www. kinderverhalen. nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Kamilliano
door Nina Erkelens

‘Hey Kamil!’ zei ik. ‘Hey Nieni!’

Kamil noemde mij “Nieni,” inplaats van het afgezaagde “Nien” dat iedereen altijd gebruikte.

In mijn ogen was Kamil mijn broer. Hij behandelde mij ook als zijn zusje. Twintig was-ie nu, terwijl ik veertien was. Dat maakte natuurlijk niks uit. Niet voor ons, tenminste.

Meestal benadrukte Kamil niet dat hij mijn echte broer niet was.

Soms wel. Dan zei-ie duidelijk dat hij een pleegbroer was.

Ik voelde me lekker in ons huis. Twee jongens, twee meisjes en twee ouders.

Het voorbeeld van een perfect gezin, zou je denken.

Ik vond dat niet. Meestal niet.

Kiki, mijn zusje van negen, kon soms vreselijk zeuren, maar ze kon ook hartstikke lief zijn.

Tamas was mijn andere broer. Hij was vijftien, en lag qua leeftijd het dichtst bij mij. Ik had haast nooit ruzie met hem, maar dat was logisch. Ik trok nauwelijks met hem op. Echt stil was hij niet, die Tamas, maar hij lag me gewoon niet.

‘Nieni? Nieni…?’ Kamil haalde me uit mijn gedachten. ‘Huh? Wat?’ vroeg ik ‘Hoe is ’t nu met Annelie?’ vroeg Kamil. ‘Vraag maar aan haar, dat kan ik toch niet zeggen?!’ zei ik.

‘Je weet best wat ik bedoel!’ zei Kamil. ‘Sorry…Tsja, het is nog niet over, hè?’ zei ik. ‘Klote voor je, man!’

Ik zat in de tweede klas van het gymnasium. Daar kreeg ik les van Annelie.

Ze gaf Grieks en Latijn.

Kamil kende haar, beter dan ik. Hij had ook gymnasium gedaan, op dezelfde school als ik.

Tamas deed ook gymnasium, maar hij zat op een andere school. Daar was ik blij om.

Kiki zou vast en zeker ook naar het gymnasium gaan. Ze was hoogbegaafd, en een jaar jonger dan de anderen uit haar klas. Haar cijfers waren achten, negens en tienen.

Kamil zat nu op de ALO in Amsterdam. Dat vond ik gek. Wie gaat er nou met een gymnasiumdiploma naar een hogeschool waar je met Havo al naartoe kan?

Ik twijfelde over het gymnasium, maar ik was de enige. De enige die dit begreep was Kamil. Hij begreep veel, die broer van mij. Zo begreep hij ook mijn liefde voor Annelie.

Ik was verliefd geworden op mijn lerares klassieke talen…

Ze was zesentwintig, en ik hield van haar. Ik hield van haar humor, ik hield van haar lach. Ik hield gewoon van alles waaruit Annelie was wie ze was.

‘Kom ‘ns hier, Nieni?’ vroeg Kamil.

Hij knuffelde mij, en met mijn hoofd tegen zijn borst huilde ik.

De irritante stem van Kiki verstoorde de wereld die even helemaal van mij had geleken.

‘Wat is er nu weer met dat kind?’ vroeg ze.

Ik wist wie ze bedoelde met “dat kind.” Dat was ik, en dat zou ik altijd blijven. Mijn zusje liet haar stem precies heel cynisch klinken. IJskoud, dat ik het gevoel had dat ze mij niet bedoelde.

Kamil verstijfde. Hij kon er niet tegen dat Kiki mij zo behandelde. Het kon mij allemaal niks schelen. Het enige dat ik dacht, was: ’Er is iemand op deze gekke wereld die mij begrijpt. Die iemand is Kamil. Mijn broer.’

Ik had mijn hoofd tegen zijn borst gedrukt, en luisterde naar wat hij antwoordde.

‘Dat kind ken ik niet, maar ik neem aan dat je hiermee Nina bedoeld.’ ‘Ja…’

‘Er is niks met haar, en noem d’r nou eens een keer niet zo! Hoe laat gaan we eten, Kiek?’ zei Kamil. ‘Zo meteen,’ zei Kiki, en ze vluchtte naar haar kamer.

Ik keek Kamil aan. Met betraande ogen, maar toch vol bewondering. Hij wist altijd precies hoe hij dit soort dingen aan moest pakken, zonder dat iemand hem kon haten.

‘Ga je vanavond mee naar de baan?’ vroeg Kamil.

‘Ja!’ zei ik. Met mijn broer naar de baan betekende gezelligheid. Daar hield ik van, en hij wist dat. Het maakte niet uit dat Kamil training had. Er was genoeg om naar te kijken, en het was gewoon altijd gezellig.

