Mini Steck
door Carla Keehnen
Danny zet de stoel voor de kast. Als hij daarop klimt kan hij zelf
alvast de doos van de kast afhalen. Voor zijn verjaardag heeft hij
een nieuwe doos ministeck gekregen. Een kasteel met bruine torens
en een blauwe lucht erboven.

Eerst de zigeunerin afmaken, heeft zijn moeder gezegd. Nu is de moeilijke
zigeunerin van wel 6000 stukjes ministeck bijna af. Hij vindt het
altijd heerlijk om aan een nieuwe doos te beginnen. Het is leuk om
de stukjes één voor één los te draaien van het opbergstokje waar ze
aan vast zitten. Hij kan toch alvast even in de doos kijken hoeveel
kleuren erin zitten. Op de stoel wankelt hij even. Hij kan er maar
net bij. Even later zit hij met de doos op schoot op zijn bed. Hij
peutert het plakbandje los en tilt langzaam de deksel omhoog.
“Hè, hè! Dat wordt hoog tijd,” hoort hij een stemmetje zeggen. Verschrikt
laat hij de deksel los en kijkt om zich heen. “Hé! denk om mijn hoofd.
Open is open. Nu niet ineens de deksel weer laten zakken,” roept de
stem verontwaardigd. Danny kijkt verschrikt naar de doos op zijn schoot.
Even zit hij stil. Zijn handen zweven boven de deksel. Zijn hart klopt
vlugger van schrik. Dan tilt hij de deksel weer een stukje omhoog.
“Ja, goed zo. Nog iets verder graag,” klinkt de stem weer.
Nieuwsgierig trekt Danny de deksel nu helemaal open. Eerst ziet hij
niets. Dan ineens beweegt er iets bij de stukjes ministeck in de doos.
Gele beentjes, gele armpjes, een rood lijf en een roze gezicht. Een
klein ministeckpoppetje gaat rechtop in de doos staan. “Hè, hè, ik
dacht dat je nooit zou beginnen. Waarom duurde het zo lang?” klinkt
het stemmetje brutaal. “Ik moest eerst de zigeunerin afmaken. Eigenlijk
mag ik de doos nog niet openmaken,” zegt Danny zacht. “Wie ben jij?”
“Ik ben Mini, de jongste dochter van de familie Steck. Ik heb niet
goed geluisterd naar mijn moeder. In de fabriek ben ik per ongeluk
in jouw doos terecht gekomen. Er is daar zo weinig ruimte, dat ik
zo plat als een ministeckje zonder pootjes ben geworden,” zucht ze.
“En wie ben jij?” “Ik ben Danny. Ik ben dol op ministeck, maar in
al mijn dozen heeft nog nooit iemand gewoond.” “Nee, ik zeg toch dat
het een ongelukje was. Ik hoor ook in de fabriek te blijven. Je kunt
me zeker niet terugbrengen?” “Ik heb geen idee waar je fabriek staat,”
zegt Danny. “Je kunt toch ook hier blijven, dat is wel gezellig.”
“Nou misschien. Maar dan moet je wel snel aan je kasteel beginnen,
dan kan ik daarin wonen,” zegt Mini. “Ik kan toch niet zomaar beginnen.
Ik moet eerst alles uittellen en de stukjes losmaken.” Mini zucht.
“Oh, jammer, waar moet ik dan wonen. Ik ga niet terug in die doos
hoor, mij te plat.” “Ik zal je meenemen naar de zigeunerin, die heeft
een paar plooien in haar jurk,” bedenkt Danny. Mini knikt blij. “Maar
wel voorzichtig hoor, anders val ik uit elkaar. En je mag tegen niemand
vertellen dat ik hier ben. Grote mensen geloven niet in ministeckpoppetjes.”
Danny knikt en neemt haar heel voorzichtig in zijn hand. “Ik stop
je in mijn zak, dan kan ik de doos eerst weer op de kast zetten.”
Hij zet de doos weg en de stoel op zijn plaats. Langzaam om vooral
niet te hard te schudden voor Mini gaat hij de trap af naar de kamer.

