Het keyboard
door Leo Versnel
Koos woonde in een klein dorpje in Groningen. Aan de rand van dat
dorp woonde een vreemde man. Je zag hem nooit buiten, het was een
echte kluizenaar. De mensen in het dorp noemde hem De Uitvinder.
Waarom ze hem zo noemden wist niemand, maar van meisjes, die daar
zo nu en dan schoonmaakten, hoorden ze dat de oude man vaak met heel
vreemde, technische dingen bezig was. Die kluizenaar had maar één
dochter en die woonde in het huis naast dat van Koos!
Op een dag kwam de buurvrouw naar Koos zijn moeder toe. Ze had tranen
in haar ogen en ze vertelde, dat haar vader, de kluizenaar, s
morgens vroeg was overleden. Een paar dagen later was de begrafenis
en toen alles achter de rug was kwam de dochter weer bij de ouders
van Koos. Nu had de vader van onze Koos een grote vrachtauto, waarmee
hij goederen vervoerde. De vrouw vroeg, of Koos zijn vader haar wilde
helpen om het huis leeg te halen. Vader vond dat een prima idee en
samen met koos en de buurvrouw gingen ze naar het verlaten huis.
Er stond niet veel in! Een heleboel kamers waren leeg. In één
kamer stond een bed, een stoel en een nachtkastje. Dan was er nog
een woonkamer. Daar stond alleen maar een kast, een tafel met twee
stoelen en een bureautje. In de keuken stonden maar een paar pannen,
wat vorken, lepels en messen en dat was het dan!
Boven wachtte hen een verrassing. Eén van de slaapkamers bleek
een soort werkkamer te zijn. Er stond een groot apparaat, dat nog
het meeste op een keyboard leek. Het was alleen veel groter en helemaal
van metaal en niet van plastic zoals de apparaten, die je in de winkel
zag. Nu had Koos altijd al een keyboard willen hebben, maar papa en
mama hadden er gewoon niet genoeg geld voor. O, zei Koos,
kijk eens! Een keyboard! Wat ga je daar mee doen?,
vroeg hij aan de buurvrouw. Wil jij het hebben? Nou, dat
wilde Koos best! Samen met de paar meubels werd ook het keyboard ingeladen.
De meubels gingen naar de buren, het keyboard naar Koos! Wat was de
jongen blij!
Hij zette het prachtexemplaar in de werkkamer en nadat hij de stekker
in het stopcontact had gestopt, klonken er al gauw prachtige tonen
door het huis. Koos ontdekte al gauw, dat hij met een hele rij knopjes
op het apparaat steeds andere muziekinstrumenten kon laten horen.
De namen van die instrumenten stonden op de knopjes en ervoor stond
nog een naam. Hij ontdekte ook een rode knop op het keyboard. Als
je dat samen met één van de registerknopjes indrukte,
dan kreeg je het instrument dat voor het knopje stond! Koos speelde
er lustig op los! Erg mooi klonk het niet altijd, soms zelfs echt
vals, maar onze muzikant vond alles even mooi! Er was één
knopje bij waar Voice op stond. Als Koos dit indrukte
en daarna een toets, dan hoorde hij een stem. Bij de C
hoorde je bijvoorbeeld: Goeie morgen en bij de E
klonk Lekker geslapen vannacht?.
Koos probeerde ook maar eens om eerst de rode knop en daarna de Voice-knop
in te drukken. Daarna raakte hij zomaar een toets aan. En weet je
wat er toen gebeurde? Uit de luidspreker klonk een stem. Iemand vroeg:
Welke melodie wil je horen?. Koos was stomverbaasd! Hij
stamelde: Het Wilhelmus. Even klonk uit het orgel ons
volkslied. En mooi! Alsof de beste organist van het land het lied
speelde! Nu wist Koos helemaal niet meer wat hij hoorde. Toen het
lied uit was, probeerde hij nog een paar melodieën. Allemaal
klonken ze prachtig door de werkkamer. Moeder kwam ook even kijken.
