Variations

door Stephanie Jansen, 12 jaar
Ik heet Loupe.
Mijn achternaam kan ik niet zeggen.
Dan kan hij mij en m`n vrienden vinden.
En dat wil ik niet.
Als je wilt weten waarom niet, lees dan verder

Ik zal eerst even mijn vrienden voorstellen;
Steffan, een grapjas, de clown van de groep.
Thijs, een keurige jongen, een echte leider.
Amber, een echte ijdeltuit en m`n beste vriendin
En ik.
Een echte vogelgek. Vooral de stormmeeuw vind ik mooi.
We liepen door de stad.
Het was al best laat. 6 uur.
Opeens begon het te onweren.
We holden door een zijstraatje.
Dat doen we elke keer als we de stad in gaan.
'Kijk!' riep Amber en wees naar een winkeltje.

We hadden het nog nooit gezien. Vreemd.
Er stond iets op de etalage:
Iedereen keek in de etalage. Er lagen stenen.
We drukten onze neuzen tegen het koude glas.
Toen trok een vreemde kracht ons de winkel binnen.
We stonden in een andere wereld.
Er lag een foto op de grond.
Ik raapte hem op en stopte hem zonder te bekijken
In de zak van m`n trainingsjack.
Opeens viel mijn oog op een klein doosje.
In ieder geval op de inhoud.
Vijf kleine steentjes met een klein, paars, gescheurd kaartje erbij.
Er stond met zwierige letters op:
Variatie steentjes.

'Kijk!'zei ik. De anderen draaiden zich om en keken.
Opeens hoorde ik iets achter ons.
Sckwiiiiiiieeeeeeekkk
'Aaaaaahhhhh!!!!!!' Gilde Amber, typisch Amber.
'Zenuwpees!' snoof Steffan minachtend.
Een oude man schoof uit de duisternis tevoorschijn.
Hij had een lange baard en een soort pij aan.
Er hingen misschien wel 20 of 30 stenen om zijn nek.
'Wat willen jullie?' siste hij. Amber was geweldig geschrokken en
stamelde 'd d dat!' en wees naar de variatie steentjes.
De man siste 'jullie zijn er!'
'Hoe bedoelt u?' vroeg ik.
'Daar kom je wel achter!'
'Maar ik begrijp het niet!'
'Stil. Je komt er wel achter zei ik!'
Toen werd ik bang en zei niets meer.
De man pakte de steentjes.
Steffan kreeg een groen steentje.
Thijs een rood steentje.
Amber een blauw steentje.
Ik een geel steentje.
Van elk steentje was een hangertje gemaakt.
De man haalde 4 leren vetertjes tevoorschijn.
En knoopte ze om onze nekken.
Thijs gaf hij nog een oranje steen.
'Zorg dat hij deze niet in handen krijgt!
Riep hij opeens, 'houdt de steentjes altijd om.
En blijf nooit langer dan drie uur anders! Dan blijf je het eeuwig!
De betekenis hiervan wordt jullie wel duidelijk! Ga, nu!'
En we renden. Het onweer in
Onze fietsen stonden nog in de bewaakte fietsenstalling.
Snel haalden we ze eruit en crosten naar huis.
Toen ik thuis kwam was tante niet thuis.
Er lag wel een briefje:
Ik ben om 10 uur weer thuis.
Warm maar een pizza op.
Tante jo
Tante jo had het briefje geschreven.
Ik woon bij m`n tante of m`n oom.
Ze sturen me om de twee jaar door.
Ze zullen het niet eens erg vinden als ik verdwijn.
Ah, pizza! Heerlijk!
Na hem opgewarmd te hebben, nam ik hem mee naar m`n kamer.
Ik ging op m`n bed liggen en at de pizza op.
Toen ging ik lekker lezen.
Opeens dacht ik aan die foto.
Ik haalde hem uit m`n trainingsjack.

Rare foto.
Een soort krokodilletje.
Vast namaak.
'Gaaaap!!' Ik was moe.
Ik stopte de foto in de la van m`n bureau.
Ik ging op bed liggen.
Een uurtje later viel ik in slaap.
Ik had een vreemde droom,
Over stormmeeuwen
Het was donderdag.
Geen school.
De zomervakantie.
Ik ging naar het archeologisch opgravingsterrein.
Daar was het zoeken naar oude dingen al gestopt.
Alleen waren er nog meters diepe putten.
Ik was aan het nadenken over het oranje steentje.
En wie die 'hij' nu was.
Opeens viel ik in een put.
'Au!' ik lag op de bodem van de put.
Ik ging op een blok beton dat in de put lag zitten.
Opeens voelde ik het gele steentje onder m`n t-shirt gloeien.
Ik dacht aan m`n droom. Over de stormmeeuwen:
'Ik stond op het strand.
Om me heen was er een wervelwind van stormmeeuwen.
Opeens was ik ook een stormmeeuw.
En ik vloog de andere stormmeeuwen achterna'