Beneden loopt hij meteen naar de zigeunerin. Aarzelend pakt hij de
plaat op. De zigeunerin is al duidelijk herkenbaar. Rechts in de kraag
van haar jurk zit een diepe plooi. Hij haalt Mini tevoorschijn. “Hoe
krijg ik je daar nou in dat is toch allemaal plat?” “Maak maar één
stukje los en zet me erop. De rest doe ik wel,” zegt Mini. Danny legt
de plaat op de tafel. Net op het moment dat hij Mini erop wil zetten
komt zijn moeder binnen. “Ik heb nu geen tijd om je te helpen met
ministeck Danny, misschien over een uurtje.” Geschrokken knijpt Danny
zijn hand dicht. “Au”, klinkt het zacht uit zijn vuist. Verbaasd kijkt
zijn moeder hem aan. “Wat is er heb je pijn?” vraagt ze bezorgt. “Nee,
ik beet op mijn tong,” verzint Danny vlug. “Ik wil heel even zelf
proberen of ik een paar stukjes kan. Dan kan je dat toch straks nakijken?”
Zijn moeder knikt. “Oké probeer maar.” Met haar gedachten alweer ergens
anders loopt ze de kamer uit. Danny gaat opgelucht aan tafel zitten.
Hij zet Mini op de kraag van de jurk. “Dit stukje moet los,” zegt
Mini. Ze wijst een roze stukje met twee pootjes aan. “Ik heb geen
nagels, hoe krijg ik dat los?” zucht Danny. “Meestal zit er een speciaal
stokje in de doos. Daarmee kun je het stukje vanaf de achterkant eruitduwen.
Ik zeg wel welk stukje je moet hebben.” Na even zoeken haalt Danny
het stokje uit de doos. Mini geeft aanwijzingen. “Op zijn kop leggen
met iets zachts eronder. Zet mij maar op tafel dan wijs ik het stukje
aan.” Het duurt even, maar dan heeft Danny het stukje los. Hij draait
de plaat weer om en zet Mini bij de open plek. Dan is het net of ze
opgeslurpt wordt. In de kraag zit ineens een extra plooi, maar alle
stukjes blijven plat. “Doe maar dicht,” roept Mini. Ga je nog verder
ministecken?” “Ik kan het niet zo goed zien alleen,” zegt Danny. “Straks
doe ik het fout.” “Nou dan help ik toch. Als je het roze stukje een
heel klein beetje omhoog laat staan kan ik alles zien.” Danny geniet.
Mini zegt welke stukjes hij moet pakken en waar hij ze in moet doen.
“Waar moet deze?” vraagt hij net op het moment dat zijn moeder binnenkomt.
“Tegen wie praat je?” vraagt ze verbaasd. “Oh zomaar in mezelf. Ik
maak een versje. Waar moet deze? waar moet die? wie zal het weten?
Wie, oh wie? Met een glimlach praat hij Mini na die het versje snel
voorfluistert. Zijn moeder komt bij hem staan. “Heb je al die stukjes
al gedaan?” vraagt ze verbaasd. “Ja het gaat bijna vanzelf,” lacht
Danny. “Ik wil hem snel afmaken want ik wil aan het kasteel beginnen.”
Als zijn moeder weer weg is gaat hij nog even door, maar dan heeft
hij er genoeg van. “Het geeft niet, ik ben ook moe. Zet me maar op
de kast dan kan ik naar die mooie hond kijken die je al gemaakt heb.”
Danny doet wat ze vraagt en loopt vrolijk fluitend de kamer uit.

Iedere dag werkt Danny nu aan de zigeunerin. Soms helpt zijn moeder
hem. Dan houdt Mini haar mond. Ze laat alleen even aan Danny zien
dat ze er is door de plooien in de de jurk te verplaatsen. Danny schiet
dan soms ineens in de lach. Het is wel heel moeilijk om niets over
Mini aan zijn moeder te vertellen. Volgens Mini kan zijn moeder haar
niet zien. Na een week is de zigeunerin klaar. Danny mag hem zelf
aan een spijker aan de muur hangen. “Hé, ik heb hoogtevrees,” fluistert
Mini angstig. “Ik haal je er straks uit,” fluistert Danny terug. Trots
kijkt hij naar zijn kunstwerk. Als het roze stukje in de zak ineens
beweegt gaat hij er snel voor staan. Opgelucht ziet hij dat zijn vader
en moeder allebei de kamer uitlopen. Snel haalt hij de plaat weer
van de muur. Het roze stukje laat al vanzelf los en steunend kruipt
Mini uit de plooi. Haar roze gezichtje ziet helemaal bleek. “Bah,
ik haat muren,” zucht ze. “Breng me maar naar je indiaan. Dan kan
ik een paar dagen in zijn veren hoed. Hij staat tenminste gewoon op
de kast.”

