www.kinderverhalen.nl, de site voor en door liefhebbers van kinderverhalen

Wouter de compukabouter
door Erik Schaekels

“Jan, kom eten!” roept moeder bezorgd. Het is de derde keer dat ze haar zoontje roept.

“Ja…. ja, ik kom!”

Schoorvoetend komt Jan naderbij en gaat aan tafel zitten.

“Eet je lekkere boterhammen op”, zegt moeder en legt een dik belegde boterham met pindakaas op zijn bord.

“Ik heb geen honger”, zegt Jan en duwt het bord weg.

“Je moet eten!” roept vader boos. “Anders zal je nooit groot worden!”

“Ik wil niet groot worden!”

“Iedereen wordt groot,” zegt vader kalm en schuift het bord terug.

Jan is koppig en duwt met een vies gezicht het bord terug van zich af.

“Verdorie!” brult vader. “Gedraag je als een normaal kind. Je bent acht jaar!”

“Laat hem, vader,” komt moeder sussend tussenbeide. “Je weet dat hij niet als alle andere kinderen is.”

“Dat is het juist! Hij moet zich leren gedragen als een normaal kind!” roept vader. “In deze wereld is er geen plaats voor dromers!”

“Dromers moeten er ook zijn!” roept Jan met een pruil gezicht.

“Dat kan,” zegt vader. “Maar te veel dromen is niet goed: je hebt geen enkel vriendje. Ik wil dat je goed leert voetballen.”

“Ik kan niet voetballen!”

“Ik heb het al geprobeerd!”

“Dat geeft niet. Het belangrijkste is dat je bij andere kinderen bent en zo vrienden maakt.”

“Maar al mijn vrienden lachen me uit omdat ik niet kan voetballen.”

“Je moet het leren,” zegt vader streng. “Ik stuur je morgen naar de voetbalclub.”

“Daar ben ik al geweest en ze lachten me uit.”

“Dan lach je terug,” zegt vader en staat op. “Je kan doen wat je wil, zoon. Morgen ga je naar de club!”

Jan begint te huilen!

“Ik wil niet naar de voetbalclub!”

“Kom, kom,” sust moeder hem. “Zo erg is het toch niet. Elke jongen wil toch leren voetballen!”

“Ja, maar ik schop naast de bal en dan lachen ze me uit.”

“Ja, ik begrijp dat het vervelend is,” zegt moeder en aait hem liefdevol door het zwarte haar. “Morgen is er een nieuwe dag en gaat het allemaal beter.”

“Moet ik mijn boterham nog opeten?” snikt Jan en kijkt moeder met grote betraande ogen aan.

“Ja, je moet je boterham opeten en daarna ga je slapen.”

“Is vader boos op mij?”

Neen, je vader is niet boos. Hij wil dat je zoals hem wordt. Een voetballer in hart en nieren.”

“Ik wil wel, maar het gaat niet!”

“Morgen gaat het beter, Jan.” Glimlacht zijn moeder. “Als je mooie dromen hebt, gaat alles beter.”

Die nacht slaapt Jan onrustig.

Eindelijk valt hij in slaap, maar een raar geluid maakt hem wakker.

Hij opent zijn ogen en kijkt op zijn wekker: Middernacht.

Hij kijkt de kamer rond en ziet tot zijn grote verbazing dat zijn speelcomputer aanstaat.

Het scherm van de speelcomputer verspreidt een helder blauw licht.

Verbaasd wrijft hij zich in de ogen.

Het licht gaat niet weg.

“Ik droom,” zegt hij hardop.

“Neen, je droomt niet, Jan!” roept een stemmetje uit de speelcomputer.

Verbaasd staart hij naar de computer en ziet een kabouter op het scherm.

Hij knijpt zich in de arm.

Hij droomt niet.

De kabouter blijft op het scherm.

Wat een kabouter.

De kabouter, in een gele overal en met rode puntmuts, heeft een lange grijze baard.

Hij knijpt zich nog eens maar de kabouter gaat niet weg.

De kabouter springt uit het scherm.

Jan blijft geschrokken zitten op zijn bed.

Hij wil zijn ouders roepen, maar er komt geen geluid uit zijn mond.

Hij kijkt verbaasd naar de kleurrijke kabouter voor hem.

“Wees niet bang, Jan,” zegt de kabouter vriendelijk.

“Ik ben Wouter de computerkabouter en een vriend van alle kinderen.”

“Wouter de computerkabouter?”

“Ja, dat ben ik!”

“De computer is mijn thuis!”

“En.. wat doe jij hier?” stamelt Jan.

“Ik bezoek alle verdrietige kinderen.”

“Waarom?”

“Omdat ik hen help hun verdriet en angsten te overwinnen.”

“Heb ik angst voor iets?”

“Natuurlijk, jij hebt angst om morgen te voetballen.”

“Ik kan niet voetballen!”

“Maar je wilt wel voetballen?”

“Ja!”

“In mijn dromen wil ik zijn als die voetballers op de televisie. Groot en machtig. Aanbeden door jong en oud. Maar dat is een illusie. Want ik zal zo nooit kunnen voetballen!”

