Het piratenavontuur
door Petia Minnebach
Er waren eens. .een hele boel piraten. 22 om precies te zijn. De piraten
hadden zoals alle andere piraten een groot piratenschip. De bende
Piraten noemden zichzelf "De Bende Van Madrid". (Madrid is de hoofdstad
van Spanje) Eigenlijk was het wel een raar stelletje piraten. Er was
- heel voornaam - De Grote Opper Piraat. Dat was een grote gezette
man met een krulsnor en een lange baard. Ook droeg hij onder zijn
grote hoed een pruik met lang, pikzwart haar. Wie niet naar De Opper
Piraat luisterde en hem niet gehoorzaamde, kon er van op aan dat het
niet al te best met hem zou aflopen. De Opper Piraat had twee zwaarden,
een dolk en een pistool op zak. Het pistool bewaarde hij veilig in
zijn binnenzak van de piratenjas die hij droeg. De andere 21 piraten
hadden enkel een zwaard. Op 1 na dan; die droeg ook nog een dolk met
zich mee. En die met de dolk én het zwaard, dat was de Stuurpiraat.
Ook nogal een hoge Piet, hoor. Hij moest ook naar De Opper Piraat
luisteren, maar geen enkele andere piraat durfde hem tegen te spreken.
Dan had je nog de Kokpiraat, die zorgde voor het eten. Meestal kregen
de piraten enkel pap en bier voorgeschoteld, maar zo nu en dan rammelde
De Opper Piraat de Kokpiraat weer eens door mekaar, en dan kreeg De
Bende Van Madrid weer een paar dagen wat lekkers te eten. Tot dat
de Kokpiraat zijn belofte aan De Opper piraat om lekker eten te maken
weer vergeten was, dan rammelde De Opper Piraat hem weer door mekaar.
En die scène bleef altijd maar doorgaan. Buiten De Opper Piraat, de
Stuurpiraat en de Kokpiraat waar je al kennis mee hebt gemaakt, zijn
er nog 19 andere piraten. Die ga ik jullie niet bij naam laten onthouden,
maar je moet weten dat ze ongeveer functioneerden als matrozen. Er
was er eentje bij die bij het minste briesje zeeziek werd, eentje
die niet kon zwemmen en ook eentje die hoogtevrees had en nooit in
de mast durfde te klimmen,. Ik zei het al; het was maar een zeer raar
stelletje piraten. Nu weten jullie al wat meer over de piraten. Dus
zal ik jullie nu beginnen te vertellen over het avontuur van de piraten.
Op een dag was De Bende Van Madrid weer over zee aan het varen. Het
was toen 18 maart 1965. Plots zag Dirk, een Matroospiraat, een fles
drijven in het water. Met behulp van nog enkele andere Matroospiraten,
konden ze de fles aan boord krijgen. Er zat duidelijk een blad papier
in, dat leek op een schatkaart. Zenuwachtig ging Dirk met een paar
van zijn maten naar De Opper Piraat die in zijn privé kajuit was aan
het rusten, met een sigaar in zijn hand. Die opende de fles en ja,
er zat een schatkaart in! De matrozen sprongen een gat in de lucht.
Natuurlijk had De Opper Piraat daar commentaar op, maar voor die ene
keer begon hij niet te bulderen. Hij was zelf ook heel blij en begon
de kaart te bekijken. De schat zou zich op het onbewoonde eiland "Karlewalwi"
bevinden. "Nog nooit van gehoord" mompelde De Opper Piraat in zichzelf.
De Opper Piraat melde aan al de 21 piraten dat ze op zoek zouden gaan
naar die schat. Nadat De Opper Piraat de Kokpiraat weer eens door
mekaar had geschud, ging hij -al wachtend op zijn eten- de wereldbol
die op zijn bureau stond eens aandachtig bestuderen. Hij was met De
Bende Van Madrid al meermaals op onbewoonde eilanden geweest, altijd
om een schat te zoeken, maar ze hadden nog geen enkele keer geluk
gehad. Eenmaal had Jan, een Matroospiraat, één enkel muntstuk gevonden.
Hoe hard De Opper Piraat ook nadacht, hij kon zich niet herinneren
dat ze ooit op een eiland waren geweest dat Karlewalwi noemde. Na
enkele uren had hij het eiland nog niet gevonden. Noch op zijn kaart;
noch op de wereldbol. De naam Karlewalwi kon hij nergens vinden.
