De vijf meiden - Verdwaald
door Karien Meuleman, 13 jaar
Iris werd wakker met barstende koppijn. Ze sliepen de vorige avond,
of eerlijk gezegd die nacht, ook pas om twee uur. Ellemijn die naast
haar sliep werd vrolijk wakker. " Hoi Iris lekker geslapen?"
"Fantastisch," bromde Iris. " Niet dus?" vroeg Ellemijn
voorzichtig. " Ach meid, hou je kop. " Marieke was ondertussen
ook wakker geworden. " Hallo!" "Hoi," bromde Iris.
" Wat is er met haar?" vroeg Marieke verbaasd aan Ellemijn.
" Slecht geslapen. " "Oei, dan moeten we dus oppassen.
" Laura werd ook wakker. " Goeiemorgen! Zo ben ik weer eens
de slaapkop?" "Ja meid, maar ach dat kennen we zo langzamerhand
wel van jou," zei Marieke. Meteen daarna kreeg ze een kussen in
haar gezicht. Dat was het teken voor een kussengevecht. Iris kreeg een
kussen in haar gezicht. Ze smeet hem in een hoek van een kamer. "
Kunnen jullie nou echt niets beters verzinnen dan dit kinderachtige
gedoe!" riep ze boos. Het werd opslag stil in de kamer. "
Sjonge jonge, slecht geslapen?" vroeg Laura. " Nee, ik heb
alleen barstende koppijn. " "Hm, dat is niet fijn. "
"Misschien dat het helpt als je je hoofd effe onder de koude kraan
houd," bedacht Marieke. " Misschien," zei Iris. Ze stond
op en liep naar de keuken. Haar oom en tante lagen nog in bed. Ze hield
haar hoofd onder de kraan, droogde haar gezicht af en schudde haar hoofd
een keer. Hè,hè, het had in ieder geval wel een beetje
geholpen. Ze liep weer naar de slaapkamer toe. " Zo, gaat het al
wat beter?" vroeg Ellemijn aan haar vriendin. " Ja, hoor,
maar zullen we ons gaan aankleden?" Dat vonden de anderen goed.
De andere spullen deden ze alvast in de tas, zodat ze dat straks niet
meer hoefden te doen. " Hoe laat kwam je moeder ons ook al weer
ophalen?" vroeg Ellemijn. " Om twee uur," zei Iris. Ze
liepen naar de keuken om de tafel al vast te dekken. " Waar staan
de borden? vroeg Laura. " "Ik zou het niet weten, trek maar
wat kasten open," was het antwoord van Iris. Ze deden deuren van
kastjes open, maar nergens konden ze borden vinden. " Laten we
maar even wachten tot ze beneden zijn," zei Iris met een zucht.
" Zo komen we toch geen stap verder. " De meiden gingen naar
de kamer en deden de t. v. aan. " Hé dat is Peter!"
"Welke Peter?" vroeg Marieke. " Je kent Peter toch nog
wel? Dat was die ene gast die dat leuke programma presenteerde,"
zei Iris verontwaardigd. " O, die Peter. Maar die was toch gestopt
met presenteren?" "Blijkbaar niet dus. " Ze keken het
even, maar al gauw waren ze het er over eens dat dit toch geen leuk
programma was. " Waar is Blekkie eigenlijk?" vroeg Iris. "
Hé ja, hij ligt niet in zijn mand. " Opeens hoorden ze gegil
van tante Maaike, en daarna oom Maarten die hard moest lachen. Ze sprongen
op en liepen de trap op naar boven, naar de kamer van oom Maarten en
tante Maaike. " Wat is er?" vroeg Ellemijn. " Blekkie
sprong opeens bovenop me," zei tante Maaike. Blekkie zat nu braaf
naar de meiden te kijken alsof hij wou zeggen: "Is dat zo erg dan?"
De meiden grinnikten. " Ik denk dat hij er schoon genoeg van kreeg
dat jullie zolang in bed blijven liggen," zei Ellemijn. "
Tja, dat zal dan wel, nou ja dan gaan we er maar uit. " De meiden
gingen weer naar beneden en namen Blekkie mee.
Vijf minuutjes later kwamen oom Maarten en tante Maaike naar beneden.
