De vloek van de cavia
door A. Decimedes
"Wanneer komt die opgeblazen hamster?" vroeg ik aan mijn moeder.
Ze keek me zuchtend aan en schudde haar hoofd. "Die opgeblazen hamster
heet nog altijd Snooker en hij komt morgen al." "Morgen!?" "Ja. En
nu wil ik er niets meer over horen, Sebastiaan. Je zusje wilt dat
beest nu eenmaal graag en ze belooft er zelf voor te zorgen dus je
hebt er geen last van." Nee, dacht ik bij mezelf, dat beest komt in
de huiskamer te staan en daar zal ik me niet aan storen. Het was een
mormel, de cavia van mijn neefje. Het beest kwam een paar maanden
bij ons op proef en als het goed ging mocht mijn zusje zelf een cavia
kopen.
De keukendeur ging open en mijn zusje kwam binnen. "Hoi mam!" Ze
zwaaide met een papier waar met grote, rode en gele letters 'UITNODIGING!'
op stond. "Ik ben uitgenodigd op het feestje van Dick!" "Dat is toch
dat kleine sukkeltje?" vroeg mijn moeder. "Ja," zei mijn zusje, Jelsje,
"maar de hele klas gaat." "Wanneer?" "Morgenavond van half zeven tot
tien uur." Mijn moeder knikte en schonk limonade in voor Jelsje. Ik
ging naar mijn kamer om huiswerk te maken terwijl de volgende dag,
de dag dat wij de cavia Snooker zouden overnemen, akelig dicht bij
kwam.
De volgende middag kwam de gele Rover van mijn tante ons erf oprijden.
Ik kende tante Margriet helemaal niet en ze leek wel iets op een heks,
alleen de puntmuts ontbrak en het scheelde dat ze met een auto kwam
en niet op een bezem. Trouwens, de bezem zal wel breken met mijn zestig
kilo zware neefje achterop. Mijn neefje, Lieven, keek mij met zijn
serieuze uilenkop aan. Zijn ogen waren dof en zijn bril stond scheef.
"Goedemiddag," kraste mijn tante. "We komen de cavia brengen." "Zijn
jullie hem niet toevallig verloren onderweg?" vroeg ik hoopvol. Tante
Margriet negeerde mijn opmerking en haar zoonlief Lieven snoof als
een op hol geslagen paard. Mijn zusje keek naar de auto en zag de
cavia al staan. "Waarom doe je hem eigenlijk weg?" wilde mijn moeder
weten. "Het beest is vervloekt.," begon Lieven met zijn holle stem.
".eigenwijs," snerpte zijn moeder. "Geef hem maar, dan kan hij lekker
warm binnen in de huiskamer zitten." We namen het knaagdier mee en
zetten het naast de open haard. Als het aan mij had gelegen erin,
maar dat wilde mijn moeder niet. Ik begreep niet waarom. "We hebben
caviavoer voor hem en stro," zei Jelsje. "Ik mag hem verzorgen." "Enig,
meisje, enig," mompelde tante Margriet. "Maar Lieven en ik moeten
er vandoor. Hij moet nog leren voor een S.O. over Schotland." Twee
seconden later scheurde de wagen van mijn tante het erf af en verdween.
De grijze cavia zat vredig in zijn kooi naar ons te kijken en piepte
zo nu en dan.
Die avond ging mijn zusje naar het partijtje en mijn ouders naar
een verjaardag van een kennis. Ik was alleen en kon dus tv kijken
naar de zenders die ik wilde. En dat begon met een actiefilm over
een bende die probeerde de politie van L.A. te vermoorden door giftige
slangen en spinnen in de stad vrij te laten. Ik trok een grote zak
chips en een fles cola tevoorschijn en zette de tv aan. Het begon
gelijk goed. Een grote wurgslang gleed over het beeldscherm en wurgde
een agent. Plotseling hoorde ik een irritant gepiep in de hoek. Ik
keek om en zag de cavia met zijn twee pootjes tegen de tralies duwen.
