De vijf meiden - Ruzie
door Karien Meuleman, 13 jaar
"Meester, de jongens zitten alweer vervelend te doen!" riep
Marieke. Meester Jaap liep naar het volleybalveldje toe, waar zoals
gewoonlijk groep acht van de school de Flierefluit stond te volleyballen.
" Wat is er nu dan weer aan de hand, kunnen de jongens weer is
een keer niet normaal doen," grinnikte de meester. " Het is
heus niet lollig hoor mees!" Dat was Ellemijn die dat riep terwijl
ze een arm om Iris had geslagen. Een paar dagen geleden was Iris bij
hen op school gekomen. Ze kwam uit België en praatte met een zachte
g. Daar werd ze door de klas mee gepest. Alleen Ellemijn had het voor
haar opgenomen en sinds die dag waren ze de beste vriendinnen. Gelukkig
waren de andere meiden er onderhand ook al aan gewend, alleen de jongens
konden het af en toe niet laten om haar te plagen. Nu zat Iris op de
grond met haar handen op haar hoofd. Meester liep snel naar haar toe.
Wat is er aan de hand?" vroeg hij bezorgd. " De jongens begonnen
me weer eens te pesten, en daarna gaf één van de jongens
me ook nog een klap op mijn hoofd," snikte ze. " De jongens
begonnen me te pesten en daarna gaf één van de jongens
me ook nog een klap op mijn hoofd," deed Peter na met een super
zachte g en een pesterig stemmetje. Alle jongens moesten lachen. "
Nu is het genoeg," riep de meester boos. " Ik denk dat we
er eens met zijn allen over moeten praten want dit kan zo niet langer
jongens," vond de meester. " De pauze is inmiddels afgelopen
dus ga allemaal maar naar binnen. "
Even later zaten ze in een grote kring in de klas. " Het zijn
toch de jongens hè die jou plagen?" vroeg de meester. " Ja meester. " "Mooi zo. Ik snap dat jullie haar in
het begin even gingen plagen. Gelukkig kon ze daar om lachen, maar
sinds vorige week kan er nog geen dag voorbij gaan of jullie pesten
haar. En pesten doet pijn, niet van buiten, nee. . van binnen, en dat
doet nog veel meer pijn dan slaan of schoppen. O ja wie gaf haar ook
al weer daar buiten een klap op haar hoofd?" Hij keek de jongens
een voor een doordringend aan. Aarzelend stak Henk zijn vinger omhoog. " Het verbaasd me nog Henk dat je het zelf zegt. Een vraag, Henk
als jij nu naar België of een ander land zou verhuizen en je
moest daar naar school, hoe zou jij het dan vinden als iedereen je
ging pesten en slaan, alleen maar omdat je iets anders praat?"
"Niet leuk natuurlijk," mompelde hij. " En de andere
jongens, hoe zouden jullie dat vinden?" "Ik zou het ook niet
leuk vinden meester," zei Mark. Er klonk een instemmend gemompel
van de andere jongens. " Gelukkig dan zijn we het daar over eens.
Maar wat ik niet snap is waarom jullie dat dan wél bij Iris
doen. " "Ik weet het niet meester
. " "Zullen
we dan maar zeggen dat het weer goed is?" , stelde de meester
voor. " Best hoor, goed," mompelden een paar kinderen. " Vindt
iedereen dat een goed idee?" Iedereen knikte. " Bied dan
nu allemaal maar je excuus aan dan hebben we het er niet meer over. "
Martin was de eerste die dat deed. " Sorry Iris," zei hij
daarna liep hij weer snel naar zijn plaats. Toen kwam Mark, en daarna
de rest van de jongens. Meester Jaap wou al bijna weer met de les
beginnen toen Ellemijn verontwaardigd riep: "Henk heeft nog niks
gezegd meester!" "Nou Henk schiet even op ik wil met de
les beginnen. " "Ik heb geen zin om sorry te zeggen. "
"Doe even niet zo kinderachtig Henk en zeg even sorry. "
In de klas was het verder doodstil alleen de stemmen van de meester
en Henk waren te horen. " Ik zeg toch dat ik dat niet doe!"
