Ontvoerd door de computer
door Rianne Wijmenga
illustratie ingezonden door J. Kiel
Met een bliep gaf de computer aan dat hij klaar was met verbinding
maken.Puck schoof achter de computer en keek toe hoe de startpagina
langzaam geopend werd. "Puck, wat doe je?" riep Joost van
beneden. "Ik ga even kijken of ik nog mail heb. Sasja zou nog
mailen," riep Puck terug. Dat gaat je eigenlijk helemaal niet
aan, denkt ze erachteraan. "Oh. Nou, doe je best. Maar schiet
wel op. Ik moet Thomas nog wel even over het huiswerk bellen."
Joost stampte de trap af. Vlieg op, dacht Puck. Ze kon niet zo goed
met haar
broer opschieten. Het was twee jaar ouder en dacht altijd dat hij
de baas over haar mocht spelen.
Ha, de startpagina was helemaal geladen. Puck klikte op de inlogbutton.
Onder in beeld verscheen een balkje, waarin een blauw streepje steeds
groter werd. Toen dat streepje halverwege het balkje was, versprong
het scherm. Een wit beeld was zichtbaar. Langzaam maar zeker verscheen
het inlogscherm. Hè, hè, zuchtte Puck. Je zat altijd
zo lang te wachten. En soms was je dan binnen vijf minuten klaar.
Snel tikte ze haar loginnaam in en het wachtwoord. Weer even wachten
en eindelijk was Puck in haar mailbox. Hé, drie nieuwe e-mails.
Eén reclamemail, het beloofde mailtje van Sasja en nog een
vreemde e-mail. Eerst klikte Puck het reclamemailtje aan. Er stonden
geen interessante dingen in. Hup, de prullenbak in ermee. Nu stonden
er nog maar twee berichten in het postvak. Als eerste was Sasja's
e-mail aan de beurt. Sasja schreef dat het goed met haar ging. Tja,
dat wist Puck zelf ook nog wel. Ze had haar vanochtend op school gezien.
Maar toen Puck verder las, trok ze een vreemd gezicht. Sasja schreef:
Puck, maak alleen mailtjes open van mensen die je kent. Op het journaal
was, dat er meerdere mensen per e-mail ontvoerd waren. Ik weet het,
het klinkt raar, maar het is wel zo. Nee, ze hadden geen bewijzen.
Er is een groot politieteam op de zaak gezet, maar er zijn nog geen
resultaten. Puck, pas op!! Prachtig verhaal, Sas, maar
ik geloof het niet. Jammer. Lachend klikte Puck op beantwoorden. Sas,
je droomt. Zoiets kan toch helemaal niet! Ik weet het, er kan veel
tegenwoordig, maar dit... Nee, dit gaat me toch iets te ver. Jammer,
je grap is mislukt. Ik verzin wel iets om je terug te pakken. Reken
daar maar op. Groetjes en tot morgen op school. Puck. Puck klikte
op verzenden. Zo, ze zou Sasja laten merken dat ze niet zomaar in
haar grapjes trapte. Sasja had een rijke fantasie, die ze regelmatig
gebruikte. Meestal tegen Puck, omdat ze wist dat die sommige dingen
snel geloofde. Puck zuchtte. Leuke vriendin, dat wel. Maar ze kon
behoorlijk vervelend zijn.
"Puckie, schiet op. Als je zo door gaat kan ik Thomas pas morgen
bellen. En dat is echt te laat, hoor!" Joost kwam de trap naar
zolder op. "Ach, Joostje, toch. Straks heb je je huiswerk niet
af. Wat zal de juf dan boos zijn. En dat moeten we niet hebben, hè?!"
Puck keek Joost vol gespeelde medelijden aan. "Schat toch."
