De vijf meiden - Met de trein
door Karien Meuleman, 13 jaar
Ellemijn deed haar ogen open. " Waar was ze ook al weer? O,ja in
de tent bij Iris. " Ze keek naar de anderen die nog diep in slaap
waren. Zachtjes ging ze uit haar slaapzak en kroop naar de voorkant
van de tent. Voorzichtig deed ze de rits een klein stukje open. "
Gelukkig, het is mooi weer. " Ze kroop weer terug in haar slaapzak
en keek op haar horloge. " Negen uur, eigenlijk veel te zonde om
in bed te blijven. " Ze schudde de anderen heen en weer. "
Wakker worden!" riep ze. Geschrokken kwamen de meiden overeind.
" Is er brand of zo, jemig wat kan jij schreeuwen," zei Laura.
" Nee, maar het is veel te mooi weer om te blijven slapen. "
De meiden kropen uit hun slaapzak en deden hun kleren aan. Even later
zaten ze voor de tent aan het ontbijt dat de moeder van Iris klaar had
gezet. " Wat zullen we straks gaan doen?" vroeg Marieke. "
Ik weet niet. " "Ik weet misschien wel wat, maar ik weet niet
of jullie dat wel leuk vinden," zei Iris. " Wat dan?, vertel.
" "Nou, mijn oom woont ergens buitenaf op een boerderij, en
daar heeft die heel veel paarden, waarmee hij ook les geeft. En nu had
hij pas geleden gezegd dat ik met een paar vriendinnen of alleen wel
eens mocht komen kijken, en nu dacht ik, misschien vinden jullie dat
wel leuk, en dan kunnen we daar vandaag heen. " "Wauw, kunnen
we naar zo'n echte paarden. . eh. . paarden dinges. "
"Naar een echte paardenboerderij zul je bedoelen. " "Nou,
ik vind het wel een goed idee," zei Marieke. " En jullie dan?"
De andere twee knikten ook. " Ik moet het dan nog wel effe vragen
hoor," zei Iris. De meiden aten snel hun boterham op en liepen
toen de keuken binnen. De moeder van Iris zat aan de keukentafel te
lezen. " Hoi mam!"
Haar moeder keek op. " O, hoi dames, lekker geslapen?" "Ja
hoor mam. Maar effe wat anders, wij hadden al iets leuks bedacht voor
vandaag. " "Wat dan?" "Nou wij hadden bedacht om
vandaag naar oom Maarten en tante Maaike te gaan. " "Ja, dat
is wel een goed idee, maar dan moet je even oom Maarten opbellen om
te vragen of het goed is. " Iris had de hoorn al in haar handen
en draaide het telefoon nummer van haar oom en tante. Hij ging een paar
keer over maar toen hoorde ze de stem van haar oom. " Hoi, met
Iris!" "Hé meid, wat leuk om je te horen, waar bel
je voor?" "Ik wou je vragen of ik samen met drie vriendinnen
vandaag mag komen. " "O, maar natuurlijk kind. Wanneer zie
ik je dan?" "Eh. . om elf uur kunnen we er denk ik wel zijn.
" "Mooi kind, tot straks!" "Doei!
. Het mag!"
juichte ze. " Er is alleen nog een ding," merkte moeder op.
" Wat dan mam?" "Ik kan jullie niet met de auto brengen,
dus als jullie willen mogen jullie met de trein. " Nou dat wouden
ze maar al te graag. De vier meiden dansten als Indianen door de keuken.
" Ik snap dat jullie dat leuk vinden, maar dat jullie in Indianen
veranderen dat snap ik niet," zei moeder lachend. " Ik zou
trouwens als ik jullie was maar even oude kleren aan doen. Hebben jullie
die bij je?" "Eh, nee mevrouw. " "Nou dan doen jullie
toch wat van Iris aan. " De meiden gingen naar boven om de kleren
aan te doen, terwijl de moeder van Iris wat snoep en drinken in een
tas deed. Even later kwamen de kinderen in oude kleren de trap af en
de keuken binnen. " Hé mams, wat heb je in die tas gedaan?"
"Wat te eten en drinken voor onderweg, want jullie moeten toch
wel een uurtje rijden. " "Cool, ik ben nog nooit zover zonder
ouders met de trein geweest," zei Laura. Ze trokken hun jas aan
pakten de tas zeiden de moeder van Iris gedag en liepen naar buiten.
