www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Knollemie en het Kakelbonte Kleurenkruid
door Belinda Vets

In het Oosjewisjewoosjebos, een groot toverbos waar de bomen paars en blauw zijn, woonde er een klein meisje. Dat meisje was niet zomaar een meisje, nee, dat meisje was een heks … En die heks heette Knollemie. Ze had een vriendje, Stiebel, maar die bezat geen toverkrachten. Hij was een gewone jongen uit het dorp en was sinds lang het beste vriendje van Knollemie. Samen speelden ze vaak urenlang in het bos want er was veel te zien in dat toverbos. Verschillende dieren die je anders nooit zag: paarse beren, rode zebra's, blauwe herten, alle dieren in alle kleuren Er was ook een heel mooi meertje met een waterval die van goud waren met prachtige vissen in alle bonte kleuren. Zo had Knollemie het bos omgetoverd in het mooiste bos dat er op de wereld bestaat. Daarvoor had Knollemie een zeer speciaal toverkruid gebruikt: het Kakelbonte Kleurenkruid. Het was een zeer zeldzaam kruid, dat al lang was uitgeroeid. En het duurde wel 100 jaar eer er een nieuwe Kakelbonte Kleurenkruid volgroeid was om de wereld kleuriger te maken. Het toverkruid was dus heel kostbaar.

Maar … aan de andere kant van het bos was er een burcht en daarin woonde er een boze tovenaar, Artizan. Hij had gehoord van het Kakelbonte Kleurenkruid. En hij had ook gehoord van hoe het toverkruid de waterval in goud had veranderd! En dat vond de tovenaar wel interessant, want dan zou hij heel rijk worden. Er was slechts één enkel probleempje: het toverkruid behoorde toe aan Knollemie, het heksje. Hoe zou hij dat kruid in handen kunnen krijgen???

Hij bedacht een listig plannetje om het Kakelbonte Kleurenkruid te kunnen bemachtigen. ’s Nachts kroop hij op zijn vliegende voetmat en zoefde er mee door de lucht. Roetsj, roetsj, roetsj! Door de wolken heen, raasde hij met een snel tempo door de nacht, op zoek naar het gouden meertje met de gouden waterval, want daar was het huisje van Knollemie. En daar hield Knollemie het Kakelbonte Toverkruid verborgen. Hij landde naast het gouden meertje. Het goud schitterde zo hard dat Artizan er bijna blind van werd. Stilletjes sloop hij naar het huisje van Knollemie. Hij luisterde aandachtig en hij werd bijna doof van het gesnurk van Knollemie! Nou, nou, dacht hij, dat kleine heksje kan verdomd hard snurken! Hij opende de deur heel zachtjes om zo weinig mogelijk geluid te maken, maar de deur kraakte heel erg hard… Op zijn tenen sloop hij naar Knollemie’s toverkastje, waar zij al haar kruiden en drankjes in bewaarde. Hij opende de deurtjes en zocht naar het toverkruid. Maar hij vond geen toverkruid! O nee, waar was dat kruid nou? Toen zag hij daar een koekjesdoos op de bovenste plank staan. Zou het daar in zitten? Hij nam de koekjesdoos van de plank en opende ze voorzichtig. Misschien zat er wel iets in wat eruit zou kunnen springen. Daar zou die Knollemie best wel toe in staat zijn. Maar gelukkig sprong er niets uit. Nee, wat er in zat was wat Artizan wel heel graag zou hebben, namelijk het Kakelbonte Kleurenkruid! Het kruid zat in een leren buideltje en voorzichtig stopte hij het in zijn jaszak. Hij zette de koekjesdoos terug op zijn plaats en deed de kastdeuren terug dicht. Hij draaide zich om en wilde naar buiten gaan, maar plots viel hij over de bezem van Knollemie, ging tegen de vlakte en belandde met zijn neus in de cactus van de heks! ‘Auw, auw, auw!’brulde Artizan. Hij stond gauw op en rende als de bliksem naar buiten, maar helaas was Knollemie wakker geworden wakker geworden van al dat lawaai. ‘Hé,’riep ze.’Kom terug! Houd de dief! Houd de dief!’ Artizan sprong op zijn voetmat en vloog terug naar zijn burcht. Knollemie sprong uit haar bed en wilde haar bezem pakken om Artizan achterna te vliegen maar … haar bezem was stuk gemaakt door die tovenaar! Ze was woest! ‘Maar ik krijg je nog wel!’riep Knollemie hem nog na. Maar Artizan was al lang verdwenen.

Het werd al gauw dag en Knollemie toeterde alle dieren uit het bos wakker op haar toverfluit. ‘Ga vlug Stiebel halen!’zei ze tegen de dieren. En de mussen, de herten, de zebra’s en al de andere dieren haastten zich naar het huis van Stiebel. De vogels kwetterden hem wakker. ‘Wat is er?’vroeg Stiebel verdwaasd. ‘De boze tovenaar Artizan heeft het Kakelbonte Kleurenkruid gestolen!!!’riepen de dieren hysterisch. Toen Stiebel dat hoorde, sprong hij onmiddellijk uit zijn bed en trok hij zijn kleren aan. Hij poetste nog geeneens zijn tanden! Hij sprong op een zebra en zei: ‘Hup, paardje,hup! Breng me naar Knollemie!’ In volle vaart bracht de zebra Stiebel bij zijn vriendinnetje. Knollemie was zeer droevig. Niet alleen was haar toverkruid gestolen en haar bezem stuk, maar ook haar cactus leefde niet meer. Ze huilde een beetje. ‘Geen nood,’zei Stiebel.’We gaan naar Artizan en we halen het toverkruid terug!’ Stiebel sprong weer op de zebra. Knollemie sprong ook op een zebra en samen galoppeerden ze naar de burcht van Artizan.

