www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Het geheim van de inktvis - Een geheime missie
door Rianne Wijmenga
illustratie van Euphro Blaauw

Het verhaal begint op een ochtend, nog vóór zonsopgang. Het is stil in het dorpje aan de kust, alle volwassenen slapen nog. Op het strand ligt een kleine motorboot, en bij die boot staan Paolo en zijn buurmeisje Julia... Muisstil en steeds om zich heen turend of niemand hen ziet slepen ze het bootje naar het water. Achter het raam van een van de dorpshuisjes beweegt een gordijn. Paolo en Julia zien het niet, ze zijn te druk bezig. Op zee, zo´n honderd meter uit de kust, zwemt iets dat groot en zwart is, vlak onder de oppervlakte. Ook dat zien de twee kinderen niet. Ze duwen het bootje het water op en starten de motor... "Toe nou, Paolo!" Julia geeft haar buurjongen een stomp. "Niet zo jammeren. Straks horen ze ons nog." Met een van de roeispanen duwt ze een verroeste plaat ijzer weg. Die mag niet in de schroef van de motor komen. Paolo zuigt met een vertrokken gezicht op zijn duim. "Het is niet niks, hoor Juul," mompelt hij. Als hij zijn duim even uit zijn mond haalt om te kijken hoe het ermee is, kijkt Julia mee. "Zie dan wat een splinter!" jammert Paolo. "Tss," schampert zijn buurmeisje, "Ik zie hier een pikje," en ze prikt met haar nagel in Paolo's duim. De jongen trekt 'm verschrikt weg. "Let nou maar op de motor," sluit Julia het onderwerp 'splinter' af. Paolo gromt wat, maar legt dan zijn hand op het roer, terwijl hij de duim van de andere hand in zijn mond houdt.

Zo varen ze langzaam de wijde zee op. Julia haalt de verrekijker van haar vader uit het tasje en tuurt erdoor naar hun dorpje, dat steeds kleiner wordt. In dat dorpje gaat plotseling een deur krakend een stukje open. Het is de deur van het huisje waarin enkele momenten geleden iemand vanachter het raam naar de twee kinderen keek. Een in een zwarte mantel gehulde persoon glipt door de ontstane spleet en sluit de deur weer achter zich. Hij, of zij, kijkt snel om zich heen of er niemand is die hem ziet. Als er niemand gezien wordt, verdwijnt de persoon door het lange gras in de richting van het onderzoekscentrum van de zeebiologen. Ondertussen heeft Julia haar verrekijker op de verre verte gericht. "Zijn we er al bijna," vraag Paolo, die zijn duim met rust heeft gelaten. "Nog niet. Ik zie het nog niet eens." Julia tuurt een stukje van de horizon af, maar ziet niets dan water. "Het moet hier toch ergens zijn."

De kinderen varen weer een paar minuten in stilte verder. Het enige geluid dat ze horen is het brommen van de motor en het geklots van het water tegen het bootje. Dan schiet er een schim onder het bootje door. Iets botst zacht tegen de zijkant en doet het bootje schommelen. Julia verliest haar evenwicht en valt om. De verrekijker schiet uit haar handen en valt op het bankje, waardoor de lens van de rechterkijker breekt. Paolo klemt beide handen stevig om het roer, waardoor het bootje een paar gevaarlijke slingers maakt. "Wat. wat was dat?" stamelt Julia, als het bootje weer stil ligt. Ietsjes bleek bekijkt ze de schade aan de kijker en richt 'm dan op het water. Maar daar ziet ze niet bijzonders. Paolo is een stuk bleker. Hij is namelijk opgevoed met de verhalen van zee, die zijn familie al honderden jaren van vader op zoon doorvertelt. "Dat was het verschrikkelijke zeemonster." "Het wat?" vraagt Julia verbaasd. Ze laat de verrekijker zakken en kijkt Paolo aan. "Het zeemonster. Niemand heeft hem ooit gezien, maar we weten dat hij er is. Hij voedt zich met vissers, die in hun eentje 's ochtends vroeg gaan vissen," griezelt hij. "En volgens opa is de inktvis, die vorige week is aangespoeld, familie van hem." Julia trekt een scheef gezicht en barst dan in lachen uit. "Geloof jij daar in?" schatert ze.

Maar dan ziet ze iets op hun bootje afschieten. Vlak onder het wateroppervlak zwemt een langwerpig, zwart iets pijlsnel op hen af. "Paolo," bibbert ze, "daar!" En met een trillende vinger wijst ze haar buurjongen op de schim aan bakboord (links). "Het monster," brult Paolo. Meteen zet hij de bootmotor een stand hogere en stuurt naar stuurboord (rechts). "Help! Mammie!" Julia maakt zich zo klein mogelijk en probeert niet te denken aan het gevaarte dat op hen af stevent. Waarom waren zij en Paolo ook zo koppig geweest? Ze mochten helemaal niet naar het visserseiland. Niet na de verdwijning van Roberto, de oude visser die er van hield de kinderen de stuipen op het lijf te jagen met zijn griezelverhalen. En al helemaal niet na het aanspoelen van een geweldig grote inktvis, een week geleden. De ouderen, zoals Paolo's opa, rakelden hun zeemonsterverhalen weer op, maar Julia had er nooit naar geluisterd. De volwassenen hielden hun kinderen bij de zee vandaan. Als er zulke grote inktvissen in de zee leven, wie weet wat voor gigantische, vraatzuchtige monsters zich daar nog meer schuilhouden? Maar zij en Paolo trokken zich er niets van aan. Ze waren tien-en-een-half en dus oud genoeg om voor zichzelf te zorgen. En op de leeftijd voor hun eerste vissertochtje. Maar er kwam steeds weer iets tussen en nu dit. Daarom had zij, Julia, besloten dat het nu tijd werd voor hen. Al hun klasgenootjes waren al geweest. Met veel moeite had ze Paolo omgepraat. En nu waren ze op weg naar vissereiland, een rotspartij waar veel netten waren opgeslagen en fuiken omheen dreven. "Het spijt me, Paolo, dat ik je meegenomen heb," fluistert Julia. Maar haar buurjongen hoort haar niet. Hij heeft het te druk met het wegvluchten van het monster, maar dat komt desondanks steeds dichterbij.



