Piraat Boran en het schateiland
door Anne Knol
Piraat Boran stond op het dek van zijn schip en zuchtte eens diep.
Hij was heel erg moe. De hele dag, samen met alle andere piraten van
zijn schip, hadden ze alles schoon moeten maken. Het hele schip moest
blinken en zo schoon zijn dat je van het dek kon eten. Wat een werk
was dat geweest. Eerst alles opruimen. Daarna wel honderd emmers sop
en 10 zwabbers en maar schrobben. Maar nu was het klaar en zou het
belangrijke bezoek komen. De ergste piraat van de noord tot de zuidkust,
Hakra de Verschrikkelijke. Hakra had eerst een pratende zeemeeuw vooruit
gestuurd met het bericht dat hij op bezoek kwam bij Boran. Gelukkig
was de zeemeeuw op tijd aangekomen met het bericht. Boran en zijn
piraten hadden nu alles voor het bezoek klaar. En nu maar wachten.

Boran zag nog geen schip van Hakra de Verschrikkelijke. Maar wacht
eens daar zag hij een enorme rookwolk in de verte. Kanonnenrook en
steeds hardere knallen. Hij zag de vlag van Hakra hoog in de mast
heen en weer zwaaien. Het gebulder van de kanonnen stopte en even
later kwam het schip van Hakra naast hen liggen. Hakra klom aan boord
en dat was niet gemakkelijk met zijn houten poot. Hij moest geholpen
worden door zijn bemanning. Hij klom over de reling en viel plat op
zijn neus. “Wie er durft te lachen maak ik een kopje kleiner.” riep
Hakra. Niemand lachte. “Gegroet Piraat Boran.”, zei Hakra, Ik heb
je hulp nodig. Als je nee durft te zeggen dan stuur ik mijn bemanning
op je af. Boran schrok en krabde op zijn hoofd. “Wat moet ik dan doen?”
vroeg Boran. “Dat zal ik vertellen”, zei Hakra. Ik ben in het bezit
van een kaart. Deze kaart heb ik gekregen van mijn vader, en hij van
zijn vader en die weer van zijn vader. Een hele oude kaart die de
weg wijst naar het “Schateiland”. Op dit eiland liggen twee schatkisten
verborgen. Het is nog nooit iemand gelukt deze te vinden. Niemand
weet wat erin zit. Om het eiland te vinden moet je de aanwijzingen
op de kaart kunnen lezen. Ik heb gehoord dat jij de enige piraat bent
die kunt lezen. Daarom wil ik bij jou aan boord en naar het Schateiland
varen. Boran was stil. Hij dacht na. Hij was inderdaad de enige piraat
die kon lezen en schrijven. Zijn moeder was op het vaste land opgegroeid
als landrot. Zij had hem leren lezen en schrijven en ook liedjes zingen.
Dat laatste had hij nooit aan iemand verteld want een ruige piraat
zingt geen liedjes. “En wat hou ik er dan aan over als ik je help?”
vroeg Boran. “Jij mag het kleinste van de twee wonderen hebben”, zei
Hakra. Boran keek naar zijn mannen. Ze verveelden zich al maanden,
want er waren geen schepen geweest om te overvallen. “Okee, ai ai
“ zei Boran. Ik zal eerst naar die kaart kijken. Hakra gaf de kaart
en Boran zag een eiland afgebeeld met stippels en pijlen erop. Het
eiland lag midden in de Woeste Wonderen Zee. Hele hoge golven stonden
getekend op de kaart. Kapotte schepen lagen aan de rand van het eiland.
En er stond een spreuk op. TWEE SCHATKISTEN VOOR DEGENE DIE GOED IS
IN ZIJN HART, VOOR DE SLECHTERIK WACHT DE SMART..

De hele nacht zaten Harka de Verschrikkelijke en Boran over de kaart
gebogen. Toen het ochtend was wisten ze waar ze heen moesten varen.
Eerst koers zetten naar het Noorden en na twee maanden richting het
Oosten. Daar zou het eiland moeten liggen. Alle bemanning van Boran
was de voorraden aan het verzamelen om mee te nemen. Grote zakken
meel,drinkwater, scheepsbeschuiten, gedroogde vruchten, kazen,… Alles
moest mee want het zou een lange reis worden. Hakra kreeg een eigen
hut en nam afscheid van zijn piraten. De wind waaide hard en de zeilen
stonden flink bol. Boran’s schip kon super snel varen. Het werd wel
steeds slechter weer. De stormen kwamen opzetten en de regenbuien
werden zo hevig dat iedereen en alles drijfnat werd. Er gebeurde ook
nog een ongelukje. Hakra had met zijn houten poot vastgezeten in een
spleet in het dek. Twee van de sterkste mannen waren wel een uur bezig
geweest om het eruit te trekken. Hakra had hard geroepen dat zijn
houten been zo’n pijn deed. “Niet zo aanstellen” zei Boran. Een houten
been kan geen pijn doen. Wij zijn niet zo dom als jouw piraten. Hakra
had verder zijn mond gehouden. Gelukkig was zijn houten been na veel
wrikken losgeschoten en was Hakra wel drie keer over de kop gerold.