Nog net kon ze een mep ontwijken. "Hou je mond. Je kraamt allerlei
onzin uit." Joost stampte de trap af. Puck grinnikte. Ze richtte
zich weer op de computer. Even het laatste mailtje lezen, dan kon
Joost zijn vriendje bellen. Over het huiswerk, zoals hij zei.Maar
Puck dacht daar heel anders over. Joost was niet zo iemand die braaf
zijn huiswerk deed. Puck opende de onbekende e-mail. "Dit is
de dag van je leven!!" stond er met grote letters in. Tuurlijk,
dacht Puck. Maar ze was
wel nieuwsgierig geworden. Vandaag heb je de kans een geurprogramma
op je computer te installeren. Hiermee kun je bij de plaatjes die
je op onze internetsite bekijkt de bijbehorende geur ruiken! Het enige
wat je hoeft te doen, is hieronder met je vinger te wrijven. Daardoor
activeer je het al ingebouwde geurmechanisme. Laat ik dat maar eens
proberen. Puck las de tekst nog eens. Er kan me toch niets gebeuren,
dacht ze. "Wrijf hier" stond er onder in het e-mailtje.
Op een grote blauwe knop was een vingertje getekend. Daar gaat 'ie,
dacht ze. Puck strekte haar vinger uit naar de knop. Ze was tien centimeter
van het scherm verwijderd was, toen er rimpels in kwamen.
Hé, dacht Puck verwondert, het werkt. Maar hoe dichter ze bij
kwam, hoe meer het beeld begon te golven. Plotseling raakte haar vinger
de koude draaikolk die was ontstaan. Toen ging alles heel snel. De
draaikolk werd groter, het hele scherm was een draaiende massa. Pucks
vinger zakte er steeds verder in weg. Langzaam verdwenen haar hele
hand, haar arm, haar schouder en zelfs haar hoofd. Puck werd helemaal
door de computer opgeslurpt. Ze voelde nog net dat ze werd opgetild
van haar stoel, toen viel alles weg.
"Puck!" Joost stampte de zoldertrap weer op. "Stom
kind, nu moet je het internet uitzetten. Puck?" Hij keek verbaast
de zolder rond. Puck zat niet meer achter de computer, maar hij stond
nog wel aan en ook de verbinding met internet was intact. Ik snap
haar niet, dacht Joost. Het is niets voor Puck om het internet aan
te laten staan als ze er niet bij is. Dat zou haar geld kosten. Joost
haalde zijn schouders op, verbrak de verbinding en sloot de computer
af. Hij kon nu eindelijk Thomas bellen.
Puck kwam bij in het donker. Opeens flitste er licht aan. Even later
zag ze een jongen achter een raam zitten. Hij leek haar niet te zien.
Hij staarde naar het raam. Toen hoorde Puck bekende geluiden. De jongen
maakte verbinding met internet. Hij zat natuurlijk achter de computer.
En zij zat op de een of andere manier in zijn computer. Even later
voerde hij zijn wachtwoord in en kwam hij in zijn mailbox terecht.
Heel vaag zag Puck in de weerspiegeling van het glas dat hij een zelfde
mailtje als zij opende. Wacht eens even. Er begon een lichtje te branden
bij Puck. Ze was opgezogen door de computer. Opeens kwamen de woorden
van Sasja weer terug. Op het journaal
was, dat er meerdere mensen per e-mail ontvoerd waren. Chips, ze was
ontvoerd! Ze was ontvoerd via de computer. Nu was ze in een ruimte
waarop ook de computer van de jongen was aangesloten. En die jongen
stond op het punt om ook ontvoerd te worden. Puck stond op en holde
naar het raam. Dat was natuurlijk het scherm van de computer van de
jongen. Oh nee, daar was de knop al. Puck begon op het raam te bonzen.
Het doffe geluid van het gebons vulde de ruimte. Het klonk helemaal
niet als gebons op glas. Maar de jongenhoorde haar niet. Al snel begon
de draaikolk. Puck werd bijna weggeblazen, maar ze bleef bonzen. Tot
ze opeens geraakt werd door een arm die door het raam kwam. Daarna
spuugde de draaikolk de jongen helemaal uit, recht tegen Puck op.