"En waarom doe je dat dan niet?" vroeg de meester. " Omdat
ze een stomme griet is. " "Nu zeg je sorry, anders kun je
vertrekken en hoef ik jou vandaag en morgen niet meer op school te
zien!" riep de meester kwaad. Henk schrok van de uitbarsting
van de meester, maar zei: "Dan rot ik toch lekker op!" Hij
zette zijn stoel op de tafel en liep naar de deur. Daar bleef hij
staan alsof hij hoopte dat de meester hem terug zou roepen, maar de
meester hield zijn mond. Toen smeet hij de deur achter zich dicht
en rende de school uit. Even was het doodstil in de klas
Opeens
riep Hans de vriend van Henk : "Ik ga achter hem aan!" "Wacht
ik ga met je mee!" riep Victor. Ze stonden op en renden snel
de klas uit. " Henk is echt gek geworden," mompelde de meester. " Ik moet binnenkort eens een hartig woordje met hem spreken. "
"Waarom ben je zo stil Iris?" vroeg Ellemijn, die naast
haar zat. " Ik snap iets niet. " "En wat dan wel niet?"
"Ik snap niet waarom Henk zo doet, er moet hem iets dwars zitten. "
"Hoezo dat dan weer, ik snap niet dat je daar nu aan denkt,
hij pest jóu, en jij maakt je zorgen om hém. "
"Ik denk dat er ergens iets gebeurd is waar hij mee zit, en
dat hij daarom zo gek doet," ging Iris onverstoorbaar door. Intussen
luisterden de anderen naar Iris. " Ik denk dat je gelijk hebt!" riep de meester. Toen kwamen
Hans en Victor weer de klas in. " We konden hem niet vinden meester. "
"Hoe kan dat nou! Zijn jullie ook bij zijn huis geweest?"
"Ja, meester, de vader van Henk was alleen thuis, en hij zei
dat hij ging zoeken en dat wij maar weer naar school moesten gaan.
Zo gauw hij hem had gevonden zou hij naar school bellen. "
"Dat word dus maar afwachten dan," zuchtte de meester. " Het is nu kwart voor twaalf, een beetje vroeg, maar als jullie
stil zijn mogen jullie zachtjes jullie jas pakken, en naar huis gaan,
maar heel voorzichtig hoor anders horen de andere klassen jullie en
dan zal er wat voor mij zwaaien. "
"Cool mees!" riep Karel. " Tot vanmiddag hè kids!"
Ze slopen de klas uit, pakten hun jas en kropen door de gang naar
de deur. " Zullen we samen naar huis lopen?" stelde Iris voor aan
Ellemijn. " Ik kan niet want mijn moeder haalt me zo op met de auto,"
zei Ellemijn spijtig. " Maar misschien mag je wel meerijden je
woont toch dicht bij ons. We moeten nog wel even wachten, omdat we
zo vroeg uit zijn. "
"Denk je dat je moeder het wel goed vind?"
"Vast wel, hé daar komt ze al aan, kom op rennen! Hoi
mams!" hijgde ze. " Hoi meiden, hoe was het op school?"
"Goed hoor mams, mag Iris trouwens meerijden?"
"Natuurlijk, stappen jullie maar in. "
"Mam, weet je wat er is gebeurd op school?"
"Nee, hoezo dan?"
"Henk hè, je weet wel wie dat is toch?"
"Ja, ja volgens mij heb je daar wel eens iets over gezegd, dat
was toch die pestkop, zoals jij zei?"
"Klopt, nou hij deed dus weer heel vervelend, en toen zei de
meester dat we er in de klas eens over moesten praten. Nou dat hebben
we dus gedaan, en toen moest iedereen zijn excuus aanbieden, ze wouden
het zelf ook hoor. Alleen Henk wou dat niet, en toen is hij weg gelopen.
Hans en Victor zijn er achter aan gegaan, maar ze konden hem niet
vinden. "
"Dat is dan niet zo mooi," antwoordde moeder. " Nee, en de vader van Henk zou verder gaan zoeken, en zo gauw
hij hem had gevonden zou hij naar de school bellen. "
"Dat word dan afwachten," zei moeder. " Dat zei de meester ook al mam, en daarom mochten we ook eerder
naar huis. "
"Ja dat had ik al gemerkt, want ik was om tien voor twaalf al
op school, en toen was alleen jullie klas al buiten. "
"Waarom rij je zo om mam?"
