De vijf meiden - Vermist
door Karien Meuleman, 13 jaar
"Zijn we er al bijna?" vroeg Laura na een kwartiertje. "
Ja, bijna, nog ongeveer twee minuutjes. " Maar het was er nog geen
één. De moeder van Mark was namelijk nog niet uitgesproken,
of daar zagen ze voor zich de kampeerboerderij al. Het lag mooi afgelegen
in een groot bos dicht bij zee. Ze zette de auto naast het huis, en
ze stapten uit. De fietsen werden tegen bomen gezet. De meester stak
de sleutel in het slot en ze konden naar binnen. Ze zagen twee trappen
omhoog gaan. Ze klommen meteen naar boven. " O, cool, hier zijn
slaapzalen. " De jongens gingen in de linker slaapzaal en de meisjes
in de rechter slaapzaal. Er stonden stapelbedden, dus hadden ze geen
geklooi met luchtbedden oppompen. Verder was er ook nog een soort kamertje,
een keukentje, en nog twee kleine slaapkamertjes voor de meester en
de moeder van Mark. Ze haalden de spullen uit de auto en de meisjes
gingen naar hun slaapzaal, en jongens naar die van hen. " Ik slaap
boven!" riep Ellemijn. Ik ook! riep Marieke. " Ik ook!"
"Ik ook!" "Ik slaap wel beneden," zeiden Laura en
Iris. Ze maakten allemaal hun bedden op en gingen kijken hoever de jongens
er mee waren. " Hé, wat doen jullie hier!" riep Martin.
" Kijken hoever jullie er mee zijn. ' "Nou ver, zelfs al zover
dat we al een weg hebben gevonden hoe we van de jongensslaapzaal naar
de meisjesslaapzaal komen zonder de trappen op en af hoeven te gaan.
" "Hoe dan?" "Nou kijk, als we hier door het raam
klimmen, kunnen we via de vensterbank, zo op die van jullie klimmen.
Daarna moeten jullie het raam open maken en dan kunnen we daar zo naar
binnen klimmen. " "Laat maar eens zien dan," zei Kathelijn.
" Oké, als jullie nu naar jullie slaapzaal gaan en het raam
open doen dan komen wij er zo aan. " De meisjes liepen weer naar
hun slaapzaal, waar Laura en Marieke al waren. Ze hadden beneden een
mand gepakt en daar wat dekentjes ingelegd. Dat was het slaapmandje
van het poesje. Ze deden het raam open en ja hoor, daar waren de jongens
al. " Hm, handig," zei Kathelijn. " Meiden en jongens!
komen jullie beneden?" riep de meester. De jongens en meisjes liepen
de trap af naar beneden. " Ja, wat is er?" "Wat dachten
jullie er van om nog even een frisse duik te nemen? De zee hier heel
dicht bij. " 'Hé, cool!" "Tof" "Goed
idee meester!" "Oké, doe dan allemaal je zwempak of
zwembroek aan, dan gaan we meteen. " De jongens en meisjes gingen
allemaal weer naar boven en kleedden zich om. Binnen vijf minuten waren
ze allemaal weer beneden. " Hoe gaat dat met jou Laura?" vroeg
de meester. " Nou, ik mag wel zwemmen maar dan moet ik wel even
een plastic zak om mijn voet doen. " De meester haalde een plastic
zak op en bond die met tape vast. " Zo, nu moet het wel blijven
zitten. " Steunend op Ellemijn en Kathelijn hinkte ze naar buiten.
