www. kinderverhalen. nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Dief!
door Geertje Verberkt

Glimlachend liep Jeannette Hamerling de trap af. Van haar dramaleraar John Verhoeven had ze een inschrijfformulier gekregen om in een film te spelen. John vond dat ze talent had en dat ze daar wat mee moest doen. "Je bent echt zeker?" vroeg Jeannette voor de vierde keer. "Ik ben veel te bang om niet door te mogen." "Ja, echt waar," zei John, die met haar mee naar de fietsen liep. "Nee, serieus. En daarbij, je tegenspelers zullen Cahit Ölmez, Joke Devynck en Kathelijne Verbeke zijn. Reden genoeg toch?" "Ja, eigenlijk wel, hè?" lachte Jeannette, die wist dat John helemaal in de ban van Joke was. "Ik zit alleen nog met het probleem Bruno. Ik ben zeker dat hij het niet goedkeurt." "Waarom niet?" vroeg John. "Hij zal er toch ook alleen maar beter van worden?" Tien jaar geleden, toen Jeannette nog zeven was zijn haar moeder en vader overleden aan een auto-ongeluk. Van die tijd heeft haar broer Bruno voor haar gezorgd. Hij was zo bezorgd dat Jeannette hem altijd maar met moeite kon overtuigen dat er niets zou gebeuren en dat er niets was gebeurd.

"Ach, lieg niet!" zei Mihriban Ates, de beste vriendin van Jeannette. "Mark Tijsmans heeft jullie samen, glimlachend en wel, de school zien verlaten." "Mark Tijsmans?" vroeg Jeannette. "Uit vijf vwo? Als je die gelooft ben je wel heel diep gezakt! Alleen bij repetities spreek hij de waarheid." Dan ging de bel en opgelucht liep Jeannette het dramalokaal binnen, waar ze haar eerste uur doorbracht. "Bereid je voor op het ergste," zei Mihriban. "Mark heeft tegen iedereen gezegd dat jij en Verhoeven samen huiswerk maken." "Hé, aan wiens kant sta jij eigenlijk?" vroeg Jeannette. "John kende de regisseur van één of andere film en deze had nog wat bijrollen nodig. En wil je er nu over ophoudoen?" "Oké, oké!" Mihriban hief haar handen. "Geniet nou maar van deze vijftig minuten." Een kwade blik volgde. "Hé zuurpruim, " zei Mihriban. "Dat was een grapje!" "Oké, mevrouw Ates, mag ik beginnen?" vroeg John. "Ik wilde vandaag…" "Uit met Jeannette!" riep Anda Chen. "Is het niet?" "Nee, sorry, Anda," zei John. "Dat ging ik niet zeggen." "Maar je wilt het wel?" vroeg Anda. Zuchtend draaide Jeannette haar hoofd en voelde dat deze rood werd. "Oké, Chen," zei John, die het zag. "Kom maar naar voren en die één van je favoriete imitaties. Waarna je er een opstel over schrijft." Onder luid gejuich van zijn vrienden liep Anda naar voren en deed zijn ding. "Hallo jongens," zei hij met een hoge stem. "Ik ben John Verhoeven, jullie nieuwe leraar drama. Jullie mogen alles van me weten, behalve mijn pincode, haha. En ja, ik heb een vriendin. Jeannette Hamerling, kennen jullie die?" Hij wees met een grote glimlach naar Jeannette die haar tas pakte en kwaad de klas uit liep. "Hé, Jeannette!" riep John en hij liep achter haar aan. "Veel plezier, Johnny," hoorde hij Anda nog zeggen."Jeannette," zei John. "Luister niet naar Anda." "Ja, jij hebt makkelijk spreken," vond Jeannette die regelrecht naar de conciërge liep om zichzelf 'ziek' te melden. "Je kunt beter terug gaan, of ze gaan nog meer spreken." "En wat ga je nu doen?" vroeg John. "Vluchten voor onzin?" "Vluchten voor de vernedering," verbeterde Jeannette."Het is druk op het commissariaat, zo zei Bruno. Ik ga daar wel helpen."