"Omdat ik nog even wat bij mijn werk op moet halen, wat ik vergeten
ben. " De moeder van Ellemijn parkeerde de auto langs de weg. " Wachten jullie maar even in de auto, ik ben er zo weer. "
"Oké mam, maar dan ga ik wel even op de stoeprand zitten,
want in de auto is het bloedheet. "
"Vooruit dan maar, maar pas op voor de auto's. " Ze stapten
de auto uit. " Tot zo dames!"
Ze gingen op de stoeprand zitten, en keken naar het verkeer dat over
de weg langs hen heen raasde. " Hé dat lijkt Henk wel," riep Ellemijn. " Hé ja je hebt gelijk! Henk, Henk!"
"Stil joh, straks dan ziet die ons, en wedden dat hij dan weg
rent, en als je pech hebt ook nog over de drukke weg. "
"Ja daar heb je gelijk in, maar hoe krijgen we hem dan zo ver
dat hij naar ons toe komt?"
"Ik weet het niet, maar misschien weet je moeder het?"
hoopte Iris. " We kunnen het altijd vragen, misschien weet ze wel wat. Daar
komt ze al aan. Mam!" riep Ellemijn, "kijk daar aan de overkant
van de weg loopt Henk. "
"Weet je het zeker?"
"Heel zeker mam. "
"We kunnen de vader van Henk wel even bellen, om te zeggen dat
zijn zoon hier is. "
"Weet je zijn mobiele telefoonnummer dan?"
"Ja, even kijken hoor volgens mij was het 28536 421370. "
Ze pakte haar mobiele telefoon uit haar zak en toetste het nummer
in. " Met Karel van Venen?
. Hoi Karel met Aukje. "
"Je klinkt ernstig, is er wat aan de hand?"
"Ja, we hebben je zoon gezien. "
"Waar?!"
"Weet je waar de Reinzeweg is? Als je bij het eerste kruispunt
rechtsaf gaat, kom je bij de winkel Korenburg, daar tegen over aan
de andere kant van de weg loopt hij. Ik ben nu bij de Korenburg, dus
ik hou hem wel in de gaten. "
"Oké, alvast hartstikke bedankt, en ik zie je zo. Doei!"
"En?"
"Wat en?"
"Nou komt ie er aan?"
"Ja, maar wij moeten hem in de gaten houden, maar hij mag ons
niet zien. Hé hij gaat daar op dat bankje zitten, en het lijkt
net of hij huilt. "
"Mam, mogen wij even op de hoek van de straat kijken of de vader
van Henk er al aan komt?"
"Vooruit dan, maar voorzichtig hoor, en niet te lang weg blijven. "
"Ga je mee Iris?"
"Is goed. " Ze stonden op en liepen weg. " Hoe kan Henk hier helemaal heen gelopen zijn? Het is toch dik
anderhalf uur lopen. "
"Lopend wel ja. "
"Hoe bedoel je, lopend wel ja. "
"Nou ja, het kan natuurlijk altijd dat hij met iemand mee is
gereden. "
"Ja, maar waarom zou hij dan precies hier willen gaan zitten?"
"Misschien denkt hij aan iemand, en heeft hij hier zijn herinneringen
verborgen, om maar zo te zeggen. "
Intussen waren ze bij de hoek aangekomen. " Ik zie hem nog niet,"
zuchtte Iris. " Ik ook niet. " Ze wachtten nog even, maar toen draaiden
ze zich maar om en liepen terug. Opeens hoorden ze getoeter. Ze draaiden
zich om. " Hé daar is hij!"
"Zo zaten jullie al op me te wachten?" vroeg Karel. " Beetje wel ja," zei Ellemijn.
De vader van Henk reed langzaam met hen mee naar de plek waar de
moeder van Ellemijn stond te wachten. " Hoi Karel, kijk daar zit hij. "
"Alweer, hij zit daar de laatste weken nogal vaak. "
"Waarom was je hier dan niet eerder gaan kijken?"