Samen vlogen ze naar de andere kant van de ruimte, waar ze even als
verdoofd lagen.

Puck keek versuft om zich heen. Waar was ze? Oh ja, in de ruimte
'achter' de computer. En wie was dit? De jongen die ook ontvoerd was.
Hij kwam langzaam bij. "Hé. Hallo," zei Puck vriendelijk.
De jongen schoot overeind. "Wie, wie ben jij?" stotterde
hij. "Dag, ik ben Puck. En jij?" "Ik ben Steven. Wat
doe ik hier?" De jongen keek om zich heen. "Nou, Steven.
Ik weet niet of je dat wel wilt geloven." Puck deed het hele
verhaal. Van het e-mailtje van Sasja tot het moment dat Steven naar
binnen vloog. "Oh, dus jij beweert dat ik
ontvoerd ben omdat ik een rottig e-mailtje geopend heb." Steven
stond op,liep een rondje en keek Puck met grote ogen aan. Die zuchtte.
"Ik wist dat je het niet zou geloven." Puck stond op en
liep naar hem toe. "Ik sta hier echt niet een partijtje te liegen."
"Oké, oké, rustig maar." Steven ging naast
haar zitten. "We doen we nu? Heb jij een idee?" vroeg hij
haar na een korte stilte. "Laten we de ruimte onderzoeken op
deuren of geheime openingen," opperde Puck. Maar zover kwam het
niet.
Opeens brak de vloer onder hen open. Het leek alsof hij afbrokkelde.
Puck gilde en ging staan. Ook Steven stond op. Ze renden naar de rand
van de ruimte. Daar drukten ze zich plat tegen de muur. Maar de vloer
brokkelde steeds verder af en het gat werd steeds groter. Angstig
greep Puck Steven vast en samen vielen ze de diepte in.
Met een doffe bons belandden Puck en Steven op de grond. Er was een
grote deken over uitgespreid, die hun val een beetje brak. Puck stond
op. Ze strekte haar spieren door een rondje te lopen en ging weer
naast Steven zitten. "Hoe gaat het?" vroeg ze, eigenlijk
een beetje overbodig, want hij keek ongelukkig voor zich uit. "Ik
voel me gebroken," antwoordde hij. Ze hadden namelijk een hele
tocht gemaakt. Onder de ruimte achter de computers had een trechter
gezeten. Via die trechter waren ze in een glijbaan terechtgekomen.
Ongeveer tien lange minuten hadden ze daarin rondgesuist. Nu lagen
ze hier. Hulpeloos in het donker. "En nu?" Puck doorbrak
de stilte. "Tja." Steven zuchtte en ging languit op de deken
liggen. "Wachten." Hij keek Puck aan. "Weet jij iets
beters?" "Ja. Ik ga hier echt niet liggen wachten tot ze
me komen bevrijden. Je weet nooit hoe lang dat duurt." Verontwaardigd
stond Puck op. "Help mij eens." Ze begon aan de deken te
trekken en met hulp van Steven rolde ze hem op. Even later kropen
ze over de grond, terwijl ze met hun handen om zich heen voelden.
"Puck, kom eens hier," riep Steven plotseling. Puck stond
op en liep snel naar hem toe. "Wat is er?" "Voel eens.
Een ring." Puck zakte naast Steven op haar knieën en voelde
op de plaats die hij aanwees. "Hé ja, je hebt gelijk."
Vol hoop begon ze aan de ring te peuteren, tot hij los kwam. "Trekken,"
riepen Puck en Steven tegelijk en samen trokken ze aan de ring. Piepend
en krakend kwam een
luik omhoog. "Hoera! We kunnen hier weg," juichte Puck.