Opeens voelde ik hoe ik transformeerde.
Mijn armen werden vleugels.
Mijn neus en mond smolten samen tot een snavel.
Ik kromp. Ik voelde mijn botten kraken.
Dit was te gek!
Ik was een stormmeeuw geworden!
Toen ik helemaal veranderd..nee! Gevarieerd was,
Spreidde ik mijn vleugels en vloog omhoog.
Ik vloog!
Het was geweldig!
En heel raar.
Ik sliep nog.
Maar, wel een gave droom!
Ik vloog naar een flatgebouw.
Ik ging zitten.
Tijd om wakker te worden.
Ik pikte in m`n vleugel.
Au! Ik werd niet wakker.
Het is echt!!!

Toen zag ik Amber.
Kon ik maar praten.
Amber! Dacht ik.
Ze keek omhoog.
'Aaaaaaahhhhhhh!!!!'
Stil toch! Riep ik.
Ik kon dus praten. Met m`n gedachten.
Ik ben het, Loupe! Kom naar m`n huis,
Daar leg ik alles uit! Zei ik.
Amber volgde braaf.
Een poosje later waren Amber en ik op m`n kamer.
Ik vertelde haar alles.
In 'gedachtentaal', zoals Amber het noemde.
Toen zei ik: ik varieer terug. Je mag nooit langer dan drie uur,
Zei die man, anders blijf je altijd dat dier!
Amber knikte. En ik dacht aan mezelf.
Ik begon te varieren
'aaaaaaaahhhhhhhhhhhh' gilde Amber, de 2e keer in 5 minuten.
Gil nie
zei ik, net toen mijn snavel lippen werden.
'Wat ik dus wou zeggen, gil niet zo!!!!!!!'
'Sorry!' zei Amber.
'Kan ik dat ook denk je?'
'Tuurlijk, jij hebt toch ook een variatie steentje?' zei ik.
'Variatie steentje?' vroeg ze niet begrijpend.
'Ja, dat blauwe steentje dat om je nek hangt, of dacht je dat het
voor de sier is??'
'Sorry, sorry!'
Amber deed de deur op slot en ging op bed zitten.
Ze nam het blauwe steentje in haar hand en begon te varieren
'Aaaaaaaaaaaaaaahhhhhhhhhhh!!!!!!'
Nu was het mijn beurt om te gillen.
Amber werd een
. Vogelspin !!
Mmm
ik ben eng!!! Hè, Loupe? Loupe?
'Aaaaahhhhaaaaahhhhhh!!!!!'
Ik was naar beneden gerend.
Maar toen ik op de bank lag was ik niet meer misselijk.
'Fjiew! Daar ben je!' Amber ging achter me staan.
'Zullen we maar naar Steffan en Thijs gaan?' zei ik.
'Ja, en daarna naar die stenenwinkel.' zei Amber.
'Cool!!!' Steffan was meteen entousiast.
'We moeten ze terugbrengen, misschien zijn ze gevaarlijk!'
Amber was niet om te praten.
'Ik wil ook!' zei Steffan.
'Goed!' zei Amber.
'Allemaal een keer!'
'Ik wilde altijd al een kat, zei hij,
'Nu word ik er één!!'
Eerst gebeurde er niets.
Opeens veranderde de kleur van zijn ogen.
Van grijs-blauw in geel-groen.
Er schoot een staart uit z`n achterste.
Hij kreeg lange, scherpe nagels.
Toen hij helemaal gevarieerd was miauwde hij hoog en hard.
'Miaaaaaaaaauwwwwww'
Cool! Zei hij.
'Nu ik!' zei Thijs.
Toen maakte hij een fout, een hele stomme
Thijs werd een vis.
Een forel.
Loser! Wat doe je nu? Zei Steffan.
Water, water! Schreeuwde Thijs.
'Varieer terug!' riep Amber in paniek.
Snel begon hij te varieren.
'Sul!' beet Amber hem toe.
'Steff, varieer ook terug!'
'We gaan naar die winkel, die stenen zijn gevaarlijk!!'
Even later waren we bij 'de opaal'.
Of, wat er van over was
De hele winkel was weg!