"Ik had niet gedacht dat hij hier helemaal heen zou gaan lopen. "
"Weet je dan waarom hij hier zo vaak zit?"
"Ja, ik denk het wel, het is denk ik om zijn moeder. "
"Hoezo dan?"
"Ze is weggelopen, en dat is vandaag precies een half jaar geleden. "
"Mag ik weten waarom, offe
. "
"Ja dat mag wel, het was op een dinsdag. Ik was Henk gaan ophalen
van school. Toen we thuis kwamen lag er een briefje op tafel, ik heb
het altijd bij me, kijk maar. "
Lieve Henk en Karel
Ik heb mijn spullen gepakt, en ben weggegaan.
Ik kan het hier niet meer aan. Ik heb het geprobeerd, maar mijn hoofdpijn
word steeds erger, de medicijnen die ik heb werken niet. Ik ga nu
naar een ander land, met het vliegtuig. Kom me asjeblieft niet achter
na.
Ik heb lang nagedacht voor deze beslissing, maar het is het beste.
Ik hoop dat ze me in een ander land wél beter kunnen maken. Zo
niet, dan reis ik voor mijn part de hele wereld rond, totdat het gelukt
is. Als het gelukt is, kom ik terug.
Daar kun je van op aan. Sorry dat ik het niet gewoon kan zeggen,
maar ik ben bang, dat het me dan allemaal te veel word.
Veel liefs, en sterkte
Je moeder, en vrouw
"Heb je na die tijd nooit meer iets van haar gehoord?"
"Eén keer hebben we een brief van haar gehad, die was
uit Italië, kijk die heb ik ook nog bij me. "
"Mag ik hem eens lezen?"
"Jawel kijk maar. "
Lieve Henk en Karel
Ik ben nu in Italië, de medicijnen zijn nergens goed genoeg.
Ik hoop dat ze in Italië wel goeie medicijnen hebben.
Als dat zo is, kom ik daarna meteen naar huis. Zo niet, dan denk ik,
dat ik naar Oostenrijk ga.
Het is een beetje een kort briefje, maar ik ben een beetje moe, daar
heb ik de laatste tijd wel vaker last van.
Maak je alsjeblieft geen zorgen, want het komt hopelijk snel, allemaal
goed.
Veel liefs, Je moeder,en vrouw.
" Wanneer heeft ze deze brief geschreven?"
"Dat is denk ik ongeveer een maand geleden, maar ik ga nu maar
eens naar Henk. Gaan jullie nu maar naar huis, anders komen jullie
nog te laat op school, en word jouw moeder ongerust Iris. "
"Ik heb de moeder van Iris gebeld, dat het wat later wordt,
en dat ze bij ons wel even een boterham naar binnen werkt. " Ze
namen afscheid, en liepen weer naar de auto. Toen ze er eenmaal in
zaten zei Iris: "Ik dacht al wel dat er hem iets dwars zit, waardoor
hij zo eh
. Ja hoe moet ik dat zeggen, zo agressief deed en snel
boos was. "
"Dat moet dan nog wat worden als we op kamp gaan," zuchtte
Ellemijn. " O,ja dat is waar ook, dat hebben we over ongeveer twee weken
al, misschien is zijn moeder dan al wel terug. "
"Geloof je het zelf, ze is al een half jaar weg, denk je dat
ze dan nu opeens voor hun deur staat, en zegt: ik ben weer terug. "
"Ik denk ook niet dat dat zo is, maar het zou altijd kunnen. "
"Dat is waar. "
Ondertussen, waren ze alweer bij huis aangekomen. Ze stapten de auto
uit. " Ik ga thuis heel even kijken of er nog post is gekomen,
ik verwacht namelijk nog een brief van mijn vriendin uit België,"
zei Iris. " Ik ga wel even mee," zei Ellemijn. Ze renden snel weg.
Even later kwamen ze hijgend de keuken in stormen. " Mam!"
"Schreeuw alsjeblieft niet zo, maar wat is er aan de hand?"
"Iris heeft een brief gekregen van haar vriendin uit België,
en die schreef dat ze ging verhuizen naar Nederland. "
"O, leuk, weet je ook waar ze in Nederland gaat wonen?"
