www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Palmpasenstok met pootjes
door Carla Keehnen

Ronny fietst naar huis. Hij kijkt goed of er langs de weg soms ergens een stok of een tak ligt. Misschien daar in de struiken? Hij stopt even en trekt aan een dikke tak. De tak zit vast. Hij zoekt verder. Als hij hier niets vindt heeft zijn vader in de schuur misschien nog wel hout.

Op school gaan ze een palmpasenstok maken. De kinderen moeten zelf proberen om stokken te vinden. Hoe meer stokken ze maken, hoe meer kinderen in het ziekenhuis er eentje kunnen krijgen. Aan mama en oma gaat hij om snoep en fruit vragen om er aan te hangen. Maar eerst moet hij twee stokken hebben. Hij wil weer op zijn fiets stappen. Dan hoort hij achter zich een zachte plof. Op de struik waar hij net nog aan heeft staan trekken ligt een prachtige tak. Wel zestig cm lang met halverwege een heel kleine knik. Daaronder splitst de tak zich in twee delen die wel heel dicht naast elkaar zitten. Ronny kijkt omhoog.

Waar komt die tak nu vandaan? Er staat niet eens een boom in de buurt. Net lag hij er nog niet. Hij pakt de tak op en bint hem achterop de fiets. Nu hoeft hij alleen nog maar een kleine stok voor de bovenkant. Die heeft papa vast wel in de schuur. Thuis legt hij de stok op de tuintafel en hij holt naar binnen.

Samen met mama is hij naar oma geweest. Ze hebben nu al paaseitjes, mandarijnen, spekkies en een fleurig paasservetje voor aan de stok. Zodra papa thuis is gaan ze samen de schuur in om te zoeken naar hout. Papa rommelt wat tussen oude planken. “Te dik, te zwaar. Deze is wel goed als dwarslat.

Oh kijk, is deze niets?” Hij haalt een stevige dikke stok van een halve meter onder uit de stapel. “Er zit wel een barst in maar jullie doen er toch crêpepapier omheen.”

Ronny pakt de zware stok aan. “Ik heb al een lange stok,” zegt hij aarzelend.

“Neem ze allebei maar mee, dan kan de juf kiezen,” zegt papa.

Ronny draagt de stokken naar de tuintafel. “Waar is mijn tak? Die had ik hier neergelegd.”

“Ik heb hem niet gezien,” zegt papa.

Ronny loopt naar binnen.

“Mam heb jij mijn stok weggehaald?”

Mama geeft geen antwoord. Ronny loopt de gang in om haar te zoeken. Onder de kapstok staat zijn schooltas. De stok steekt er uit. Verbaasd kijkt Ronny ernaar. Dat heeft mama zeker gedaan.

Dan zal hij de andere stokken er maar bij stoppen. Hij haalt de stokken. De kleine gaat er prima in. Dan wil hij de dikke stok erin stoppen. Het lijkt wel of hij er niet in past. Hoe hard hij ook duwt de stok gaat niet verder dan een paar centimeter de tas in. Ronny zet de tas nu helemaal open. Er is plaats zat, alleen zijn agenda en de twee stokken zitten erin. Zodra hij de stok er insteekt hoort hij krak. Op de plaats van de barst, splijt de oude dikke stok door midden.

“Nou dan niet,” zucht Ronny. “Ik vind die andere tak toch veel mooier.”

Hij neemt de kapotte stok mee en legt hem terug in de schuur.

De juffrouw is trots op de kinderen. Wel tien stokken kunnen ze maken. Ze hoopt dat het in de andere klassen ook zo is. Dan kunnen alle kinderen in het ziekenhuis een eigen palmpasenstok krijgen.

’s-Middags beginnen ze met versieren. Ronny werkt samen met Ashwin. De juf heeft met sterk touw de dwarslat vastgemaakt. Nu gaan de jongens er geel crêpepapier omheen wikkelen. Ronny wil de losse takken onderaan samenbinden, zodat je niet meer kan zien dat het er twee zijn. Iedere keer als hij het gele lint eromheen wil draaien buigen de takken een stukje uit elkaar.

“Zo komt het nooit mooi strak. Hoe kan dat nou?” moppert Ronny. “Houdt jij de takken eens tegen elkaar,” vraagt hij aan Ashwin. Zodra Ashwin de tak met twee handen vastpakt, komen zijn vingers klem te zitten tussen de twee takken. “Au, wat een rare tak. Het lijkt wel of hij niet tegen elkaar aan wil. Probeer eens om ze apart te versieren.”