Hoe dichter ze bij de burcht van Artizan kwamen, hoe stiller en griezeliger het werd. Het bos bestond niet langer meer uit kleurige, fleurige bomen maar uit grauwe, kale bomen. En er waren nauwelijks dieren! Zelfs de rivier zag zwart van roet. Overal was er mist. Knollemie was niet gauw bang, maar nu wilde ze toch graag terug naar haar huisje keren. Voor hen werd de burcht van Artizan zichtbaar. Brr, wat vonden ze toch maar akelig. Toch gingen ze naar verder. Ze moesten wel, die tovenaar had het Kakelbonte Kleurenkruid!

Stapvoets gingen ze verder. Plots vielen ze in een diepe, diepe kuil, verborgen in het hoge gras. ‘Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaagh!’brulden ze. De zebra’s hinnikten luid. Met een plof vielen ze op de grond. Wat was dat? Het was overal donker! Knollemie taste rondom zich heen. Overal voelde ze aarde. Waren ze in een geheime gang terecht gekomen? Ja! Knollemie stond recht, schudde het vuil van zich af en trok haar vriendje recht. ‘Dit is een onderaardse gang!’zei Knollemie enthousiast.’Laten we die volgen!’ En zo gezegd, zo gedaan. Ze volgden de gang tot ze niet verder meer konden en op een muur stootten. Wat nu? De twee vrienden zochten naar een hendel om de muur op een of andere manier te openen. Maar helaas, ze vonden niets. ‘Hé,’zei Stiebel tegen Knollemie.’Heb jij geen toverstof bij zodat je de muur kan openen?’ ‘Ja!’zei Knollemie en ze taste in haar tasje. Ze zei een toverspreuk. ‘Bestaande uit steen, vastgekleefd met cement, muur breek open, anders verdien je geen cent!’ En jawel! De muur ging open! Wat een geluk! Nu konden ze de burcht binnen. Voor hen was er een trap die naar boven ging. Het tweetal klom naar boven en opende de deur aan het eind van de trap. Wat zou zich daar bevinden? Langzaam openden ze de deur. Maar de deur kraakte heel erg hard. ‘Ssssst,’zei Knollemie een beetje boos tegen Stiebel.’Zo dadelijk wordt Artizan nog wakker door ons lawaai.’ Ze keken door het kiertje van de deur. Maar wat hoorden ze??? Een oorverdovend gesnurk! Het heel kasteel trilde ervan. Ook Stiebel en Knollemie beefden heel hard van het lawaai. Maar waar kwam dat gesnurk toch vandaan? De twee vriendjes deden de deur nog een beetje verder open. Daar lag Artizan te slapen, met zijn voeten op tafel. Knollemie en Stiebel zouden voorzichtig moeten zijn, stel dat hij zou wakker worden! Dat zou heel erg gevaarlijk kunnen worden. Knollemie keek eens rond in de kamer. Misschien dat ze het buideltje met het Kakelbonte Kleurenkruid zou vinden. Maar helaas, hoe goed ze ook keek, ze vond het niet. Toen merkte Stiebel een kooitje op. Bij dat kooitje zat er een boos uitziend aap. Hij zag er inderdaad niet vriendelijk uit! Knollemie liep op haar tenen naar de kooi en keek er eens in, maar de aap werd heel woest! ‘Ga weg!’krijste de aap.’Ga weg, je hebt hier niets te zoeken! Ga weg, of ik maak mijn meester wakker!’ Knollemie schrikte heel erg hard. Wat was dat voor een stoute aap! Maar hé, wat zag ze daar liggen, in het midden van de kooi? Het Kakelbonte Kleurenkruid! ‘Stiebel!’riep ze. ‘Het Kleurenkruid!’ De aap begon nu heen en weer door de kooi te springen. ‘Vlug,’ zei Stiebel.’Tover een banaan!’ Knollemie haalde wat toverpoeder uit haar zakje en ze zei een spreuk:’Maantje maantje o zo fijn, tover mij vlug een banaantje fijn!’ En plof, in haar hand verscheen er een banaan, en gaf de banaan aan de aap. Die werd toen veel rustiger, hoor. Maar, door al dat gekrijs van de aap, was de tovenaar toch wel wakker geworden zeker? En hij had gezien dat Knollemie en Stiebel het Kakelbonte Kleurenkruid had gevonden! Stilletjes sloop hij naar het heksje en haar vriendje … maar plots gleed hij uit over de bananenschil van de banaan die de aap had opgegeten en weggegooid! Pardoes lag hij op de grond. ‘Auw, auw, auw,’jammerde hij. Maar Knollemie en Stiebel aarzelden niet lang en bonden hem vast met een lang, dik touw, zodat hij nooit meer kon loskomen.Dat zal hem leren! ‘Neem vlug de sleutel om de kooi te openen!’zei Stiebel. Knollemie taste in Artizan zijn zakken, en jawel hoor, daar had ze de sleutel gevonden. Vlug opende ze de kooi, nam haar toverkruid en samen met Stiebel holde ze naar buiten. Daar wachtten hun zebra’s hen op. En in volle vaart reden ze door het kakelbonte Oosjewisjewoosjebos, dat nooit in goud zou veranderen… ze hadden het toverbos gered! En het aapje? Die smult nog steeds van zijn banaan.


Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home