Bij het strand waren maar een paar mensen. De kinderen renden meteen
het water in. Laura hinkte ook naar het water. " K-k-koud,"
bibberde ze. " Even wennen Laura, binnen vijf minuten heb je het
wel warm," zei Kathelijn. Jeroen stond nog steeds bibberend op
het strand. " Hé, Joene, kom er toch ook in," zei Daan
met een brede glimlach. " Het is zo koud," zei Jeroen. "
Schijterd!" riep Daan. " Ah, man hou je kop," mompelde
Jeroen. " Jeroentje is een schijterd! Jeroentje is een schijterd!"
zei Daan met een pesterige stem. " Hou, je kop anders krijg je
een schop!" riep Jeroen boos. " Hé, Jeroentje kan nog
wel iets, hij kan rijmen," zei Daan tegen zijn klasgenoten. "
Ach Daan, hou op, bemoei je gewoon niet met hem. Straks is hij vast
wel in het water," zei Martin sussend en hij dook meteen weer weg.
" Kom dan Jeroentje, kom dan," zei Daan alsof hij tegen een
baby praatte. " Hou je kop!" riep Jeroen boos. " Kom
dan in het water! Of moet ik je soms helpen?" Jeroen zei niets.
" Ik kom je wel even helpen," zei Daan. Hij pakte Jeroen bij
z'n arm en trok hem in het water. Jeroen spartelde tegen maar ja, dat
had toch geen zin. Daan was een kop groter en ook nog eens veel sterker.
Toen hij eenmaal in het water was beland wou hij er meteen weer uit,
maar Daan hield hem weer tegen. " Neem toch eens een duik, dat
helpt," zei Daan pesterig. " Nee," zei Jeroen vastbesloten.
" Ik mag niet met mijn hoofd onder water, want ik heb iets aan
mijn oren, en dat weet jij best," zei Jeroen kwaad. De anderen
waren allemaal al wat dieper in het water gegaan, dus ze wisten niet
dat Daan en Jeroen alweer ruzie hadden. " Kom, ik help je wel schijterd,"
zei Daan. Hij pakte Jeroen bij zijn schouders en duwde hem onder water.
Dat hield hij zo'n twintig seconden vast. Daarna liet hij Jeroen toch
maar weer los. " Zo, dat helpt hè?" zei hij nep vriendelijk.
Jeroen barstte in tranen uit en holde het water uit. " Die zal
wel weer bij meester Jaap gaan zitten," dacht Daan. Snel dook hij
het water in richting de anderen. " Hoi Daan, waar is Jeroen?"
"Ik weet niet, volgens mij weer bij meester Jaap," zei Daan.
Na vijf minuten spelen, riep meester Jaap: "Allemaal komen!"
Ze liepen het strand op richting meester Jaap. " We gaan weer naar
huis," zei hij, "het is al vijf uur en we moeten zo ook gaan
eten. " "Ah? moet dat echt?" vroeg Kathelijn smekend.
" Ja," zei hij vastbesloten. Meester Jaap telde alle kinderen
even om te weten of iedereen er wel was. " Hu?" zei hij verbaasd.
" Wat is er mees?" vroeg Ellemijn. " Ik mis iemand, ik
tel namelijk maar negentien kinderen. " Voor de zekerheid telde
hij nog een keer, maar weer kwam hij uit bij negentien. " Hier
snap ik niets van," mompelde hij. " Wie mis je dan meester?"
vroeg Henk. " Ehm, even denken. Volgens mij is Jeroen er niet,"
zei de meester. Daan kreeg een wit gezicht. " Zou hij dan toch
weg zijn gelopen?" , dacht hij. " Wat is er Daan?" vroeg
de meester. Weet jij hier soms meer van?" "Eh, nee hoor, maar
ik vind het gewoon gek dat hij er niet is. " "Ja, dat vinden
we denk ik allemaal, alleen krijg jij er een kleur van. Weet je echt
niets?" "Nee, dat zeg ik toch," zei Daan kwaad. "
Misschien is hij al naar huis," bedacht Martin. " Hoezo dan?"
"Nou kijk, hij wou steeds niet het water in en toen
. "
Hij keek Daan aan. Daan keek boos terug met een blik in zijn ogen wat
niet veel goeds voorspelde als Martin iets over de ruzie zei. "
Ja, en wat toen?" vroeg de meester. " Nou, toen liep hij weer
terug," zei Martin. Daan zuchtte opgelucht. Gelukkig had Martin
niet gezegd dat hij Jeroen pestte. " Laten we maar naar huis gaan.