Door al dat gezoek was De Opper Piraat vergeten dat hij oorspronkelijk
op zijn eten was aan het wachten. Net toen hij wilde opstaan om de
Kokpiraat eens goed bij de tand te gaan voelen, kwam Jimmy binnen.
"Opper Piraat, Opper Piraat", bracht Jimmy al hijgend uit. "De Kokpiraat
is in slaap gevallen en we krijgen hem niet meer wakker!". "Hoe kan
dat" tierde de Opperpiraat luidkeels. Al de andere piraten, die in
de kombuis waren om de Kokpiraat wakker te maken, schrokken zich een
hoedje. De Opper Piraat sprong uit zijn luie zetel, smeet de deur
open, knalde hem net voor Jimmy zijn neus weer dicht, rende naar de
kombuis, waar al de piraten stonden. Piet sloeg met twee deksels op
mekaar, Jan schelde door een luidspreker vlak bij de Kokpiraat zijn
oor, Tom schudde aan de Kokpiraat zijn voeten,. Kortom, iedereen probeerde
de Kokpiraat wakker te krijgen. Maar nee, niets hielp , hoe langer
de piraten bezig bleven, hoe harder de Kokpiraat begon te snurken.
"STILTE" bulderde De Opper Piraat. Opslag was het muisstil in de kombuis
(= keuken op een schip). De Opper Piraat nam de luidspreker, zette
hem aan zijn mond, ging vlak voor de tafel staan waarop de Kokpiraat
was in slaap gevallen,. En je kunt het al raden; woedend schreeuwde
hij in de luidspreker: WORD WAKKER!!!, WORD WAKKER KOKPIRAAT of ik
hang je met je voeten vast aan de mast!!! Plotseling schrok de Kokpiraat
wakker en omdat hij zo was geschrokken, gilde hij ook nog eens luidkeels.
De boot wiebelde er zelfs wat van. Tom, de Matroospiraat die zo snel
zeeziek en bang werd, klemde zich aan de stoelen in de kombuis vast.
Al de andere Matroospiraten, maakten dat ze weg waren, voordat ze
zelf de schuld zouden krijgen. Ze wilden De Opper Piraat ook liever
niet te keer horen gaan.
Na die gebeurtenis, kwam er een tijd zonder dat er echt iets gebeurde.
Ondertussen was het al 25 maart. Na heel wat moeite had de Stuurpiraat
het piepkleine eilandje Karlewalwi op de kaart gevonden. Nu waren
ze op koers naar het zuiden, waar Karlewalwi ergens zou moeten liggen.
Op 28 maart gebeurde er nog een ongevalletje. Enkele Matroospiraten
waren tikkertje aan het spelen op het dek. Eén van hen was Karel,
de Matroospiraat die niet kon zwemmen. De piraten wisten best dat
ze van De Opper Piraat geen tikkertje mochten spelen, want hij vond
dit kinderachtig en ze hadden volgens hem wel wat beters te doen.
Wel, op die dag toen ze weer eens stiekem tikkertje speelden, viel
Karel in het water doordat hij te wild was. En ja, je weet dat Karel
niet kon zwemmen, hij was zelfs bang voor enkele druppeltjes water!
Nu lag Karel de Matroospiraat daar in het water om hulp te roepen.
Er kwamen nog meer Matroospiraten aan. Één van hen zei: "ik spring
in het water om Karel er uit te halen. Inderdaad, de Matroospiraat
sprong en belande naast Karel in het water. De Matroospiraten op het
dek moedigden de twee in het water aan, toen ze plots hoorden dat
zowel Karel als de andere Matroospiraat om hulp riepen. Seppe, de
Matroospiraat die in het water was gesprongen om Karel te redden,
was vergeten dat hij kon zwemmen. De Stuurpiraat hoorde al de herrie
en snapte wat er was gebeurd. "Weer te wild geweest, ja!" schreeuwde
hij. Naast het roer, dat hij vast had, was een knopje. Daar drukte
de Stuurpiraat op en er ging een bel in de kajuit van De Opper Piraat.
Zo wist die dat hij naar het dek moest komen omdat het daar mis ging.
Rustig, maar wel wat kwaad, ging De Opper Piraat op weg naar het dek.