"Oei, Jeannette, slechte dag gehad?" vroeg de Turkse motorrijder en partner van Bruno Selattin Ates die Jeannette bij de ingang van het commissariaat tegen kwam. "Hij begint juist, Sel," zei Jeannette. "Die vuile Chinees." Ze vertelde haar verhaal en Selattin gaf haar gelijk. "Is Bruno hier ook?" vroeg Jeannette. "Eens kijken wat hij zegt." "Nee, nog niet," zei Selattin. "En het zou gemeen zijn als hij zo'n zieke als jij terug stuurde." "Wat jij zegt." Jeannette gaf haar vriend een zoen. "Ik ga me steeds slechter voelen." "Jeannette, wat doe jij hier?" vroeg Bruno, die ook het commissariaat betrad. Jeannette vertelde haar verhaal, maar haar broer was minder content. "En van die auditie heb je me ook niets verteld!" zei hij. "Wat dacht je te bereiken? Gerechtigheid?" "Hè Bruno, gaat het een beetje?" vroeg Jeannette. "Het is zo al erg genoeg. En daarbij, ik wist dat ze je zo zou reageren! Zoals gewoonlijk." "Jeannette," zei Bruno. "Ik wil dat je terug gaat! Op school ben je beter af!" "Bij mijn vrienden zeker?" vroeg Jeannette. "Mihriban en John en dan houdt het op. Ik heb die rotschool alleen maar gekozen omdat ik anders niet naar de politieschool kon! Hier leer ik toch veel meer?" "Hé, Hamerling," zei Selattin, die er ook nog altijd stond. "Laat Jeannette nou maar, wij moeten toch patrouilleren. Op zich heeft gelijk." "Ga haar ook nog maar verdedigen." Kwaad pakte Bruno zijn helm en liep het commissariaat uit. "Vang me op, Sel," zei Jeannette. "Ik val flauw!" "Ik doe mijn best," beloofde Selattin. "Maar ik moet gaan. Britt en Tony zijn met een mooie zaak bezig. Ga hen maar helpen." Selattin gaf Jeannette een zoen en zuchtend liep deze naar inspecteurs Tony Dierickx en Britt Michiels. "Hé Jeannette," groette Tony. "Wat brengt jou hier?" "Mijn fiets," zei Jeannette. "Sel zei dat jullie met een mooie zaak bezig waren." "Zijn we ook," bekende Britt. "Er wordt een man vermist, Theo Vanbronswijk. Vermoedelijk heeft hij een overval gepleegd met medecrimineel Bouke Brouwer. Ze zijn nergens te vinden." "Nee, jullie zijn gek," zei Jeannette. "Dat zijn beide leraren van mij." "Je bent zeker?" vroeg Tony. Ze pakte twee foto's en liet ze aan Jeannette zien. "Kijk eens goed." "Ja, ik ben zeker," zei Jeannette vastbesloten. "Zijn dat echt topcriminelen? Gaaf."