Ronny pakt een nieuw geel stuk. Voorzichtig draait hij het om de linkertak. Nu gaat het prima. Dan maar twee losse takken. “Het lijken net benen,” lacht hij. Ashwin lacht met hem mee. Samen versieren ze verder. Nog een smal oranje lint eroverheen voor de gezelligheid. Dan hangen ze hem vol met lekkers. Snoep fruit, paaseitjes, zelfs kleurpotloodjes en een leuk geel kuikentje komen eraan. Ronny vindt zijn stok het mooiste van allemaal. Hij blijft ook keurig tegen de muur staan als hij hem neer zet. De andere stokken glijden steeds weg.

Op vrijdag gaan ze in een lange stoet naar het ziekenhuis. Gelukkig is het niet ver lopen. De stokken houden ze trots omhoog.

Van iedere klas zijn er vijf tot tien kinderen. Er is geloot wie er mee mag. Ronny heeft zitten duimen dat hij er alsjeblieft bij mag zijn om zijn mooie stok weg te brengen. Zodra de juf het getal dat ze moeten raden achterop het bord schrijft, gebeurd er iets raars. Ronny kijkt naar zijn stok. Ineens is het net of de vorm van de stok verandert in een 7. Als hij aan de beurt is roept hij nog een beetje verbaasd: “het is 7.” De juf knikt. “Dat klopt, jij mag mee.”

Nu loopt Ronny achteraan in de rij. Toch jammer dat hij zijn mooie stok weg moet geven. Die spullen mag dat kind best hebben, maar eigenlijk zou hij de stok wel terug willen. Er is iets bijzonders mee, dat weet hij zeker.

Op hun tenen lopen ze door de gangen van het ziekenhuis. Bij ieder kamer mogen een paar kinderen met hun stok naar binnen. Als Ronny langs een dichte deur aan zijn rechterhand loopt valt de stok plotseling uit zijn handen. In plaats van plat op de grond, landt de stok netjes voor de deur en leunt ertegenaan. Ronny staat stil om hem op te rapen. Zijn handen grijpen mis. De stok staat ineens aan de andere kant tegen de muur. Vlak erboven hangt een bordje. Nolan Rushki staat er op. Een verpleegster komt net naar buiten.

“Kom jij Nolan een stok brengen? Wat leuk!”

Ronny knikt. “Als het mag? Die andere zuster liep hier gewoon voorbij, maar mijn stok viel.”

“Kom maar. Nolan ligt hier helemaal alleen, dus ik denk dat ze hem even vergeten was.”

Ronny loopt achter haar aan de kamer in. De stok laat zich rustig optillen.

Op Nolan’s bleke gezichtje komt een grote glimlach. “Is dat voor mij?”

Ronny knikt verlegen. Nolan is een jongen van een jaar of negen. Hij heeft alle twee zijn benen en een arm in het gips en grote paarse plekken op zijn gezicht. Één been hangt omhoog getakeld.

“Doet het zeer?” vraagt Ronny zacht.

“Mijn hoofd wel, ik heb ook een hersenschudding daarom lig ik nog alleen. Ik ben aangereden door een vrachtauto.”

Ronny knikt. “Waar zal ik de stok neerzetten?”

De zuster wijst naar de stoel naast Nolans bed. “Als je nu alvast iets lekkers van de stok afhaalt, dan mag hij dat nu hebben. Alleen kan hij er toch niet bij. Ik kom zo terug om je op te halen.” Ze loopt de gang op en laat de deur open staan.

Nolan wijst een snoepje aan dat hij wil hebben. Ronny aarzelt even, dan begint hij te vertellen van de stok. “Het is een heel bijzondere stok. Eerst koos hij mij en nu kiest hij jou. Zul je ervoor zorgen dat ze hem niet zomaar weggooien als Pasen voorbij is.” Nolan knikt een beetje ongelovig.

“Anders kom je toch gewoon nog een keer langs op het bezoekuur, dan kun je hem zelf mee terugnemen.” Ronny lacht opgelucht. Op de gang hoort hij kinderstemmen. “Ga je mee?” vraagt de juf vanuit de deuropening. Ronny knikt. “Van harte beterschap en ik kom echt terug,” belooft hij.

Nolan ligt stil in bed. Hij heeft even geslapen na het bezoek van Ronny. Hij kijkt naar de fleurige stok op de stoel. Hij zou best een mandarijntje willen proberen. Zijn hand schuift in de richting van de stoel. Hij kan er niet bij. Jammer, zoveel lekkers zo dicht bij. De zuster bellen om wat van de stok te halen durft hij niet. Nog een stukje verder schuift zijn hand. Dan ineens buigt de stok naar hem toe. Een mandarijn rolt zo uit het zakje en stopt naast zijn hand. Dan staat de stok weer netjes recht. Nolan knippert even met zijn ogen. Heeft hij dat nou gedroomd? Zijn hand grijpt het mandarijntje. De schil zit zo los dat hij hem er met één hand af kan pellen. Genietend steekt hij hem in zijn mond. Die banaan ziet er ook wel lekker uit. Zou het weer lukken? Hij steekt zijn hand uit in de richting van de banaan. “Lekker banaantje,” zegt hij voor de zekerheid. Weer buigt de stok naar voren. De banaan glijdt van de stok en landt op de dikke steel op het bed. De schil splijt open en Nolan kan de vrucht zo opeten. “Ronny had gelijk,” lacht Nolan met volle mond. “Dit is een bijzondere stok.”

