Niet mooi en niet lelijk
door Bianca Oldenbeuving
In een land hier ver vandaan, woonde een prinses. Samen met haar vader
en haar moeder, en vele bedienden natuurlijk, woonde ze op een groot
kasteel dat omringd werd door bos. De prinses heette Moniele en ze
was helemaal niet tevreden met zichzelf. Ze vond zichzelf niet mooi
en niet lelijk. Ze had gewone, goudblonde haren, net als elke prinses.
Ook had ze gewone, blauwe ogen en net als elke dame van stand had
ze een klein wipneusje. Moniele dacht dat er daarom nog niet één
prins haar ten huwelijk had gevraagd. In werkelijkheid vonden de prinsen
haar helemaal niet aardig, omdat ze zo ontevreden was.
Op een dag was de prinses het zat. Ze zei tegen haar ouders dat ze
het bos in ging om te kijken of iemand haar daar kon helpen. Haar
vader bromde iets en haar moeder zei, zonder van haar borduurwerkje
op te kijken: "Is goed, schat." Moniele sloeg haar mantel
om, pakte een appel en ging op pad. Vol goede moed liep ze door het
bos. Ze keek goed om zich heen of er niet ergens iemand was die haar
kon helpen. Het bos werd al dichter en dichter en het werd steeds
kouder. Na een uur rond gelopen te hebben, ging de prinses op een
boomstronk zitten om haar appel te eten. Nauwelijks had ze het klokhuis
weggegooid of ze hoorde een stem achter haar zeggen: "Zo, zo"
Het was de stem van een oud vrouwtje, maar toen Moniele omkeek, zag
ze een vrouw staan die nog helemaal niet zo oud was. Een beetje verbaasd
zei de prinses: "Dag mevrouw, kunt u mij misschien helpen?"
Voordat ze uit kon leggen waarmee de vrouw haar moest helpen, zei
de vrouw: "Natuurlijk, loop maar achter mij aan." Moniele
aarzelde even, maar toen bedacht ze zich dat alleen een oude, lelijke
heks een prinses kwaad durfde te doen. Ze stond op en liep achter
de vrouw aan. Die bracht haar naar een open plek en draaide zich toen
plotseling om. "Dus jij wilt mooi worden," zei ze.
"Ja, dat klopt," zei Moniele,"ik wil dat alle prinsen
me mooi vinden en dat ze allemaal met me willen trouwen en dat..."
"Ja, dat is wel duidelijk genoeg," onderbrak de vrouw haar.
Gek, Moniele vond nog steeds dat de vrouw een stem had die niet bij
haar paste. "Je weet dat je er iets voor terug moet geven als
ik je help?" ging de vrouw door. "Eh, nee, daar had ik eigenlijk
nog niet over nagedacht." Oei, wat had Moniele de vrouw nou te
bieden. Ze had haar appel net opgegeten en ze had vandaag niet haar
allermooiste mantel aangedaan. Terwijl Moniele zo stond na te denken,
zei de vrouw ineens: "Je zicht, het licht uit je ogen. Heb je
dat er voor over?" "Maar dan kan ik nooit meer zien!"
riep Moniele uit. "Goed," zei de vrouw en ze wou alweer
weglopen. "Nee, wacht," riep de prinses, "doe toch
maar." Moniele had er even snel over nagedacht en ze vond het
toch wel heel belangrijk dat ze door iedereen mooi gevonden werd.
"Weet je het zeker?" vroeg de vrouw, "want je kan
niet meer terug!" Ja. Moniele wist het zeker. De jonge vrouw
met de oude stem ging voor de prinses staan, strekte haar vingers
uit naar haar ogen en begon in een vreemde taal te spreken. Moniele
voelde een pijnscheut door haar ogen en op dat moment werd alles zwart.
Wat Moniele toen niet meer kon zien, was dat er twee goudstukken uit
haar ogen vielen en dat die opgevangen werden door twee oude handen.
De prinses was beetgenomen! De jonge vrouw die ze had gezien was in
werkelijkheid een lelijke heks die zich vermomd had! En het erge was
dat er helemaal niets veranderd was aan Moniele, ze zag er nog precies
zo uit als eerst. Alleen haar ogen waren donker geworden.