" Hallo dames, komen jullie eten?" "Is goed. " De
meiden liepen achter oom Maarten aan naar de keuken. Tante Maaike was
al bezig met tafel dekken. Ze gingen aan tafel zitten om te eten. "
Wat gaan jullie vandaag nog doen?" vroeg tante Maaike. " Ik
zou het niet weten," zei Marieke. Ook de andere drie wisten niets.
" Hé, mogen we niet een bosrit maken op de paarden?' vroeg
Iris. Oom Maarten keek bedenkelijk. " Kunnen jullie dat wel? Jullie
hebben toch nog maar een les gehad. " "Ah, Asjeblieft?"
De meiden keken oom Maarten smekend aan. " Nou vooruit als jullie
maar niet te diep het bos in gaan. " "Yes!" De meiden
keken blij. Snel aten ze hun boterhammen op. " Ik doe wel wat lekkers
in een tas voor onderweg," zei tante Maaike. Oom Maarten ging met
de meiden mee om de paarden op te zadelen. " Ik zou als ik jullie
was onder de zadels een kleed leggen, dat is wat fijner voor de paarden,
en als jullie uitrusten kunnen jullie de paarden er mee afdrogen. "
"Oké. " De meiden legden een grote deken op de rug
van het paard. Daarna maakten ze het zadel en het halster vast. Ze maakten
de paarden even vast aan een boom en liepen naar de schuur. Daar zochten
ze een cap en rijlaarzen uit. " Ik heb er zin in," zei Iris
enthousiast. " Passen jullie wel goed op en om twee uur terug hè?"
"Ja oom," zei Iris braaf. Tante Maaike kwam buiten met een
tas en de jassen van de meiden. " Heeft een van jullie een horloge
om?" "Ja, ik tante Maaike," antwoordde Ellemijn. Iris
deed de tas op haar rug, en toen kon de rit beginnen. Ze stegen op,
zeiden oom Maarten en tante Maaike gedag en gingen toen weg. Eerst gingen
ze een stukje in stap om een beetje te wennen. " Laten we daar
door het bos gaan," stelde Laura voor. " Oké. "
De meiden sloegen rechts af en gingen in draf. Ze genoten van het prachtige
landschap, dat was dan ook wel heel wat anders in Den Haag. Ze hoorden
nu geen auto`s en kwamen ook haast geen fietsers tegen.
Ze waren al een uurtje onderweg toen ze dorst en honger kregen. Ze stegen
af bonden de paarden aan een boom en gingen in het natte gras zitten.
Iris maakte de tas open en haalde er van alles uit. Pakjes drinken,
koeken, broodjes, snoep, en nog wat lekkers voor de paarden. Ook zaten
er twee flessen water in. " Die zullen wel voor de paarden zijn,"
zei Marieke. Ook waren er vier bakken bij waar ze wat water in goten
en voor de paarden neer zetten. Zelf dronken ze ook wat en namen een
broodje. De rest van de spullen deden ze weer in de tas en toen gingen
ze weer verder. " Ik hoop dat we de weg straks wel weer terug weten,"
zei Ellemijn. " Ach ik ben hier wel eens eerder geweest met mijn
oom, dus ik weet het wel zo'n beetje," zei Iris geruststellend.
Ze gingen nu in galop, en deden een wedstrijdje. Iris won. " Hé,
waar zou die weg naar toe gaan?" vroeg Laura. " Ik zou het
niet weten," zei Iris. " Zullen we eens gaan kijken?"
stelde Marieke voor. " Ik denk dat het beter is als één,
of twee van ons gaan kijken en dat de anderen hier blijven, tot ze weer
terug komen. Daarna kunnen we altijd nog beslissen wat we doen,"
zei Ellemijn. " Oké, maar wie gaan er dan kijken?"
"Ik blijf wel hier," zei Laura. " Durf je niet?"
vroeg Marieke spottend. " Natuurlijk wel, maar er moeten er toch
twee hier blijven," antwoordde Laura kwaad. " O, sorry hoor,
ik wist niet dat je boos werd," zei Marieke met een vals lachje.