"Misschien komen ze hier in Den Haag wonen!"
"Dat zou leuk zijn, want dan kan ze vriendin met ons worden!"
"Verheugen jullie je er nou maar niet te veel op want Nederland
is zo groot, dus is het een kleine kans dat ze hier in Den Haag komt
wonen. "
"Ja mam, maar de kans bestaat wel. "
"Dat is waar maar misschien is ze wel helemaal niet zo aardig
als jullie dachten. "
"Ik denk dat Iris echt wel weet of ze aardig is of niet, en
trouwens ik heb haar brieven allemaal gelezen, en ze schrijft heel
leuk. " "Hoe heet dat meisje eigenlijk?"
"Dat weet ik niet eens!"
Heel even aan Iris vragen hoor. Iris!"
"Ja wacht effe ik krijg mijn knoop niet uit mijn schoen!"
Even later kwam ze de kamer in. " Ja wat is er?"
"Hoe heet dat meisje uit België eigenlijk?"
"O ja! dat ben ik helemaal vergeten te zeggen. Ze heet Sophie. "
"Wat een leuke naam. "
"Mag ik die brief van haar eens lezen?" vroeg de moeder
van Ellemijn. " Natuurlijk mevrouw hier is het. "
hoi Iris
Hoe gaat het er mee?
Met mij gaat het wel goed. Sorry dat ik zo lang niet heb geschreven,
maar we hadden het nogal druk.
We gaan namelijk verhuizen, waarschijnlijk naar Den Haag, leuk hè?
Misschien kom ik dan wel bij jou (en Ellemijn)in de klas! Dat zou
leuk zijn vind je niet? We gaan over ongeveer drie weken verhuizen.
Ik bel je wel een keer om te zeggen, wanneer we precies komen, en
waar we in Den Haag gaan wonen, want dat weten we nog niet precies.
Ik zal flink zeuren, want ik hoop dat we bij jou en Ellemijn in de
buurt gaan wonen.
Nu stop ik voor vandaag! Als ik je niet binnen twee weken schrijf
tot aan de telefoon!
Doei Sophie!
P. S Doe de groeten aan je ouders en Ellemijn
"Een gezellige brief," geeft moeder toe. " Ze lijkt
mij ook erg aardig. "
"Als ze bij ons in de klas komt word het daar een gezellige
boel," grinnikt Iris. " Hoe bedoel je?"
"Nou, om maar zo te zeggen, ze is bepaald niet op haar mondje
gevallen. Toen ik in België op school bij haar in de klas zat
hebben we met zijn allen veel gelachen. "
"Kom meiden!" riep haar moeder. " Anders komen jullie
nog te laat op school. " Ze keken verschrikt op de klok, en zagen
dat die vijf voor één aanwezen. " Help!" riepen ze uit, dit redden we nooit meer. We moeten
zeker tien minuten lopen!"
"Eten jullie nou maar snel jullie boterham op dan breng ik jullie
voor deze ene keer met de auto naar school. "
Ze zuchtten opgelucht. Want ze wisten allebei dat, als ze te laat
kwamen, ze bergen strafwerk kregen, al hadden ze nog zo'n goed excuus.
Want in dat soort dingen is hun meester nogal streng.
Ze aten snel hun boterham met hagelslag op, pakten hun jas en liepen
naar de auto. De moeder van Ellemijn zat al te wachten. " Kom
op meiden, of willen jullie te laat komen. " Nou
. nee, dat
wouden ze liever ook niet. Ze renden snel naar de auto. " Gassen maar!" riep Ellemijn. Ze reden snel weg. Toen moesten
ze voor een stoplicht wachten. " Balen, anders staat die nooit
zo lang op rood!" riep Ellemijn verontwaardigd uit. Toen het
stoplicht dan eindelijk op groen stond, kwamen er twee ambulances
en een politieauto met zwaailicht aan, daarna konden ze dan eindelijk
doorrijden. Intussen was het al vijf over één geworden.
De moeder van Ellemijn roetsjte de straat uit. Ze zagen in de verte
de school al, met een verlaten plein. De moeder van Ellemijn stopte
de auto. " Stap maar gauw uit meiden, en veel plezier vanmiddag!"
