De avonturen van Fred Fillipo
door Eleonora
Hier een kort eenvoudig kinderverhaal van mijn hand waar hier en
daar zelf een naam ingevuld kan worden
die door de voorlezer naar de eigen situatie kan worden ingevuld en
mogelijk voor herkenning kan zorgen.
Zoals gewoonlijk liet Fred zijn hond (
vul een naam in
)
uit in het bos waar Jan Jager woonde. Het bos koesterde zich een stralende,
aangenaam warme nazomermiddag. Freds hond bleef wel erg lang achter
dat bosje kreupelhout verderop. Fred floot het bekende fluitje waar
de hond altijd op reageerde. Alleen, nu niet, ..........zijn hond
kwam niet opdagen. Vreemd! Fred besloot te gaan kijken wat er loos
was. Dichterbij gekomen was ..........(de hond) verwoed aan het graven,
de kuil was al minstens een halve meter diep. Tussen de wortels lag
een zwarte zak. De hond rukte en trok eraan. Kom maar hondebeest,
dan zal ik je daar eens even mee helpen, zei Fred. En samen
trokken ze de zak tussen de wortels vandaan. Deze was gemaakt van
zwart leer dat er oud en verweerd uitzag.
Fred wandelde vaak in het bos en dacht dan diep na over alle dingen
in het leven, ook nu verscheen er een grote denkrimpel tussen zijn
borstelige wenkbrauwen. Hij keek naar zijn hond: Wat zou daar
inzitten, ouwe rakker?
De zwartleren zak, bij nader bestuderen leek het meer een buidel,
was dichtgebonden met een stug, stijf koord. De buidel liet zich moeilijk
openmaken, maar eenmaal open blonk in het zomerzonnetje een ware schat!
Tjeempie! Allemaal dukaten! Fred liet ze door zijn handen glijden.
Zo te zien waren ze heel erg oud, en nog van goud ook!, en toen Fred
nog dichterbij keek zag hij het volgende:
Op de munt stond een ridder afgebeeld, in zijn hand hield hij een
bundel pijlen.
Het jaartal 1596 was nog net te lezen. De ridder stond er statig
maar ook moedig op. Zo van de zijkant, fier op zijn benen. Hij droeg,
nu Fred nog beter keek, fijngazen kleding, en een leren tuniek. Op
de andere kant waren letters zichtbaar, het leek wel Latijn
.Fred
keek zijn hond aan: Allemachtig, wat heb je nu toch opgegraven?
Een echte, oude schat! Plotseling was er geritsel achter hen
te horen. Enigszins betrapt keek Fred om
Zo Fred, en wat
heb jij daar ?, baste de stem van Jan Jager.
"Ah, schrok Fred een beetje, Jan Jager! Wat fijn je weer eens
te zien!" Hij hield de buidel omhoog. "Kijk eens, wat .......(naam
van de hond) en ik hebben gevonden. Een echte schat!" Jan Jager
bekeek met interesse de buidel. Krabde zich eens op zijn hoofd. Keek
eens even om zich heen. En zei op bijna samenzweerderige fluistertoon:
"Fred, dit is heel interessant! Heel interessant. Dit moeten
wij niet aan de grote klok hangen! Kom, gaan we naar mijn boswachtershuisje.
Wat drinken, en die inhoud van deze zak eens goed bekijken. Wat vind
je Fred?"
Fred moest drie keer nadenken.
Diepe, diepe rimpels kwamen in zijn voorhoofd. Een goudmijntje had
hij gevonden. En nu, nu wist Jan Jager er ook van.
Wat was slim? Hij dacht nog drie keer na. Tja, om de boswachter kon
hij niet heen, nu Jan Jager erbij betrokken was, nou ja, dan maar
samen. "Oké Jan, op naar jouw huisje".
Samen liepen ze naar Jan Jagers gezellige huisje. Die zette een flinke
bak thee, met veel honing. Voor de zekerheid sloot Jan de gordijnen,
en knipte het licht aan.Ze kiepten de buidel leeg, op de grote, knoestige
keukentafel. Ze telden 175 munten, allemaal verschillend ook nog.
Er waren een aantal dezelfde bij, zoals die van de ridder uit 1596.
Op andere munten stonden dieren afgebeeld, en tekens, en er waren
er ook bij met een gebouw erop! Tjonge, wat fantastisch. Maar, wat
nu? Deze vondst was van grote historische betekenis.
Samen dronken Fred Fillipo en Jan Jager wel drie koppen honing-thee.
..........(de hond) slobberde van zijn water.
Toen was wel 10 minuten doodstil in het boswachtershuisje. Het leek
wel of de tijd stil stond, je kon een speld horen vallen.
Geen geritsel van de blaadjes aan de bomen, geen gefluit van de vogels
was hoorbaar, zelfs hun eigen adem was even niet te horen.
De dukaten glommen in het licht. De twee mannen keken elkaar aan.
En knikten toen bijna gelijktijdig. En ze begonnen allebei te praten.
Ze spraken over dit geweldigs en ze wilden dit zeker niet voor zichzelf
houden, en ze zouden voorzichtig te werk gaan, zodat de munten niet
in verkeerde handen zouden vallen.
Ja, ze zouden deze schat naar het Leids Penningenkabinet brengen,
alleen daar hoorde zo'n prachtige vondst thuis.
Jan Jager en Fred Fillipo voelden zich gelukkig. Van de week zouden
ze samen met Fred's auto naar Leiden rijden. Tot die tijd zou Jan
Jager op de schat passen. En toen Fred even later met .....(de hond)
over het bospad naar huis liep hoorde hij de vogels fluiten en de
wind waaide hoorbaar door de bomen.
Je kunt je reactie naar Eleonora mailen: l.vonk1@chello.nl
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home