"Oei, flikken!" riep Anda, wanneer hij Jeannette, Britt en Tony het plein op zag lopen. "Zeg John-lover, jij was toch ziek?" "Doorlopen," fluisterde Jeannette. "Dan wijs ik de weg." "John-lover?" vroeg Tony lachend. "John Verhoeven?" "Nee, geen John-lover!" zei Jeannette. "Hij is mijn leraar drama en daarmee houdt het op." "John Verhoeven?" vroeg Tony nogmaals. "Ja, die ken ik wel. Meer dan...." "Oké, Tony," zei Jeannette. "Dat weten we. Over naar Vanbronswijk en Brouwer, oké?" "Ik wist niet dat hij zo diep zat," bekende Tony. "Maar à la, waar zitten die twee?" "We kunnen beter eerst naar Crompvoets gaan, de schoolleider," zei Jeannette. "Volg me." "Is het nu trouwens pauze?" vroeg Britt. "Heel de school zit buiten. Wat een mierennest." "Ja," zei Jeannette. "We hebben wel het goede moment gekozen om te gaan, hè? En wat gaan we zeggen tegen Crompvoets? Hallo, wij komen Vanbronswijk en Brouwer oppakken? Ze ziet me al aankomen." "Ja, wat doen we met jou?" vroeg Britt. "Jij bent 'ziek'." "Nee, joh, ik heb een tweelingzus," zei Jeannette. "Merel heet ze." "Je bent zeker?" vroeg Tony. "Merel." "Ja, komaan," zei Jeannette. "We zijn er." Ze klopte op de deur en Maria Crompvoets deed open. "Jeannette, wat doe jij hier?" vroeg ze meteen. "Ik ben Jeannette niet," zei Jeannette. "Ik ben Merel, haar tweelingzus. We komen voor The Vanbronswijk en Bouke Brouwer." "Is er iets ergs gebeurd?" vroeg Crompvoets. "Kan ik helpen." "Daar zijn we nog niet achter," zei Tony. Ze liet haar politiebewijs zien. "Tony Dierickx, Britt Michiels, Jean… Merel Hamerling, Politie Gent. Mogen we Brouwer en Vanbronswijk even spreken?" "Ja, ja," stamelde Crompvoets. "Vanbronswijk is ziek, maar Brouwer zit zijn lokaal. Volg me." Crompvoets liep vooruit terwijl Jeannette kwaad naar Tony keek. 'Jean?' playbackte ze. Tony haalde haar schouders op. 'Sorry.' "Hier zit hij," zei Crompvoets, nadat de agenten bij lokaal 318 aangekomen waren. "Ik moet weer weg, maar als jullie me nodig hebben, ik zit beneden." "Bedankt." Tony klopte op de deur en nadat er 'binnen' geroepen was liepen de drie naar binnen. "Bouke Brouwer," zei Britt. "Britt Michiels, Tony Dierickx, Merel Hamerling, Politie Gent." Ze liet haar politiebewijs zien. "We wilden vragen of je met ons mee wilde komen naar het commissariaat. "Nee, hoor." Brouwer schudde zijn hoofd. "Ik… ik heb hier nog een hoop werk te doen en nog veel lessen." "Ik ben zeker dat niemand het erg zal vinden dat je er niet meer bent," zei Jeannette. Ze pakte Tony's boeien. "Omdraaien alstublieft." "Geen denken aan!" Wanneer Brouwer erachter kwam dan hij niet naar buiten kon, omdat Tony voor de deur stond liep hij naar een openstaand raam en slingerde één been over de rand. "Niet doen!" riep Britt en ze rende naar Brouwer toe. Ze wilde hem terug trekken, maar het was al te laat. Twee seconden later lag Brouwer languit in het gras.

"Waar was jij gisteren tussen negen en tien uur?" vroeg Tony, wanneer zij en Britt Vanbronswijk aan het verhoren waren. Ze waren hem thuis gaan ophalen en deze ging wel fatsoenlijk mee. "Thuis," zei hij. "Mijn vrouw kan het bevestigen." "We bellen haar," beloofde Britt. "Wat is haar nummer?" "Britt, hij is niet getrouwd," zei Jeannette, die in het kamertje langs de verhoorkamer zat, via de intercom. "En hij heeft ook geen vriendin. Zo beweerde hij gisteren nog bij ons in de klas." "Goed dat je erbij staat," complimenteerde Tony. "Waar zat je dan, Theo?" "Thuis," bleef Vanbronswijk volhouden. "Met mijn vrouw." "Zal ik een huiszoeking aanvragen?" vroeg Jeannette lachend. "Misschien dat we daar wijzer van worden." "Ja, goed idee," zei Britt. "Jij wordt nog een goede flik. Dus, Vanbronswijk, wat dacht jij ervan?" "Geen denken aan." Demonstratief ging hij met zijn armen over elkaar zitten. "Dan geeft de procureur ons wel toestemming," zei Britt. "Jeannette, vraag maar." "Wie zei je?" vroeg Jeannette. "Jeannette is mijn zus." "Merel," zei Britt. "Vraag maar." Glimlachend liep Jeannette naar Nadine Vanbruane, de commissaris van het team. "Ik moest van Britt en Tony vragen of ze een huiszoeking mochten doen," zei ze. "Bij Vanbronswijk en ik denk ook bij Brouwer." "Ik doe mijn best." Vanbruane pakte de telefoon en belde de procureur. "Het is geregeld." "Bedankt." Jeannette wilde weer naar de verhoorkamer gaan, maar Vanbruane hield haar tegen. "Jeannette, wacht even," zei ze. "Waarom ben jij hier?" "Mag ik dat niet dan?" vroeg Jeannette. "Wel, ik heb een hekel aan school en hier voel ik me gewoon thuis." Ze vertelde haar verhaal en Vanbruane dacht na. "Een goede reden," vond ze. "Jeannette, je bent hier regelmatig en daar heb ik helemaal geen spijt van. Ik hoop jij ook niet. Ik weet dat je hier graag bent en ik weet ook dat ik iets zal moeten regelen met je politiebewijs, maar je bent bij deze aangenomen als nieuwe agente." "Maar, Vanbruane," zei Jeannette. "Dat is geweldig! Echt waar, oh, super! En wat zal mijn rang worden?" "Dat weet ik niet," bekende Vanbruane. "Maar ik heb ook al met Britt en Tony gesproken, ze vinden het prima en meer dan leuk als je met hen wilt werken." "Graag!" zei Jeannette. "Je zult er geen spijt van krijgen." Ze wilde voor de tweede keer terug lopen, maar ook deze keer hield Vanbruane haar tegen, nadat ze telefoon had gekregen. "Jeannette," begon ze. "Bruno ligt in het ziekenhuis. Hij is gecrasht."