Na twee minuutjes kwam hij aan. Hij checkte snel de situatie. Toen
hij merkte dat Karel en Seppe daar in het water lagen te spartelen
en om hulp te roepen, werd De Opper Piraat woest. "Seppe" schreeuwde
hij. "Kom uit het water en neem dat stukje onbenul met je mee". "Ja
maar", riep Seppe terug, "ik kan niet zwemmen"! "Natuurlijk kun je
dat wel" brulde De Opper Piraat terug. Je hebt vorig jaar de wedstrijd
zwemmen nog gewonnen"! Seppe herinnerde zich dat plots weer. Het was
toen en mooie zonnige dag en toen hadden ze met 18 Matroospiraten
een wedstrijdje zwemmen gedaan. De Stuurpiraat, de Kokpiraat, De Opper
Piraat en Karel hadden niet meegedaan. Na 10 meter om het snelste
zwemmen, was Seppe toen inderdaad gewonnen. Dus nu dat Seppe zich
weer had herinnerd dat hij zo goed kon zwemmen, klom hij weer aan
boord en nam Karel met zich mee. Nadat De Opper Piraat zich op de
twee Matroospiraten had afgereageerd, (dat had zo een 40 minuutjes
geduurd) ging hij weer naar zijn privé kajuit.
De Bende Van Madrid had weer enkele dagen gevaren over de zee en ondertussen
was het al 31 maart, toen de Stuurpiraat plotseling riep: "land in
zicht"! "land in zicht"! "land in zicht"! Al de Matroospiraten stopten
waar ze mee bezig waren. Ze keken in zuidelijke richting en ja hoor,
ze zagen allemaal het eilandje. In verte was er duidelijk een eilandje
te zien. De Matroospiraten begonnen in koor te roepen: "land in zicht"!
"land in zicht"! "land in zicht"! Dirk haastte zich naar De Opper
Piraat om het nieuws te vertellen. Zo snel mogelijk ging De Opper
Piraat mee naar het dek. Hij bevoel aan Théo, de Matroospiraat met
hoogtevrees, om in de mast te klimmen om te zien of het waar was wat
de Stuurpiraat zei. Eigenlijk, wilde hij er Théo ook wel wat mee uitdagen,
want De Opper Piraat wist best dat Théo hoogtevrees had. Théo durfde
De Opper Piraat niet tegen te spreken en klom al bibberend héél langzaam
naar om hoog. Al de anderen piraten die ondertussen ook op het dek
waren komen staan, keken met grote ogen naar Théo. Ze wisten best
dat Théo hoogtevrees had. "Zal ik gaan"? Vroeg Dirk aan De Opper Piraat.
"Nee hoor", antwoordde De Opper Piraat. Hij zal het zelf wel doen.
Na twee en een half uur wachten tot dat Théo zijn voeten op de derde
trede van de lader zou zetten, gaf De Opper Piraat toe en liet Dirk
naar boven klauteren. Ja hoor. Daar was het eiland te zien. "land
in zicht"! Riep Dirk nu ook. Na nog geen kwartier varen, kwam De Bende
Van Madrid op het eiland aan. Je zag nog heel vaag dat er jaren geleden
iemand in een palmboom die daar stond had gekerfd: Karlewalwi. Ja!
We zijn juist! Riep De Opper Piraat blij. De Bende Van Madrid sproken
af dat ze nu op de boot zouden gaan slapen en morgen met zijn allen
het eiland zouden gaan verkennen. De piraten vierden die avond feest
aan boord, zodat enkele piraten wel dronken waren. Om half één in
de nacht riep De Opper Piraat "nu gaat iedereen slapen want morgen
moeten we er vroeg uit".
Vroeg was het eigenlijk niet dat ze de volgende morgen opstonden.
Het was 10 uur in de morgen, op 1 april toen iedereen klaar was om
te vertrekken. De Opper Piraat bekeek de schatkaart nog eens goed.
Hij zag dat ze toch wel een eindje moesten lopen waren ze heel zenuwachtig,
ze wisten niet wat ze moesten verwachten. Allemaal hadden ze zich
er wel wat op voorbereid dat ze zouden moeten vechten, maar de tocht
verliep probleemloos. Op één ding na dan: De Bende Van Madrid ondervond
al gauw dat er kleine aapjes op het eiland woonden die hun maar al
te graag met kokosnoten bekogelden. Nu moet je weten, dat z'n kokosnoot
tegen je hoofd behoorlijk pijn kan doen. Na een hele tijd stappen,
kwamen ze aan op de plek waar de doodskop op de kaart stond getekend.
Langzaam sloop De Bende Van Madrid verder, bang om elk moment te worden
aangevallen door wie dan ook. De eerste paar minuten gebeurde er niets
en net toen dat de piraten opgelucht adem wouden halen, vlogen er
plots honderden kokosnoten tegelijk op hen af. In bomen die links
van hen stonden zaten er een hele boel aapjes verstopt. De piraten
begonnen te rennen om aan de kokosnoten te ontsnappen. Maar er kwam
een kokosnoot net voor de voeten van De Opper Piraat terecht. Doordat
hij de kokosnoot niet had gezien, gleed hij uit en viel in het zand.