" Iris!" Wat was er nou dan weer. " Ja mam?" "Je
moet nog wat geld meenemen voor de kaartjes. " "O ja, stom
dat ze daar zelf niet aan gedacht had. " Ze liep weer naar binnen
waar haar moeder de portemonnee pakte. Zij haalde er een briefje van
vijfentwintig gulden uit, deed dat in de portemonnee van Iris en gaf
die aan Iris. " Wel voorzichtig mee zijn hoor en niet verliezen.
" "Nee mam. " Ze gaf haar moeder nog snel even een kus
en toen liep ze gauw naar de drie anderen. " Hoe ver is het eigenlijk
lopen?" vroeg Ellemijn. " O, niet zo lang, ongeveer vijf minuutjes.
" En dat klopte want na een minuut of vijf kwamen ze op het perron
aan. " Gelukkig, om tien uur gaat er een trein, hoe laat is het
nu?" vroeg Laura. Ellemijn keek op haar horloge. " Vijf voor
tien. " "O, dan moeten we nu snel kaartjes kopen en naar de
baan gaan waar de trein komt. " Ze zagen een loket waar je kaartjes
kon kopen en ze liepen er heen. " Vier kaartjes naar Alphen aan
de Rijn graag. " De mevrouw scheurde vier kaartjes af. Iris betaalde
de kaartjes en ze liepen naar perron 8. " Hé, kijk daar
komt de trein al aan. " Marieke wees naar een trein die hun kant
op kwam. Met piepende remmen stopte de trein. De deuren gingen open
en ze konden naar binnen. " 'Zullen we daar achteraan gaan zitten,"
stelde Iris voor. De andere meiden vonden het best en ze liepen naar
de achterkant van de trein. Toen ze daar zaten kwam de conducteur hun
kant op. " Kaartjes alstublieft. " Iris graaide in haar zak
maar vond ze niet. Ze keek benauwd naar de conducteur die nog steeds
zijn hand op hield. " Toe nou," zei Laura. " Ik. . ik,
kan ze niet vinden," zei Iris met een klein stemmetje. " Ik
ga wel eerst naar die andere mensen, maar als ik straks terug kom en
de kaartjes zijn er nog niet dan zet ik jullie persoonlijk uit de trein,"
zei de conducteur bars. Hij liep met grote passen weg. " Waar heb
je ze dan in gedaan?" vroeg Marieke. " Ik weet het niet meer,
maar volgens mij in mijn jaszak. " Ze deed haar jas uit en voelde
in haar zakken maar vond niks. " O, shit! Straks komt de conducteur
er weer aan en dan worden we er uit gezet," zei Iris. " Voel
nou nog eens goed in je zaken. " "Dat heb ik gedaan maar daar
zitten ze niet in. " Ze keken in de tas, de andere meiden voelden
ook in hun zakken maar vonden niks. " O, daar komt de conducteur
al weer aan. " "En?" vroeg hij aan de meiden. "
We kunnen ze niet vinden meneer. " "Dan stappen jullie maar
uit. " Hij deed de deur van de trein open en duwde ze een voor
een naar buiten. De meiden bleven moedeloos op het perron achter. "
Nou kunnen we niks meer, want ik heb nog maar heel weinig geld en het
is nu allemaal mijn schuld," snikte Iris. " Ach, dat is niet
helemaal waar, het is ook een beetje onze schuld. " "Heb jij
eigenlijk ook een binnenzak?" vroeg Marieke aan Iris. " Ja,
hoezo?" "Nou, heb jij ze niet toevallig daar in gedaan?"
Iris graaide in haar zak en haalde daar vier kaartjes uit. " Yes,
we hebben ze weer terug!" riep Iris opgelucht. Snel renden ze weer
naar de trein die daar nog steeds stond, om een of andere reden. De
deuren waren nog open en snel liepen ze naar binnen naar de conducteur.
" Wat doen jullie nu weer hier, ik had jullie er toch uitgezet?"
