IJskoud
door Connie van den Berg
Het is koud. Ook in de vijver in het park. "Ik vind het hier saai,"
moppert Druppel. "Ik zie graag mensen, vooral kinderen. Dan beleef
je nog eens wat." "Wacht maar tot het morgen is," zegt een andere
druppel. "Dan komen ze allemaal kijken of het ijs dik genoeg is om
te schaatsen." "Welk ijs?" vraagt Druppel verbaasd. "Zeg, ben jij
niet naar school geweest? Het gaat vannacht vriezen en dan ontstaat
er ijs. Na één nacht is het ijs meestal niet dik genoeg, maar na een
paar nachten vriezen wel." "Moet ik daarop wachten?" moppert Druppel.
Hij heeft het koud en het begint donker te worden. Bah, niks aan!
Hij heeft zin om flink te schelden, maar de andere druppels willen
slapen.
Na een uurtje voelt Druppel zich stijf worden. Lieve hemel, wat gebeurt
er toch? "Ha, we bevriezen," roept een druppel met stijve lippen.
Druppel begrijpt niet wat daar leuk aan is. Hij wil helemaal niet
bevriezen. Snel begint hij te zwemmen. Het gaat langzaam, doordat
hij zo stijf is. Onder een houten bruggetje geeft hij het op. Zelfs
zijn lippen zijn bevroren en hij kan niet meer praten. Als hij zijn
mond open doet, komt er een soort krakerig geluid uit.
Na een paar dagen stroomt het park vol mensen. Ze binden de schaatsen
onder en komen op het ijs. Sommige mensen schaatsen gelijk weg, anderen
beginnen wankelend aan hun eerste pasjes. Er zijn veel kinderen. Er
klink gelach en geschreeuw. Druppel wordt er helemaal vrolijk van,
maar hij kan het nog steeds niet laten merken, omdat zijn lippen bevroren
zijn. "Laten we ijshockeyen," roept een jongen. "Ik heb een bal en
ijshockeysticks." "Ja, leuk!" roepen andere kinderen. "Mag ik ook
meedoen?" vraagt een klein meisje. "Ciska, je bent pas vijf. Een echte
ukkepuk. Ik weet niet of de anderen dat goed vinden." De jongen kijkt
bedenkelijk.
Het is vast haar broer, denkt Druppel. Het regendruppeltje heeft
het nu niet koud meer. Dat komt vast doordat ijspret leuk is, denkt
Druppel tevreden. Niemand klaagt over de kou. "Je mag meedoen," zeggen
een paar jongens. Het spel begint. Ciska moet in het doel staan. Dat
is het bruggetje. Als de bal eronder schiet, dan is dat een doelpunt
voor de tegenpartij. Het spel begint. Er wordt veel geschreeuwd en
gelachen. Soms glijdt iemand uit, maar die staat dan weer lachend
op. Ciska heeft het koud, want zij moet stilstaan. Ze wrijft in haar
handen en blaast erin. "Ik wilde dat ik handschoenen had aangedaan,"
zegt ze, maar niemand hoort haar.
Opeens gaat ze met haar benen wijd staan, de stok in de aanslag. De
bal komt haar kant op. Ze slaat er wild naar. Mis. De bal schiet onder
de brug. Ciska gaat op haar knieën op het ijs zitten en tuurt eronder.
"Ik kan er best bij, zegt ze. "Pak hem dan," zegt haar broer ongeduldig.
Dat is gevaarlijk, denkt Druppel geschrokken. Onder de brug is het
ijs dunner dan verderop. Dat komt doordat het onder een brug minder
hard vriest. Druppel wil schreeuwen, maar zijn lippen zijn nog steeds
bevroren. Het klinkt als een zacht gekraak. Ciska kruipt half onder
de brug. Nu klinkt er een luid gekraak. Alle Druppels doen hun best
om te schreeuwen.
"Het ijs kraakt," zegt haar broer. "Dat is gevaarlijk. Kom terug,
dan gaan we wat anders doen." Ciska trekt zich terug en Druppel zucht
opgelucht. Dat scheelde niet veel. Gelukkig is het goed afgelopen.
Voor meer verhalen van Connie van den Berg, ga naar haar
eigen site: www.homepages.hetnet.nl/~katmicky/
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home