De Opper Piraat wist niet wat er gebeurde en bleef enkele tellen in
het zand liggen. Het was maar kort, maar wel lang genoeg om een kokosnoot
tegen zijn hoofd te krijgen. De andere piraten hadden niet gezien
wat er was gebeurd en liepen gewoon door. Dat maakte De Opper Piraat
enkel nog woester en door de snelheid waarmee de andere piraten vluchten
vloog het zand naar alle kanten. Ik zei 'alle' kanten, dat wil dus
zeggen ook in de ogen van De Opper Piraat. Maar het lukte De Opper
Piraat om recht te staan, zodat hij zelf ook kon vluchten.
Na een tijdje ruste De Bende Van Madrid uit onder enkele palmbomen
terwijl De Opper Piraat hen de huid vol schold: "Stelletje uilskuikens,
kunnen jullie niet beter uitkijken en mij helpen"! Het was eigenlijk
meer een bevel dan een vraag maar dat waren de andere piraten al lang
gewoon. Na een 20 tal minuutjes waren de piraten uitgerust en was
De Opper Piraat wat gekalmeerd, dus konden ze hun tocht naar de schat
weer verder zetten. Na nog een 20 tal minuten flink doorstappen, kwamen
de piraten aan op de plaats waar de schat begraven moest liggen. Seppe,
Dirk, Piet, Jan, Karel, Théo en Jimmy droegen de voorwerpen waarmee
ze de kist zouden open maken. Ook droegen zij de scheppen waarmee
ze in het zand zouden graven. Met zijn zessen begonnen ze aan het
harde werk. Af en toe wisselden ze met andere piraten om dit harde
werk te doen. Ondertussen keken al de piraten gespannen toe. Ze wisten
niet of dat het goud dat ze verwachten in een kist of zak of pak zou
zitten. Je kunt je echt niet voorstellen hoe nieuwsgierig De Bende
Van Madrid wel was. De Opper Piraat zorgde er wel voor dat de piraten
die aan het graven waren snel genoeg doorwerkten. Na een uur graafwerk
begonnen de Matroospiraten die op dat moment aan het graven waren,
iets hards te voelen. Ze konden niet meer doorgraven, dus probeerden
ze langs de zijkanten "het iets" uit te graven. En ja hoor, daar had
je het al. Een enorme houten kist met een bijna net zo groot hangslot
er op. Met het materiaal dat de piraten hadden meegenomen, maakten
ze met zéér veel moeite de kist open. Wat zou er in zitten?. Langzaam
opende De Opper Piraat het zware deksel. Al de piraten keken vol spanning
naar de kist. Ze begonnen ook een beetje tegen mekaar aan te duwen
om de schat goed te kunnen zien. Nog even en het geheim zou zich onthullen.
Al de piraten stonden op het puntje van hun tenen, toen De Opper Piraat
het deksel plots weer dicht klapte. "Ma-ar" stotterden de piraten
om hem heen. "Beste Bende Van Madriders" begon De Opper Piraat heel
plechtig. "O nee," fluisterde Jimmy tegen Karel "hij gaat toch geen
speech houden"? Maar tot de spijt van al de andere piraten deed De
Opper Piraat het toch. "Het is vandaag, 1 april 1965 in de 20ste eeuw,
een hele belangrijke dag voor ons allemaal. Zo metéén zal ik voor
jullie de schat onthullen. Voortaan zullen we niet meer moeten vechten
om aan geld te geraken. Beter zelfs; met al dat geld zoeken we een
ander onbewoond eiland op waar geen brutale aapjes zitten en daar
zullen we woningen maken waar we ons hele leven blijven feest vieren
en bier drinken met al dat geld. Als er ook juwelen in de kist zitten,
zullen we eerst naar Madrid gaan en ze daar duur verkopen. Maar om
te zien wat er allemaal in de kist zit, zal ik die eerst moeten openen.
Hier gaan we dan! 1.. 2.. 3!!! De Opperpiraat opende met één beweging
het deksel van de kist. De piraten wisten niet wat ze zagen. In de
kist zat een lachend masker en een briefje met daarop: GEFOPT!!! 1
APRIL!!!
Je kunt Petia mailen: petia@pandora.be
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee!!

omhoog home