Met mijn broer naar de baan. Mijn broer die altijd vrolijk was. Hij lachte altijd, en ik geloof niet dat ik hem ooit heb zien huilen.

De wereld leek perfect te zijn. Dat het niet zo was wist ik wel, maar ik wilde er gewoon niet aan denken. Nu niet.

We aten. Het gezin at.

Burgerlijk aan tafel, iets waar Kamil en ik een hekel aan hadden. ‘Waarom het perfecte gezinnetje uithangen, terwijl we dat niet zijn?’ zei hij altijd. Ik vond dat hij gelijk had, zoals hij zo vaak gelijk had.

‘Nog cijfers terug?’ vroeg mijn vader.

Kamil en ik wisselden snel een blik. Daarna bekeek ik vol interesse mijn bord, alsof de pasta nodig bekeken moest worden.

Zonder te kijken wist ik dat Kamil aan de andere kant van de tafel precies hetzelfde deed. Kik vertelde over de cijfers die zij gehaald had. We hadden even tijd om te lachen, Kamil en ik. Het zullen ongetwijfeld achten en negens zijn geweest, die cijfers van Kik. Altijd was zij degene die het familiewonder was.

Het werd plotseling stil aan tafel. Nu zou het gesprek zich tot mijn broer richten. Ik voelde dat hij dat ook wist, en de verleiding om in lachen uit te barsten was groot.

‘Hoe gingen je tentamens?’ vroeg mijn vader.

Mijn vader voerde altijd het woord tijdens die verplichte tafelgesprekken. Dat was nog zoiets waar wij ons aan irriteerden.

‘Ik overleef het,’ zei Kamil lachend, ’De resultaten zien we nog wel! Hee, mag Nieni mee naar de baan?’ Zijn vraag werd genegeerd.

‘Je kunt toch wel een beetje zeggen wat je denkt dat je hebt? Kamil?’

‘Sorry, ik doe hierover geen uitspraak!’ zei mijn broer.

‘Mazzel, ik ga met Nieni naar de baan!’ riep Kamil.

Uit de kamer klonk geen reactie, alleen het geluid van de televisie was te horen. De kans was klein dat mijn ouders iets gehoord hadden.

‘…En bedankt!’ vulde mijn broer aan. Dit soort dingen haatte hij verschrikkelijk, ik zag de verontwaardigde donkere gloed in zijn toch al donkere ogen.

Van de reactie van mijn ouders trok ik me allang niks meer aan , ik was er inmiddels wel aan gewend.

Het was lente, dus werd er nog in de tennishal getennist. Zowel in de zomer als in de winter was het ongeveer een halfuurtje fietsen naar het sportcomplex.

‘Nieni?’ Kamil klonk serieus, dus ik was direct op mijn hoede. ‘Wat is er, Mail?’

Soms noemde ik mijn broer Mail, maar er waren zoveel afkortingen en bijnamen bij de naam ‘Kamil’ te verzinnen, dat ik het vaak veranderde. Nu was het toevallig Mail.

‘Ik wil misschien in Amsterdam gaan wonen, maar er is één probleem…’ ‘En dat is…?’ vroeg ik voorzichtig. ‘Dat ben jij, Nieni! Ik weet niet of jij het wel redt zonder mij.’

Mijn wereld stortte in en het was plotseling helemaal fout om hier nu te zijn. Ik klapte dicht en zei geen woord meer.

Ik was opeens alleen met mijn gedachten, alleen op een wereld die instortte.

Kamil liet me alleen met mijn gedachtes. Ik was ontzettend blij dat hij dat deed; hij wist altijd precies wat ik dacht en voelde. Zo leek het.

‘Waarom denk je dat ik dit tegen je zeg?’ vroeg mijn broer. Ik antwoordde niet, geloofde niet dat hij het meende. ‘Ik maak me zorgen om je, zusje,’ ging hij onverstoorbaar verder.

Meestal stelde het me gerust als Kamil me ‘zusje’ noemde. Nu maakte het me razend. Tegelijk met die boosheid kwam het verdriet. Ik vond dat mijn broer dat moest weten.

‘Waarschijnlijk red ik het niet zonder jou, Mail. Jij bent de enige die mij ooit begrepen heeft. Ik voelde me veilig bij jou…,’ zei ik. ‘Je bent heus niet zo raar als je denkt, hoor!’ zei Kamil,’Er zijn meer mensen die jou begrijpen, hoor!’ ‘Wie dan?’ vroeg ik bot. ‘Wat dacht je van Annelie…’ Ik bleef even stil. ‘Haal die grijns van je smoel!’ riep ik toen. Ik was te trots om toe te geven dat hij gelijk had. ‘Nou, als zij de enige is…,’ zei ik daarom. ‘Op dit moment weet ik effe geen meer, maar ze zijn er,’ zei mijn broer,’Kijk, ik wil gewoon dat je jezelf kan redden, snap je?’