"Ja maar meneer we hebben ze weer gevonden. " "Zo, was
dat daarnet dan een grapje?" "Nee meneer we waren ze echt
kwijt. " Gauw haalde Iris de kaartjes te voorschijn. " Nou
vooruit, voor deze keer mogen jullie nog mee, maar de volgende keer
is het helaas pindakaas. " "Oké meneer. " De conducteur
pakte de kaartjes en knipte ze af. " Ga nou maar gauw ergens zitten
dan kunnen we gaan. " Haastig zochten de meiden een plekje en toen
ging de trein rijden. Eerst zagen ze nog een paar huizen en fabrieken
maar na een tijdje zagen ze alleen nog maar bossen en weilanden waar
een paar koeien in rondliepen. Ze hadden alle vier een pakje drinken
in hun hand. " Hoelang zouden we nou eigenlijk al onderweg zijn?"
vroeg een van de meiden zich af. " Ongeveer drie kwartier,"
zei Ellemijn. Ik had namelijk effe op mijn horloge gekeken toen we hier
gingen zitten, en nu is het drie kwartier later. " De meiden pakten
wat snoepjes en aten ze op. Opeens hoorde ze een lange piep, en daarna
schalde er door de trein: "Mensen voor Alphen aan de Rijn bij het
volgende station uitstappen!" "O, wij moeten er zo uit. "
De meiden deden hun spullen weer in de tas en bleven wachten tot de
trein stopte. Ze zagen dat er heel wat meer mensen de trein uit gingen.
Buiten op het perron zag Iris haar oom. " Hé daar is oom
Maarten!" Ze keken in de richting waar Iris wees en zagen een man
van een jaar of 35 hun kant op lopen. " Hoi oom Maarten!"
riep Iris vrolijk.
De man gaf Iris een dikke zoen op haar wang. " Hoi meid, ik ben
blij je weer te zien. " De andere meiden stonden er een beetje
verlegen bij. " Zo, zijn jullie de vriendinnen van mijn nichtje?"
"Ja meneer. " "Zeg maar gewoon oom Maarten hoor dat vind
ik wel zo gezellig klinken. Hoe heten jullie eigenlijk?" "Ik
heet Laura. " "Ik heet Marieke. " "En ik heet Ellemijn.
" "Dat zijn mooie namen, maar mis ik eigenlijk niet iemand?"
De meiden keken hem niet begrijpend aan. " Nou kijk, Iris had het
altijd over vier meiden. " "O, dat klopt, Kathelijn is gisteren
van de trap af gekukeld en heeft nu heel last van haar hoofd. "
"Oei, dat is niet zo mooi. Kom dan gaan we met de auto naar onze
boerderij. " Ze liepen door de drukte heen naar de plek waar de
auto stond. " Hoe wist je eigenlijk dat we met deze trein kwamen
oom?"
"Nou, je moeder belde toen jullie net weg waren, en ze zei dat
jullie waarschijnlijk met deze trein zouden komen, dus pakte ik om kwart
voor elf de auto en reed hier heen. " "O, ja. " In de
auto vroegen de meiden honderd uit over de boerderij, waarop oom Maarten
altijd een antwoord had. " Hoeveel paarden heeft u?" "Eh,
een stuk of twintig denk ik. Zeg trouwens maar jij hoor. " Ze waren
bij een zandweg aangekomen en toen ze die helemaal uitreden kwamen ze
bij een mooie boerderij, met een stuk of vier weilanden erbij waar een
paar paarden stonden. " Wat een cool huis zeg, en dan al die paarden!"
De meiden stapten de auto uit en keken om zich heen. Een mevrouw kwam
het huis uitlopen en liep naar de meiden toe. " Hallo!" Ze
gaf Iris een zoen op haar wang. " Ik ben blij je weer te zien.
Zo, jullie zijn de vriendinnen van Iris?" "Ja mevrouw,"
zeiden de meiden beleefd. " Zeg maar Maaike hoor, dat klinkt wel
zo gezellig vinden jullie niet?" "Oom Maarten zei al precies
hetzelfde," merkte Iris op. " Nou, Iris ik dacht dat je altijd
een beetje overdreef," gaf Laura toe, "maar je hebt werkelijk
niets teveel gezegd. Het is hier waanzinnig, ik zou er alleen al uren
naar kunnen kijken. "
"Nou meiden, jullie mogen hier de hele dag rondlopen, en trouwens
als jullie het leuk vinden wil ik jullie ook wel een klein beetje paardrijles
geven," beloofde oom Maarten. " Zou je dat echt willen doen
oom?" "Maar natuurlijk, jullie komen niet zo heel vaak, dus
moeten we er vandaag ook iets leuks van maken. " De ogen van de
meiden glommen. " Laten we eerst binnen even wat drinken, dan kan
oom Maarten jullie daarna wel paardrijles geven, want jullie zullen
wel dorst hebben," zei tante Maaike. De meiden liepen achter Maaike
en oom Maarten aan naar binnen. Ook daar keken ze hun ogen uit. Alles
zag er ook zo mooi uit. Ze liepen een deur door en kwamen in de huiskamer.