"Hoop je," liet Steven er op volgen. "We mogen geen
sporen achterlaten," vervolgde hij. Zorgvuldig rolde hij het
kleed weer uit, tot bij het luik. Puck had ondertussen ontdekt dat
er stangen langs de rand van de put onder het luik zaten, die als
trap gebruikt konden worden. Puck schoof op haar buik achterstevoren
naar het gat en liet zich erin zakken. Voorzichtig begon ze de trap
af te dalen. Steven rolde het laatste stuk kleed op zijn plaats, kroop
er onderdoor naar het gat en liet zich er ook in zakken. Zachtjes
sloot hij het luik boven zich.
"Stop!" Puck zette haar voeten op een betonnen vloer onder
aan de trap. "We zijn er, denk ik," zei ze en deed een stap
naar achteren om Steven erbij te laten. "Wel laag, hoor,"
zei Steven en hij wees op een gang, die horizontaal verder liep. "Dat
wordt kruipen. Volg mij maar." En daar gingen ze weer. Steven
voorop, met Puck in zijn kielzog.
Opeens hield de gang op. Omdat het donker was, zag Steven dat niet
en tuimelde hij een meter naar beneden. Hij viel met een dreun boven
op een houten kist. Puck hoorde de bons wel, maar dacht dat Steven
ergens tegenaan stootte en kroop rustig verder. Maar ook zij viel
de gang uit, boven op Steven. "Wat een spontane actie,"
grinnikte die. Puck werd rood, maar kon er ook wel om lachen. Puck
hees zich omhoog en hielp Steven overeind. Ze waren in een loods terechtgekomen.
Overal om hen heen stonden houten kisten. "Tjonge, wat zou hier
inzitten?" vroeg Puck zich hardop af. Meteen begon ze aan het
deksel van een kist te trekken. Dat vloog eraf en kletterde met veel
lawaai op de grond. Geschrokken bleven Puck en Steven stokstijf staan.
"Oef, niemand heeft ons gehoord. Wees wat voorzichtiger, Puck."
Steven kwam naast Puck staan en samen keken ze in de kist. "Hunkie.
Wat zijn dit voor een vage apparaten?" Puck pakte een klein,
groen apparaatje uit de kist dat wel wat van een minuscule mobiele
telefoon had. "Wacht eens even... Hiermee worden mensen ontvoerd!"
riep ze uit. Steven keek haar niet-begrijpend aan. "Kijk, mensen
kopen een computer. Nou, in die computer zit zo'n apparaatje. Mensen
zijn blij met de computer. Velen zullen e-mail nemen via die computer.
Ja?" Steven knikte, maar begreep het nog steeds niet. "Toe
nou, Steven. Zo dom ben je nou toch ook niet?" Puck zuchtte en
vertelde verder. "Dit apparaatje registreert het e-mailadres.
Mensen krijgen dat het beruchte ontvoermailtje. Als ze het openen,
wordt dat apparaatje geactiveerd. Mensen raken het
beeldscherm aan en door dit ding worden ze als een elektrisch stroompje
vervoerd, net als iets dat je in je telefoon zegt. Oké? Duidelijk?"
Steven knikte. "De mensen worden in de ruimte achter de computer
weer in mens omgezet door een ander soort mobieltje. Logisch eigenlijk.
En door het 'mobieltje' in mijn computer kon jij mij op de muur zien.
Je bent geniaal, Puck!" "Dank u," zei Puck beleefd
en ze maakte een buiging. "Oké. Laten we er een paar meenemen
en maken dat we wegkomen." Puck deed nog een greep in de kist.
Vijf apparaatjes verdwenen in haar broekzak.
Opeens ging er verder op een deur open. Puck en Steven doken achter
de kist. "Shit," fluisterde Puck. "Stil," siste
Steven terug. Voorzichtig schoof hij het deksel op de kist. "Nog
één bestelling, Joop," klonk een mannenstem. Een
donker silhouet verscheen in de deuropening. Een kleine man liep de
loods in en opende een kist. Uit de kist haalde hij één
apparaatje. Van dezelfde soort die Puck en Steven net ontdekt hadden.