"Bedankt mam, maar duim liever voor ons, dat we geen strafwerk
krijgen!" zei Ellemijn. Ze gaf haar moeder nog snel een kus,
en daarna renden ze snel de school binnen. Hijgend kwamen ze de klas
binnen stormen. " Hallo meiden," zei de meester op zijn alle vriendelijkst. " Komen jullie ook nog vandaag. Ik dacht even dat jullie de hele
middag bleven pitten op een stoel in jullie kamer. "
Ze hoorde onderdrukt gegrinnik van de kinderen in de klas. " Nou hebben jullie nog een excuus vandaag of houden jullie het
toch maar bij strafwerk zonder nablijven?"
"Nou,eh
. kijk eh
mijn moeder moest nog wat ophalen
bij haar werk, en wij gingen dus even mee. Maar toen zagen wij Henk. "
"Zoo, dus jullie wouden als smoes nu maar even Henk gebruiken,
ach. . het is een goeie smoes, alleen jammer dat ik er niet in trap.
Jullie zouden toch met iets beters moeten komen. "
"Maar het is echt waar meester!" riep Ellemijn opgewonden. " Bel
de vader van Henk maar op. "
"Wat heeft die er dan mee te maken?"
"Toen wij Henk zagen heeft mijn moeder de vader van Henk opgebeld,
die zou Henk gaan halen. "
"Ik begin het een beetje te geloven, maar ik denk dat ik de
vader van Henk wel even bel om er zeker van te zijn. "
"Moet ik dat doen, of geven jullie toe dat het een smoes is. "
"Het is geen smoes meester, je belt maar," zei Iris. De
meester keek ze nog even aan, maar toen ging hij toch maar bellen.
Hij keek even op de namenlijst, en vond het telefoonnummer van Henk.
Hij had z'n mobieltje op zak dus kon zo het nummer intoetsen. De telefoon
ging een paar keer over. " Met Karel van Venen? Hoi Karel met
Jaap. Klopt het dat Henk weer terug is?"
"Ja, dat klopt. Ellemijn en Iris hebben hem gezien, en toen
hebben ze mij gebeld, en ben ik naar hem toe gegaan. "
"Hoe is het nu met hem?"
"Het gaat wel aardig, maar ik denk dat hij een paar dagen niet
op school komt. " Vader vertelde waarom Henk zo raar reageerde
de laatste tijd. " Ik snap het Karel, ik ben blij dat ik nu weet hoe het komt. "
"O ja, voordat ik het vergeet, Henk wil graag zijn excuus aanbieden,"
zei Karel. "
"Mooi, dan is dat ook weer opgelost. "
"Doe hem de groeten Karel, en sterkte. "
"Bedankt. Ajuus!"
"Doei!"
"Ellemijn en Iris, jullie hebben gelijk, sorry dat ik het niet
geloofde. "
"Maakt niet uit mees. Mare
. . krijgen wij nog strafwerk
offe
"
"Nee hoor, ik ben veel te opgelucht dat Henk weer gevonden is
door jullie. Iris, Henk wou graag zijn excuus aanbieden. "
"O. "
"Wat nou o. "
"Wat moet ik dan zeggen". " Weet ik veel, iets vanne
joepie. "
"Nou oké dan, joepie. " Je hoorde gegrinnik in de
klas. " Gaan jullie nou maar snel zitten, dan gaan we weer verder met
de les. Ellemijn en Iris pakken jullie je taalboek maar op bladzijde
86 les 2a. " Toen ze na een uur aan te moeten horen wat de persoonsvorm
is en het onderwerp eindelijk de boeken dicht mochten doen gingen
ze nog even naar buiten een spel doen. " Wat voor een spel meester?"
"Wat dachten jullie van honkbal?"
"Cool, goed idee. "
"Pakken jullie dan allemaal maar je jas en loop zachtjes naar
buiten. Niet praten hoor, want dan stoor je de andere klassen. "
Ellemijn en Iris liepen samen naar buiten. " Is er wat Iris, je
ziet zo wit. "
"Ik voel me niet lekker. "
"Waar heb je dan last van?"
