De vijf meiden - Blekkie
door Karien Meuleman, 13 jaar
Snel liepen ze door de wei waar Bles stond, en stapten over het prikkeldraad.
Ze moesten nog een klein stukje over een zandpad lopen maar toen kwamen
ze in het bos aan. " Waar is de hut?" vroeg Laura. "
Hier zo meteen aan de linkerkant. " Ondertussen kwam er even verder
in het bos een auto aan. De auto stopte en een man stapte uit. Voorzichtig
keek hij om zich heen. Toen hij niemand zag haalde hij uit de achterbak
een jong hondje. Hij keek nog eens schichtig om zich heen, maar zag
geen mensen. Daarna haalde hij uit de achterbak twee dikke touwen. Hij
nam de hond mee naar een boom. De hond piepte zachtjes. " Hou je
bek!" siste de man boos tegen de hond. Weer liet de hond een zacht
piepend geluid horen. De man gaf het hondje een klap. De hond dook ineen
en verroerde zich niet meer. De man duwde het hondje tegen de boom en
bond een van de touwen om zijn poten. Het andere touw draaide hij om
de boom en toen om de nek van de hond. Zo strak dat het hondje haast
geen adem meer kon halen. Opeens hoorde de man geritsel. Voorzichtig
gluurde de man om zich heen maar zag niets. Weer hoorde hij geritsel.
Hij keek nog eens en toen zag hij iets te voorschijn komen. Tot zijn
opluchting zag hij dat het maar een hert was. Toen de man zeker wist
dat het hondje niet meer los kon komen draaide hij zich om, liep snel
naar de auto en reed weg. Het hondje piepte, maar niemand in het bos
hoorde het
.
Onder tussen waren de meiden bij de hut aangekomen. Deze zag er heel
mooi uit. Als je er niet op lette dan had je hem niet zo snel gezien,
omdat hij helemaal verscholen tussen de takken zat. " Kijk, daar
is de deur, en aan de andere kant zit een raam zodat je naar buiten
kunt kijken," vertelde Iris Ze liep de meiden voor naar binnen.
" Wauw," de meiden stonden er versteld van. De hut was helemaal
mooi ingericht. Een aparte slaapkamer, een aparte keuken en natuurlijk
een woonkamer. Ze keken door het raam naar buiten en keken uit over
de weilanden. " Wat gaaf!" riep Marieke uit. " We hebben
ook een tuintje gemaakt," zei Iris trots. Ze liepen weer de deur
uit naar de andere kant van de hut en daar zagen ze een paar mooie planten
staan, en een paar bloemetjes. Ook was er een terras bij gemaakt. Ze
gingen op de stenen zitten die een bank voorstelde. " Hoe lang
zijn jullie hier wel niet mee bezig geweest?" vroeg Ellemijn. "
Ongeveer drie dagen. Ik was toen namelijk vier dagen met mijn nicht
bij tante Maaike en oom Maarten geweest, en we hebben natuurlijk ook
wel andere dingen gedaan. Zal ik jullie eens de beste klimboom van de
wereld laten zien?" "Staat die hier dan in het bos?"
vroeg Marieke met grote ogen van verwondering. " Nee snuggere,"
grinnikte Iris. " Het is heus niet de beste van de wereld hoor,
maar je kan er wel heel goed inklimmen. "
"Ik wil hem best wel zien," zei Laura. Ook de andere twee
vonden dat een goed idee. Ze liepen verder het bos in, en de andere
meiden merkten dat Iris hier goed de weg wist. Opeens hoorden ze een
piepend geluid. " Wat zal dat zijn?" vroeg Laura. " Ik
weet het niet, zullen we er effe heen lopen?" De meiden vonden
het best, en zo liepen ze op het geluid af. Opeens riep Laura: "Ik
weet wat het is, het is een hond. " De meiden luisterde nu ook
goed en ja hoor, Laura had gelijk. Ze hoorden een zacht keffend geluid.
" Dat klinkt niet zo best," zei Marieke bezorgd. De meiden
begonnen sneller te lopen. " Ik hoop dat we nog op tijd zijn,"
zei Iris. " Ik zie wat, " riep Laura. Ze wees naar een zwart
bolletje wol dat hijgend op de grond lag, met een touw om zijn nek,
en poten. " Wat een dierenmishandeling!" riep Iris uit. De
meiden knielden naast het hondje neer en probeerden uit alle macht het
touw los te krijgen. Het hondje keek hen angstig aan, deed zijn ogen
dicht en liet zijn kopje hangen. Iris had het touw van zijn kopje af
gekregen en Laura van zijn poten. Marieke en Ellemijn zaten hem te aaien.