"Bruno!" Bezorgd liep Jeannette kamer 215 van het AZ Sint-Lucas. "Wat is er gebeurd?" "Jeannette, rustig!" Bruno pakte zijn zus bij haar armen. "Er niets, oké? Ik leef nog." "Behalve dat je twee benen hebt gebroken en je ribben hebt gekneusd," vulde Selattin aan, die erbij stond. "Je hebt mazzel gehad." "Wat een mazzel," zuchtte Bruno. "Wat is er dan gebeurd?" vroeg Jeannette. "Niets," zei Bruno. "Er lag olie op de weg." "Waarom heb je hem dan ook niet gestopt?" Jeannette keek naar Selattin. "Hij had wel dood kunnen zijn!" "Bedoel je dat het mijn schuld is?" vroeg Selattin. "Bruno wilde niet luisteren!" Zuchtend en hoofdschuddend liep hij de kamer uit. "Jeannette, Sel kon er niets aan doen," zei Bruno. "Het was mijn eigen stomme schuld." "Sorry," verontschuldigde Jeannette. "Ik liet me even gaan." "Ja, ga dat maar tegen Selattin zeggen," zei Bruno. "Ik ben zeker dat hij het niet leuk vindt. Alhoewel ik niet begrijp waarom." "Ik ook niet." Snel liep Jeannette de kamer uit en ging Selattin achterna. Hij stond tegen een drankautomaat geleund. "Sorry," verontschuldigde Jeannette. "Dat had ik niet moeten zeggen." "Het is al oké," zei Selattin. "Zolang er tussen ons niets verandert." Jeannette glimlachte. "Natuurlijk niet." Ze gaf hem een zoen. "Jeannette, ik heb geen zin meer om geheimzinnig te zijn," zei Selattin opeens. "Ik zie je graag en ik wil dat het liefst aan iedereen vertellen." "Misschien wel," gaf Jeannette haar vriend gelijk. "Maar dan heb ik liever dat jij het zegt. Vooral tegen Bruno. Ik zie zijn gezicht al." "Ze moeten met hun poten van Jeannette afblijven?" vroeg Selattin lachend. "Ja, ik weet het." "Dan zijn we met tweeën," zei Jeannette. "En ik heb een alibi tegenover John." "John wie trouwens?" vroeg Selattin. "Toch niet John Verhoeven?" "Toch wel John Verhoeven," zei Jeannette. "Tony en Britt kenden hem ook al. Weet jij waarvan?" "Hij is al regelmatig opgepakt voor dealen," zei Selattin. "En hij viel was meisjes lastig en heeft al vaak wat genomen. Maar het is bij jeugdzonden gebleven. Sinds hij werkt doet hij niets meer." "Dat meen je niet?" vroeg Jeannette. "Dat heb ik nog nooit gehoord." "Hij was er ook nooit trots op," zei Selattin. "Elke keer als hij er weer was keek hij triest uit zijn ogen."