De andere meiden grinnikten met Marieke mee. Laura kreeg tranen in haar
ogen, draaide haar paard om en ging in galop weg. " Shit, dit was
toch niet zo slim van ons," zei Iris aarzelend. Laura was de laatste
die bij het groepje kwam. Eerst waren Kathelijn, Iris, Ellemijn en Marieke
met zijn vieren de beste vriendinnen. Maar sinds een tijdje hoorde Laura
er ook bij. Dat kwam voornamelijk omdat ze eerst nog drie broers had,
maar één was een half jaartje geleden gestorven. Sinds
die tijd hadden de andere vier haar opgevangen en nu deed ze altijd
met hun mee. " We kunnen maar het beste achter haar aan gaan,"
stelde Ellemijn voor. " Ze kent dit bos natuurlijk helemaal niet
en straks verdwaald ze nog. " De meiden draaiden hun paarden om
en gingen de kant op waar Laura net heen was gegaan. " We moeten
wel snel zijn anders halen we haar nooit meer in,"meende Iris.
Ze stopten voor een kruising van drie wegen. " Waar zou ze heen
zijn gegaan?" vroeg Iris. " Ik weet niet," zei Ellemijn.
" Laten we maar rechtdoor gaan, hopelijk is zij daar ook heen gegaan.
" De meiden gingen weer verder. Nog steeds konden ze hun vriendin
niet vinden. De meiden begonnen van allerlei vreselijke dingen te denken.
" Straks is ze overreden," zei Iris griezelend. " Ach
man hou je kop," bromde Marieke boos. Iris keek haar verbaasd aan.
Anders deed Marieke nooit zo, zou ze zich misschien schuldig voelen?"
Hé, meid, het is echt niet jouw schuld hoor," zei Ellemijn.
" Hoe weet jij dat nou? Door mij is ze toch weg gegaan, straks
is er wat ergs gebeurd, en dan is het mijn schuld. Ik wil dat niet op
mijn geweten hebben hoor. " "Misschien valt het allemaal reuze
mee en is ze gewoon hier ergens in de buurt," bedacht Iris troostend.
Opeens zagen ze een paard dat naar de meiden toe kwam lopen. "
Hé is dat niet het paard waar Laura op rijd?" zei Ellemijn.
" Hé ja, dat lijkt er wel op," zei één
van de anderen. Iris stapte af en greep het paard bij de teugels. "
Maar
waar zou Laura dan zijn. " Het werd even stil. Als Laura
niet op het paard zat waar zou ze dan kunnen zijn?" We kunnen het
beste gewoon die kant op gaan waar het paard van dan kwam," vond
Iris. " Ik vind het best maar hoe nemen we het paard van Laura
dan mee?" vroeg Marieke. " "Ik kan wel op mijn eigen
paard rijden en dan het paard van Laura aan de teugels mee laten lopen,"
bedacht Iris. Iris steeg weer op en ze reden verder. Opeens hoorden
ze een eindje verder iemand roepen. " Help, help!" Snel reden
ze er naar toe, en ja hoor daar lag Laura aan de rand van het pad. Snel
stapten ze af, bonden de paarden aan een boom en renden naar hun vriendin
toe. " Gaat het Laura?" "Nee, ik heb zo'n last van mijn
voet. " Voorzichtig deed ze haar paardrijlaars uit. Haar voet was
dik en blauw. " Heb je verder nog ergens last van?" vroeg
Iris. " Ja, van mijn hoofd. Ik werd van het paard geslingerd en
toen knalde ik met mijn kop tegen een boom aan. " "Oei, dat
is niet zo fijn. " "Nee, totaal niet," zei Laura met
een moeizaam lachje. Iris haalde drie zakdoeken uit de tas en bond die
om de voet van Laura. " Ze zijn toch wel schoon mag ik hopen?"
vroeg Laura grinnikend. " Ja, hoor, ze komen net uit de was. "
"Nou, laten we maar weer naar huis gaan, want het is nu al half
twee, zei Marieke. " "Ja, maar hoe komen we dan thuis? Ik
kan namelijk niet paardrijden met mijn voet," deelde Laura mede.
" Ik weet wat," bedacht Marieke. " Jij gaat bij mij achterop,
en dan neem ik jouw paard bij de teugels mee. " Zo gezegd zo gedaan.