Tijdens het bezoekuur vertelt hij trots over zijn palmpasenstok. Zijn moeder luistert glimlachend, maar gelooft niet echt dat er iets bijzonders met de stok is. Als ze weggaat zet ze de stok weer op de stoel.

“Niet te veel snoepen hoor,” lacht ze.

Nolan krijgt van de zuster nog een paaseitje van de stok. ‘Jammer dat hij zo gauw leeg gaat,’ bedenkt hij slaperig. Dan vallen zijn ogen dicht.

Midden in de nacht hoort Nolan een geluid. Een zachte plof en daarna getik. Hij opent zijn ogen. Dwars door de kamer loopt de palmpasenstok. ‘Tik, tik,’ klinkt het bij ieder stap. Het gele lint sleept een beetje los achter hem aan. De deur naar de gang staat ’s-nachts open. De stok loopt de gang op.

Nolan kijkt hem verbaasd na. Jammer dat hij niet kan lopen. Hij was er dolgraag achteraan gegaan. Hij wacht een poosje, maar valt dan toch weer in slaap. Als hij de volgende ochtend wakker wordt staat de stok op de stoel.

‘Zeker gedroomd,’ denkt Nolan. Dan kijkt hij nog eens goed. De stok hangt weer helemaal vol. Mandarijnen, bananen, bonbons, zuurtjes. Hij zit nog voller dan de dag ervoor. Nolan lacht.

‘Ik vertel dit aan niemand,’ denkt hij. ‘Dat gelooft geen mens.’

Overdag eet Nolan het fruit op en een paar van de snoepjes. De volgende ochtend zit de stok weer vol. Zolang Nolan stil in bed moet liggen, zorgt de stok iedere nacht voor lekkers. De zusters denken dat zijn ouders de stok vullen. Zijn ouders denken dat de zusters het doen. Nolan zegt niets en probeert wakker te blijven om de stok te zien komen en gaan.

De dag na Pasen mag Nolan voor het eerst in een rolstoel de gang op. In de gang staan lege palmpasenstokken van andere kinderen.

“Maak je die van jou ook leeg, dan gooien we de stokken weg,” zegt de zuster.

“Nee, die van mij mag niet weg. Ronny zou hem komen halen, dan kan hij hem volgend jaar weer gebruiken,” zegt Nolan verschrikt.

“Dan bewaar je hem toch in de kast tot hij komt.”

Nolan zet de stok in de kast, maar haalt hem er weer uit voordat hij naar bed gaat. De volgende ochtend staat de stok op dezelfde plaats. Er hangt niets nieuws aan. Nolan zet hem weer in de kast. Het is wel jammer, maar hij kan nu toch zelf de kamer uit.

Als Ronny op ziekenbezoek komt ligt Nolan niet meer alleen. Hij is verhuisd naar de grote zaal. De stok is meeverhuisd. Nolan is blij dat Ronny komt. Fluisterend vertelt hij wat de stok allemaal voor hem gehaald heeft. Ronny lacht.

“Waar heeft hij dat vandaan gehaald dan?”

Nolan haalt zijn schouders op. “Ik denk van de nachtkastjes of uit de keuken. Maar nu doet hij niets meer. Ik weet niet of het komt omdat Pasen voorbij is of omdat ik mijn bed uit kan. Neem hem maar mee naar huis en maak er volgend jaar weer een stok van.”

Ronny knikt. Hij wikkelt het gele papier van de stok en gooit het in de prullenbak. Een klein geel strookje blijft vastgeplakt zitten. Hij belooft Nolan nog eens langs te komen en gaat naar huis. De stok bindt hij achterop de fiets. Onderweg komt hij langs de struiken waar hij de stok gevonden heeft. Zijn fiets wiebelt en Ronny valt er bijna af. Verschrikt staat hij stil. De stok is van zijn bagagedrager verdwenen. In de struiken waar ondertussen groene blaadjes aan zitten, lijkt één tak een beetje geel te zijn.

Ronny haalt zijn schouders op. “Je bent altijd al eigenwijs geweest, ik kom je volgend jaar wel zoeken,” roept hij naar de struiken. Een meisje dat hem voorbij fietst kijkt hem aan en steekt haar tong naar hem uit. Met een kleur stapt Ronny op de fiets.


Je kunt Carla mailen: boekencarla@hotmail.com
Of ga naar haar eigen site: http://carla.makes.it

Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home