"Britt, Tony," zei Wilfried Pasmans, agent, brigadier en partner van Raymond Jacobs. "En Jeannette, ik hoorde het net. Proficiat. Enfin, er zit een man in het verhoor. Hij heeft iets met die zus van Sel gedaan." "Mihriban." Snel liep Jeannette naar de verhoorkamer en trof daar John aan. "John." "Jeannette," zei deze verrast. "Wat doe jij hier?" "Ik wilde je net gaan verhoren." Jeannette ging tegenover haar dramaleraar zitten. "Maar niet zonder ons," vulde Tony aan, die met Britt binnen kwam en achter de computer plaats nam. "Je mag, Jeannette." "Wel John," zei Jeannette. "Wat doe jij hier?" "Ik weet het niet," zuchtte John. "Kun jij het me zeggen?" "Hé Johnny." Tony ging met twee handen op de tafel tegenover hem staan. "Mijn collega's Britt en Jeannette stellen de vragen. Jíj antwoord, begrepen?" John knikte terwijl Jeannette glimlachend naar Tony keek. "Wat doe je hier?" vroeg ze. "Wacht, ik geef je een hint: Mihriban." "Maar ik het niets gedaan!" zei hij. "Het…" "Een vlugge leerling," complimenteerde Britt. "Volgende: Wat wilde je na 'het' zeggen?" "Niets," zei John. Hij keek naar het dreigende gezicht van Tony. "Je bent zeker?" vroeg Jeannette. "Ik dacht eigenlijk aan: het was… Nu die naam nog en je kunt terug naar je cel." "Maar ik het niets gedaan!" bleef John volhouden. "Echt niet. Ik weet niet waarom ik hier zit." "Ik wel," zei Britt. "Misbruik van vertrouwen heet dat. Eerst zorg je dat een meisje je leuk vind en dan verkracht je haar." "Wat?" vroeg John. "Ik en Mihriban? Dat is belachelijk." "Jij en Mihriban, ja," zei Jeannette. "Wel, wat is er gebeurd?" "Niets," bleef John volhouden. "Ik weet van niets." " John!" zei Jeannette. "Wáárom is Mihriban naar de politie gestapt en heeft ze jou naam en verkrachten in één zin gebruikt?" "Heeft ze dat gezegd?" vroeg John. "Nee, ik was het niet. Het laatste uur hadden we nog mentorles en daarna heb ik haar niet meer gezien." "We weten niet wat Mihriban gezegd heeft," bekende Britt. "Maar we weten wel dat jij hier niet voor niets zit!" "Zal ik dat dan even gaan vragen?" vroeg Jeannette. "Dan zijn we zeker." Glimlachend liep ze de verhoorkamer uit en kwam terug met belangrijke informatie. "Crompvoets heeft hen gevonden," zei ze. "Hem en Mihriban. Hoe, dat wil je niet weten, maar ze was zeker dat het John was die genoot en Mihriban die huilde." Wat?" vroeg John. "Crompvoets? Zijn jullie helemaal gek geworden? Ik zal zeggen wat er gebeurd is, maar beloof me dat jullie luisteren zonder tegensputter." Jeannette knikte. "Vertel." "Ik had het tweede les in 320, naast het lokaal van Brouwer," begon John. "Het was een les voor de eerste pauze en ik wilde naar de lerarenkamer gaan om te lunchen. Totdat ik verdachte geluiden hoorde in 318. Ik ging kijken en zag Mihriban en Brouwer daar liggen. Ik wilde haar helpen, maar Brouwer heeft me geslagen, vandaar die rode wang. Hij heeft me op Mihriban gegooid en is gaan lopen. Hij moet Crompvoets hebben horen aankomen want hij is naar 320 gevlucht. Dan heeft Crompvoets denk ik de politie gebeld en ik ben opgepakt. Mihriban was zo in shockt dat ze niets zei." Lang was het stil totdat Jeannette opstond. "Wat ga je doen?" vroeg Britt. "We zijn nog niet klaar." "Ik wel," zei Jeannette. "Ik ga met Mihriban spreken."