Ze gingen weer op de paarden zitten en reden de zelfde weg terug. "
Eh
waar moeten we nu heen?" vroeg Marieke na een tijdje. Tja,
dat wisten de anderen ook niet. " Laten we maar rechtdoor gaan,"
bedacht Ellemijn aarzelend. " Oké. " De meiden reden
rechtdoor, en kwamen een huis tegen. " Volgens mij kwamen we die
niet tegen op de heenweg," meende Iris. " Laten we daar aanbellen
en vragen hoe we weer terug komen," bedacht Marieke. " Ja
hallo, straks zijn het een stel criminelen. " "Brrr, Ellemijn,
doe niet zo eng. " "Sorry,sorry," zei Ellemijn grinnikend.
" We kunnen toch best gaan, we zijn toch met zijn vieren. "
Daar waren de anderen het mee eens. Dus stegen ze af en bonden de paarden
aan een boom. Tringggg, even later hoorden ze voetstappen, en ging de
deur open. In de deuropening stond een jonge vrouw met een baby op haar
arm. " Hallo dames, wat komen jullie doen?" vroeg ze vriendelijk.
" Eh. . we zijn verdwaald mevrouw. " "Oei, en waar moeten
jullie heen?" "Wat was het adres ook alweer?" vroeg Iris
aan de anderen. " Weten wij veel, wij zijn hier pas voor het eerst,"
zei Laura tegen Iris. " Eh. . we moeten naar de paardenboerderij,"
zei Iris dus maar. " Oh daar, moet ik jullie er anders even heen
brengen?"
"Nou ik denk dat dat niet gaat mevrouw, we zijn namelijk te paard,"
antwoordde Marieke beleefd. " Oh, eh
het is hier niet zover
vandaan, je moet dit pad gewoon uitrijden, daarna kun je links of rechtsaf,
dan moet je rechts gaan, en dan kom je er vanzelf. " "Bedankt,"
en de meiden liepen weer naar hun paarden. Even later kwamen ze op de
paardenboerderij aan. De auto van de moeder van Iris stond al voor de
deur. " Oei, ze zijn vast ongerust," zei Ellemijn toen ze
op haar horloge zag dat het al twee uur was. Snel zetten ze de paarden
in de stal, droogden ze af en liepen snel naar binnen. Laura tussen
twee van haar vriendinnen in, en ze hinkte steunend op hun schouders.
" Waar waren jullie toch?" vroeg tante Maaike ongerust. "
Nou kijk, we waren Laura kwijt geraakt, en toen we haar hadden gevonden,
waren we de weg naar huis kwijt geraakt," legde Iris uit. "
Hmm, nou kom maar gauw mee want de moeder van Iris zit al in de kamer
te wachten. " Snel deden ze hun laarzen uit en liepen de kamer
in. De moeder van Iris keek opgelucht toen ze de meiden zag. "
Wat is er toch allemaal gebeurd?" vroeg ze. " Nou, niks ergs
hoor mam, we waren Laura alleen kwijt geraakt, maar toen we háár
weer hadden gevonden, waren we de wég kwijt. " "Nou,
gelukkig dat jullie er weer zijn, maar wat is er met jouw gebeurd?"
vroeg oom Maarten bezorgd. " Ik heb last van mijn voet, ik was
namelijk van het paard afgevallen. "
"Oei, ik haal wel even de verbanddoos op, ga maar even rustig op
de bank zitten. " "Wij pakken de tassen wel even," bedacht
Ellemijn. De meiden liepen naar de kamer. Oom Maarten kwam de kamer
weer binnen met de verbanddoos. " Laat eens even kijken. "
Laura stroopte haar broek op. " Oei, ik denk dat het gekneusd is,"
zei oom Maarten. Haar voet was ook helemaal dik geworden. " Ik
doe er wel even een verbandje om, maar ik zou als ik jouw was morgen
wel even langs de dokter gaan. "
"Oké," zei Laura. De andere drie meiden kwamen de kamer
weer binnen met de tassen en dekbedden onder hun armen. " Laten
we maar naar huis gaan," zei de moeder van Iris. De meiden deden
hun jas aan en liepen naar de auto. Laura had haar ene schoen aan, en
de andere in haar hand. Ze zeiden oom Maarten en tante Maaike gedag
en reden weg.
Kijk ook op de site van Karien: www.lochem.net/karien
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home
|