www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Gedonder bij de tent
door Cindy Tieleman, 11 jaar

Dit verhaal is gedeeltelijk echt gebeurd!!!

Wie komen er in voor:
Ik, ik ben de hoofdpersoon en mijn naam is Cindy.
Fiona, met haar rijd ik mee en ze slaapt bij me in de tent.
Marisha, zij slaapt bij me in de tent en heeft elke avond wel iets om over te huilen.
Eline, met haar trek ik vaak op en ze slaapt bij me in de tent.
Angela, de leider van mijn groepje.

De leiding: Helen, Mariska, Annemarie en Martijn.
Het andere groepje: Laura, Jaleesa, Michelle, Irene, Jennifer en Ruby.
Verkenners: Gert-Jan, degene met de stekels. Oscar, Martijn, Martijn, Vincent en Kevin. Nowell, de leiding.

Woorden die je misschien niet weet:
Pionieren: Op een speciale manier iets vastknopen.
Hudo: Onze speciale wc.
Hete bliksem: Aardappelpuree met appelmoes en spekjes.


Zaterdag 21 juli vertrokken wij, de padvindsters, naar Teteringen. Ik had heel veel bagage bij me. “Cindy, kom eens helpen!” werd er geschreeuwd. “Ik kom!” riep ik terug en ik zeulde mijn bagage naar de vrachtwagen, waarin alle bagage in vervoerd zal worden. “Dat was het”, zei Helen, terwijl ze de laatste fiets in de vrachtwagen tilde. “Jullie kunnen instappen!” Ik stapte bij Fiona in de auto. Haar vader had zichzelf vrijwillig opgegeven om ons naar de plaats te vervoeren. “Daar gaan we dan!” zei hij vrolijk en hij startte de auto. We gingen dan eindelijk op weg, naar een week vol scoutingkamp…

Tijdens het rijden raakten we de weg kwijt. “Zie jij ergens een grote witte fiets?” vroeg Fiona aan mij terwijl ze op de routebeschrijving keek. Ik schudde nee en een tel later zagen we er een. Zo`n kwartier later zagen we het hek die het terrein en de weg scheidde. We snelden de auto uit en keken onze ogen uit. Het terrein was een bos met een open plek. Het was een prachtig natuurgebied. De andere waren de vrachtwagen aan het uitladen. “Kom op”, zei ik tegen Fiona. We liepen naar de vrachtwagen die tot onze blijdschap al helemaal leeg was. “Jullie mogen de tenten opzetten”, beloofde Mariska. Mopperend, omdat ik dat helemaal niet kon, liep ik naar het groepje die de tenten op gingen zetten. “Angela, Cindy, Eline, Marisha en Fiona gaan bij elkaar”, las Helen voor. “De rest gaat in de andere tent. Opzetten maar!” Dus we gingen aan het werk. “Ik snap niet dat wij dat moeten doen”, mopperde Marisha terwijl ze een paal in elkaar zette. “Wat een priegelwerk!” Ik pakte een paar palen en begon ze in elkaar te zetten. Al gauw was de hele tent in elkaar gezet. “Leg je spullen er maar in”, zei Helen en wij pakten onze spullen en gingen onze tent inrichten. Ik maakte meteen ‘De Wet Van Ristrictie nummer 28b: Niet met je schoenen op mijn bed’. “Hè!” zei Eline toen ik die wet voor de zoveelste keer aan haar voorlegde. “Ik heb echt geen zin om mijn schoenen uit te doen als ik een snoepje wil pakken”. “En toch is het verboden”, antwoordde ik droogjes. Eline lachte. “Mijn wraak zal zoet zijn”, zei ze. “Nee,” zei ik. “Je wraak zal braaksel zijn”. Eline moest nog harder lachen. “Kom op, we moeten de keuken pionieren. We liepen naar de plek waar de keuken zal komen. We pionierden de palen aan de boom en er kwamen twee tafels tevoorschijn. Een om op te eten en een om op te koken. “Eten!” brulde Martijn opeens. We gingen in een kring zitten, op een krukje, en aten onze lunchpakketten op. De rest van de middag gingen we een spel doen en als avondeten aten we hete bliksem. Toen gingen we naar bed. Een aantal mensen moesten nog naar de hudo en toen iedereen klaar was met tanden poetsen enz. gingen we naar bed. Ik wenste iedereen welterusten en viel vrijwel meteen in slaap, maar die rust bleef beperkt…