Het gesprek leverde weinig op, omdat Mihriban nog altijd in shock was, en daarom ging Jeannette nog even naar het ziekenhuis. "Je ziet er moe uit," merkte Bruno op, wanneer hij zijn zus binnen zag komen. "Is het zo erg?" "Nog erger," zei Jeannette. Ze vertelde haar verhaal en kwam tot de ontdekking dat Brouwer ook in het AZ Sint-Lucas lag. "Ik ben zo terug." Jeannette liep naar de balie en vroeg naar Bouke Brouwer. "Kamer 256," zei de vrouw. "Maar hij is nog maar net wakker. Alleen naaste familie mag binnen." "Ik ben zijn dochter." Jeannette liep het gebouw door en vond na een dik kwartier kamer 256. Ze zag Brouwer's vrouw naast haar man zitten en bleef nog even buiten staan. "Je mag van mij binnen komen," zei Brouwer's vrouw nadat ze een keer had omgekeken. "Ik neem aan dat je voor Bouke komt." Jeannette knikte en stapte binnen. "Jeannette Hamerling." Ze gaf Brouwer's vrouw, Marijke, een hand. "Politie Gent." Marijke schrok. "Wat heeft hij gedaan?" "We zijn nog niet zeker," zei Jeannette. "Hij slaapt nu weer?" Marijke knikte. "Hij is gesprongen, zeiden ze me. Waarom?" "Marijke, weet jij of Bouke ooit een overval heeft gepleegd?" vroeg Jeannette plots. "En…" "Wat?" Marijke keek haar vreemd aan. "Bouke is doodeerlijk! Hij zou zoiets nooit doen. Waarom zeg je dat?" "Sorry, ik mag niet spreken van een lopend onderzoek," verontschuldigde Jeannette. "Maar waar was Bouke gisteravond tussen negen en tien uur?" "Dansen," zei Marijke. "Dat doet hij elke vrijdagavond." "Waar?" vroeg Jeannette. "Kunnen zij dat bewijzen?" "Dat denk ik wel," zei Marijke. "Hij had een kaart waarmee je twintig keer binnen kon. Daar zal het wel opafgestreept zijn. En hij schiet altijd in 'De Roos'." "De Roos?" vroeg Jeannette. "Ik neem aan dat zo die schiettent heet?" "Ja," zei Marijke. "In de Molenhoek." "En waar is die kaart?" vroeg Jeannette. "In zijn broekzak," zei Marijke. Ze stond op en pakte een broek van haar stoel. Ze haalde de kaart eruit. "Zoals altijd." "Mag ik hem meenemen naar het bureau?" vroeg Jeannette die allang had gezien dat de datum niet was afgestreept. Marijke knikte."En wilt u me op de hoogte houden wanneer Bouke aanspreekbaar is?" vroeg Jeannette. "We willen hem graag verhoren." Weer knikte Marijke. "Dat is goed."