" Ga maar ergens zitten," zei oom Maarten. De meiden ploften
met zijn vieren op de bank. " Is dat niet een beetje te krap?"
vroeg tante Maaike bedenkelijk. " Nee hoor tante," zei Iris
vrolijk. Oom Maarten ging in een stoel zitten. " Wat willen jullie
drinken?" vroeg Tante Maaike. " Heb je cola?" vroeg Iris.
" Ja hoor. " "O, doe mij dan maar cola. Willen jullie
dat ook?" De meiden knikten. Tante Maaike ging naar de keuken.
" Gezellig dat jullie er zijn meiden. Nu onze twee zonen het huis
uit zijn is het nogal stil. " Toen ging de telefoon. Oom Maarten
stond op uit zijn stoel en liep naar de gang om de telefoon op te pakken.
" Met Maarten Hogeveen. " "Hoi Maarten met Simone. "
"Hoi! wil je je dochter spreken?" "Graag. " "Iris!
Voor jou. " Iris stond traag op en liep naar de gang. Dat zou haar
moeder wel zijn die wou vragen of ze goed aan gekomen waren. "
Is het mijn moeder?" fluisterde Iris. Oom Maarten knikte. "
Hoi mam!" "Ha Iris. Ben je goed aangekomen?" "Ja
mam. " "Mooi zo, ik had ook eigenlijk niks anders verwacht.
Hé, eh. . de directeur van jullie school belde. Jullie hebben
morgen vrij, omdat het scholendag is. Hij was vergeten om dat in de
schoolkrant te zetten, dus nu moet hij iedereen opbellen. " "O,
maar daar hoef je toch niet over te bellen?" "Nee maar nu
dacht ik, misschien hebben jullie wel zin om bij oom Maarten en tante
Maaike te logeren tot morgen. " "O, gaaf! Wacht effe hoor
dan ga ik even vragen of de anderen het ook willen. " Iris legde
de hoorn op tafel en liep weer de kamer in. " Dat is mijn moeder.
We hebben morgen vrij en nu mogen we tot morgen bij oom Maarten en tante
Maaike logeren als jullie dat willen!!" De andere meiden vonden
het ook een 'vet cool plan', zoals Laura zei. Iris rende weer naar de
telefoon. " Doen we mam!" "Mooi, ik zal vragen of ik
de auto van Ellemijns moeder mag lenen, en dan breng ik jullie slaapspullen
wel even. De ouders van je vriendinnen vinden het ook goed, ik heb ze
namelijk eerst even opgebeld. " "Oké, doei tot zo!"
"Doei. " Iris legde de hoorn op de haak en liep weer naar
de kamer. In de kamer bleef ze opeens staan. " Wat is er Iris?"
vroeg oom Maarten. " Komt het jullie eigenlijk wel uit?" vroeg
ze aan oom. " Ja, hoor. Toen ik jou riep hadden je moeder en ik
het nog snel even besproken. " "O, dan is het goed. Maar mag
het wel van tante Maaike?"
"Ja, toen jij aan de telefoon was heb ik het met Maaike besproken.
" Iris liep weer naar de bank, gelukkig dat het kon. Tante Maaike
kwam de kamer binnen, met een dienblad met daarop, vier glazen cola
voor de meiden, twee kopjes thee voor haar en oom Maarten en de koekjestrommel.
" Zo, heb ik het goed begrepen dat jullie tot morgen blijven?"
