Lieselotje en Simon de uitvinder
door Chéline Ruhof
Ergens op een plekje van de wereld ligt een bos. En is dat bos woont
Lieselotje. Lieselotje is een klein dwergelfje dat aan de voet van
een grote eik woont. Daar woont ze al meer dan honderd jaar. Ze is
dan ook al erg oud. Vroeger kon Lieselotje vliegen, maar nu lukt dat
niet meer zo goed. Lieselotje is buiten ze hangt de was op. 'Oh, oh,
oh.' zegt ze. 'Wat zijn de truitjes en broekjes toch weer vies. Oh,
oh, oh.' Terwijl ze bukt om weer een truitje uit de witte wasmand
te pakken, valt er een schaduw over haar heen. Verbaasd kijkt Lieselotje
op. 'Wat is dat?' Lieselotje kijkt naar de lucht. Iets valt uit de
lucht, recht op haar af! Lieselotje geeft een gilletje. Ze gooit de
trui op de grond en rent naar binnen. Snel doet ze de deur dicht.
BAM! Voorzichtig doet Lieselotje de deur weer open. Ze kijkt om het
hoekje en wat ziet ze daar?! Het ding is op de waslijn gevallen en
licht nu op zijn zij. Uit het ding kruipt nu een mannetje. Hij wrijft
over zijn hoofd, waar een bult op zit. Snel rent Lieselotje naar buiten.
'Oh! Gaat het goed met je?' vraagt ze aan het mannetje. 'Au, ik heb
een zeer hoofd!' snikt hij. 'Heeft dat ding je meegenomen?' vraagt
Lieselotje. 'Dat is geen ding, dat is een luchtballon!' zegt het mannetje
boos. 'O! Sorry. Ik heb nog nooit een luchtballon gezien! Is het gevaarlijk?'
'Nee, hoor. Ik kan het weten, want ik heb het zelf gebouwd.' zegt
het mannetje terwijl hij uit de luchtballon kruipt. 'Wat doet zo'n
luchtballon dan?' vraagt Lieselotje nieuwsgierig. 'Nou.' begint het
mannetje. 'In de ballon, het grote ding dat daar licht.' Hij wijst
naar de waslijn waar de ballon op hangt. 'zit lucht. Maar niet gewoon
lucht, maar een speciaal soort lucht.' 'Hoe heet zo'n lucht dan?'
vraagt Lieselotje. 'Zoiets heet gas. Doordat dat gas in de ballon
zit gaat de ballon omhoog. Waar ik net uitgekropen ben, dat is de
mand. Die zit aan de ballon vast. In die mand kan je zitten, en dan
ga je omhoog!' zegt het mannetje trots. 'Oo!' zegt Lieselotje bewonderend.
'Dat is knap gemaakt! Maar waarom viel je dan naar beneden?' 'Er zat
en gat in mijn ballon.' 'Wat vervelend. Wil je binnenkomen?' vraagt
Lieselotje. 'Dan krijg je thee voor de schrik.' 'Oké.' zegt het mannetje.
'Kan ik dan ook een pleister krijgen? Mijn hoofd doet zo zeer.' 'Natuurlijk.
Kom gauw binnen.' zegt Lieselotje.
En samen lopen ze naar binnen. 'Ik ben Lieselotje, hoe heet jij?'
vraagt Lieselotje. 'Ik ben Simon. Ik ben een uitvinder.' 'Wat is dat?
Ik ken wel uilen en vlinders, maar ik heb nog nooit van een uilvlinder
gehoord.' zegt Lieselotje. 'Nee, geen uilvlinder, een uitvinder. Dat
betekent dat ik dingen verzin en dat ik dingen maak.' Er word op de
deur geklopt. Lieselotje doet de deur open. 'Hallo meneer uil.' zegt
ze. 'Wat doet u hier?' 'Ik vloog in de lucht en toen zag ik dat er
regen kwam dus ging ik maar snel hier heen, want ik wil niet nat worden.'
zegt de uil. 'O, nou kom verder. Ik heb net bezoek van Simon de Uitvlinder,
o nee, uitvinder.' zegt Lieselotje. De uil stapt naar binnen en Lieselotje
doet de deur dicht. 'Dat is handig, als je kan zien wanneer er regen
komt.' zegt ze. En dan: 'O nee! Regen! Snel mijn was naar binnen halen!'
Lieselotje rent naar buiten.
De eerste regendruppeltjes vallen al. Lieselotje rent wanhopig heen
en weer. Ze is net weer binnen als het heel hard gaat regenen. 'Oef!
Net op tijd. Uil, pak maar wat thee, als je wilt.' Simon kijkt verdrietig.
'Wat is er, Simon?' vraagt Lieselotje. 'Mijn ballon was al stuk, maar
nu helemaal. Het kan namelijk niet tegen regen.' snikt hij. 'Ach,
de regen is zo wel over hoor.' troost Uil. 'Ja maar nu is hij al stuk,
hoe moet ik nu naar huis?' Simon huilt al bijna. 'We verzinnen wel
wat.' zegt uil. 'Doe dat snel. Mijn vrouw en drie kinderen wachten
op mij. Ze weten niet waar ik ben. Ze zijn vast heel erg ongerust.'
