegen Rosie: Je gaat met die man trouwen en je gaat
met hem mee. Rosie ging met de zigeuner mee. Toen ze een heel eind
hadden gelopen, kwamen ze bij een heel oud huis dat van de zigeuner
was. Hij zei tege haar dat ze moest werken om eten te kunnen kopen.
Ze vlocht manden en ging ze op het marktplein verkopen. Ze was bang
dat iemand haar zou herkennen en zei elke dag: Was ik maar met Alexander
getrouwd.
De volgende dag ging ze potten verkopen die ze had leren maken van
een buurvrouw. Ze ging ze verkopen, maar opeens kwam er iemand aangereden
die alle potten van haar kapot sloeg. Rosie was bang: mijn man zal
kwaad op me zijn, nu hebben we geen geld om eten te kopen, zei ze
en ging weer naar huis. Ze vertelde alles wat er was gebeurd aan haar
man. Hij zei, je moet iets anders doen. Ik zal werk voor je vinden
in het kasteel, zei hij. Vanaf toen ging ze daar werken en bij haar
terugkomt kreeg ze eten mee: een paar stukken schimmelbrood.
Op een dag was er een feest in het kasteel. Ze moest hen bedienen.
Toen ze naar binnenging zag ze Alexander. En ze was zo geschrokken
dat ze haar broodkruimels op de grond liet vallen. De broodkruimels
had ze stiekem in haar zak gedaan om thuis te eten, maar toen ze alles
liet vallen was ze zo verlegen dat ze zei: had ik maar vroeger niemand
uitgescholden. Als het nu gebeurde, zou ik hen vergeving vragen. Dat
had Alexander gehoord en zei Rosie: ik ben de zigeuner waarmee je
getrouwd bent en ik heb je potten kapotgemaakt op het marktplein.
Ik had me als iemand anders verkleed, zei Alexander. Hij vroeg haar
zou je met mij opnieuw willen trouwen. Rosie zei ja en vanaf dan leefde
Rosie en Alexander samen in het kasteel lang en gelukkig.
Ook jij kunt hier je kinderverhalen
publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home