Hopelijk is hij daar," zei de meester met een zucht.
Toen ze thuis kwamen was Jeroen er niet. " Ik ga hem zoeken,' zei
de meester kortaf. Hij pakte zijn fiets en reed weg. " Laten wij
maar vast gaan eten," zei de moeder van Mark. Iedereen ging aan
tafel en ze kregen allemaal een bord soep met stokbrood. Iedereen at
zwijgend het eten op. Hier en daar klonk wat geroezemoes maar verder
was er niets. Na vijf minuten ging de deur open en kwam de meester binnen.
Iedereen keek hem volverwachting aan. " Sorry jongens, ik kan hem
niet vinden," zei de meester ernstig. De kinderen keken elkaar
bang aan. " Straks is er wat met hem gebeurd," zei Mark. "
Daar gaan we niet vanuit Mark," zei de meester. " Ik ga meteen
de politie bellen, misschien weten ze daar meer. " Hij pakte de
hoorn van de haak en toetste het nummer van de politie in. Iedereen
keek vol spanning naar de meester. " Met de politie" klonk
er een stem uit de hoorn. " Ja, hallo. Ik ben Jaap Verberg en ik
ben met een klas op schoolreis in kampeerboerderij de Troeloe. En nu
zijn wij zojuist een jongen kwijt geraakt. " "Dat is niet
zo mooi," zei de politieman ernstig. " Hoe ziet hij er uit?"
"Hij heeft alleen een zwembroek aan. Is vrij dun en heeft bruin
haar tot op zijn oren. " "Bedankt. Wij zullen hem gaan zoeken.
Zodra we informatie hebben bellen we u. " "Bedankt. "
Meester Jaap legde de hoorn op de haak. " Ze gaan hem zoeken, en
zodra ze nieuws hebben bellen ze," zei hij met een zucht. We kunnen
nu niet meer doen dan afwachten. " Hij schoof aan tafel en begon
traag te eten. De kinderen volgden zijn voorbeeld. Na het eten gingen
de kinderen stilletjes naar boven en gingen ze met z'n allen op de meisjeszaal
zitten. Laura pakte het poesje uit de mand en hield die dicht tegen
haar aan. " Ik hoop toch zo dat hij snel word gevonden, "zei
ze bang. " Dat hopen we allemaal hoor," zei Daan boos. "
Sjonge jonge, doe niet zo boos," zei Laura. " Sorry. ' Een
paar minuten was het stil. Doodstil. " We kunnen hem natuurlijk
ook zelf gaan zoeken," bedacht Martin. 'Het is al donker. "
"Straks raken we er nog meer kwijt. " "Dat is waar, maar
hier word ik gek van. " "Waarvan?" vroeg Ellemijn. "
Van dat niets kunnen doen. "
Die avond gingen ze laat naar bed maar konden niet slapen. Steeds weer
dachten ze aan Jeroen die nu misschien wel dwalend rondliep en maar
steeds niet terug kwam. Sommigen bleven nog tot midden in de nacht wakker.
Uiteindelijk sliepen ze allemaal. Nou ja, niet allemaal. Meester Jaap
lag piekerend in bed. Was het niet zijn schuld dat Jeroen weg was gelopen?
Hij had immers goed op moeten letten. En had hij de ouders niet moeten
bellen? Die twee vragen bleven maar door zijn hoofd spoken. Zuchtend
stapte hij uit bed en ging in de kamer zitten met een beker warme melk.
