Foei, kabouterneusje
door Carry W. Zijlstra-van Dijk
"Hoie-hoi! Hoie-hoi, kabouter Hummel!"
"Nellie! Nellie Konijn!"
Al dat lawaai boven de grote boswei in het toverbos komt vanaf de
groene bezemsteel van de goede heks Kabouterneusje.
"Hup, bezempje, dalen. Naar beneden, schiet op, ik wil naar
mijn vriendin Nellie Konijn", krijst de heks.
"Hup, hup", roept kabouter Ukje die achter haar zit. "Schiet
op! Ik wil naar mijn vriendje Hummel!"
Hij neemt zijn muts van zijn hoofd en zwaait ermee.
"Ik ben er ook, belletje van Hummel", rinkelt het belletje
aan zijn muts.
"Leuk nog meer lawaai. Vooruit, heksenbel", lacht Kabouterneusje.
Dat laat de grote heksenbel aan de hoge heksenhoed zich geen twee
keer zeggen. Ze doet haar best, en hoe!
"Ring! Ring! Ring! Wij komen op bezoek uit het kabouterbos!"
Gelukkig kan de groene bezem van Kabouterneusje niet praten of rinkelen.
Wat hij wel kan? Wapperen met zijn takkenbos.
Zjoefff, zjoefff, zjoefff, wappert hij.
Een uurtje later wandelen Kabouterneusje en Nellie over het bospad.
Naast haar, op zijn takkenbos, wandelt de bezem. Kabouterneusje graait
in de diepe zak van haar heksenkleed.
"Nellie, kijk eens wat ik heb meegebracht?"
"Heksenbabbelaars! Wat lekker."
"Stil! Laat Hummel het niet horen. Ik mag van hem geen babbelaars
maken."
Dat begrijpt Nellie best, want wie op heksenbabbelaars zuigt, wordt
onzichtbaar.
"Zullen we er eentje nemen?" fluistert ze.
"Natúúrlijk", fluistert Kabouterneusje terug.
Hap, doet de heks. Hap, doet Nellie en weg zijn ze. Alleen de bezem
is nog te zien.
Om de hoek van het bospad komt Karel Konijn, het broertje van Nellie,
aanrennen.
"Hé, bezem, wat doe jij hier zo alleen? Kom maar mee,
ik breng je gauw naar Kabouterneusje. Ze heeft je vast al gemist."
Hij grijpt de bezemsteel vast.
Zjoefff, zjoefff, wappert de bezem boos.
"Ja, het is al goed, je bent natuurlijk blij dat ik je gevonden
heb", zegt het konijn vriendelijk.
Dat bedoelt de bezem helemaal niet. Nijdig wappert hij met zijn takken.
Pats. Karel krijgt een tik tegen zijn staartje. Pats, nog één.
"Zeg eens even!"
Karel pakt de takken vast.
"Zo, nu kun je niet meer slaan."
Nee, slaan kan de bezem niet meer, maar vliegen wel. Alsof hij een
vogel is, scheert hij over de struiken, met het konijn hangend aan
zijn takkenbos.
"Help", schreeuwt Karel. "Nare bezem. Ik wilde je
toch alleen maar terugbrengen?"
Wat doen Nellie en Kabouterneusje? Ze lachen! Ze liggen bijna dubbel
van de pret. De heksenbel lacht ook.
"Hing, hing, hing, gek konijn, hing, hing, hing."
Floep, daar is Nellie. Floep, daar staat ook Kabouterneusje. De babbelaars
zijn op.
"D...daal, b...bezem!" hiklacht de heks. Boem. De bezem
staat weer op het bospad. Wie daar ook is? Hummel.
Hij schudt zijn hoofd. Het belletje aan zijn muts rinkelt:
"Kabouterneusje is stout, ringeling."
"Dat weet Kabouterneusje zelf ook wel", zegt Hummel.
"Geef mij die babbelaars maar, ondeugende heks."
Hij houdt zijn hand op. Kabouterneusje legt er zes babbelaars in.
"Het was juist zo leuk", moppert Nellie.
"Nog wel," zegt Hummel, "maar als Karel zich bezeerd
had, was het niet meer leuk geweest."
"Bah, wat ben jij flauw en braaf", rinkelt de heksenbel
boos.
Hummel loopt naar de boswei, maar opeens blijft hij staan en kijkt
naar zijn teentjes. Daar begint het te kriebelen. Hij weet wat dat
betekent: hij móet dansen. Leuke, vrolijke, droevige, of gekke
kabouterdansen. Hij legt zijn handen op zijn rug en danst. Van links
naar rechts, voorover en achterover. De punt van zijn muts zwiept
heen en weer en het belletje rinkelt:
"Wat is dat voor een dans, Hummel?"
"De onzichtbare heksendans, belletje."
"Ringeling", rinkelt het belletje. "Heksenbabbelaars.
Weg zijn en konijnenheksen."
"Belletje! Van dat verhaal snapt niemand iets", lacht Hummel.
"Kom hier, dan stop ik jou weg."
"Niet doen", rinkelt het belletje. "Ik ben al braaf,
net zo braaf als Kabouterneusje. Ringeling."
Is Kabouterneusje echt braaf? Met Nellie wandelt ze weer door het
toverbos. Naast haar, op zijn takkenbos, wandelt de bezem. Weer graait
Kabouterneusje in de diepe zak van haar heksenkleed.
"Nellie, kijk eens wat ik heb meegebracht?"
"Heksenbabbelaars! Wat lekker."
"Stil!" De kabouterheks kijkt om zich heen. "Laat
Hummel het niet horen."
"Zullen we?" vraagt Nellie.
"Natúúrlijk", knikt Kabouterneusje.
Even later wandelt de bezem weer alleen over het bospad.
"Foei Kabouterneusje!" rinkelt de grote heksenbel. "Wat
ben jij lekker stout!"
Je kunt Carry mailen: vandijk321@planet.nl
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home