‘Dat kan ik niet! Niet nu ik van Annelie hou…,’ zei ik.

Het was waar wat ik zei. Ik werd zelfstandiger, had mijn broer minder nodig. Tot ik ontdekte dat hetgeen dat ik voor Annelie voelde, niets minder dan liefde was.

Terwijl ik naar de training van Kamil keek, besloot ik dat het best zou lukken zonder hem. Als het echt moest, tenminste.

Vanaf het eerste moment dat ik Kamil kende had hij een tennisracket vast. Hij grapte dat hij met een tennisracket in zijn handen was geboren. Dat was natuurlijk niet waar, maar toen hij voor het eerst tenniste, was hij meteen aan het spelletje verslaafd.

Kamil was toen nog klein en schattig, en ik denk dat hij zo ongeveer negen jaar oud was.

Ik droomde, terwijl ik naar zijn training keek.

Ik droomde, en ik schreef. Dat was alles waar ik uit bestond. Verder zat ik op hockey en speelde ik keyboard.

Zoiets als mijn broer met tennis had, had ik niet. Niet als ik aan het hockeyen was, en niet als ik achter mijn keyboard stond.

Zonder tennisracket was Kamil niet wie hij was, en ik was Nina niet als ik niet zou schrijven.

Plotseling schrok ik op uit mijn gepeins.

Soms had ik moeite om me uit mijn droomwereld te halen. Nu niet. Het was alsof ik wakker werd uit een nachtmerrie. Iedereen weet hoe dat voelt. Je schrikt wakker en bedenkt je dat alles nog steeds oké is.

Voor mij was alles op dit moment beter dan eerst.

Annelie zat naast me op het hek, en hoewel ik dit vaak droomde, wist ik dat het deze keer echt was.

‘Hey!’ zei ze. ‘Hey!’ zei ik terug.

Altijd opende zij onze gesprekken. Zoiets durfde ik niet. Voor haar was ik een gewone leerling, maar voor mij was ze veel meer dan een gewone lerares.

Nu was ik er blij mee dat Annelie wist wat er in me omging. Ze wist dat ik verliefd op haar was, dat had ik haar een tijdje geleden verteld. Daarna had ik het pas aan Kamil durven te vertellen; ik was bang geweest voor zijn reactie.

Annelie gaf mij het gevoel dat ik alles zelf op kon lossen, en ik vond dat fijn. Zo’n houding gaf mij ontzettend veel vertrouwen.

“Als je maar weet,” had ze gezegd, “dat ik je liefde met geen mogelijkheid kan beantwoorden.”

Dat wist ik, maar ik kon haar niet zomaar vergeten. Dat had ik ook gezegd. Ze begreep dat, en misschien op dit gebied wel beter dan Kamil.

‘Heb je al gehoord dat hij naar Amsterdam gaat? Nou ja, misschien, dan,’ zei Annelie. ‘Yep. Dat wil ik helemaal niet!’ zei ik. ‘Ik ook niet. Als hij het doet, ga ik hem onwijs missen!’ zei Annelie. ‘Zeker…’ ‘Hee, Kamil is wel echt een broer voor je, hè?’ zei ze. ‘Ja, gelukkig wel. Ik moet er niet aan denken om zonder hem de familie te vormen die we zijn. Maar als-ie weggaat, zal dat wel moeten!’ zei ik. ‘Is ’t echt zó erg, die familie van jou?’ zei Annelie lachend. ‘Toch maar ‘ns een ouderavondje met ze doen, dan!’ ‘Néé!’ riep ik geschrokken uit. ‘Chill, chill, ik doe ’t niet, hoor! Nee, zo gemeen ben ik nou ook weer niet…,’ zei ze lachend.

Ze werd nooit kwaad, die Annelie. Altijd lachen, en tijdens haar lessen werd er dan ook nooit niemand uitgestuurd. In onze klas gebeurde dat sowieso nauwelijks, maar toch…

‘Ze zijn écht erg, hoor! Het gaat bij mij thuis alleen maar om cijfers. Schoolresultaten… Die van mij zijn niet helemaal oké, en dus wordt er niks tegen me gezegd. Niet dat ze dat zouden doen als ik wél goede cijfers zou halen, maarja…,’ zei ik.