Misschien kon hij dan beter slapen. Ellemijn hoorde beneden geluiden,
en stapte uit bed. Misschien was het Jeroen die er weer was, dacht ze
hoopvol. Ze stapte uit bed en liep naar de kamer. " O, ben jij
het," zei ze teleurgesteld toen ze in plaats van Jeroen meester
Jaap in de kamer zat zitten. " Dacht je dat het Jeroen was?"
vroeg meester Jaap zacht. Ellemijn knikte. " Kun je ook nog niet
slapen?" "Nee, ik moet steeds aan Jeroen denken. Dat hij alleen
is nu het nacht is," zei Ellemijn. " Straks is er wat met
hem gebeurd?" Ze plofte neer in een stoel. " Nou, dat zal
wel niet, de politie vind hem vast snel, en dan is hij nog springlevend,"
zei de meester geruststellend. " Wil je anders ook een beker warme
melk?" "Nee dank je, ik ga maar weer eens naar bed. "
Ze stond op uit haar stoel en liep traag de trap op naar de slaapzaal.
Daar kroop ze diep onder de dekens. " Wat heb je gedaan?"
fluisterde Laura. " Ik ben even beneden geweest," fluisterde
Ellemijn terug. " Wat heb je gedaan dan?" "Ik hoorde
beneden gestommel en toen ben ik gaan kijken wie het was. " "En,
wie was het?" vroeg Laura hoopvol. " Was het Jeroen?"
"Nee, het was de meester die ook niet kon slapen. " "O.
" "Nou, slaaplekker. " "Ja, slaap ze. " Ze
draaide zich nog eens om en eindelijk viel ze in slaap.
De volgende ochtend werd iedereen laat wakker. Ze liepen meteen naar
beneden, maar Jeroen was nog niet gevonden. Stilletjes gingen ze ontbijten
en kleedden zich daarna om. " We moeten toch maar wat gaan doen
jongens, de hele tijd hier blijven wachten totdat er iemand belt heeft
ook geen zin. " "Wat gaan we doen dan?" "Hier in
de buurt is De school van de toekomst," zei de meester. "
Leuk. " "Oké doe dan allemaal maar je jas aan dan gaan
we meteen. " "Maar als er nou iemand belt?" , bedacht
een van de kinderen. " De moeder van Mark blijft thuis, dus die
neemt de telefoon dan wel op. " Ze pakten de fiets en reden naar
het dorp. Laura was bij Ellemijn achterop gegaan. Bij de school was
het niet druk. Nu vergaten ze Jeroen even. Ze hadden veel lol, en de
meester was maar al te blij dat ze hier heen waren gegaan.
Om drie uur gingen ze weer naar huis. Maar de moeder van Mark had nog
geen nieuws. Ze gingen buiten slagbal doen, en nog meer spelletjes.
Maar hun gedachten waren niet van Jeroen af te krijgen. Ze gingen 's
avonds patat eten met ijs toe. Daarna gingen ze een avondspel doen in
het donker. Om twaalf uur waren ze weer in huis. De meester las een
verhaal voor bij de openhaard. " Meester, kunnen we niet een nachtwandeling
maken?" stelde Kathelijn voor. " Hé ja!" "Doen
we dat meester?" "Dat is tof. " "Vinden jullie dit
verhaal dan niet leuk?" vroeg de meester. " Jawel, maar een
nachtwandeling is nog veel leuker. " "Nou ja, als jullie dat
dan willen. " De meester stond op. " Doe allemaal je jas maar
aan dan gaan we. " "Cool!" Ze stonden op en renden naar
de jassen toe. " Blijf jij thuis voor het geval dat
",
zei de meester tegen de moeder van Mark. " Jeroen belt?" vroeg
ze zacht. " Ja," fluisterde de meester. Kathelijn liep naar
de meester toe. " Ja, ik vind het best hoor, maar ik denk echt
niet dat de politie hem snel vinden," fluisterde de moeder van
Mark. " Hè?" dacht Kathelijn verbaasd. " Volgens
mij is het niet echt de bedoeling dat ik dit hoor. " Ze kuchte
even. De meester draaide zich snel om. " Kom je zo meester? We
zijn klaar," zei Kathelijn. " Eh. . ja ik kom zo. Gaan maar
jullie maar vast naar buiten. " Kathelijn liep weer weg. Ze liep
naar haar klasgenootjes en zei: "We moeten alvast van de meester
naar buiten gaan, hij komt er zo aan. " Ze liepen met zijn allen
naar buiten. Kathelijn nam Ellemijn, Marieke, Laura en Iris mee naar
de achterkant van het huisje. " Wat is er aan de hand?" vroeg
Ellemijn verbaasd. " Ik heb iets naars gehoord," zei Kathelijn.