Danny doet wat ze vraagt. Hij heeft net de zigeunerin weer opgehangen
als zijn moeder met de kasteeldoos aankomt. “Hij was al open, klopt
dat?” vraagt ze verbaasd. “Ja, ik heb er even in gekeken,” zegt Danny
met een kleur. “Kunnen we met de deur beginnen of met het raam?” “We
beginnen toch altijd aan de kant. Anders raak je de tel kwijt,” zegt
zijn moeder. Danny knikt. “Jammer de deur is zo mooi,” probeert hij
nog een keer. “We werken er zo vlug mogelijk naar toe,” belooft ze.
Danny loopt zo vaak mogelijk langs de indiaan voor een praatje met
Mini. “Ik verveel me hier zo,” zucht Mini op een dag. Die indiaan
is zo saai. Neem me maar alvast mee naar het kasteel. Ik zal wel helpen
met de deur maken.” Danny wacht tot zijn moeder druk bezig is met
de was. Dan haalt hij Mini uit de veren hoed en legt haar in de ministeckdoos.
“Eigenlijk mag ik dit niet doen, maar ik wil zo graag een huis om
in te wonen,” zegt Mini. Ze fluistert een paar vreemde woorden. Voor
Danny’s ogen beginnen de ministeckstukjes in de doos te bewegen in
een lange rij stellen ze zich achter elkaar op. Ze klimmen uit de
doos, lopen naar het voorbeeld om te kijken naar welke plaats ze moeten
en gaan dan braaf op de ondergrond liggen. “Jij moet ze aandrukken,”
roept Mini vanuit de doos. “Anders vallen ze er weer af.” Danny sluit
zijn ogen en knijpt in zijn arm. “Ik droom,” zegt hij. “Ik droom vast
en zeker. Au, nee ik ben wakker.” Als hij zijn ogen open doet ziet
hij alle stukjes keurig op zijn plaats liggen. “Aandrukken anders
vallen ze eraf,” roept Mini weer. Snel doet Danny wat ze zegt. Voor
zijn neus wordt in een paar minuten tijd de deur van het kasteel opgebouwd.
Als de bovenste stukjes op zijn plaats liggen, gaat Mini met een zucht
in de doos zitten. Hè, he! Dit mag je aan niemand vertellen hoor.
Ik hoor dit helemaal niet te doen. alleen de oudste in de familie
mag dat. Die bouwt altijd een huis of extra kamers voor ons.” “Nou
ja hier ben jij toch de oudste, er is niemand anders,” troost Danny
haar. “Mini’s gezicht klaart op. Ja, je hebt gelijk. Zet je me nu
in het kasteel. En de rest moet je echt zelf maken hoor, anders is
het niet jouw kasteel.” Danny knikt. “Maar je helpt toch wel, net
als bij de zigeunerin?” Mini lacht. “Natuurlijk wel, dat vind ik juist
hartstikke leuk.”

Danny tilt haar op en zet haar voor de kasteeldeur. Alsof ze opgeslurpt
wordt, verdwijnt Mini naar binnen. “Hé, leuk hier,” roept ze. “Een
mooie ruime hal. Ik kan alleen de trap nog niet op omdat de rest niet
af is, schiet je een beetje op.” “Ja, ja,” zucht Danny. “Het is voor
vandaag genoeg geweest. Ik kan dit toch al niet aan mijn moeder uitleggen.
Is het echt mooi daarbinnen?” “Ja hoor, een hele mooie hal met allemaal
schilderijen en harnassen. Jammer dat je het niet kunt zien.” Mini’s
stem klinkt een beetje hol en zacht alsof ze een heel eind weg is.
“Doei, ik ga een kamer uitzoeken.” Ongelovig staart Danny naar de
deur. Zou dat nou echt waar zijn? Is er achter die deur een heel kasteel.
Dat kan toch helemaal niet? Hij haalt zijn schouders op. Alles kan
bij Mini. Tenslotte kan ze ook allemaal stukjes naar hun plaats laten
wandelen. Glimlachend legt hij de plaat op de kast. “Dag Mini,” roept
hij nog. Maar Mini geeft geen antwoord, ze heeft het te druk in haar
kasteel. De eerste dagen is Mini erg gelukkig achter haar kasteeldeur.
Daarna begint ze te zeuren over een eerste verdieping, meer gangen,
een toren. Maar hoe meer ruimte ze krijgt, hoe eenzamer ze wordt.
Haar roze gezichtje wordt grijs. Als ze tegen Danny praat klinkt haar
stem dof. Danny kijkt haar nadenkend aan. Wat kan hij voor haar doen?