Plotseling verschijnt er een tweede, maar kleinere zwarte schim. Met een gil wijst Paolo Julia erop. "Oh nee," schreeuwt deze. "Straks zitten we midden in het paringsgevecht van inktvismannetjes." Ze snapt niet waar ze dit vandaan heeft, maar het lijkt wel wat te verklaren. Paolo kijkt haar vreemd aan, maar besteed er verder geen aandacht aan. Hij doet verwoede pogingen de motor nog snelle te krijgen, maar de schakelaar zit vast. "Julia, dit is het eind," kermt hij. Dan knallen de twee schimmen op elkaar, vlak achter het bootje van de kinderen. Er klinkt een doffe klap en de achtervolgende schim knakt dubbel. Door de botsing ontstaat er een flinke golf, die het bootje doet schommelen. Dan verschijnt er vlak naast hun bootje plotseling een gedeelte van een inktvis! "Help!" gillen Paolo en Julia. Door hun angstige bewegingen begint het bootje nog meer te wiebelen en dan kantelt het. De kinderen tuimelen in het water en vechten voor hun leven. Bang voor de motor van hun boot, voor de inktvis en de andere schim en voor het water, dat langzaam rood begint te kleuren.

Hoestend komt Paolo overeind. Het water druipt uit zijn kleren. Verdwaasd kijkt hij rond. Hij is op een strand. Voor zover hij kan zien is er in de omgeving geen huis te bekennen. Dan herinnert hij zich wat er is gebeurd. Na de botsing waren hij en Julia, terwijl ze bewusteloos waren, opgepikt door de kleinere schim. Dit bleek een klein duikbootje te zijn. En in het bootje was. Roberto! Hij legde uit dat hij bij een natuurorganisatie werkte en onderzoek deed naar de reuzeninktvis. Of de grootte van dit beest misschien te maken had met het afval dat een fabriek dichtbij het dorp van de kinderen in de zee loosde. Hij had gezien hoe de kinderen met hun bootje de zee op gingen en was hen in zijn duikboot gevolgd. Toen hij zag dat ze werden aangevallen door een inktvis, had hij het beest geramd en de kinderen gered. Daarna had Roberto hen dicht naar de kust gebracht. En nadat ze beloofd hadden dat ze niet zouden verraden wat hij deed, had hij ze van boord gelaten. Oef. Hij had nogal wat water binnengekregen.

Paolo staat op. "Julia!" Verschrikt bedenkt hij dat hij Julia nergens ziet. Hij draait zich om naar de zee. Daar drijft zijn buurmeisje. Paolo bedenkt zich geen moment en holt de zee in. Met een paar krachtige slagen bereikt hij Julia en neemt haar mee terug naar het strand. Daar probeert hij haar bij te brengen. Gelukkig, het werkt. Julia kijkt hem aan. Haar ogen staan waterig. "Julia, gelukkig, je leeft nog!" "Wat. wat is er gebeurd?" "We zijn de zee op gevaren en geramd door een inktvis en bij Roberto in de boot geweest, weet je nog?" "Nee." Een week later gaat het leven weer gewoon zijn gangetje in het dorp van Julia en Paolo. De kinderen zijn nog steeds de beste vrienden. Alleen is Paolo degene die het geheim van Roberto bij zich draagt. Julia kan zich niets meer herinneren van hun avontuur. Nadat ze aangespoeld waren, had Paolo zijn buurmeisje ondersteund en zo waren ze door de duinen gestrompeld.

Tegen de avond, na een hele vermoeiende tocht, bereikten ze het dorp. Daar waren ze opgevangen door bozen, bezorgde, maar blije ouders, familie en vrienden. Paolo had verteld wat er gebeurd was. Alleen de duikboot en Roberto liet hij uit zijn verhaal. Daarna moesten hij en Julia op bed en hadden ze een week huisarrest. Maar nu is alles weer goed. Roberto is terug en met de resultaten van zijn onderzoek gaat de natuurorganisatie naar de regering en naar de fabriek. Zo hopen ze dat het lozen van afval gestopt wordt en dat de reuzeninktvissen zullen verdwijnen. Zo wordt het mysterie opgelost. Langzaam vergeet iedereen het, maar Roberto en Paolo houden het als hun geheim.


Je kunt je reactie op het verhaal direct naar Rianne sturen: rcwijmenga@zonnet.nl

Je kunt de website van Euphro bekijken: www.geocities.com/euphroblaauw

Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home