“Wil je het leren?”

“Ja, maar ik kan het niet!”

“Je moet alleen op de juiste plaats en bij de juiste mensen zijn.”

“Niemand kan het mij leren!” roept Jan treurig.

“Weet je, Jan,” zegt de kabouter zacht en huppelt vrolijk de kamer rond. “Alle grote voetbalvedetten waren ook ooit klein.”

“Ja, echt?”

“Natuurlijk, zij hebben het ook geleerd.”

“Ja, van wie?”

“Ik!”

Jan is stomverbaasd.

“Heb jij hun dat geleerd?”

“Wel… niet echt, maar ik heb hen wel kennis laten maken met voetballand.”

“Voetballand?” fluistert Jan verbaasd.

“Ja, voetballand op internet.”

“Wat is dat voetballand op internet?”

“Internet is het oneindige heelal in je computer,” fluistert Wouter.

“Is dat zo groot?” vraagt Jan verbaasd.

“Heel groot, Jan. Het is zo groot dat er alles op te vinden is. Ook voetballand!”

“Wouw! Daar wil ik naartoe!” roept Jan blij.

“Dat kan,” fluistert compukabouter. “ Ga je mee?”

“Ja!” roept Jan opgelucht.

“Geef me een hand,” mompelt Wouter.

Jan geeft compukabouter een hand en samen gaan ze naar het blauwe computerscherm toe.

“Hou mijn hand goed vast,” zegt compukabouter.

“Ja,” zegt Jan bang.

“Kom!” roept compukabouter. Samen springen ze in het blauwe licht.

Plotseling bevind Jan zich in een andere wereld.

Heldere sterren vliegen voorbij. Ze tollen rond in een blauw zachte ruimte dat oneindig lijkt.

Jan zweeft en vindt het leuk.

Hij lacht en kiert, en zijn buikje kriebelt.

“We zijn er!” roept compukabouter en ze staan midden in groot voetbalveld.

Jan is stomverbaasd.

Het voetbalveld is enorm.

Overal liggen lederen voetballen op het veld.

Jan ziet verschillende tekenfilmfiguren.

“Dat zijn je grote voetbalsterren, Jan,” zegt compukabouter.

“Maar het zijn tekeningen!” zegt Jan verbaasd.

“Hier is niets echt, Jan.” zegt compukabouter.

“Alles is als in een tekenfilm, maar dan wel echt.”

Jan ziet voetbalsterren als: Marradona, Pelé, Kevin Hofland, Ramon van Haaren, Van Bommel en anderen.

Jan is blij en begroet elke voetballer uitbundig.

Jan wordt ook uitbundig begroet.

“Wil je met ons voetballen?” vragen ze.

“Ik kan niet goed voetballen,” fluistert Jan ongelukkig.

“Dat kun je wel,” fluistert compukabouter hem in het oor.

Jan kijkt de kabouter aan en schrikt. De kabouter zweeft boven de grond en is volledig blauw.

Plots legt hij zijn hand op het hoofd van Jan.

Jan voelt een extreme kracht die zijn lichaam verovert.

Hij voelt zich een stervoetballer.

“Ja, ik wil voetballen,” zegt Jan met vastberaden.

Er worden twee ploegen gevormd.

Jan speelt tegen de voetbalsterren, maar Jan is niet bang.

Hij wil voetballen.

Het spel begint en het gaat er direct snel aan toe.

Jan moet vechten voor de bal, maar zodra hij de bal veroverd schiet hij als een pijl uit een boog op het doel af.

Hij jongleert de bal van de linkervoet naar de rechtervoet en gaat langs de anderen heen.

Voor het doel tikt hij de bal langs de keeper en trapt hem het doel in.

Vanuit de tribunes breekt er een oorverdovend gejuich los.

Duizenden tekenfilmfiguren juichen hem geestdriftig toe.

Het spel gaat door.

Jan voetbalt prachtig.

Niemand kan hem de bal afpakken, zelfs de beste spelers van de wereld niet.

Deze keer is hij de ster.

Niemand lacht hem uit.

Allen juichen ze hem toe.

Na de voetbalmatch dragen de spelers hem op hun schouders.

Hij voelt zich een held.

Jan is de koning van het voetbal.

Na het eerbetoon ziet Jan compukabouter terug.

“Wel, hoe was het?”

“Hoe kan dit?” vraagt Jan.

“Je moest eens weten wat je nog allemaal kan,” lacht compukabouter hartelijk.

“Is dit alles van voetballand?” vraagt Jan.

“Neen, het is veel groter,” zegt compukabouter.

“Hoe groot?” vraagt Jan nieuwsgierig.

“Zeer groot!”

“Wil je het zien?”

“Ja, natuurlijk!” juicht Jan.

“We zullen alles bekijken vanuit de lucht,” zegt computerkabouter.

“Geef me je hand, Jan!”

Jan grijpt zijn hand vast en voor hij het beseft, vliegt hij hoog in de lucht.

Van deze hoogte kan hij voetballand goed bekijken.

Wat is voetballand groot.

Alle huizen zijn in de vorm van een voetbal gebouwd.

