De reis van Druppel
door Connie van den Berg
"Het is niet eerlijk," moppert Druppel en hij kijkt vanaf zijn wolk
naar beneden. Daar ziet hij al zijn regendruppelvriendjes naar beneden
dansen. En een lol dat ze hebben! "Het is je eigen schuld," bromt
vader Druppel. "Had je maar gewoon naar school moeten gaan. Er zijn
daar beneden zoveel gevaren. Maar je weet nu nog te weinig om jezelf
te kunnen redden."
"Poeh," zegt Druppel. "Ik weet genoeg. Jullie hebben me er zo vaak
over verteld." Vader schudt zijn hoofd. Met Druppel valt niet te praten.
Kom, hij zal naar de nieuwe leerlingen gaan. Die mogen binnenkort
wèl naar beneden. Druppel blijft alleen achter. Oh, wat wil hij graag
avonturen beleven. In de wolken is het zo saai. Loerend kijkt hij
om zich heen. Zal hij het proberen? Ach, waarom ook niet.
Zonder verder na te denken springt Druppel van zijn wolk af. Oh, wat
een plezier! Het is nog leuker dan Druppel verwacht heeft. Opgetogen
laat hij zich meesleuren door de wind. Plotseling wordt hij naar beneden
gedrukt. Oef, wat is de wind sterk. Zo snel wil Druppel niet gaan.
Dan is zijn reis te vlug afgelopen. De aarde komt steeds dichter en
dichterbij.
Opeens geeft de wind hem een laatste duw. Er klinkt een plons en...
Druppel is tussen andere druppels terechtgekomen. "Waar ben ik?" vraagt
hij verward. Een klein druppelmeisje vertelt hem dat hij in de zee
is. "Ik vind het hier niet leuk," zegt Druppel treurig. "Het is te
vol. Ik kan me bijna niet bewegen." "Daar wen je snel genoeg aan,"
zegt het meisje. "Pas op. Een vis. Druppel wordt ruw opzij geduwd.
Hier wil ik niet blijven, denkt hij beslist. Maar hoe kom ik weg?
Opeens weet hij het. Maar of dat ook zal lukken?
Er dobbert een vogel op het water. Druppel zwemt erheen. Hij grijpt
een poot vast. De meeuw krijgt genoeg van het zwemmen. Hij slaat zijn
vleugels uit. Druppel klemt zich stevig aan de poot vast en daar gaan
ze! Dit is pas leuk. Druppel ziet nu heel wat meer van de aarde. Een
strand met mensen, heuvels, huizen, wegen. Waar zal de vogel heen
vliegen? Misschien wel terug naar huis. Dat lijkt Druppel leuk. Dan
kan zijn vader zien hoe goed hij voor zichzelf kan zorgen.
Eensklaps voelt Druppel hoe hij begint te glijden. Wanhopig probeert
hij zich vast te houden. Het lukt niet. Druppel valt opnieuw. Niet
ver, deze keer. De vogel vloog dicht boven de huizen. Plons! "Lieve
hemel," roept het regendruppeltje verschrikt. "Ik ben toch niet weer
in de zee gevallen?" "Dit is een plas," verklaart een bejaarde druppel.
Druppel voelt hoe ze naar beneden worden gezogen. Eng hoor. Wat zal
er nu weer gebeuren? Opeens wordt het donker om hem heen. Hij zit
in de grond. "O jee," zucht Druppel. "Hier kom ik nooit meer uit."
Druppel zit in de grond. Het wordt later en later. Druppel weet niet
meer hoe lang hij daar al zit. Opeens wordt hij omhoog geduwd. Steeds
hoger. Hoe kan dat nou? Nog een duw en Druppel kan zien wat er om
zich heen afspeelt. Ja hoor, nu begrijpt hij ook wat er gebeurd is.
Hij zit boven op een molshoop. De mol is een gang aan het graven.
En hij heeft Druppel omhoog geduwd. Is dat even geluk hebben!
Stamp... stamp... stamp... Er komt een boer met grote forse stappen
aangelopen. Regelrecht op de molshoop af. Druppel wil vluchten. Het
is al te laat. Bijna wordt hij door de boer de grond ingetrapt. Net
op tijd kan hij zich aan de laarzen vastklampen. Zo reist hij verder.
De man loopt snel door. Hij is moe van het werken op de akker en verlangt
naar huis. Zonder zijn laarzen uit te trekken, stapt hij de schone
keuken in. De boerin wordt vreselijk boos. "Ben je nu helemaal," roept
ze. "Wat een modder op de vloer. Trek je laarzen uit." Ze pakt zijn
laarzen en stopt ze in een emmer sop. Foei, wat zijn die vuil.
Vol ijver begint de boerin te schrobben. Arme Druppel. Het zeepsop
prikt in zijn ogen. Er lijkt geen eind aan te komen. Ten slotte zijn
de laarzen toch schoon geworden. De boerin droogt ze af. Tevreden
hangt ze de dweil aan de waslijn. Druppel zucht opgelucht. Hier voelt
hij zich een stuk veiliger. Hij is er zo moe van geworden dat hij
in slaap valt. Daardoor merkt hij niet dat het gaat waaien. De wind
waait alle druppels van de dweil af. Steeds verder, steeds hoger.
Opeens schrikt Druppel wakker. Verbaasd kijkt hij om zich heen. Hij
ziet overal wolken. Hoe kan dat nou? Kijk, daar is de wolk waar hij
woont. Druppel wacht totdat de wind hem die kant op blaast. Als hij
er dicht genoeg bij is, grijpt hij zich aan de wolk vast. Daar heb
je vader. Die kan zijn ogen niet geloven. Is dat echt zijn zoon? Druppel
heeft hem veel te vertellen. Vader luistert en zegt dan: "Wat een
gevaarlijke reis. Geen enkel druppel wil ooit terug naar beneden.
Nu kun je me helpen de nieuwe druppels les te geven." "Nee hoor,"
roept zijn zoon verschrikt. "Veel te saai. Ik wil reizen."
En om te laten zien dat hij het echt meent, springt hij meteen weer
naar beneden. Die Druppel toch. Altijd tegen de draad in.
Voor meer verhalen van Connie van den Berg, ga naar haar
eigen site: www.homepages.hetnet.nl/~katmicky/
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home