" Kom, we moeten hem mee naar huis nemen," zei Marieke. De
anderen waren het er helemaal mee eens. Het hondje lag nog steeds met
zijn ogen gesloten, maar zijn hartje bonkte nog wel. Ellemijn had het
hondje opgetild, en zo liepen ze naar huis. Even later liepen ze met
het hondje de kamer in. " Hoe komen jullie daaraan?" vroeg
oom Maarten verbaasd. Tante Maaike kwam net de kamer in en ving nog
net de laatste woorden van oom Maarten op. " Hoe komen jullie waaraan?"
vroeg ze aan de meiden. Maar de meiden hoefden al geen antwoord meer
te geven, want tante Maaike zag het bolletje wol in de armen van Ellemijn.
" Ah gus," zei ze. Tante Maaike wist wel het een en ander
van honden, dus liep ze snel naar boven om een grote handdoek voor het
hondje te pakken. Toen ze terug kwam hadden de meiden het hele verhaal
al aan oom Maarten verteld. Tante Maaike pakte voorzichtig het hondje
uit de armen van Ellemijn en rolde hem in de handdoek. " Ik denk
dat we zo even met het hondje naar de dierenarts moeten gaan om het
hondje na te laten kijken. " "Ja, maar wat moeten we daarna
dan met hem doen?" vroeg Ellemijn. " Ik denk dat we het beste
naar de politie kunnen gaan, al denk ik zelf dat het een vakantieslachtoffer
is," zei oom Maarten. " Hè, maar het is nu toch helemaal
geen vakantie?" "Maar dat hoeft ook niet, het kan zijn dat
het wat oudere mensen zijn die er een weekeindje tussenuit willen, en
dat ze dan de hond niet mee kunnen nemen, dus laten ze die achter in
bijvoorbeeld een bos," legde oom Maarten uit. " Maar waar
laten we hem nu dan?" vroeg Laura. Oom Maarten en tante Maaike
keken elkaar aan. " We kunnen hem hier laten," stelde tante
Maaike voor. " Wij hebben het hier toch rustig, dus kunnen we best
voor hem zorgen. " Oom Maarten knikte. " O, dat is gaaf! As
wij dan hier komen is er een hond," riep Iris enthousiast. "
Ik had altijd al een hond willen hebben," zei Ellemijn. "
Dan kom je toch gezellig met Iris mee meid," zei tante Maaike.
" En wij hebben een honden opvangcentrum, of was je dat soms vergeten.
Je mag zo vaak komen als je wilt hoor". Ellemijn keek blij. De
anderen ok hoor, want ze vonden het allemaal gaaf dat de hond bleef,
dan konden ze in ieder geval tot morgen nog met hem spelen. Het hondje
dat tussen de meiden in op de bank lag had zijn oogjes open gedaan en
keek rond. " Wat een scheetje is het eigenlijk," zei Laura.
" Kom, dan gaan we nu meteen naar de dierenarts," zei tante
Maaike. Ellemijn pakte het hondje voorzichtig op en toen liepen ze naar
buiten. Oom Maarten bleef thuis om op de paarden en het huis te passen.
Ze stapten in de auto en reden naar het dorp. Daar woonde de dierenarts.
Ze parkeerden de auto voor de praktijk en liepen naar binnen. In de
wachtkamer was het niet druk, dus waren ze snel aan de beurt. "
Zo, wat scheelt eraan?" vroeg de dierenarts. " Dat weten we
niet meneer, we hebben hem in het bos gevonden, en hij zat helemaal
vastgebonden aan een boom, en toen stikte hij zowat maar hebben wij
hem nog net op tijd gered," zei Ellemijn. " Hmm, ik zal hem
wel eens even onderzoeken," zei de dierenarts. Hij rolde het hondje
op zijn ruggetje en bekeek hem eens goed. " Het is een mannetje,
wisten jullie dat al?" De meiden schudde hun hoofd "Maar we
hadden het wel altijd over een hij," zei Iris. " Hmm, hij
is nog zolang bij zijn moeder weg, eigenlijk is hij nog veel te jong,
ik schat zo'n vier weken. " "Heeft hij verder nog iets?"
vroeg tante Maaike. " Niks ernstigs, alleen wat schaafwondjes ik
denk dat hij is geslagen door zijn baasje, maar verder is het wel een
gezond beestje. Wt willen jullie nu met hem gaan doen?" "Wij
houden hem waarschijnlijk zelf, maar laten het de politie natuurlijk
wel weten, want als er iemand is die hem kwijt was dan geven we hem
natuurlijk wel terug. " "Oké, met het eten zou ik als
ik u was gewoon een soort hondenbrokken kiezen, en niet allemaal verschillende
doen, want dan kan het zijn dat hij buikklachten krijgt. " "Wat
voor een ras is het eigenlijk precies?" vroeg Laura. " Volgens
mij is het een Ierse Setter, maar ik heb dáár eigenlijk
niet zoveel verstand van, je kunt wel bij de dierenspeciaalzaak een
boek kopen met verschillende rassen er in, ik verzeker je dat je daar
meer wijs uit kan worden. " "Nou dan gaan we die toch even
kopen?" zei tante Maaike opgewekt. " Nou veel plezier met
de hond en tot ziens!" zei de dierenarts. " Bedankt, doei!"