‘Dat is inderdaad rot voor je, joh! Maarja, wiskunde is gewoon niets voor jou; logisch dat je een vijf staat. En aangezien natuurkunde ook een wiskundig vak is, begrijp ik dat je daar ook een vijf voor staat. Concentreer je op je talen, zou ik bijna zeggen!’ zei Annelie. ‘Je bedoelt dat ik wiskunde in de shit mag laten zakken?’ zei ik verbaasd.

‘Zoiets, ja. Het schijnt dat je vet hard werkt, en toch haal je vieren en vijven. Dat klopt niet, dan heb je gewoon geen aanleg,’ zei Annelie.

Ik zag dat ze nadacht, en ik liet haar nadenken.

‘Misschien kan ik je helpen. Kamil en wiskunde is ook geen optie, hè?’ ‘Nee. Hij is altijd heel laat thuis, en zó wiskundig is-ie nou ook weer niet!’ zei ik, ‘Was jij er goed in, dan?’

‘Hm-m. Ik ben gewoon wiskundig aangelegd, dat klinkt nu heel egocentrisch, en zeker voor jou, maar ’t is gewoon zo,’ zei ze. ‘Boeiuh dat het egocentrisch klinkt! Wat was je rotvak, dan? Je bent goed in talen, anders geef je geen les, je bent goed in wiskunde, dus ook in natuurkunde enzo en je bent goed in geschiedenis, anders kan je de alfakant niet hebben gedaan… Dus; wat was je rotvak?’ vroeg ik. ‘Zonder twijfel: biologie. Het boeit me echt niets hoe je in elkaar zit. Als alles werkt…niet dat ‘t bij mij zo is, maar oké,’ zei Annelie,’Bovendien had ik Veldvrouw, net als jij…’ ‘Nee, hè?!’ zei ik, ‘Arme Annelie!’ ‘Nou, ik vind joú juist zieliger! Ze is nu echt zo’n oud wijf… Bah, waarschuw me effe als ik zo word, alsjeblieft dankjewel!’

‘Oké. Húh? Waarom trilt je hand zo?’

Het was de eerste keer dat het me opviel.

Annelie wierp een achteloze blik op haar hand, en keek toen mij aan.

‘Nooit gezien?’ vroeg ze. ‘Nee, nooit,’ zei ik eerlijk. ‘Geeft niet. Er zijn meer mensen die het nu pas zien. Ik heb er nu lak aan, ’t boeit me niet als iemand ziet dat ik ziek ben,’ zei Annelie. ‘Ziek? Wat heb je dan?’ vroeg ik.

Verbaasd keek Annelie mij aan, maar wierp toen een dankbare blik in de richting van Kamil, die hard aan het trainen was.

‘Hij heeft mij in de tweede ooit beloofd om ’t niet te vertellen, nu zit-ie in zijn tweede jaar en nog steeds houdt hij zich eraan!’ zei ze. ‘Zo is-ie,’ zei ik.

‘Oké, mijn hand trilt de hele tijd door ’n hersenfoutje. Dat is een vage omschrijving, maar verder weet ik het zelf ook niet. Best raar, maar in ieder geval wordt het onderzocht. Het enige dat ik weet, is dat het in ieder geval geen tumor is, gelukkig. Ik krijg nu medicijnen die mijn hand stil moeten leggen, maar het werkt niet echt, zoals je ziet. Alles ligt stil, behalve dat waar het om gaat: mijn hand. Slaat dus nergens op dat ik dat medicijn nog slik, maar als ik ermee stop kan ’t dodelijk zijn. En niet teveel hiervan schrikken, graag!’ zei Annelie.

Ik schrok toch, ondanks haar verzoek om dat vooral níet te doen.

Annelie…dood? Ja, het kon zomaar gebeuren.

Zonder er verder bij na te denken sloeg ik mijn arm om Annelie heen.

Nu pas besefte ik dat zij degene was waarop ik verliefd was. Ik had geen idee hoe ik dat zomaar kon vergeten.

Ik had er niet bij nagedacht, en ik begon te twijfelen. Moest ik Annelie loslaten?

Ze had me nodig, ik voelde het. Toen ik haar iets minder stevig vasthield, kroop ze tegen mij aan. Het viel me nu pas op hoe klein Annelie eigenlijk was. Ik was ongeveer vijftien centimeter langer. Zo lang was ik nou ook weer niet; ongeveer één meter zeventig.

Ik keek naar Annelie, en mijn liefde groeide met de seconde.

Plotseling kwam er een onmogelijke gedachte in me op. Hield ze ook van mij?

Ja, ze hield van mij, alleen niet op de manier hoe ik van haar hield. Dat was jammer, maar daar kon ik niets aan veranderen.

Ik vond het al fijn dat Annelie mij rustig de kans gaf om verliefd op haar te zijn.


Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee ! !


omhoog    home