Prinses Istia op de vlucht
door Daniël Ferreira
Istia keek van onder de tafel naar de benen van de mannen in de keuken.
De deur stond nog open en Istia zag nog meer benen de keuken inkomen.
Modderige laarzen bevuilden de keukenvloer. Darin lag op de grond,
zijn ogen dicht. Opgelucht zag Istia dat hij nog ademde. Is
iedereen er? hoorde Istia iemand zeggen en een aantal mannen
antwoordden bevestigend, mooi, dan gaan we verder met het plan.
Eén van de mannen liep naar de deur van de grote hal en opende
hem. Hij stak zijn hoofd door de opening en keek voorzichtig de hal
in, daarna wenkte hij de anderen. Istia zag de mannen één
voor één de keuken verlaten. Ze had geen idee wat ze
van plan waren, maar na wat ze met Darin hadden gedaan nam ze geen
enkel risico. Buiten de gevangenis zou ze veiliger zijn. De bossen
waren donker en er waren genoeg plekken om je te verstoppen.
Istia kwam voorzichtig onder de tafel vandaan en liep naar de open
deur.Hé! Staan blijven! haar hart sprong in haar
keel. Istia draaide zich op haar hielen om. Een van de mannen was
terug de keuken ingekomen. Een groot mes stak uit een van zijn handen.
Met een gil van schrik rende Istia de deur uit, de koele avondlucht
in. Ze greep de deur vast terwijl ze er langs rende en trok hem achter
zich dicht. De man zat vlak achter haar, want ze hoorde de deur niet
dichtklappen. Een bonk en een vloek bewezen dat ze gelijk had en dat
haar achtervolger hardhandig met de dichtslaande deur in aanraking
was gekomen. Mooi, dat leverde haar weer een paar seconden voorsprong
op. Istia wist dat ze aan een paar seconden voorsprong alleen niet
genoeg had.
Ze rende de bossen in, tussen de bomen door. De man had de achtervolging
ingezet, het geluid van rennende benen klonk achter haar, nog ver
weg, maar snel dichterbij komend. Istia rende zo hard als ze kon.
Als prinses had ze niet zoveel lichamelijke beweging, dat was niet
netjes, en dus voelden haar longen al snel aan alsof ze in brand stonden.
Een felle steek in haar zij deed de tranen in haar ogen springen,
maar angst gaf haar vleugels. Ze hoorde dat de man al veel dichterbij
was. Krakende takken en knisperende bladeren kondigden zijn komst
aan. Istia durfde niet om te kijken uit angst dat ze zou struikelen
en vallen, als ze viel was ze zeker verloren. Ondanks haar angst kon
ze nog helder denken.Istia keek vluchtig om haar heen. Het was pikdonker
in het bos. Dat was een voordeel. Waarschijnlijk kon haar achtervolger
haar in het donker moeilijk zien. Istia maakte een scherpe hoek naar
links en rende door. Ze waagde een blik over haar schouders. Ze hoorde
niets meer. Achter haar zag ze ook niemand.
Door achterom te kijken zag ze de laaghangende tak niet die voor
haar opdoemde. De tak maakte een abrupt einde aan Istias vlucht.
Stom! Met een doffe klap raakte de tak haar in haar maag en sloeg
alle lucht uit haarlongen. Happend naar adem zakte ze op de grond.
Aan haar rechterkant hoorde ze haar achtervolger al weer naderen.
Hij was er blijkbaar achtergekomen dat Istia een andere kant op was
gegaan, of hij had de klap gehoord. Istia krabbelde overeind en begon
weer te lopen. Haar maag deed behoorlijk pijn en rennen zat er niet
meer in. Ze hobbelde tussen de bomen door. Ze stopte. Het geluid van
haar achtervolger was nu heel dicht bij. Ieder moment zou hij tussen
de bomen door komen en haar zien. In de struiken naast haar ritselde
iets. Een hand schoot uit de bladeren, greep Istia bij haar vest en
trok haar de struiken in. Ze voelde hoe een andere hand zich over
haar mond sloot en haar schreeuw verstomde. Sttttt, goed volk,
fluisterde een stem in haar oor. De stem kalmeerde haar en Istia verzette
zich niet meer tegen de handen die haar vasthielden.
Vanuit de struiken zag ze haar achtervolger langs de struiken lopen.
Ze had geluk dat het zo donker was. Hij zag haar niet. De man bleef
op een paar meter van de struiken stilstaan en keek om zich heen.
Istia hield haar adem in en voelde dat de persoon die haar vasthad
hetzelfde deed. De man keek wantrouwig naar de struiken en kwam op
ze aflopen. Istia trok zich verder terug tussen de veilige bladeren.
Als hij nog iets dichterbij kwam zou hij haar zeker kunnen zien, maar
het geluk was haar goedgezind. Ergens in het bos kraakte een tak.
Haar achtervolger keek in de richting van het geluid. Nog een tak
kraakte. De achtervolger keek nog een keer naar de struik en ging
ervandoor in de richting waar het geluid vandaan was gekomen.
Istia ontspande. Ze voelde de hand van haar mond afvallen en de grip
op haar vest verslappen. Istia draaide zich om en keek naar de man
die haar gered had. Sergeant Tores, tot uw dienst prinses.
De man salueerde en dit zag er in de omstandigheden zo vreemd uit
dat Istia de slappe lach kreeg. De spanningen van de laatste minuten
kwamen er in een lange lachbui uit.
Spannend, he? Dit stukje is een deel van het
boek dat Daniël Ferreira schrijft over wat er allemaal gebeurt
in Mythia. Wil je meer weten, ga beslist kijken op http://home.wanadoo.nl/mythia!
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home