“HELEN!!!” werd er gegild. Ik werd wakker en ik zag dat Eline en de anderen ook wakker waren. Eline tikte op haar horloge. Ik zag dat het half 1 was. “Het spookuur is aangebroken”, flitste het door mijn hoofd. “ELINE, ANGELA, IEMAND!!!” Marisha legde haar vinger op haar lippen. “Dat is een grap”, fluisterde ze. Plotseling hoorde ik de rits bij de andere groep opengaan. Een hoop gegil verstoorde voor de zoveelste keer de stilte. Mijn nekharen gingen overeind staan en de schrik was duidelijk af te lezen van het gezicht van mijn tentgenoten. “Wat is er aan de hand?” riep Angela verschrikt. “Kom bij ons in de tent!” gilde Laura. We slopen uit de tent en gingen bij de andere naar binnen. Ik hoorde iemand wegrennen, maar daar lette ik niet op. We gingen naar binnen en troffen daar Annemarie aan en 5 verschrikte meiden. Annemarie keek heel somber. “Irene is meegenomen”, zei ze lusteloos. Plotseling werd er op het tentdoek geklopt. “Whaaaa!”gilden we. De rits werd op en neer opengedaan. Wij zaten als verstijfd. Opeens ging de rits helemaal open en kwam een gemaskerd en gecamoufleerd figuur tevoorschijn. Maar ik vond dat hij er niet zo woest uitzag. Hij hield een mes in zijn hand en wenkte. Niemand wist wat hij bedoelde. Plotseling pakte hij me bij mijn arm en sleurde me de tent uit. Zijn hand voelde aan als een bankschroef. “Laat me los!” gilde ik. Maar zijn greep werd alleen maar strakker. Achter me holde iedereen achter ons aan. “Laat haar gaan!” werd er geschreeuwd. Maar dat deed hij natuurlijk niet. Hij liep helemaal tot het einde van het bos tot een begraafplaats. Maar daarna liep hij weer terug. Weer door het bos en we kwamen uit bij een andere kampeerplek. Hij duwde me een tentje in en ik zag daar een aantal jongens zitten van mijn leeftijd en van ouder. En ik zag Irene ook zitten. Het gemaskerde figuur plofte neer op een slaapzak en trok de bivakmuts van zijn hoofd. Een hoofd van een jongen van ongeveer 11 jaar kwam tevoorschijn. Ik was zo opgelucht dat ik helemaal niet meer bang was en ik begon meteen te schreeuwen. “Wat heeft dit allemaal te betekenen!” riep ik. “En dat wil ik ook wel eens weten”, zei Irene, boos. “Ja ja, we zeggen het al”, zei de jongen die de bivakmuts ophad gehad. Hij keek heel treurig, net als de anderen, trouwens. “Is er iemand doodgegaan, of zo?” vroeg ik. De jongens schudden hun hoofd. “Nou, wat dan?” Ik begon nog kwader te worden.”Als jullie je, je mond nu opendeden dan was het veel makkelijker te begrijpen, geloof me maar,” zei Irene.