"Hou je bek dicht, cavia!" donderde ik. Maar daardoor ging hij nog
harder piepen. Ik zette het geluid van de tv harder zodat de hele
kamer er van trilde. "Mag het wat zachter?" klonk er plotseling een
stem. Ik keek om, maar zag niemand. "Nee! Ik zit hier! In de kooi!"
Ik keek naar de kooi van Snooker. "Een pratende cavia?" "Ja, maar
ik ben eigenlijk geen cavia. Misschien ken je me nog. Ik ben oom Godfried,
de vader van Lieven en de man van je tante Margriet." "Huh?" Ik was
stomverbaasd en kon het niet geloven. Sliep ik? Maar nee, toen ik
in mijn arm kneep deed het pijn. "Rustig maar. Je kan me helpen om
tante Margriet terug te pakken. Zij heeft mij namelijk in een cavia
veranderd en in dit hok gepropt. We hadden ruzie over de opvoeding
van Lieven, jij was denk ik drie jaar of zo, en toen begon ze te zingen.
Wist ik veel dat ze zwarte magie bezat. Maar ik heb wat van haar afgekeken
en ik weet hoe ze me kan veranderen in een dier. Als jij mijn kan
veranderen in een mens zal ik je belonen. Jij droomt vast van een
rustig leventje?" "Nou en of! Geen school meer en geen huiswerk!"
"Dan regel ik dat toch voor je. Maak het volgende mengsel voor me
en ik word weer gewoon een mens. Daarna vervul ik jouw wens." Oom
Godfried gaf me een recept voor een mengsel en ik moest al kotsen
bij de gedachte dat ik dat mocht gaan opdrinken. Hij liever dan ik,
dacht ik toen ik de drab in de kooi van Snooker. eh oom Godfried,
neerzette. Oom Godfried trippelde er naartoe. Hij dronk de drab op.
Daarna trippelde hij uit het hok en ging voor mijn neus staan terwijl
hij langzaam veranderde. Dit moest toch een droom zijn, dacht ik,
maar toen ik me voor de tweede keer kneep deed het nog steeds pijn.
Oom Godfried, die volgens de verhalen spoorloos verdwenen was, stond
voor mijn neus. Hij droeg een grijs kostuum met een felle gele stropdas.
Hij had zwart achterovergekamd haar en een dunne snor. "Bedankt, neefje,"
zei hij. "Ik zal eerst even jouw wens vervullen voor ik me ga wreken
op mijn vrouw." Hij liep naar de keuken en goot wat drab bij elkaar.
Ook hierbij moest ik bijna kotsen en dit was wel voor mij. Hij mompelde
een spreuk. Met grote teugen dronk ik de drab op. "Vannacht gaat het
in werking," zei mijn oom. "Vanaf morgen zul je een rustig leven hebben."
Mijn oom verdween en ik bleef versuft achter.
De volgende morgen, zaterdag, bleef ik lang liggen tot ik plotseling
stemmen hoorde. "Sebas!" riep mijn moeder. "Waar ben je!" Ik riep,
maar ze hoorden me niet. Verder nam ik geen moeite om te roepen. Dan
moesten ze maar komen. "Hier is hij niet," zei mijn zusje. De voetstappen
kwamen de trap op. "Kijk nou!" riep Jelsje. "Snooker ligt in zijn
bed." Gatver! dacht ik en rolde opzij. Plotseling voelde ik twee handen
om me heen. Ik werd opgetild. "Hij is echt lief," zei Jelsje terwijl
ze mij aaide. "Ik weet echt niet waar Sebastiaan is!" riep mijn moeder
paniekerig. Jelsje vond het blijkbaar niet erg dat ik weg was, want
ze liep met mij naar de kamer. Ik snapte er niets meer van. Plotseling
dacht ik weer aan oom Godfried. Een rustig leventje! Oh nee! Sindsdien
leef ik in een kooi naast de open haard tussen het stro en ik moet
mijn maag vullen met caviavoer, terwijl mijn ouders en Jelsje nog
steeds naar mij op zoek zijn.
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home