"Ja tante. " "Dat is gezellig, maar dan moet ik nog wel
even de logeerkamer in orde maken, want ik ga er vanuit dat jullie bij
elkaar op een kamer willen slapen, of niet?" "Ja, natuurlijk
dat is veel gezelliger. " "Nou als jullie zo gaan paardrijden,
dan zal ik de kamer wel gaan inrichten. Wat willen jullie vanavond eigenlijk
eten?" "Ik weet misschien wel iets," zei oom Maarten
geheimzinnig. " Wat dan oom, vertel!" "Nee, dat zeg ik
niet, maar ik weet zeker dat jullie het wel lusten, ik zal zo even met
Maaike overleggen. " De meiden dronken hun glas leeg en aten hun
koekje op. " Gaan we nu zo paardrijden?" "We kunnen denk
ik eerst beter even wachten totdat Iris' moeder er is. " "Oké,
mag ik ze dan effe een rondleiding geven?" vroeg Iris. " Ja,
hoor ga je gang, maar blijf wel een beetje in de buurt hè?"
"Zullen we doen, komen jullie?" De meiden liepen naar buiten.
" Kijk, zien jullie dat stukje bos daar?" Ja, dat zagen de
meiden wel. " Daar heb ik met mijn nicht een keer een hut gebouwd,
willen jullie die zien?" "Oké. " Ze liepen door
een weiland waar een aantal paarden stonden. Nieuwsgierig kwamen er
een paar paarden op hun aflopen. " Kijk die daar is mijn lievelingspaard.
" De meiden keken in de richting waar Iris wees. Ze zagen een mooi
lichtbruin paard wat stond te grazen. " Kent ie jou goed?"
"Ja, ik heb ook al een paar keer op hem gereden, en als ik hem
roep komt hij meestal wel. " "Roep hem is dan?" Iris
blies een keer op haar vingers en riep daarna: "Bles kom eens!"
Het paard spitste zijn oren en keek om zich heen. Nog een keer riep
Iris: "Bles kom eens!" En ja hoor daar kwam het paard in draf
al aan, regelrecht naar Iris. Voor Iris stopte hij en hinnikte zacht.
" Hoi paardje van me, heb je me nog een beetje gemist?" Ze
aaide het paard over zijn hoofd. Die liet het gewillig toe. De andere
meiden aaiden het paard nu ook. Na een tijdje hoorden ze voetstappen
achter zich. " Zo hebben die twee elkaar ook weer gevonden?"
vroeg oom Maarten lachend. De meiden draaiden zich om. " Als die
elkaar gevonden hebben, zijn ze niet meer van elkaar weg te slaan, ja
ik waarschuw jullie maar vast. " "Ach, dat valt nog best wel
mee," zei Iris grinnikend, "maar mag ik straks wel op haar
rijden?" "Ja hoor, maar je moeder is er. " "Nu al,
dat heeft ze dan snel gedaan. " De meiden namen afscheid van het
paard en liepen met oom Maarten naar het huis terug waar de moeder van
Iris stond te kletsen met Maaike. " Hoi mam!" riep Iris. "
Hoi meiden, ik heb de spullen bij me. " "Dat heb je dan snel
gedaan. " "Klopt, maar als jullie nou even helpen de spullen
naar binnen te brengen. " De meiden deden de auto open en pakten
allemaal een tas, kussens of dekbedden. Ze legden de spullen in de gang
neer. " Nou dan ga ik maar weer, want ik heb gehoord dat jullie
zo paardrijles krijgen. " "Dat klopt," zei Iris, "en
ik mag weer op Bles. " Iris gaf haar moeder een kus. " Dag
mam, en tot morgen!"
"Ja doei. En ik kom jullie morgen tegen een uur of twee wel ophalen.
" "Oké Doei!" Met zijn zessen zwaaiden ze de moeder
van Iris uit tot ze haar niet meer konden zien. " Gaan we nu paardrijden?"
vroeg Ellemijn. " Ja, maar hebben jullie wel oude kleren aan?"
"Ja hoor, thuis hebben we alle vier al oude kleren aan gedaan.
" "Kom dan maar mee, ik heb nog heel wat paardrijlaarzen,
daar zijn er vast wel wat bij die jullie passen. " Ze liepen met
oom Maarten mee naar een schuur waar allemaal laarzen, zadels, caps
en borstels (om de paarden te borstelen) lagen. " Zoeken jullie
maar een paar laarzen uit die jullie passen. " De meiden pasten
en pasten, en even later kwamen ze weer naar buiten met laarzen aan
en een cap op. " Goed zo," prees oom Maarten. " In die
wei daar staan de paarden waar jullie op kunnen rijden. Loop het weiland
maar in en loop naar een paard dat jou het leukst lijkt en aai hem een
beetje. Jullie krijgen ook allemaal even een zakje met suikerklontjes.