De jongen stond op en ging prompt weer zitten. Ik zag dat hij stekels had maar er klopte iets niet. Hij had er het gezicht niet voor. Zijn gezicht was veel te zachtaardig. Hij werd rood tot en met. “Ik wil gewoon iets vragen,” mompelde hij en hij trok zijn pak uit. Er kwam een koetjespyjama tevoorschijn. Plotseling hoorden ze voetstappen. De jongens keken elkaar angstig aan en eentje gooide gauw een uitgeritste slaapzaak over mij en Irene heen. “Slapen jullie al?” hoorden we. De jongens gingen gauw liggen en deden alsof ze sliepen. Zachtjes ging de rits open en kwam een volwassene in scoutinguniform tevoorschijn. Hij glimlachte en deed de tent weer dicht. De jongens gingen meteen weer overeind zitten. “Dat was Nowell”, zei iemand, maar ik kon niet zien wie.”Wij zijn trouwens Verkenners, uit Leidschendam”, voegde hij eraan toe. De stekel stond op. “En wij zijn Gert-Jan (Hij wees op zichzelf)en Martijn, Kevin, Martijn, Vincent en Oscar”. “Twee Martijns, trouwens”. Opeens kwam Nowell weer tevoorschijn. Hij leek nogal kwaad, en dat was zacht uitgedrukt. “Wie heeft deze misselijke streek uitgevoerd?! Kom is uit die tent!” Ik voelde me beroerd. We kwamen die tent uit en de jongens gingen op een rijtje staan. Nowell keerde zich naar ons. “Jullie hoeven je niet schuldig te voelen, hoor,” zei hij opeens vriendelijk. “Jullie hebben niet gevraagd hieraan mee te doen.” Nu snapten ik en Irene er niets meer van. Nowell merkte dat zeker ook, want hij zei haastig:”Ik heb alles gehoord.” Hij draaide zich weer naar de jongens. Hij schreeuwde van alles en bij elk woord leek het alsof ze een paar centimeter kleiner werden. Ik zag dat sommige helemaal in tranen waren. Ik kreeg vreselijke medelijden. “En morgen”, besloot Nowell,”Morgen kunnen jullie al het corvee alleen doen. En nu slapen.”

De jongens sjokten terug in de tent. “Ik breng jullie wel terug naar jullie kamp”, zei Nowell tegen ons. Hij zette zijn zaklamp aan en we liepen achter het lichtje aan. Ik zag ons kamp steeds dichterbij komen. Nowell scheen op onze 2 tenten. De 4 leidingen vlogen als verschrikte leidingen op ons af. “Gelukkig zijn jullie nog heel”, zei Mariska. “Anders hadden we meteen in kunnen pakken.” Helen klapte in haar handen. “Iedereen de tent in. Het is al heel laat. Morgen horen jullie alles van Cindy en Irene.” Dat kon me niets schelen. Ik was zo moe dat ik vrijwel meteen in slaap viel.

De volgende dag werd ik vroeg wakker. Ik was als laatste wakker omdat iedereen zich verheugde op ons verhaal, en dus vroeg wakker was. Ik vertelde alles, plus nog een paar smakelijke details. Na het middageten besloot ik eens bij de jongens te gaan kijken. Ik vroeg Irene mee. Nu het licht was konden we duidelijk zien waar hun kamp was. We liepen erheen en kwamen Nowell tegen. “Wat komen jullie hier doen?” vroeg hij met een verbaasd gezicht. “Kijken hoe die jongens het er vanaf brengen”, zei ik en Irene knikte.“Ik had gedacht dat jullie hier gelijk niet meer zouden willen komen,” zei Nowell. Hij wees.”Daar zijn ze. Ze wassen af.” “Oké,” zei ik. We liepen naar de tent waar Nowell naar had gewezen. De 6 jongens stonden af te wassen en keken verbaasd op toen ze ons zagen. “Wat komen jullie doen?” vroeg Gert-Jan verwonderd. “Die vraag heb ik al eens beantwoord,” zei ik luchtig. “Hoor eens, we zijn hier niet voor de leut. We willen vragen wat jullie ons wilden vragen.” Gert-Jan werd alweer rood. “Dat durf ik niet meer”, zei hij en hij werd zo mogelijk nog roder. Hij haalde een enveloppe uit zijn zak. ‘Pas openen bij vertrek’ stond erop. Irene kreeg er ook een. “Nou wij gaan weer”, zei Irene een beetje onzeker. De jongens knikten. We gingen weer weg, en we zwaaiden naar de jongens.

De dag van vertrek…

Het was zover. Het einde van het kamp. Het was echt cool geweest. We hadden gezwommen, geshopt, en gisteren was de bonte avond. We gingen pas om half 4 `s ochtends naar bed. Ik was een beetje moe. Ik had de brief in mijn jaszak. Ik pakte hem en maakte het open. Ik las hem door. En nog eens. Ik glimlachte, en stapte in de auto. De zomervakantie zou de beste ooit worden.


Je kunt je reactie direct naar Cindy sturen: cindy.tieleman@12move.nl

Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home