Moniele had van dit alles niets gemerkt. Zij dacht dat ze nu een
beeldschone prinses was geworden en ze voelde zich heel gelukkig.
Ze besloot terug te gaan naar het paleis om daar alle prinsen op te
wachten, maar dát ging moeilijk als je niet kon zien! Bij elke
stap die ze nam, stootte ze zich tegen een boom of struikelde ze over
een tak. Na tien stappen gaf de prinses het op en ging moedeloos op
de grond zitten. Uit verveling begon ze een liedje te zingen en het
klonk zo mooi dat alle vogels in de omgeving op haar af kwamen gevlogen
en met haar mee gingen zingen.
Ondertussen was het hele paleis bij het bos in rep en roer. De prinses
was al zo lang verdwenen dat alle bedienden in het bos waren gaan
zoeken. Toen ze terug kwamen, meldde één van hen dat
ze niets gevonden hadden. Ze hadden alleen een wonderschoon gezang
gehoord. De koning zei: "Dat zal Moniele niet zijn, die zingt
nooit." En de koningin zei: "Nee, die is altijd chagrijnig."
Na dagenlang zoeken, gaven de bedienden het op. Zij wisten niet dat
het gezang wel van Moniele kwam en dat ze precies in het midden van
het bos op de grond zat. Om haar heen hadden zich honderden vogels
verzameld die de prinses voerden met kleine besjes en smakelijke boomblaadjes.
Door het hele land hadden zich de twee nieuwtjes verspreid: de vervelende
prinses was verdwenen en in het bos bij het kasteel zat waarschijnlijk
een lief en aardig meisje prachtig te zingen. Dat trok enorm veel
prinsen aan. Allemaal probeerden ze het bos in te komen, maar de meesten
gaven het al op voordat ze ook maar in de buurt kwamen. Er waren maar
een paar prinsen die zo betoverd waren door het gezang dat ze door
liepen.
En daar was de eerste prins vlakbij de prinses aangekomen. Maar opeens
kwam er een vrouw tevoorschijn. "Zo," sprak zij tot de prins,
"dus jij wou met mijn dochter trouwen?" Het was natuurlijk
weer de lelijke heks die zich vermomd had! Maar de prins wist van
niks en antwoordde: "O, dus dat is uw dochter? Ja, ik zou dolgraag
met haar willen trouwen!" "Je weet dat je er iets voor terug
moet geven?" zei de jonge vrouw met de oude stem. Daar had onze
prins nog niet over nagedacht. Natuurlijk wilde de vrouw een grote
bruidsschat met veel geld. Toen zei de vrouw ineens: "Je gehoor,
heb je dat er voor over?" "Maar dan kan ik nooit meer horen!"
riep de prins uit. Hij draaide zich om en rende als een speer weg.
De volgende prins die het gelukt was vlakbij de prinses te komen,
kwam ook eerst de vermomde lelijke heks tegen. "Zo," sprak
zij tot deze prins, "dus jij wou met mijn dochter trouwen?"
De prins antwoordde: "O, dus dat is uw dochter? Ik wil dolgraag
met haar trouwen!" "Je weet dat je er iets voor terug moet
geven? Heb je er je reuk voor over?" "Maar dan kan ik nooit
meer ruiken!" En ook deze prins maakte dat hij weg kwam.
Oei, al twee prinsen hadden zich laten wegjagen door de heks die
er zo normaal uit zag. Maar gelukkig was driemaal scheepsrecht, en
daar kwam de derde prins aan. Maar deze prins bleek iets slimmer dan
de anderen. Hij had de twee andere prinsen langs zien rennen, en hij
was extra op zijn hoede. Toen hij de vrouw tegen kwam viel hem meteen
op dat de vrouw de stem van een heks had. De heks zei: "Zo, dus
jij wou met mijn dochter trouwen?" De prins hield zich van de
domme en antwoordde: "O, dus dat is uw dochter? Ik zou haar dolgraag
huwen." "Je weet dat je er iets voor terug moet geven? Heb
je er je tast voor over?"
En ook deze prins zei: "Maar dan kan ik nooit meer iets voelen!"
De prins rende weg, maar verstopte zich achter een boom. Vanaf daar
bleef hij de vrouw in de gaten houden. En ja, na een paar tellen veranderde
de vrouw in een lelijke heks! De vermoedens van de prins waren bevestigd.