Er waren mannen aan het werk.
De troep opruimen.
'Ik ga vragen wat er aan de hand is !' zei Amber.
Ze liep naar een van de mannen toe en tikte hem op z`n schouder.
'Meneer, wat is er met die winkel gebeurd?'
'Platgebrand.' mompelde hij.
'En de man die de baas van de winkel was?'
'Verdwenen.'
Opeens klonk er een snerpend fluitje.
'Lunchpauze.' mompelde de man en liep weg.
'Laten we eens tussen de troep gaan wroeten.' zei Steffan.
'Bah!' riep Amber, 'met onze blote handen zeker!'
'Nee!' zei Steffan geheimzinnig, 'als hond!'
Toch vind ik het een stom idee! Zei Amber even later.
Zeur niet! Zei Steffan. Weet jij iets beters?
En hij begon tussen het afval te wroeten.
We volgden zijn voorbeeld.
Waarom doen we dit? Vroeg Thijs.
Gisterenavond liep ik hier nog, en hoorde iets, zei Steffan.
Wat? Vroeg ik.
Praten, die man en een vreemde hoge stem.
Ze hadden het over een sportzaal. Dat ze iemand moeten tegenhouden,
Om 6 uur `s avonds! Vanavond geloof ik.
En nu is die winkel afgebrand en worden alle sporen uitgewist, zei
Amber.
De enige sportzaal is die bij de school, zei ik.
Je bedoeld de 7-sprong? zei Steffan.
Ja! Zei ik.
Ooh, nee! kreunde Amber.
Jawel! verheugde Steffan zich.
Vrijdagavond - - half 6
We zaten in de sportzaal.
Voor mij was het niet moeilijk weg te komen. M`n tante was er niet.
Voor de anderen was het moeilijker weg te komen. Amber had gezegt
dat ze bij mij logeerde.
Thijs logeerde bij Steffan en andersom.
Te wachten om misschien iets te zien.
Wat precies wisten we niet, die 'hij' misschien?
Opeens vloog de deur open en de zaal stroomde vol.
Ik herkende sommige gezichten.
M`n tante, de meester en veel andere.
'Psst, kom mee!' siste Thijs.
'We moeten varieren, anders zijn we erbij!'
We gingen onder de tribune zitten en ik zei:
'We veranderen in huismussen.'
'Huismussen? Hoe zien die er nu weer uit?' vroeg Steffan.
'Van die kleine, bruine vogeltjes die bij de kerk aan het broeden
zijn.'
'Oh, ja! Die!'
'Waarom?' vroeg Amber.
'Er zitten in deze zaal wel eens van die mussen, die per ongeluk naar
binnen zijn gevlogen.' zij ik.
'Goed, we doen het!' besliste Thijs.
En we begonnen te varieren
Een poosje later waren we huismussen geworden.
Het was vreemd, net zoals de stormmeeuw maar we werden kleiner.
We vlogen onopvallend rond.
Ik heb het oranje steentje ook meegenomen, zei Thijs.
Waar heb je het? vroeg Amber.
Onder de tribune.
Daar kan iedereen het zien!
Niemand let erop!
Niet ruziën! zei Steffan.
Het was meteen stil.
Toen kwamen er twee mannen met een grote kooi met een doek erover
binnen.
Ze zetten de kooi in het midden van de zaal neer en gingen zitten.
Opeens ging er een kleine deur open.
En er kwam iets naar buiten.
Ik schrok.
Hij!!!!
Hij had het lichaam van een tijger.
Een spitse kop met ogen op steeltjes.
Grote klauwen en een schorpioenstaart met een zwart lemmet.
Een buitenaards wezen! riep Amber.
Sssstt!! siste Thijs.
Het wezen liep naar het midden van de zaal.