Tante Maaike en de meiden liepen het kamertje uit naar buiten. "
Waar is die dierenwinkel?" vroeg Marieke. " Hier tegen over
aan de linkerkant. " Ze staken over en liepen naar de dierenwinkel
''de dierenvriend''. Ze liepen de winkel binnen. De winkel zag er gezellig
uit, en ergens achterin stonden hokken met konijntjes, vogeltjes en
hamsters er in. De meiden liepen er meteen heen en waren al snel helemaal
verrukt van een hamstertje dat de hele tijd rondjes in zijn rad draaide
en daarna meteen naar de meiden toe kwam en hen met een schuin hoofd
aankeek alsof hij wou zeggen: vind je dat niet knap van mij? Een mevrouw
die in de winkel werkte zag al snel hoe de meiden er mee speelden. "
Jullie mogen hem wel even oppakken hoor," zei ze vriendelijk. Nou
dat lieten de meiden zich geen twee keer zeggen, ze openden het hok
en haalden het hamstertje er voorzichtig uit. Het hamstertje keek om
zich heen. De meiden aaiden hem over zijn kopje en omstebeurt hielden
ze hem even vast. Tante Maaike was ondertussen eten aan het zoeken voor
de hond en kocht een mooi boek over honden. Toen ze het had betaald
liep ze naar de meiden toe. " Kom dames we gaan weer naar huis.
" De meiden gaven het hamstertje om de beurt een knuffel en stopten
het diertje toen weer in zijn hok. " Hoe duur is dat hamstertje?"
vroeg Ellemijn aan de kassajuffrouw. " Ehmm
. " de mevrouw
keek even op een lijst. " Dat hamstertje waar jullie net de hele
tijd mee aan het spelen waren kost 15,00 gulden. " "Oké
bedankt. " De meiden en tante Maaike liepen weer naar buiten. Tante
Maaike had ook een riem voor het hondje gekocht en die had ze meteen
omgedaan. " We moeten nu alleen nog naar het politiebureau, om
te vragen of iemand al een hondje kwijt is. " Het politiebureau
lag net iets buiten de stad. " We kunnen er het beste heen lopen,"
zei tante Maaike. " Het is daar namelijk moeilijk om te parkeren
en de hond zal het ook best leuk vinden om een stukje te lopen. "
De meiden vonden het best. Eerst kibbelden ze nog even over wie de hond
aan de riem mocht houden, maar toen kwam Ellemijn al met het idee om
het omstebeurt te doen. Het hondje snuffelde aan elke boom, dus het
duurde wel een tijdje voor ze er waren. Maar ze hadden geen haast. In
het politiebureau was een balie waar ze het hondje konden opgeven. De
meneer achter de balie toetste de gegevens in de computer. " Hij
is nog niet opgegeven als vermist mevrouw. Mag ik misschien uw telefoonnummer?
Dan kan ik u bellen als ik nieuws heb," zei de politieman. "
Dat is goed. " Tante Maaike gaf hem het telefoonnummer en toen
liepen ze weer naar buiten. " Weet je waar ik nou echt zin in heb?"
zei tante Maaike. " Nou?" De meiden keken haar vragend aan.
" Ik heb zin in een ijsje. " "Dus?" vroeg Iris.
" Dus gaan we even een ijsje kopen. " "Helemaal mee eens,"
zeiden de vier meiden in koor. " Waar is dan een ijscoboer?"
vroeg Laura. " Hier zo meteen aan de rechterkant volgens mij. "
Ondertussen liepen ze alweer richting van de auto. En ja, tante Maaike
had gelijk, want na een tijdje zagen ze een winkeltje waar ze ijs verkochten.
