Het avontuur op het meer
door Niels van der Plas
illustratie van Euprho Blaauw
Fekwiena opende haar ogen en keek door het raam. Ze gaapte, maar zag,
dat het een stralende dag beloofde te worden. De zon scheen door de
bomen en de bladeren ritselden. Het was de eerste zomermaand in Horborret
en het was al een paar dagen het mooiste weer van de wereld geweest.
Ze rende de lange gang af in de boom waarin ze woonde en liep de grote
koninklijke eetzaal in.
Fekwiena is een elf. Ze is slechts 20 cm lang en heeft doorzichtige
vleugels, als van een Libel, op haar rug. En zij niet zomaar een elf!
Neen, zij is de dochter van de koning van Ofriso-stad. Zij is dus
een prinses.
De koning zat al aan tafel. Papa, zei Fekwiena,Het
wordt vandaag heel mooi weer. Mag ik samen mer Fegardo gaan zwemmen
in het Krysilmeer? Goeden ochtend, grote dochter van me. Ja,
vooruit. Ik vind het goed. Fekwiena rende al weer naar de deur.
Maar blijf eerst wat eten. Het ontbijt is immers de belangrijkste
maaltijd van de dag.
Fekwiena propte haar mond vol met honingkoek en dronk een glas sinaasappelsap
en rende daarna zo snel mogelijk naar haar komen om haar zwempak aan
te doen. Ze had een mooi zwempak met allerlei kleuren. Alle meisjes
in het dorp waren jaloers op haar. Ze rende de paleisboom uit en ging
naar Fegardo. Fegardo was haar beste vriend, ze kenden elkaar al jaren,
en ze deden vaak samen dingen. Fegardo! schreeuwde ze
terwijl ze op de deur klopte. Fegardos vader deed de deur open.
Hallo, is Fegardo er? Ja hoor, zei Fegardos
vader met een glimlach,Ik zal hem even roepen. Hij liep
weg en even later verscheen Fegardo. Zullen we gaan zwemmen
in het Krysilmeer? Oh, dat lijkt me leuk, riep Fegardo
uit. Wanneer gaan we? Nu gelijk! Nee,
dat kan niet. Ik had beloofd eerst te zullen afwassen. Oh,
maar dat is goed hoor,Zei Fekwiena,dan help ik toch even
mee! Fekwiena liep naar binnen en samen deden ze de afwas.
Toen ze klaar waren pakte Fegardo zn zwembroek en de twee kleine
elfjes strekten hun vleugeltjes en vlogen weg. Aan de horizon verschenen
kleine wolkjes, maar zij hadden het niet door. Fegardo en Fekwiena
hielden een wedstrijdje: wie het laatste in het meer is, is een kikker.
Hun vleugeltjes zoemden en als een flits vlogen ze tussen de bomen
door. Daar was het strand al, tussen die takken door konden ze het
al zien. Fegardo botste bijna tegen een boom op. Fekwiena pakte hem
beet bij zijn voeten en vloog heel snel over hem heen. Fegardo,
pak me dan!! schreeuwde ze.
Daar was het meer, het glom in de felle zon. Nog 10 meter, nog 6
nog 2.... PLONS!!! Fekwiena was als eerste in het water. PLONS!! Daar
kwam ook Fegardo en de spetters vlogen door de lucht. Ze zwommen door
het koele water en spetterden tegen elkaar. De vogels boven hen krasten
en soms dook er een het water in. Na een half uur klommen ze op het
strand en gingen liggen in de zon. Hey, wat is dat? Ik hoor
iets volgens mij? vroeg Fegardo. Wat dan? Ik hoor niks
Sst
Ingespannen luisterden zij, maar hoorden niks meer. Of... Ja, daar
was het weer. Het eek wel of er iemand om hulp riep. Het geluid
komt van het meer, ze Fegardo,maar ik zie niks.