Enthousiast over het resultaat van haar ingeving stapte Jeannette het commissariaat binnen. Ze kwam John tegen. "Ze hebben je laten gaan?" vroeg Jeannette. "Ja," zei John. "Eindelijk. Vraag maar aan die flikkenvriendjes hoe en waarom." "Ben je nu boos?" vroeg Jeannette. "Ik deed gewoon mijn werk." "En je verdachte mij!" zei John. "Waarom? Dacht je nu echt dat ik zóiets zou doen?" "Nee, natuurlijk niet!" Jeannette schudde haar hoofd. "Wat zou jij doen als er een man in het verhoor zat waarvan iemand beweerde dat hij je beste vriendin had verkracht? En daarbij, je bent al vaker opgepakt en ik was echt niet de enige!" "Schuif schuld maar op anderen!" zei John kwaad. "Echt slim." Hij liep weg. "John, waar wil je naartoe?" vroeg Jeannette. "Dit schiet niet op." "Nee, ik kan beter aardig zijn," zei John. "Als ik je wil zeggen dat je de vriendin van Cahit Ölmez in 'Dief!' mag spelen." "Wat?" vroeg Jeannette verbaasd. "Ik heb die rol?" "Beter nog," zei John. "Je komt er niet meer onderuit. Ik was zeker dat je het zou willen en ik heb maar meteen ja gezegd." "Oh, John, bedankt!" Jeannette vloog haar leraar om de hals. "Het spijt me verschrikkelijk dat ik je beschuldigd heb." "Het is al oké." John wrong zich van Jeannette. "Dadelijk gaan ze spreken." Glimlachend liep hij het commissariaat uit. "Ah, Jeannette, ben je morgen om negen uur hier? Dan kom ik je ophalen voor de opnames." "Oei, goed gehumeurd?" vroeg Carla Anters, balieagente. "En wie was dat? Die John? Een nieuw lief?" "Nee, Carla," zei Jeannette. "Jij mag hem wel hebben. Aan Sel heb ik genoeg. En ik heb een rol in een film gekregen. Ik ben tegenspeelster van Cahit Ölmez, Joke Devynck en Kathelijne Verbeke. Zomaar." "Niet slecht," bekende Carla. "Van beide dingen. Die John, dat is toch best een schone." "Smaken verschillen," zei Jeannette. "Nee, hij mag er zijn." "En dat van Selattin?" vroeg Carla. Jeannette glimlachte. "Ik zal dat zelf wel invullen," zei Carla glimlachend. "Nog succes met je film." "Bedankt." Glimlachend liep Jeannette de trap op en liep regelrecht naar Tony en Britt. Ze legde het boekje van Brouwer op Britt's bureau. "Het was in ieder geval Brouwer die die overval gepleegd heeft," zei Jeannette. "En volgens zijn vrouw is hij doodeerlijk." Ze vertelde haar verhaal. "En jullie?" vroeg ze nadat ze haar zegje gedaan had. "Het was niet John, wel?" "Nee." Britt schudde haar hoofd. "Mihriban is komen kletsen. En we hebben bij Vanbronswijk het wapen gevonden waarmee de overval gepleegd is. En Bruno?" "Hij is oké," zei Jeannette. "Tot nu toe twee gebroken benen en een paar gekneusde ribben." "Tot nu toe?" vroeg Tony. "Moet er nog onderzoek gedaan worden?" "Nee, dat zou erbij komen," zei Jeannette. "Ik heb hem nog niet verteld dat ik de vriendin van Cahit Ölmez in 'Dief!' ga spelen. Waar tevens ook Joke Devynck en Kathelijne Verbeke in spelen." "Wat?" vroeg Britt, die helemaal in de ban van Kathelijne Verbeke was. "Eerlijk?" "Zo eerlijk als goud," zei Jeannette. "Zal Bruno ook zo reageren?" "Als je vertelt dat Joke Devynck meespeelt, slaat hij dubbel," verzekerde Tony. "Geloof me." "Ai, dat moeten we niet hebben," zei Jeannette. "We hebben niet zoveel geld om daar óók nog gips voor te betalen. Maar enfin, als ik kan regelen dat hij mee mag zal het wel goed zijn." "Je hebt niet meegekregen dat meneer Hamerling helemaal verzot is op mevrouw Devynck?" vroeg Britt. "Slecht hoor." "Dan moet het helemaal lukken." Jeannette lachte. "Cahit, Joke en Kathelijne, here I come!"

"En waarom mocht ik dan wel en anderen niet?" vroeg Jeannette, die bij John in de auto richting Studio Brussel reed. "Ik heb niet eens auditie gedaan!" "Wanneer ik heb verteld dat je bij drama ook hoge punten scoorde en dat je de beste leerling van de school was, gingen ze akkoord," zei John. "En toen ik zei dat je elk jaar weer de hoofdrol in ons toneelstuk had waren ze zeker." "Waarom heb je me niets verteld van Joke?" vroeg Bruno die achterin zat en persé mee wilde. "Dan hadden we geen ruzie gehad." "Omdat ik niet wist dat je dubbel ging voor haar," legde Jeannette uit. "Tony heeft het me gister pas verteld. En Bruno, langs me zit nog een fan." "John Verhoeven," zei Bruno. "We zijn met tweeën. Een lastige meid aan ons been en kwijlend bij een foto van Joke." "Of bij Joke zelf." John wees naar een bordje boven de snelweg. 'Studio Brussel', stond erop. "Nog vijf kilometer."
De vijf kilometer kwamen pas na een lange tijd aan hun einde. Bruno en John konden niet wachten totdat ze Joke zagen en Jeannette vond het geweldig om de handen van Cahit en Kathelijne te schudden. Ze had beide al ooit in haar favoriete tv-programma gezien en ze kon dus ook niets uitbrengen wanneer ze oog in oog met de twee stond. Cahit gaf haar meteen een kus. "En ik dan?" vroeg Bruno. "Waar is Joke?" "Sorry voor mij broer," verontschuldigde Jeannette lachend. "Hij heeft de hele nacht niet geslapen omdat hij Joke eindelijk eens zou zien." "Jij wel dan?" vroeg John. "Mevrouw Cahit en Kathelijne-lover. Wat sta je daar nog? Cahit is nu de komende maanden je vriend." Lachend sloot Cahit Jeannette in zijn armen en bracht de drie met Kathelijne naar Joke die net uit de make-up kwam. "Joke," zei Kathelijne. "Jeannette Hamerling, je vijand." Jeannette keek haar verward. "Misschien is het beter als je eerst je tekst gaat halen," adviseerde Joke. "Komaan, ik wijs je de weg wel." "Wat gaan we vandaag doen?" vroeg Jeannette. "Al opnemen?" "Nee, zover zijn we nog niet," zei Joke. "Achteraf heb je een best grote rol. Je naam wordt in het begin genoemd." "Tussen die van jullie?" vroeg Jeannette. "Wauw!" "Enfin," zei Joke. "We zullen eerst moeten repeteren én je moet leren motorrijden." "Je bent zeker?" vroeg Jeannette. "Wat moet ik doen dan?" "Een paar keer Cahit uit het gevang halen," zei Joke. "Behalve je lief is hij ook je beste maat." Ze pakte een papier van een stapel en gaf het aan Jeannette. "Jij speelt Michelle Stevelink en alles wat gekleurd is, is jouw tekst. Dat is Mark Punt, de regisseur van de film en daar is de kleedkamer. Als je nog iets nodig hebt, zeg het maar. Komaan, we gaan repeteren."