"Kom, Fred. We moeten daar voor etenstijd zijn." De man
die met Joop was aangesproken hield de deur voor de klein man, Fred,
open. Die liep ernaartoe en samen verdwenen ze. De deur viel achter
hen in het slot.
"Oef. Dat was even schrikken." Puck stond op. "Laten
we nu nog sneller maken dat we wegkomen." Behoedzaam sloop ze
met Steven achter zich langs de wand van de loods. Toen ze bij een
raam met donker glas langs kwamen, hoorden ze opeens geluid. Er kwam
geroezemoes van achter het raam. "Geef eens een pootje,"
fluisterde Puck tegen Steven. Steven vouwde zijn handen samen en Puck
ging er met een voet in staan. Ze trok zich omhoog aan een scheur
in de muur en tuurde door een gaatje boven in het raam. "Mensen."
Geschrokken keek ze Steven aan. "De ontvoerde mensen," antwoordde
Steven. "We moeten hier nu weg en de boel bij de politie aangeven,"
zei Puck en ze liet zich weer op de grond zakken. Samen liepen ze
verder. De deur bleek in het slot te zitten. Maar het was een oud
slot en Puck wrikte hem open met een oude sleutel die ze bij zich
had. De deur ging krakend open en kwam uit op een plein. Steven en
Puck slopen het plein op en de deur viel weer achter hen in het slot.
Rondom het plein stond een hek, zagen ze na een paar passen lopen.
Gelukkig was dat open.
"Kom, rennen!" Puck en Steven renden ze hard als ze konden
naar het hek. Opeens klonk er een vloek van een zijpleintje. Joop
en Fred stonden daar een bestelbusje in te laden. "Er ontsnappen
twee," riep Joop en hij zette de achtervolging in. Puck gilde.
Steven greep haar bij haar pols en trok haar mee, het plein af een
straat in. "Ken jij deze stad?" vroeg Puck in paniek. "Ja,
een beetje. Hij ligt in het zuiden van het land. We zijn hier eens
met vakantie heen geweest. Maar vraag me niet hoe het hier heet,"
hijgde Steven. Ze gingen de bocht om. Puck bleef even staan en keek
achterom. "Daar komt hij al aan," gilde ze, toen ook Joop,
gevolgd door Fred, de bocht om kwam. Steven begon weer te rennen en
trok Puck mee. "Het politiebureau. Die kant uit," riep Steven.
Hij wees op een bordje boven hun hoofd. Ze volgden de pijlen die ze
onderweg tegenkwamen.
"Ik kan niet meer," Puck stond stil. "Ren jij maar
door. Toe dan!" Van achteren kwam Joop op Puck afgerend. Hij
greep haar vast. "Weg!!" gilde ze. Steven aarzelde nog even
en begon toen weer te rennen. Vijf minuten rende hij aan een stuk
door, op de hielen gezeten door Fred. Het politiebureau, gelukkig,
dacht hij, toen het politiebureau na een bocht in zich kwam. Hij was
nog maar op een paar meter afstand, toen twee handen hem van achteren
vastgrepen. Fred grinnikte vals en hield hem in de houdgreep. "Het
op tijd," fluisterde hij. Maar Steven gaf zich nog niet gewonnen.
Hij probeerde zich los te worstelen en begon luid te schreeuwen. Als
snel kwam er een politieagent naar buiten gestormd. "Help, hij
heeft mij en nog meer mensen ontvoerd," schreeuwde Steven. De
agent riep iets het bureau in en er kwamen nog twee mannen naar buiten.
Met z'n drieën renden ze op Steven en Fred af. Die schrok, liet
Steven los en vluchtte weg. Twee agenten achtervolgden hem, en kregen
hem een straat verderop te pakken. Fred werd het politiebureau ingevoerd.