Geef ze er één of twee, niet meer want dat is niet goed
voor ze. Dit moet je doen om een beetje vriendschap te sluiten. ' De
meiden liepen de wei in naar een paard dat ze het leukst vonden. Iris
liep regelrecht op Bles af. Ze gaf hem een suikerklontje en aaide hem
over zijn hoofd. " Pak hem nu bij zijn manen, en trek hem zachtjes
mee. Niet te hard, want dan doe je ze pijn. " Iris pakte Bles vast
en nam hem mee in de richting van haar oom. Bles liep gewillig mee.
Toen ze met de paarden bij oom Maarten waren kregen ze allemaal een
zadel. " Leg die nu voorzichtig op hun rug. " Oom Maarten
ging bij alle vier even de zadelriem vastmaken. Hij deed de paarden
ook een halster om. " Pak hem nu bij de halster en neem hem mee
naar dat lege weiland daar. " Oom Maarten wees naar een weiland
dat zo'n tien meter verder lag. Hij zelf liep er achter aan. In het
weiland moesten ze ongeveer vier meter uit elkaar staan zodat ze elkaar
niet in de weg liepen. " Nu gaan we eerst leren op- en afstijgen.
" Hij deed het even voor bij een van de paarden en toen mochten
ze het zelf proberen. " Ga eerst allemaal maar opstijgen, dan loop
ik intussen even langs om te helpen. " Na een paar keer op- en
afstijgen hadden ze het al aardig onder de knie. " Laten we nu
maar eens gaan rijden in stap. Trek zachtjes aan de teugels, en klem
je voeten tegen zijn buik. " De paarden gingen netjes in rondjes
lopen.
Intussen had tante Maaike de logeerkamer ingericht. De logeerkamer was
niet boven, maar beneden naast de woonkamer. Als je namelijk in de woonkamer
een deur open deed kwam je in een grote lege kamer. Ze had er eerst
vier matrassen neer gelegd, en toen had ze de bedden opgemaakt en had
ze wat leesboeken op een tafeltje naast de bedden gelegd. Verder stond
er alleen nog maar een grote kast, met honderden stickers erop. Dat
had hun zoon gedaan die er eerst sliep. Maaike glimlachte. Wat leek
het alweer lang geleden dat hun zoons het huis uit waren. Toch was het
nog maar een half jaar geleden. Ze ging weer de huiskamer binnen en
zag door het raam dat de meiden nog steeds aan het paardrijden waren.
Ze deed haar jas aan en liep naar het weiland waar de meiden oefenden.
" Zo, gaat het al een beetje?" De meiden deden voor wat ze
allemaal al konden. En dat was niet gek zoals tante Maaike zei. Ze konden
al opstijgen en afstappen, in stap en in draf, en ze konden de paarden
al stil laten staan als ze aan het rijden waren. De meiden werden toch
wel moe dus stopten ze voor vandaag. " Misschien gaan we morgen
wel weer," zei oom Maarten. Ze gingen met z'n allen naar binnen
om wat te gaan drinken. Snel deden de meiden hun schoenen uit en liepen
de kamer in. " Wat willen de dames hebben?" vroeg oom Maarten.
" Doe maar cola," zeiden ze. Oom Maarten ging naar de keuken
om het drinken in te doen. " Hoe laat is het eigenlijk?" vroeg
Ellemijn. " Het is nu tien minuten over twee," antwoordde
tante Maaike. Oom Maarten kwam binnen met het drinken. Voor zichzelf
en tante Maaike had hij thee in geschonken. " En, wat gaan de dames
zo meteen doen?" vroeg hij belangstellend. " Ik wou ze de
hut in het bos nog effe laten zien," zei Iris. " O, ja, dat
is een leuk idee. Het is echt een hele mooie hut hoor," zei oom
Maarten. De meiden dronken snel hun glas cola leeg. " Zullen we
nu dan naar de hut gaan?" "Oké," de meiden vonden
het best. " Zijn jullie er wel op tijd weer?" vroeg tante
Maaike. " Ja hoor tante. " . De meiden stonden op en liepen
naar de gang. Daar deden ze hun schoen aan pakten hun jas en liepen
naar buiten.
Kijk ook op de site van Karien: www.lochem.net/karien
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home
|