"Ik ben zo misselijk en duizelig. " Ze rilde even, "Ik
heb het ook zo koud. "
"Ga hier maar even zitten," stelde Ellemijn voor, "ik
haal de meester wel even op. "
Iris sprak haar niet tegen, en ging gewillig op de grond zitten.
Ellemijn liep snel weg. Even later kwam ze de meester tegen. " Meester,
je moet nu naar Iris. "
"Waarom dan?"
"Ze voelt zich niet lekker. " Ze trok de meester aan zijn
mouw naar Iris toe. Er waren een paar meiden bij haar gaan zitten
om gezelschap te houden. " Wat is er meisje?"
"Ik ben zo duizelig, ben misselijk en ik heb het koud. "
De meester voelde even aan haar voorhoofd, "Je hebt koorts. Ellemijn
en Marieke willen jullie haar even naar huis brengen?"
"Ja hoor meester. " Moeizaam stond Iris op. " Kom," zei de meester tegen de anderen, "wij gaan
naar buiten. " Ondersteunend door haar twee vriendinnen schuifelde
Iris naar buiten. Eenmaal buiten werd de duizeligheid een klein beetje
minder. " Gaat het een beetje?" vroeg Marieke. " Ja, de duizeligheid is iets minder, maar ik wankel als een
gek, het lijkt wel alsof ik dronken ben," zei ze glimlachend. " Ik ben op de fiets," zei Marieke, "als Iris nou achterop
gaat zitten. "
"Ja, dat kan wel maar ik heb geen fiets. "
"Misschien mag je die van Cindy of zo wel lenen?" bracht
Iris er moeizaam uit. " Hé ja dat is een goed idee! Ik vraag het wel even, blijven
jullie maar hier. " Ze rende snel het schoolplein op. " Cindy!" Een meisje dat in het veld stond draaide zich
om. " Ja, wat is er?"
"Mag ik je fiets even lenen?"
"Waarom dan?"
"Nou we dachten dat Iris dat hele eind nooit zou kunnen lopen,
dus als Marieke en ik op de fiets gaan kan zei bij een van ons achterop. "
"Ja hoor is goed!" Ze gooide haar fietssleuteltje naar
Ellemijn toe. " Thank you!" Ze rende weer terug naar de plek waar Iris
en Marieke waren. Iris was op de grond gaan zitten. " Blijf jij
even hier Iris, dan halen Marieke en ik de fietsen. "
"Is goed. "
Snel liepen Marieke en Ellemijn naar het fietsenhok. " Iris ziet
er niet zo best uit hè. "
"Nee, volgens mij heeft ze de griep. "
"Zou best kunnen ja. "
"Welke fiets is ook al weer van Cindy?"
"Volgens mij is dat deze. " Marieke wees er een aan. Ellemijn
probeerde het sleuteltje in het slot te doen. Ja het sleuteltje paste.
Marieke had intussen ook haar fiets gepakt. Snel fietsten ze naar
Iris die daar nog steeds zat. Marieke zette haar fiets even op de
standaard en hielp Iris bij Ellemijn achterop. " Zit je goed?"
"Ja hoor. "
"Hou je maar goed vast. " Toen pakte Marieke ook haar fiets
weer. " Karren maar!" Ze reden de straat in de hoek om, en
moesten weer bij het stoplicht wachten. Net zoals vanmiddag. Ellemijn
zuchtte. " Het is altijd het zelfde, net als je even haast hebt
lijkt het of het stoplicht extra lang op rood staat. " Dan eindelijk
sprong hij op groen. Ze reden snel verder. De hoek om, de volgende
straat in en weer de hoek om. Toen waren ze eindelijk in de straat
waar Iris en Ellemijn woonden. " O,nee mijn moeder is niet thuis, want die moet werken. "
"Anders kon je wel naar mijn huis, maar mijn moeder moet ook
werken," zei Ellemijn spijtig. " Ik heb wel de sleutel van ons huis," zei Iris. " Waar ligt die dan? Dan pak ik hem wel even, dan kun je in ieder
geval naar binnen.
Kijk ook op de site van Karien: www.lochem.net/karien
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home
|