"Gaat het met jou?" vroeg de eerste agent. Steven keek
Fred na. Plotseling schrok hij op. "Puck," stammelde hij.
"Puck?" De agent keek hem vragend aan. "Ik ben samen
met Puck ontsnapt, maar zij is gegrepen." "We moeten haar
redden," zei de agent. Kom mee, in de auto." Hij rende naar
een politieauto en hield het portier voor Steven open. Hij sprong
zelf voorin en scheurde weg. Onder het rijden vroeg hij versterking.
Toen dat geregeld was, wende hij zich tot Steven. "Wat is er
nou precies gebeurd?" Steven vertelde het
hele verhaal, in korte, duidelijke zinnen. "Ik heb over die ontvoering
gehoord," zei de agent, toen Steven was uitgepraat. "Ja,
op ons bureau was er ook een team mee bezig." Meer kon hij niet
zeggen, want ze hadden de loods bereikt. Nu Steven hem goed bekeek,
bleek het een loods onder een flat te zijn. "Dat is toch wel
slim bedacht," fluisterde hij.
Het hek bleek dicht te zijn. Dat heeft die andere vent gedaan, toen
hij hier met Puck aankwam, dacht Steven grimmig. "Kom,"
zei de agent tegen hem. Samen klommen ze over het hek heen. Toen ze
er net over waren, arriveerden er nog twee politieauto's. De agent
bij Steven wenkte hen. Samen met Steven rende hij voorop naar het
gebouw. "Het was er maar één, zei je toch?"
vroeg de agent. Steven knikte. De agent trapte tegen de deur. "Handen
in de lucht. Dit is de politie!" Hij richtte het pistool dat
hij snel had getrokken naar
binnen. Achter in de loods was Joop bezig Puck op een stoel vast te
binden. Ze had een stuk krant in haar mond. "Wss!" gilde
ze. Joop schrok zich rot, maar beseft dat hij geen kant op kon en
gaf zich over. Steven holde naar Puck en maakte haar los. Van blijdschap
omhelsde zij hem. "Euh, sorry." Snel liet ze hem los. "Ach
joh, geeft niet." Steven lachte onhandig.
Het was twee weken later. Steven en Puck liepen uit het hoofdbureau
van de politie in de stad waar de loods was. Daarbinnen waren ze bedankt
voor hun rol in het oprollen van de e-mailontvoerdersbende. Beiden
hadden ze een lintje, bloemen en een ere-agentmedaille gekregen. Ze
hadden taart gegeten en het hele verhaal uitgebreid aan iedereen die
wilde luisteren verteld. De agent die met Steven mee was gegaan om
Puck te bevrijden, vertelde dat Fred en Joop de namen van meerder
mensen die bij de organisatie waren betrokken
hadden genoemd. Bijna de hele bende e-mailontvoerders, die in meerdere
landen actief waren, was door Puck en Steven opgerold. De twee tieners
waren beretrots. Nu stonden ze samen op de stoep voor het gebouw.
"Nou, en nu?" Puck bleef staan. "Wachten," grinnikte
Steven. "Vergeet het maar." Puck lachte. Ze dacht aan wat
er gebeurd was. Als ze dat kleine zinnetje niet had gezegd, hadden
ze hier waarschijnlijk niet gestaan. Uit haar jaszak haalde Puck een
stuk papier. "Kijk," zei ze. Ze schreef er wat op. "Mijn
e-mailadres en telefoonnummer." Ze gaf het papiertje aan Steven.
"Dank je," zei die. "Ik hoor wel van je," zei
Puck. Toen draaide ze zich om en liep
naar haar ouders, die op het parkeerterrein stonden te wachten.
Je kunt je reactie op het verhaal direct naar Rianne
sturen: rcwijmenga@zonnet.nl
Rianne vertelde dat ze met dit verhaal de Zilveren Muis heeft gewonnen
van de maand mei.
Of ga naar haar eigen verhalensite: www.expage.com/mijnverhalen
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home