Hij bleef nog even staan en hoorde de heks mopperen: "Alle mieren
op een hoop, nou heb ik alleen nog maar de goudstukken van het zicht
van de prinses. En ik begin al honger te krijgen. Ik wou dat ik even
een lekkere appel kon kopen."
Dat was alles wat de prins hoefde te horen. Hij rende het bos uit
naar het paleis van de koning en de koningin. Daar aangekomen vroeg
hij om een andere mantel, een mand en een aantal appelen. Ook vroeg
hij om een sterk slaapmiddel. Wat was deze prins van plan?
Met zijn nieuwe mantel omgeslagen liep de prins met de mand het bos
in. Hij bewerkte één van de appels met het slaapmiddel
en liep door tot hij weer bij de heks was. Toen begon hij te roepen:
"Heerlijke appels! Lekkere zoete appels voor maar 4 goudstukken!"
De heks veranderde snel weer in een jonge vrouw en sprak de als koopman
verklede prins aan. "Ah, een appel! Heerlijk. Maar ik heb maar
2 goudstukken." "Helaas," zei de slimme prins. "Voor
4 goudstukken krijgt u van mij deze zoetsappige appel." En hij
hield de heks de appel voor die hij bewerkt had met slaapmiddel. "Maar
meneer, ik heb geen gewone goudstukken." Ze haalde 2 goudstukken
uit haar schort en liet ze aan de koopman zien. Die deed net of hij
even na moest denken en zei toen: "Vooruit, ik strijk over mijn
hart. Zo'n mooie vrouw als u krijgt van mij korting."
Hij nam de 2 bijzondere goudstukken in ontvangst en gaf de heks de
appel. Hij draaide zich om en liep weg. Maar weer bleef hij achter
een boom staan kijken. Hij zag dat de heks een hapje nam en dat zij
even op de grond ging zitten. Het leken wel uren voor de heks eindelijk
haar ogen sloot en in een diepe slaap viel. De slimme en ook knappe
prins liep op zijn tenen voorbij de heks. Dat was niet nodig, want
de heks zou de eerste uren niet meer wakker worden. Maar de prins
nam het zekere voor het onzekere. Hij spitste zijn oren, hoorde het
wonderschone gezang van de prinses die niets vermoedde en ging snel
op pad. Als snel had hij het meisje gevonden onder een boom,
omringd door vogels. Zij hoorde dat er iemand in de buurt was en vroeg
snel: "Wie is daar?"
"Ik ben het," zei de prins, al had de prinses daar weinig
aan. Hij pakte haar handen vast en liet ze over zijn gezicht gaan.
Ondertussen zei hij: "Ik was op zoek naar een mooie prinses en
vond jou hier." De prinses dacht bij zichzelf: aha, dus ik ben
nu inderdaad een mooie prinses geworden. En ze zei tot de prins: "Ik
wou dat ik je kon zien, maar de lelijke heks heeft het licht uit mijn
ogen genomen." De jongeman haalde uit zijn zakken de 2 goudstukken
en plaatste die op de ogen van de prinses. Een felle lichtstraal schoot
de lucht in en de prins zei: "Zie, je wens is vervuld."
Samen liepen de prins en de prinses het bos uit en zij werden warm
onthaald in het paleis. Moniele was door het hele voorval zachtaardig
en lief geworden, alhoewel ze wel even boos was toen ze in de spiegel
keek. Ze was beetgenomen door die lelijke heks! Maar toen ze nog een
keer keek vond ze zichzelf toch we een beetje mooier. De prins trouwde
met Moniele en samen waren ze nog vele jaren gelukkig. En de heks?
Die werd na een paar uren wakker en merkte dat ze nog steeds dorst
had naar een appel. En zo bleef ze
haar hele leven door het bos zwerven, op zoek naar koopmannen met
manden vol appels. Tevergeefs, want niemand kwam meer in het bos.
En elke keer als de heks het gezang hoorde van de nu vrolijke prinses,
trok zij zich alle haren uit haar hoofd.
Voor meer verhalen van Bianca Oldenbeuving, ga naar:
www.danton.nl/bianca
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home