Het kasteel is nog niet af maar er is ruimte genoeg. Achter de ministeckmuren
is volgens Mini een heel kasteel met prachtige zalen. Ze moet terug
naar haar familie. Ze heeft gewoon heimwee. Hij pakt de doos en zoekt
naar een adres. Er staat niets op. Hij moet iets verzinnen zodat hij
zijn vader om hulp kan vragen. In de doos ziet hij een speciaal haakje
liggen waarmee hij het kasteel op kan hangen als het klaar is. Nadenkend
speelt hij ermee. “Mini hebben jullie deze haakjes in de fabriek?”
vraagt hij. Ze knikt. “Hoezo?” “Als ik deze kapot maak en we sturen
hem terug naar de fabriek, krijg ik dan een nieuwe?” “Ik denk het
wel,” zegt Mini. Maar waarom wil je hem kapotmaken?” “Dan kan ik jou
terugsturen naar je familie. Ik stop je bij het haakje in de envelop.
Denk je dat dat kan?” Mini krijgt ineens weer wat kleur. “Zou je dat
willen doen? Ik vind het wel hartstikke leuk bij jou hoor, maar ik
mis mijn familie.” Danny knikt. “Ik weet het. Ik zal je heel erg missen,
maar je hoort hier niet.” Zonder verder na te denken geeft hij een
ruk aan het haakje. Na drie keer trekken is het kapot. Hij staat op
en loopt ermee naar zijn vader. De brief is weg. Mini zit samen met
het haakje in de envelope. Papa heeft met veel moeite een adres gevonden.
Mini heeft met tranen in haar ogen afscheid genomen. “Ik zal je nooit
vergeten,” snikt ze. Danny is ook verdrietig. “Je krijgt wel een nieuw
haakje uit de fabriek. Het is toch niet zo erg dat deze kapot is,”
zegt papa. “En als ze geen nieuwe sturen verzinnnen we zelf wel iets
anders.” Danny knikt. Hij heeft belooft om niets over Mini te vertellen,
maar soms is het wel moeilijk. Een paar weken hoort Danny niets. Dan
ligt er ineens een brief met een nieuw haakje in de bus. Voor de zekerheid
kijkt Danny nog eens goed in de lege envelop. Niets, geen Mini. Zelfs
niet één van haar familieleden. Het kasteel is bijna af. Danny heeft
er geen haast meer mee. Nu er niemand meer in komt wonen is het minder
leuk om eraan te werken. Op de dag dat het dak op de laatste toren
gezet is, gaat de bel. “Een pakje voor jou Danny,” zegt zijn moeder
verbaasd. Danny scheurt het bruine pakpapier open. Een klein doosje
ministeck ligt voor hem. ‘Omdat je zo een grote liefhebber bent, krijg
je een speciaal pakketje’ staat er op de brief die erbij zit. Danny
maakt voorzichtig het doosje open. Zijn hart klopt extra vlug. “Hè,
hè! Wat duurt dat weer lang! Je weet toch dat ik geen geduld heb,”
klinkt Mini’s stem. Danny lacht verrast. “Mini! Je bent terug!” “Ja,
maar ik ben niet alleen,” juicht ze. Achter elkaar lopen vijf ministeckpoppetjes
uit de doos. Mini staat er trots naast. “Dit is pa Steck, ma Steck,
Maxi, mijn broer, Mega en Mora mijn zusjes.” Allemaal maken ze een
buiging voor Danny. “Is het kasteel klaar? Dan kunnen we erin wonen.”
Danny lacht stralend. “Hij is helemaal af, kom maar gauw.” Door de
mooie poort glipt de hele familie naar binnen. Danny hoort hun juichende
kreten. De zusjes ruziën over welke kamer ze willen hebben. Mini komt
nog even naar de deur. “Vindt je het goed dat ik terug ben?” vraagt
ze aarzelend. “Ik vind het heerlijk,” lacht Danny. “Ik ga nog veel
meer ministeckplaten voor jullie maken, zodat jullie je nooit kunnen
vervelen.” Mini verdwijnt zingend in het kasteel. “Hang je hem niet
te hoog aan de muur, ik heb nog steeds hoogtvrees,” roept ze nog.
“Je mag op de kast dan kan ik goed met je praten, ik weet alleen nog
niet hoe ik aan papa uit moet leggen dat ik geen haakje nodig heb
om het kasteel op te hangen.” “Je verzint vast wel iets,” klinkt Mini’s
vrolijke stem vanuit het kasteel.
Je kunt Carla mailen: boekencarla@hotmail.com
of naar haar site gaan: http://carla.makes.it
O ok jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
H oe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home