Het rare ding
door Gabrielle Klompenhouwer
Ik was eergisteren met mijn vriendinnen Kim en Jill op pad. We wilden
gaan zwemmen. Opeens viel ik van mijn fiets, ik snapte het niet. Toen
ik weer was opgestaan, fietsten we verder. Maar na een halve minuut
fietsen viel Kim, maar naast Kim fietste Jill maar Jill viel niet.
Jill kon Kim houden????? Maar nog gekker Kim merkte niks en kwam zelf
weer overeind. Opeens kwam Tugba haastig aan fietsen (zij ging ook
zwemmen maar ze had weekdienst) 'Kim, Gabriëlle en Jill, hè
hè daar zijn jullie! Ik weet zeker dat jullie mij niet geloven.
Ik kwam de school uit en ik zag iets geks in de lucht maar ik dacht:
dit verbeeld ik me dus pakte ik mijn fiets en ging ik snel op pad.
Toen viel ik ineens van mijn fiets en het rare.... Fiets eens niet
zo hard ik kan jullie niet bij houden. Waar was ik, ojaa het rare
ding vloog ook boven mijn gezicht. Ik zag hem nu beter. Het was geel,
best groot zo'n vijf meter lang en de hoogte weet ik niet, maar ik
denk een meter hoog ongeveer. 'Wat viel jij ook al van je fiets' zeiden
Kim en Jill tegelijk. 'Boem' hoorden we ineens en daar lag Jill op
de grond, maar we hoorden nog meer. In de lucht hoorden we gelach.
We werden bang en Tugba zei, kijk eens omhoog. Wij keken dus omhoog
en zagen precies hetzelfde als Tugba zei. Maar ik zag voor het raam
een gek groen zwevend wezen en ging gillen. De rest keek ook naar
boven en ging ook gillen. Er stopte een vrouw en stapte uit de auto
en vroeg wat wij hadden. We wezen met zijn vieren naar de lucht. De
vrouw viel flauw. Wij wisten niet meer wat we moesten doen. Maar toen
hoorden we Jill ook nog huilen. Haar knie bloedde heel erg knie en
haar handen lagen helemaal los. We keken dus naar Jill, maar toen
we weer naar boven keken was het rare ding weg. Gelukkig hadden we
handdoeken bij ons en we drukten Jills knie dicht dat het bloed niet
doorstroomde. Ik zag gelukkig dat ik nog van de sportdag een verbanddoos
in mijn tas had en ik heb om haar knie en haar rechterhand verband
gedaan. Op haar rechterhand bloedde het maar een klein beetje, dus
daar deed ik een pleister op. We besloten om weer naar huis te gaan,
want zwemmen wordt niks meer. Onderweg moesten we stoppen, want de
weg was afgesloten ze zeiden dat er iets geks uit de lucht was gevallen.
Gelukkig was het een rustige weg en konden fietsers er aan de rechterkant
langs. Toen we langs de plek kwamen zagen we het rare ding en schrokken
ons dood. Toen ik zei, pollipot wat raar, vloog het rare ding weg.
Toen we thuis kwamen vertelden we alles tegen onze ouders, maar die
geloofden het niet. De volgende dag stond er ook wat in de krant maar
mijn moeder wilde het nog niet geloven(volgens mij wel stiekempjes
want ze bracht mij naar school). Onderweg hoorde we heel hard paf!!!
O nee klapband ben ik bang. Mijn moeder stapte uit en keek, maar toen
ze weer naar de auto liep struikelde ze. Ze snapte het niet, want
ze tilde haar voeten wel op en er lag ook niks op de weg. Ik kreeg
weer kriebels en keek door het raam naar de lucht en schrok, het rare
ding vloog boven de auto. Mijn moeder had gelukkig geen pijn en ook
geen bloed. 'Ik bel de ANWB wel, kun jij verder lopend naar school'.
Dus ik liep naar school gelukkig kwam ik Jill tegen en kreeg ik een
lift. Onderweg vertelde zij dat haar moeder het ook niet wilde geloven
en ik vertelde dat ik met mijn moeder met de auto zou gaan en dat
de auto band was geknapt. 'Heb je dan gezegd dat het rare ding er
boven vloog' zei Jill. 'Nee zo dadelijk wordt mijn moeder ongerust
en als ze dat is, wordt ze gek'. 'Zou Kims moeder en Tugba's moeder
het geloven wat wij mee hebben gemaakt'. Zal het niet weten maar als
ze de krant lezen, weten ze het vast wel. 'Mijn moeder deed heel geheim.
Eerst wilde ze mij niet geloven maar toen ze de krant had gelezen
was ze heel stilletjes'. Toen we op school aankwamen, was alleen Tugba
op school. Kim was er nog niet. Tugba's moeder had ook al rare dingen
beleefd dus zij geloofde het wel een beetje. Toen de bel ging, was
ze er nog niet. In de pauze kwam ze pas, wij vroegen dus waar ze was,
want de meester wist ook niet waar ze was. Ze begon te vertellen.
'Ik moest lopend naar school, maar ik zag het rare ding een paar minuten
later en er kwam een licht straal uit en ik werd meegenomen. Toen
kwam ik in het rare ding en'zzzzzzzz de bel ging. 'kom op vertel verder
in de klas ja'. We zaten in de klas en Kim begon verder te vertellen.
'De wezens waren een meter ongeveer. Toen keken ze om en schrokken
en ik zat in een groot glazen buis. Ze praten volgens mij heel gek.
Toen gebeurde er iets raars ik 'STIL,'brulde de meester. Ik vertel
het wel na schooltijd, zei Kim. Na schooltijd ging ze verder met vertellen
en begon 'ik werd meegenomen naar een machine waar op stond de vergeetmachine.
Ik rende weg en ik nam een briefje mee dat ik zag liggen. Het is dit
briefje'. Ze liet een briefje zien het was een briefje met rare tekens.
'Ik ben in de bibliotheek geweest en iets opgezocht en vond een boek
met erop wezen tekens ooit ontdekt. Ik heb dus ontcijferd wat er stond.
En weet je wat er stond. Woensdag 4 december om kwart voor negen in
de roomberg tegen over huisnummer 23. Daar moeten jullie met de lichtstraal
mij oppikken. Onderaan de brief kon ik niet vinden, alleen gro kon
ik vinden dus ik denk groeten want aan het einde van dat woord stond
ten dus. Toen stond er een teken acht keer achter elkaar en die kon
ik niet meer zoeken want ik werd uit de bibliotheek gestuurd omdat
ik er al heel lang zat te puzzelen. De vrouw zei, neem hem dan mee.
Maar ik had mijn pasje niet bij mij dus pech hebben. Ik denk dat ze
mij als wezen of iets dergelijks hebben aangezien. 'Wauw ik wou dat
ik dat had meegemaakt' zei ik. 'Nou wees maar blij dat, dat niet zo
is' zei Kim. En nog erger is dat ik mijn moeder onderweg tegen kwam.
Gelukkig zaten er bosjes. Ik ben er in gefietst, lekker prikkelig,
maar mijn moeder heeft mij niet gezien. 'Maar toen je uit het schip
kwam wat gebuurde er toen' vroeg Tugba. Het vloog weg en er was niks
meer van te zien'. Ik denk dat het is omdat ze door jou zijn gezien.
Trouwens hoe zagen de wezens er eigenlijk uit' vroeg Jill. 'Ze waren
dus een meter lang wat ik al zei en ze waren paars met groen en geen
oren voor de rest leek het op een mens. Verder is er geeneen aanwezig
meer geweest en het schip is niet meer gezien.
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home