Toen zei hij ongeïnteresseerd tegen een man: 'rapporteer!'
'O, machtige Wachui,' begon de man.
'Ja, ga verder' zei Wachui tegen de zenuwachtige man.
'We, we hebben een Kaiou-strijder gevangen!'
Een wat? vroeg Thijs.
Dat hoor je toch? zei Steffan.
Een Kaiou-strijder!
'Een Kaiou-strijder?' vroeg Wachui verbaasd.
'Waar is hij?'
'In, in die k..k..kooi.' zei de man.
'Mooi!' mompelde Wachui terwijl hij naar de kooi liep.
Hij rukte het doek eraf en in de kooi zat
Het krokodilletje van de foto die ik in 'de opaal' had gevonden!!
'Zo, zo,' mompelde Wachui terwijl
Hij de Kaiou-strijder vastgreep.
'Eerst pak ik je variatie steen af,
Jammer dat hij te klein is om te gebruiken!'
Variatie steen? fluisterde Thijs die hebben wij ook!
Sssstt! siste ik.
'Je zult niet winnen schurk!' schreeuwde de Kaiou opeens.
'Nee?' zei Wachui, 'dacht het wel!'
Hij pakte het variatie steentje af en zette de Kaiou terug in de kooi.
'Ik reken straks wel met je af!' siste hij tegen de Kaiou.
'Eerst verwelkomen we zero 778, mijn grote broer,
Hij komt niet zelf, een hologram neemt zijn plaats in.'
Één van de mannen kwam aanlopen met een soort afstandsbediening.
Hij drukt op een knop en er verscheen een reusachtige schaduw
Met twee lichtgevende, groene ogen.
We keken naar de grote schaduw,
Die opeens begon te praten.
Het was een stem, die je in je hoofd hoort,
Zo, Wachui, een Kaiou-strijder? zei hij.
'Ja!'
Wat simpel!
'Jij kan het weer beter!?'
Zeker!
'Zoals wát?'
Een zwerm hemtriëten!
'Wat!?'
Die kleine, stalen kevers!
Volgens mij zijn die twee niet echt dol op elkaar! zei Thijs.
Ja, die geflipte Wachui, het kleine broertje van die olifantenschaduw
wil de baas spelen over z`n grote broer! zei Steffan.
We moeten die arme Kaiou redden! zei ik.
Ja! zeiden Steffan, Amber en Thijs tegelijk.
Wachui en zero 778 waren aan het bekvechten.
Wat we te weten kwamen was dat de mensen in de zaal gehypnotiseerd
waren.
Dus m`n tante ook.
Opeens gaf zero 778 een enorme dreun in de zij van Wachui.
Wachui rolde over de grond, tot onder de tribune waar het variatie
steentje lag.
'Aaaauuuuw!' kreunde Wachui. 'Hé, wat hebben we hier?'
Hij pakte het vatiatie steentje en deed het om zijn nek.
'Het steentje waar ik al zo lang op zoek naar ben!'
Neeeeee!!! gilde Thijs.
Stil! Laat je niet horen! We moeten de Kaiou redden. En het steentje.
zei Amber.
Ik varieer in een jachtluipaard en val aan! zei ik.
Doe voorzichtig! Zei Steffan.
Ik vloog door het open raam naar buiten en varieerde in de struiken
terug.
Toen dacht ik aan de jachtluipaard.
Het was een vreemde verandering.
Eerst veranderde m`n huid in een okergele vacht met zwarte vlekken.
Ik viel voorover en kreeg klauwen.
En een prachtige staart met twee zwarte ringen aan de punt.
Ik was klaar om aan te vallen.
Ik sprong door het open raam naar binnen en ramde Wachui.
Hij was totaal verrast en deed niets terug.
Ik rende op topsnelheid naar de Kaiou en gooide de kooi op de grond
zodat hij open brak. De man met de afstandsbediening liet van schrik
de afstandsbediening vallen. De hologram knipperde even en verdween.
Ik greep de Kaiou vast en sprong weer uit het raam. 'Kaiou!' gilde
Wachui. 'Volg hem en breng hem bij me, levend!'
Ik rende op topsnelheid, zo`n 120 km per uur, door de stad.
Mensen gilde en een klein jongentje schreeuwde: 'een leeuw, een leeuw!'
Leeuw? Zei ik tegen hem in denktaal, ik ben een jachtluipaard!
Hij schrok en begon te schreeuwen: 'Een jachtluipaard! Help!'
Opeens stond hij voor me. Wachui in een mensenvariatie! Toch herkende
ik hem aan het oranje variatie steentje om z`n nek. 'Kaiou, geef je
over! En geef de gevangene hier!!'
Nooit! riep ik tegen hem en rende weg. De Kaiou, die zich de hele
tijd stil had gehouden begon te schreeuwen:
'Ik eis een verklaring! Wie ben je?' Stil, dat leg ik straks wel uit.
Even later waren we Wachui kwijt. Ik ging naar het bos. Oké,
niet bang zijn! Ik ben geen Kaiou!
Ik begon terug te varieren. De Kaiou keek met grote, blauwe ogen bang
toe.
Toen ik terug gevarieerd was zei de Kaiou: 'Je bent een mens!'
'Ja, ik kreeg een steen van een man uit 'de opaal'.'
'Njadoi heet hij, ook een Kaiou-strijder, zoals ik.'
'Ik ben Loupe, hoe heet jij?'
'Nato.'
'Ik heb vrienden, Amber, Thijs en Steffan!'
'Ik ben de enige Kaiou in jullie zonnestelsel.'
'Komen er geen anderen meer?'
'Ik, ik weet het niet.'
'Loupe? Je hebt de Kaiou!' Steffan, Amber en Thijs kwamen binnen.
'Mag ik jullie voorstellen? Dit is Nato, onze nieuwe vriend!
Je kunt je reactie op het verhaal direct naar Jocye
sturen: moi_joyce1@hotmail.com
In de verhalen zet Joyce altijd haar eigen naam als hoofdpersoon,
en ze gebruikt ook vaak dingen uit haar.
De namen van mijn kamergenootjes kloppen ook, maar de rest niet.
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home