De klokken staken
door Jeanette Fransen, mamma van Wilma, Arie en Hein
Op een dag hadden de klokken in de stad er genoeg van. Tijdens een
vergadering zeiden ze: "We doen allemaal hetzelfde. Altijd zeggen
we dezelfde dingen. We wijzen altijd dezelfde tijd aan."
Een rode wekker riep boos: "Als ik om zeven uur ga rinkelen,
dan staan alle andere klokken ook op zeven uur!"
"Wij willen ieder onze eigen tijd aanwijzen!", sloeg de
grote kerkklok die de baas was. "Laten we gaan staken!"
Op die dag besloten de klokken ieder hun eigen tijd aan te wijzen.
Sommige klokken bleven bijvoorbeeld om drie uur 's nachts staan, omdat
ze dan lekker konden blijven slapen.
Een polshorloge liep drie keer zo snel, omdat hij de tijd zo langzaam
voorbij vond gaan. Een koekoeksklok sloeg voortaan iedere minuut.
Het vogeltje vond het zo saai binnenin de klok.
Er waren ook klokken die achteruit gingen lopen in plaats van vooruit.
Dat vonden ze weer eens wat anders. Andere klokken sloegen uren over
die ze niet leuk vonden. En de antieke klokken liepen heel langzaam,
omdat ze al zo oud waren.
Het leven in de stad raakte helemaal in de war. Mensen wisten niet
meer hoe laat ze op hun werk moesten komen. Kinderen kwamen te laat
op school. Of ze moesten juist te lang op school blijven. De bel wist
nu niet meer hoe laat hij af moest gaan.
Erica moest vanmiddag al naar bed, omdat de klok in haar huis acht
uur aanwees. Twee uur later ging haar wekker weer af. De wekker vond
zeven uur 's ochtends zo'n leuke tijd. En hij hoorde zichzelf graag
rinkelen.
De winkels waren de hele dag open, want de winkeliers wisten niet
meer wanneer ze de winkel open of dicht moesten doen. Treinen vertrokken
wanneer de machinist daar zin in had. De kleine wijzer van de stationsklok
ging namelijk twee keer zo snel als de grote wijzer.
Na drie dagen vond de burgemeester van de stad dat het zo niet langer
ging. Er kwamen klachten binnen op het stadhuis. Niemand wist meer
hoe laat hij ergens moest zijn. De burgenmeester belde de klokkenmaker
van de stad en vroeg hem de klokken te bevelen weer aan het werk te
gaan.
De klokkenmaker riep alle klokken bijelkaar op het kerkplein.
"Ga weer aan het werk!", zei de klokkenmaker. "Het
leven in de stad loopt in het honderd".
Maar de kerkklok antwoordde: "Geen denken aan. Wij willen allemaal
onze eigen gang gaan. Nu zijn we allemaal anders".
"Jullie zijn al allemaal anders. Jij, kerkklok, bent groot. Iedereen
kan jou zien en horen. De wekker is klein en hij waakt over de tijd
als wij mensen slapen. Het horloge is altijd bij ons en de keukenklok
let erop dat de melk niet overkookt. Jullie zijn stuk voor stuk heel
belangrijk!", zei de klokkenmaker.
Zo hadden de klokken het nog niet bekeken. Ze voelden zich ineens
heel gewichtig. "De mensen kunnen niet zonder ons", besloten
ze. "Laten we weer snel aan het werk gaan."
En dat deden de klokken. Alle uurwerken wezen weer dezelfde tijd aan.
Kinderen kwamen weer op tijd op school. De treinen reden weer volgens
de dienstregeling in het spoorboekje. De mensen wisten weer hoe laat
hun favoriete tv-programma begon en hoe laat de bibliotheek openging.
Iedereen kwam weer op tijd waar hij wezen moest. Iedereen, ..... behalve
Erica. Ze had haar horloge vergeten op te winden.
Je kunt je reactie op het verhaal direct naar Jeanette
sturen: mhc.fransen@hccnet.nl
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home