Waar heb jij zo mooi leren spelen?, vroeg ze. Koos liet
haar zien hoe het werkte. Zijn moeder mocht zelf ook een melodie kiezen
en weer klonken de mooiste klanken door de kamer.
Koos moest die avond natuurlijk ook nog naar bed. De arme jongen
kon van opwinding helemaal niet slapen. Midden in de nacht sloop hij
zijn bed uit om nog eens naar zijn keyboard tem kijken. Hij deed het
licht aan en liep eens om het apparaat heen. Opeens zag hij iets bijzonders!
Aan de achterkant stond een klepje open! Het leek wel een deurtje!
Koos deed het klepje dicht en ging weer slapen.
De volgende dag wilde hij weer muziek gaan maken. Maar zijn moeder
zei tegen hem, dat hij een paar dagen heel stil moest zijn omdat zijn
vader erg ziek was. Hij had hoge koorts en vreselijke hoofdpijn. De
werkkamer ging op slot en Koos ging weer met zijn andere speelgoed
spelen.
Het duurde allemaal langer, dan ze gedacht hadden. Pas twee weken
later ging de deur van de werkkamer weer open en mocht Koos weer muziek
maken. Eerst pingelde hij een beetje op het keyboard en toen probeerde
hij weer om aan het apparaat een melodie te vragen. Hij drukte de
rode knop en de Voice-knop en toen op nog een toets. Er gebeurde niets!
Nog maar een keertje proberen, maar weer kwam er geen vraag uit de
luidsprekers. Koos liep naar papa, die nog thuis was om helemaal op
te knappen. Papa haalde een paar schroevendraaiers te voorschijn en
deed de grote kap van het keyboard open.
Toen de kap er af was keken ze stomverbaasd naar wat ze zagen! Rechts,
naast de zijkant, stond iets dat er uit zag als een computer met een
toetsenbord en een beeldscherm, maar alles was wel erg klein! Voor
de computer stond een klein krukje en naast dat krukje lag iets op
de grond. Een heel klein mannetje met een rode puntmuts en een lange
baard! Een kabouter dus! Voorzichtig tilden ze het mannetje op. Het
zag er niet goed uit. Met een klein lepeltje lieten een paar druppeltjes
water met wat opgeloste suiker in zijn openhangende mand vallen. De
kabouter begon te slikken. Nog een beetje suikerwater en opeens deed
hij zijn ogen open. Hij keek eens om zich heen en kroop toen naar
het krukje toe. Hij hees zich er op en pakte toen een microfoon. Welke
melodie wilt u horen? vroeg hij. Ik wil nu helemaal geen
muziek horen, zei vader, waarom lag U op de grond?.
De kabouter keek vader en Koos eens aan. Toen vertelde hij hoe hij
elke nacht het keyboard verliet om voedsel en drinken te zoeken. Maar,
omdat de werkkamer zolang op slot had gezeten, was hij bijna van de
honger doodgegaan. Ze waren er net op tijd bij geweest. Hij vertelde
ook, dat de oude kluizenaar hem eens het leven had gered, toen hij
door een kat achterna werd gezeten en hoe hij sinds die tijd de computer
in het orgel bediende. Alleen wanneer iedereen sliep deed hij een
deurtje achterin open en dan kon hij eten gaan zoeken.
Natuurlijk gaven papa en Koos hem van alles wat hij lekker vond en
bovendien maakte papa in de werkkamer een leuk huisje, waarin hij
in een goed bedje kon slapen en waarin hij van echte, kleine bordjes
kon eten met echte, kleine mesjes, lepels en vorkjes.
En, al was de oude man nu dood, de kabouter was zo gewend aan zijn
leventje in het orgel, dat hij als ik het goed heb nu nog altijd mooie
melodieën laat horen aan iedereen die dat maar wil!
Voor meer verhalen van de Verhaaltjesopa Leo Versnel,
ga naar: http://home.hccnet.nl/l.versnel
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home