" Wat dan?" vroegen ze alle vier. " Toen ik naar de meester
ging om te vragen of hij kwam hadden hij en de moeder van Mark het over
Jeroen," begon ze. " Ja en, daar hebben we het toch allemaal
over?" "Ja, maar wij hebben het er steeds over dat hij wel
weer terug komt, maar de moeder van Mark zei tegen de meester dat zij
dacht dat de politie hem niet snel zou vinden. " "Maar, dan
moeten we hem zelf gaan zoeken," vond Ellemijn. We kunnen hem toch
niet in de steek laten?" "Ja, maar het is nu al laat, en hartstikke
donker, de kans dat we zelf ook nog kwijt raken is dan super groot,"
zei Iris "Dat is wel zo, maar wat wou jij dan doen?" vroeg
Marieke aan Iris. " Ik weet niet, misschien kunnen we beter tot
morgen wachten en dan gaan zoeken. " "Maar dan is het misschien
al te laat!" Het was even stil. Daar hadden ze nog niet zo snel
aan gedacht. Het kon natuurlijk altijd zo zijn dat hem iets zou overkomen.
" Wie is er voor om hem te gaan zoeken?" vroeg Kathelijn.
Ellemijn, Marieke en Kathelijn zelf staken hun vinger omhoog. Laura
wou wel, maar met haar voet leek het haar niet zo verstandig. "
Drie voor, één tegen, ga je mee Iris of blijf je hier?"
"Ik blijf liever hier," zei ze. " Oké, Laura blijft
ook dus dan gaan wij met zijn drieën," zei Marieke. "
Ik haal mijn zaklantaarn wel even op," zei Kathelijn. " Gaan
jullie maar bij de andere kinderen staan, dan merken ze tenminste niet
wat wij van plan zijn. " De vier meiden liepen zo normaal mogelijk
naar de groep toe. " Is de meester er nog niet?" vroeg Laura
belangstellend. " Nee, hij komt er zo aan," zei Dennis. Even
later kwam Kathelijn aan rennen, met een zaklantaarn achter haar rug.
" Snel," zei ze tegen de andere twee. " Succes!"
riepen Iris en Laura zacht. Snel renden de meisjes het bos in. "
Waar gaan die naar toe?" vroeg Daan aan Laura. " O, die moesten
van de meester naar het bos om iets te zoeken," zei Laura zo onverschillig
mogelijk. Intussen waren de drie meiden al diep in het bos. Hier en
daar hoorden ze een uil of een vogel, maar verder was het doodstil.
" Laten we naar de vuurtoren gaan," stelde Ellemijn voor.
De meiden liepen naar de vuurtoren die dicht bij het water stond. Daar
gingen ze op het gras zitten en staarden voor zich uit. " Moet
je daar kijken!" riep Marieke. Ze wees voor zich uit in het water
waar iets bewoog. Ze gingen staan om beter te kunnen kijken. "
Wat kan dat zijn?" vroeg Ellemijn zich af. Ze keken goed en zagen
nu dat het iets levends was. " Laten we er na toe zwemmen,"
bedacht Kathelijn. " Doe jij het maar, ik kijk wel uit," zei
Marieke. " Ik wil ook wel eens weten wat het is. " "Oké,
blijf jij hier, dan gaan Ellemijn en ik het water in," stelde Kathelijn
voor. " Ik vind het best, het is maar waar jullie van houden,"
zei Marieke. Kathelijn en Ellemijn deden hun jas, schoenen en sokken
uit en renden het water in. " Koud," bibberde Ellemijn. "
Even wennen ja, het is nu veel kouder dan overdag. " Snel zwommen
ze naar het levende wezen. Toen ze er eenmaal dichtbij waren, konden
ze het beter zien. Het was
. . Jeroen. Hij lag nu bewegingloos
in het water. " Hopelijk zijn we nog op tijd," mompelde Kathelijn.