Overal staan voetbalpleinen.

Alle kermisattracties zijn in de vorm van een voetbal.

Jan vindt het leuk.

“Gaan wij naar de kermis?” vraagt Jan.

“Wil je dat?”

“Ja, ik zou graag naar de kermis gaan!” zegt Jan.

“We kunnen niet lang blijven,” zegt compukabouter.

Jan trekt zo een pruilgezicht dat compukabouter moet lachen.

“Ik heb niet gezegd dat we niet gingen, hé!” roept compukabouter vrolijk.

“Kom we gaan er naar toe!”

“Jaaaa!” juicht Jan.

Samen vliegen ze naar beneden.

Het is een grote kermis.

Overal staan kindermolens in de vorm van een voetbal.

Maar Jan heeft zijn lievelingsspelletje al gezien.

Zijn lievelingsspelletje is de vliegende voetbal.

Dol van blijdschap springt hij in de vliegende voetbal.

In de vliegende voetbal raast hij tussen de kermis heen, boven de hoofden en tussen alle molens.

De vliegende voetbal draait vrolijk rond en meermaals hangt Jan ondersteboven.

Hij giert het uit.

Als hij ondersteboven hangt, staan alle mensen op hun kop.

Hij vindt het leuk en keer op keer gaat hij in de vliegende voetbal.

Maar aan alles komt een einde.

Plots wordt Jan moe en valt in de vliegende voetbal in slaap.

Als Jan later zijn ogen opent, is hij verbaasd. Hij ligt in zijn bed.

Het is morgen.

De zon schijnt vrolijk in zijn kamer.

Jan denkt dat hij alles gedroomd heeft.

Maar als hij uit bed stapt, voelt hij een enorme kracht in zijn benen en heeft hij veel zin om te gaan voetballen.

Aan het ontbijt is Jan spontaan en vrolijk.

Hij propt zijn boterham naar binnen en ziet dat zijn vader en zijn moeder hem verbaasd aankijken.

“ Wanneer gaan we voetballen, papa ?” vraagt Jan vrolijk.

“Vanmiddag, zoon,” antwoordt zijn vader verbaasd.

“Goed, ik heb er zin in!”

“O ja? Dat is de eerste keer,” lacht zijn vader.

“Je hebt zeker goed geslapen, vannacht,” vraagt zijn moeder hem.

“Dat kan je wel zeggen,” zegt Jan.

“Ik heb ook een goede droom gehad,” voegt Jan eraan toe.

“En die droom vertelt me dat ik vanaf vandaag altijd goed kan voetballen!”

“We zullen zien,” zegt zijn vader. “Dat kan je vanmiddag bewijzen.”

“Dat zal ik jullie vanmiddag wel tonen,” zegt Jan en glimlacht geheimzinnig naar zijn vader en moeder.

Op de voetbalclub worden er die dag twee ploegen gevormd.

De kinderen bij wie hij in de ploeg is, lachen hem uit.

“Jan de dromer komt ook voetballen,” roepen ze.

“Dat is gek, want Jan kan geen bal raken!”

“Sukkelaars mogen niet voetballen. Jan, ga vlug naar huis!”

Jan slikt.

Hij bijt zich op de lippen.

Zou het hem lukken?

Ja, dat kan niet anders. Wat hij vannacht beleefd heeft was geen droom, maar werkelijkheid.

Hij denkt aan compukabouter.

Compukabouter geloofde in hem.

Hij heeft tegen de grootste voetballers van de wereld gespeeld.

Het moet ook op de club lukken.

Het spel begint.

De andere kinderen laten Jan links liggen en willen hem de bal niet geven.

Maar Jan houdt vol.

Dan krijgt hij de bal voor zijn voeten.

Hij gaat er als een pijl vandoor en jongleert de voetbal van zijn ene voet naar de andere.

Hij gaat alle spelers van de tegenpartij voorbij.

Aan het doel trapt hij de bal recht omhoog en kopt hem het doel in.

Zijn vader en alle andere kinderen gapen hem verbaasd aan.

“Goed zo, Jan!” juicht zijn vader.

Zo speelt Jan de ganse match verder.

Hij zet alle spelers voor schut.

Zij zijn niets vergeleken bij hem.

Ze hebben hem altijd uitgelachen en vermeden.

Nu willen ze allemaal zijn vriendje zijn.

Jan is de held van de hele voetbalclub.

Vanaf deze dag zit Jan niet meer zonder vriendjes.

Ze lachen hem niet meer uit.

Hij hoort er bij en dat allemaal dankzij compukabouter.

Hij weet dat compukabouter eenzame en ongelukkige kinderen helpt.

Compukabouter is de vriend van alle kinderen.

Hij kan bij ieder kind onverwacht ‘s nachts verschijnen om hem of haar te helpen met het waarmaken van zijn dromen.

Zo is Wouter de compukabouter en dat zal hij altijd zijn.



Voor meer verhalen van de Verhaaltjesopa Leo Versnel, ga naar: http://home.hccnet.nl/l.versnel

Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren, en je illustraties aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben plezier van onze verhalen.
Dus doe mee !!


omhoog    home