" Zou de hond ook ijs lusten?" vroeg Marieke zich af. "
We kunnen altijd kijken," bedacht Laura. Dus kocht tante Maaike
zes soft ijsjes van 1,50. Ellemijn hield de hond het ijsje voor en ja,
de hond likte aan het ijsje. " Zullen we ondertussen vast naar
de auto lopen?" bedacht tante Maaike. " Ik vind het best,
maar hoe moet de hond het ijsje dan opeten?" "Als jij het
ijsje van de hond gewoon mee neemt naar de auto dan kun je dat in de
auto wel geven. " Dat vonden ze goed. Al likkend liepen ze naar
de auto. In de auto likte de hond het hele ijsje op. " Jij en oom
Maarten moeten eigenlijk nog een naam voor hem verzinnen," zei
Ellemijn tegen tante Maaike. " Ik vind dat jullie dat ook wel mogen
doen," zei tante Maaike. " Wij kunnen totaal geen namen verzinnen
en jullie hebben hem immers gevonden. " "O, cool!" De
meiden begonnen van alles op te noemen, zoals: Flappie, Bello, Fikkie,
en nog veel meer, maar steeds vonden ze het toch niet leuk. " We
moeten iets aparts," zei Laura. De andere meiden knikten instemmend.
Het bleef een hele tijd stil in de auto. Af en toe zei iemand een naam,
maar dan vonden ze het toch weer niet goed. Toen ze weer bij het huis
aan kwamen hadden ze nog steeds geen naam gevonden. " Oom Maarten,
weet jij een leuke naam voor de hond?" "Nou, dat zou ik echt
niet weten, dat moeten jullie maar verzinnen. " De meiden namen
de hond mee naar hun slaapkamer. Ze gingen alle vier op hun rug op bed
liggen en staarden naar het plafond. " Ik weet echt niets,"
mompelde Iris. " Tja," zuchtte Ellemijn. " Ik dacht altijd
dat dat niet zo moeilijk was maar ja, was dat maar zo. " "Hé
Marieke, weet jij niet iets, jullie hebben een hondenopvangcentrum dan
weet je toch genoeg namen," zei Laura. " Daar heb je gelijk
in, waarom bedenk ik nou niet zoiets," zei Ellemijn enthousiast.
Ze begon van alles op te noemen, maar toch vonden de andere de meeste
niet leuk. Het hondje sprong op de bedden van de meiden en kwispelde
met zijn staart. Opeens riep Laura: "Ik heb het!" "Wat
dan?" "Wat dachten jullie van: Blekkie?" "Hé
ja, dat is een grandioos idee!" De meiden aaide Blekkie over zijn
zwarte ruggetje. " Vind jij Blekkie ook wel een mooie naam?"
vroeg Marieke aan Blekkie. Blekkie kwispelde met zijn staart. "
Het lijkt net of ie daarmee wil zeggen dat hij het mooie naam vindt,"
merkte Ellemijn op. De meiden tilde Blekkie van het bed en namen hem
mee naar de woonkamer. " Hebben jullie al een naam verzonnen?"
vroeg oom Maarten. " Ja," zei Iris. " Hoe heet ie dan?"
"Blekkie. " "Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat ook wel
bij hem vind passen," merkte tante Maaike op. Blekkie liep door
de kamer en bekeek alles eens goed. " Nou Blekkie, welkom thuis
dan maar. " "Hoe laat is het tante?" vroeg Laura. "
Bijna zes uur. " "Zullen we maar eens gaan?" vroeg oom
Maarten. " Waar gaan we heen dan?" vroeg Marieke nieuwsgierig.
" Ja, dat zouden jullie wel willen weten hè? Maar dat verklappen
we niet," zei oom Maarten. " Doen jullie je jas maar aan dan
komen jullie er straks wel achter. " De meiden liepen naar de gang
en deden hun jas aan. " Mag Blekkie ook mee?" vroeg Ellemijn.
" Ja hoor. " De meiden deden Blekkie de riem om en namen hem
mee naar de auto. " Stap maar in," zei oom Maarten vrolijk.
De meiden gingen met zijn vieren achterin zitten. " Gaat dat wel
goed?" Oom Maarten keek bedenkelijk. " Ja, hoor oom!"
riep Iris vrolijk. " Oké dan maar. " Oom Maarten zette
Blekkie bij een van de meiden op schoot, en deed het portier dicht.
Hij zelf ging achter het stuur zitten en tante Maaike er naast. De meiden
speelden een beetje met Blekkie, en letten op de weg, om te kijken of
ze al wisten waar ze naar toe gingen. " Ik krijg trek," zei
Marieke. " Nou je bent niet de enige," bekende Ellemijn. "
Dat komt dan goed uit," zei oom Maarten. Hij parkeerde de auto
op een parkeerplaats. " Ik weet al wat we gaan doen," zei
Laura enthousiast. " We gaan uit eten. "
Kijk ook op de site van Karien: www.lochem.net/karien
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home
|