De komende maanden was Jeannette behalve op het commissariaat alleen nog maar op de set van 'Dief!'. Met Joke, Cahit en Kathelijne kon het goed vinden, maar ook met andere grote namen was het gezellig. Kathelijne had voor figurantenrollen voor Bruno en John en Selattin kreeg een klein rolletje als klant in een winkel. Hij was ook al eens op de set geweest en had behalve zijn rol nog wat geholpen met de technici. Vandaag was Jeannette alleen, omdat het erg druk was op het commissariaat, maar ze vond dat helemaal niet erg. Ze kreeg haar tweede les in het motorrijden en na vandaag moest ze die opnamen gaan doen. Met goede zin stapte Jeannette op de motor. Ze had het snel onder de knie en Mark besloot om toch maar vast te gaan filmen. "Dus je bent weer vrij," zei Jeannette, in haar rol als Michelle tegen Cahit, in zijn rol als Frans van Reeth. "Komaan, ik breng je naar huis." "Daar wil ik niet naartoe." Voorzichtig stapte Cahit achterop. "Wat dacht je van Spanje? Jij en ik?" "Naar huis," zei Jeannette. "Verdien eerst maar eens wat geld. En je moeder wil je weer zien." "Ons ma," zuchtte Cahit. "Ik wil haar niet meer zien. Ze heeft me laten vallen." "Zet je helm nu maar op," zei Jeannette. "Dan zien we wel waar we uitkomen." Ze scheurde hard weg, maar kwam niet meer terug. Door een gladde weg was ze gecrasht en bewusteloos lag ze op de grond. Cahit was er minder erg aan toe en hielp Jeannette met wakker worden. "Jeannette," zei hij. Hij tikte een paar keer zachtjes tegen haar wang en na een tijdje werd Jeannette wakker. "Wat is er gebeurd?" vroeg ze. Ze wilde opstaan, maar Joke, die ook een EHBO-cursus had gevolgd, hield haar tegen. "Nog even," zei deze. "Dan ben je weer helder."

Het acteren kwam ook veel te snel ten einde en het gewone leven ging verder. Een maand later kwam de film in de bioscoop en Cahit had Jeannette, Selattin, Joke en Kathelijne uitgenodigd om mee te gaan. De film was zeer geslaagd, zo oordeelde Selattin en ook de rest was het met hem eens. "Ga je nu een filmster worden?" vroeg Selattin wanneer hij Jeannette naar huis bracht. "Nee," zei Jeannette. "Dat ligt waarschijnlijk aan mijn tegenspelers. Het was superleuk, maar ik heb nog trauma's van die val." "Het komt wel goed," beloofde Selattin. "Misschien mag je nu wel eens op mijn motor." "Meen je dat?" vroeg Jeannette enthousiast. "Gaaf." "Dat trauma kun je nu wel vergeten," zei Selattin. "Als je zo al reageert." "Sorry," verontschuldigde Jeannette lachend en ze gaf haar vriend een zoen.


Je kunt Geertje ook mailen: intoflikken@dolfijn.nl

Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee ! !


omhoog    home