'Ach, dan beleef je nog eens wat.' bromt Uil en hij drinkt van zijn
thee. Na een paar minuten zegt Lieselotje vrolijk: 'Kijk Simon! De
regen is al opgehouden!' Simons gezicht klaart op. Snel rent hij naar
buiten, Lieselotje rent achter hem aan. Uil drinkt nog even zijn thee
op en loopt dan rustig naar buiten. Simon en Lieselotje zitten bij
de ballon. Lieselotje heeft de grote rode ballon vast. 'Kijk, hier
zit het gat.' zegt ze tegen Simon. 'Ik denk dat ik het wel kan maken.
Ik naai gewoon een lapje stof op de ballon.' 'Een lapje stof?' vraagt
Simon. 'Ja. Wacht even, ik kom zo weer terug.' Lieselotje springt
op en even later komt ze terug met een blauw lapje stof en met naald
en draad. 'Kijk, ik leg dit lapje op het gat, doe de draad door de
naald en naai het gewoon vast. Kijk zo.' Ze deed wat ze net had gezegd
en stak de naald door de ballon. 'Pffft.' Doet de ballon. Ze prikt
nog een keer en nog een keer en nog een keer. Dan houd ze op en bekijkt
het resultaat. 'Lieselotje? Dat was misschien niet zo'n goed idee.'
zegt Uil. Simon kijkt naar de ballon. 'Nu heb ik nóg vier gaatjes
erbij!' Roept Simon. 'O, het spijt me. Het was ook gewoon een stom
idee.' zegt Lieselotje treurig.
Dan kijkt ze weer blij. 'Ik heb een idee! Uil wil je naar Hans haas
gaan en een rol touw halen? Dan ga ik even naar de familie Raaf.'
'Oké. Maar waarom?' vraagt Uil. 'Dat zie je straks wel. Simon? Ga
jij de mand maar maken.' En dan loopt Lieselotje weg. Uil kijkt Simon
vragend aan en vliegt dan weg. Simon kijkt ze na. 'Ze is wel aardig,
maar wat Lieselotje nu weer wil doen?' Dan begint hij maar aan de
mand. Een kwartiertje later komt Lieselotje aan lopen. Boven haar
vliegen vier raven. De zwarte beesten landden naast de ballon. 'Hallo.'
zegt de grootste. 'Ik ben Rick de Raaf en dit is mijn vrouw Rita de
Raaf.' 'Hallo.' zegt Rita. 'Rob, Ria? Zeg eens hallo.' 'Hoi.' zegt
Rob. 'Hai.' zegt Ria. 'Eh, hallo.' zegt Simon. 'Dit is de familie
de Raaf.' zegt Lieselotje. 'Ze zijn vrienden van mij en ze willen
heel graag helpen.' 'Waarvoor?' vraagt Simon. 'Voor de Ba..' Rita
legt een hand op zijn mond. 'Stil Rob. Dat is een verassing.' Uil
komt aan vliegen met een rol touw in zijn mond. 'Hier is het touw.'
zegt hij terwijl hij landt. 'Hallo familie de Raaf.' groet hij. Ze
groeten terug. 'Simon? Ga jij maar naar binnen om je spullen te halen.'
zegt Lieselotje. 'Ik denk dat je heel gauw je familie weer gaat zien.'
Simon loopt aarzelend naar binnen. Wanneer de voordeur dicht is, legt
Lieselotje Uil uit wat ze wil doen. Uil vind het een goed plan. Uil
bijt vier keer een stuk touw van vier meter af. Rick, Rita, Rob en
Ria maken de touwtjes vast aan de vier punten van de mand. Dan nemen
ze allemaal een touw in de bek. Dan komt Simon weer naar buiten: 'Wat
is dit?' vraagt hij. 'Stap maar in.' zegt Lieselotje. Simon stapt
in de mand. 'En nu.' vraagt hij. 'Doeg.' zegt Lieselotje. 'Tot vanavond,
familie de Raaf.' zegt Uil. De vier raven vliegen omhoog. Simon kijkt
heel verbaasd, maar dan snapt hij het. 'Daag!' roept hij naar Lieselotje
en Uil. 'Bedankt voor de hulp. Dit zou ik onthouden! Daag!' Hij zwaait.
Lieselotje en Uil zwaaien terug. 'Daag, Simon!' roept Lieselotje.
'Doe de groeten aan je kinderen!' 'En aan je vrouw! Dag!' roept Uil.
De zon gaat onder en de lucht is rood. Daar in de lucht vliegen raven
die een mand trekken. 'Ik zal hem missen.' zegt Lieselotje. 'Ach.'
zegt Uil. 'Wees eerlijk.' lacht Lieselotje. 'Ja je hebt gelijk, ik
zal hem ook wel missen.' En samen kijken Lieselotje en Uil, Simon
de Uitvinder na..
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
H oe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home