Ze zwom snel naar Jeroen en draaide hem op zijn rug. Daarna zwom ze
op haar rug met haar handen op het hoofd van Jeroen terug. Ellemijn
zwom zo hard als ze kon mee. Op het strand stond Marieke te wachten.
Toen ze zag dat het Jeroen was schrok ze. " Is ie dood?" vroeg
ze zacht. " Ik weet het niet," zei Kathelijn nog nahijgend.
" Ik haal meteen de meester op," riep Marieke. Ze stond op
en rende richting het bos. Ellemijn stond rillend op de kant. "
Wat sta je daar nou," beet Kathelijn haar toe. " Help liever
om hem de jassen aan te doen. " "Ja, maar ik heb het zelf
ook zo koud, ik wil graag mijn jas aan. " "Oké, asjeblieft!"
Kathelijn gooide de jas van Ellemijn naar haar toe. Zelf had ze het
ook ijskoud, maar ze deed toch haar eigen jas om Jeroen heen. Hij zag
spierwit en had blauwe lippen.
Toen hoorden ze voetstappen. Ze keken om en zagen meester Jaap en Marieke
aan komen rennen. " O, wat ben ik blij jullie te zien," zei
hij. Ook had hij een grote deken bij zich. Die wikkelde hij om Jeroen
heen. Daarna tilde hij Jeroen op en droeg die als een baby mee. "
Ik ben hartstikke trots op jullie," zei hij zacht. Snel liepen
ze weer naar de blokhut terug. Daar stonden alle kinderen plus de moeder
van Mark al op hen te wachten. Met een luid applaus werden Marieke,
Kathelijn en Ellemijn ontvangen. Snel nam de moeder van Mark Marieke,
Ellemijn en Kathelijn mee naar binnen. Meester Jaap nam Jeroen mee naar
de jongensslaapzaal en deed hem zijn pyjama aan. Daarna stopte meester
Jaap hem in bed en gaf hem een warme kruik. Toen liep hij weer naar
beneden. " Zo jongens, hij slaapt als een roos. " De moeder
van Mark nam Ellemijn en Kathelijn mee naar de meisjes slaapzaal. Daar
gingen ze snel even onder de douche en deden droge kleren aan. De moeder
van Mark belde de politie op om te zeggen dat Jeroen gevonden was. "
Mankeert hij iets?" vroeg Ellemijn aan de meester. " Volgens
mij niet. Ik denk alleen dat hij morgen een zware griep te pakken heeft.
" "Moet je de ouders niet bellen?" "Heb ik al gedaan,
en ze waren het er over eens dat Jeroen het beste gewoon hier kan blijven
tot we weer naar huis gaan," legde meester Jaap uit. Alle kinderen
waren bij de open haard gaan zitten. Meester Jaap las zijn verhaal af
en de kinderen dronken nog wat en aten nog wat chips. Daarna gingen
ook zij naar bed. " Wel stil zijn hè, en ga maar niet naar
de meisjes, of meisjes niet naar de jongens, want dat lijkt me nu niet
zo'n goed idee," waarschuwde meester Jaap. " Ah? waarom niet,"
vroeg Iris. " Gisteren hebben jullie haast niet geslapen, en voor
Jeroen is het ook niet handig. Ik beloof dat als jullie nu rustig gaan
slapen dat ik morgen mijn mond hou en dat jullie dan maar doen wat jullie
willen. " "Oké dan. " Ze liepen naar boven en
na een kwartiertje was het al helemaal stil in de Troeloe.
Kijk ook op de site van Karien: www.lochem.net/karien
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home
|