Fekwiena vloog naar boven en tuurde over het grote meer uit. Heel
in de verte zag ze een zwart stipje op het meer, maar ze kon niet
zien wat het was. Kom je mee, Gar? Dan gaan we kijken wat dat
is. Weifelend steeg Fegardo op. Fekwiena pakte hem bij de hand
en trok hem mee het meer op. In een paar minuten hadden ze de plek
bereikt. Er dreef een vlot op het meer, en daarop zaten twee kinderen.
Wie zijn jullie? vroeg Fekwiena. De kinderen keken op
en schrokken toen ze de elfjes zagen vliegen. Oh, ik ben Susan,
zei het meisje. En ik ben Hans,zei de jongen.
Fegardo streek neer op het vlot. Wat doen jullie hier?
vroeg hij. Wij zijn op het vlot geklommen, en toen dreef het
van de kant af en toen konden we niet terug komen. antwoordde
het meisje. Wij kunnen niet namelijk niet zwemmen,bracht
de jongen in. Kunnen jullie ons weer naar de kant krijgen?
Dat zullen we proberen. Fekwiena en Fegardo vlogen naar
de rand va het vlot en toen duwden zij tegen het vlot. Maar het was
veel te zwaar voor hen. Er kwam geen beweging in.
Wij zullen ook wel met onze handen roeien, zei Susan.
En Toen Hans en Susan hielpen kwam er een beweging in het vlot. Heel
langzaam dreef het naar de oever. Maar toen ze honderd meter hadden
gevaren begon de wind harder te waaien. En er kwamen meer wolken aan
de lucht en het begon zelfs al zachtjes te regenen. De vier kinderen
konden niet tegen de wind in varen, en ze dreven almaar verder het
water op.
Het lukt niet meer, hijgde Fegardo,we komen steeds
verder van de kant af. Ze stopten met duwen en peddelen. De
regen nam aan, en de wind waaide steeds harder. Golfjes water rolden
op het vlot. en ze werden allemaal bang. Wat moeten we nu doen?
huilde Fekwiena,Mn vleugeltjes zijn nat geworden. Ik kan
niet meer vliegen. Ik heb een idee, zei Fegardo.
Hij sprong van het vlot af en zwom onder water. Steeds dieper ging
hij, tot je hem niet meer kon zien. Het duurde erg lang en het slechte
weer en het gevaar van het vlot op het water werd steeds groter. Opeens
kwam er een grote golf, die Hans van het vlot sleurde. HANS!
schreeuwden Susan en Fekwiena. HELP! schreeuwde Hans.
Ik verdrink! Susan probeerde hem bij de hand te grijpen,
maar ze konden niet bij elkaar komen. Fegardo ging kopje onder en
proestte het uit. HELP, uche uch. HELP!

En op dat moment, toen iedereen dacht, dat hij zou verdrinken, zwom
er een grote vis naar boven, die Hans op zn rug nam. En er zwom
nog een vis, en raad eens wie erop zat? Het was Fegardo. Hij was naar
beneden gezwommen en had de grote vissen meegenomen. Er kwamen nog
twee vissen naar boven en Susan en Fekwiena klommen op hun ruggen.
Als een pijl zwommen de vissen naar het strand en zetten de kinderen
en de elfen daar af. Dank jullie wel, riepen ze allemaal
in koor. De vissen sprongen allemaal een keer boven het water uit
en toen zwommen ze weer weg. Met zn allen renden ze naar de
bomen om eronder te schuilen. Maar het duurde niet lang voordat de
regen ophield.
Na een tijdje te hebben gewacht besloten ze om naar huis te gaan.
Susan en Hans naar het mensendorp en Fegardo en Fekwiena naar de Elfenstad.
Doei! En bedankt voor jullie hulp! riepen Susan en Hans.
Doei! Misschien zien we elkaar nog weer.
Toen liepen ze weg, allemaal. Naar hun eigen huis. Nog vaak dachten
ze aan wat er was gebeurd en ze keken allemaal weer uit naar hun volgende
avontuur.
Je kunt Niels mailen op niemax@planet.nl
of ga naar zijn website www.niemax.tk
Je kunt de website van Euphro bekijken: www.geocities.com/euphroblaauw
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home