Nu durfde iedereen wel te lachen. Hakra was boos naar zijn hut gelopen.
Toen de twee maanden voorbij waren ging het schip richting het Oosten..
Bliksem en donder volgde het schip op zijn weg naar het Schateiland.
Het was duidelijk dat ze steeds dichterbij kwamen. Boran riep zijn
bemanning bijeen. “Mannen, we gaan de twee schatkisten zoeken op het
Schateiland. Er is nog nooit iemand ervan teruggekomen. Wie bang is
kan nu nog terug in de sloep.” Maar niet een van de ruige piraten
ging terug Het grootste wonder is voor Hakra. Het kleinste is voor
ons en zal ik met jullie delen. Veel succes mannen! Het was heel moeilijk
om bij het eiland te komen. Woeste zwarte rotsen staken uit het water.
Hoge golven spoelden over het dek van het schip. Iedereen moest zich
heel goed vasthouden. “Daar kunnen we door!” riep Boran. Alle piraten
werkten zo hard als ze nog nooit hadden gewerkt. Heel voorzichtig
kwam het schip bij het eiland aan. Snel werd het anker uitgegooid.
Een paar piraten sprongen van boord en maakten het schip verder vast
aan de paar palen op het eiland. “Mannen, we zijn er! Prima gedaan!”
riep Boran. Nu moeten we heel goed nadenken en op de kaart van het
eiland kijken. Volgens de aanwijzingen op de kaart moeten we naar
de berg in het midden van het eiland gaan. Daar is de ingang van de
mistige grot. In deze grot kun je zo verdwalen. Elke piraat moet een
fakkel met vuur meenemen. Daar gingen ze. Hakra de Verschrikkelijke
en Boran voorop. Het was heel moeilijk want ze moesten dwars door
het oerwoud heen. Grote bladeren moesten worden weggekapt met hun
piratenmessen. Er was geen pad en het leek of er nog nooit iemand
was geweest. Ze hoorden vogels fluiten, apen krijsen en zagen spinnen
zo groot als hun piratenvuist. Brrrr niet echt fijn om hier doorheen
te lopen. “Kom op mannen!”, riep Boran. Doorlopen want als het donker
wordt kunnen we de terugweg straks niet meer vinden.
Na een paar uur zwoegen stonden ze aan de voet van de berg. Hoger
dan hoog en helemaal zwart. Rook kwam uit de top. Het leek wel een
vulkaan. “Eens even op de kaart kijken”, zei Boran. Er staat een aanwijzing
bij. WIE DE BERG ZIET IN HET WARME LICHT VINDT DE INGANG. “Nou, ik
heb geen idee wat dat betekent.” zei Hakra. “Ik moet diep nadenken”,
zei Boran. Alle piraten waren stil en Boran liep heen en weer. Hij
had een diepe rimpel in zijn voorhoofd. Zo moest hij nadenken. Het
duurde en duurde en de piraten waren er maar bij gaan zitten. “Koud
aan mijn billen zo op die rotsen” zei een piraat. Scheen de zon maar
dan was het veel fijner. “Dat is het!” riep Boran. HET WARME LICHT.
Dat is de zon natuurlijk. Alleen de zon is hier niet te zien. Boven
dit eiland zijn zulke dikke wolken. Hoe lossen we dat nou op. En weer
liep Boran heen en weer en heen en weer. Opeens lachte hij. “De fakkels”,
riep hij. De fakkels geven licht en warmte. Allemaal de fakkels bij
elkaar houden en op de rots schijnen. De fakkels verlichtten de rost
en daar verscheen een deur in de rots. Boran duwde hard tegen de deur
en krakend ging deze open. Binnenin de rots was het donker en mistig.
“Mannen, we gaan allemaal naar binnen. Steeds blijft er een piraat
staan met zijn fakkel. Zo hebben we licht en kunnen we de weg terugvinden.”,
zei Boran. Het was koud in de grot en glibberig. De gang was heel
smal en het rook er vies. Zo vlug ze konden liepen ze verder. De kaart
gaf aan welke gang ze moesten nemen. Boran had zweetdruppels op zijn
voorhoofd. Hij moest heel goed kijken op de kaart want het was net
een doolhof. Een verkeerde gang in en ze waren verdwaald. Na wel twintig
gangen ging de weg omhoog en hoorden ze een geruis. Het geluid klonk
steeds harder en harder. Er was een licht in de verte. Daar moest
het zijn. En ja, even later kwamen ze uit de gang en stonden ze in
een hele grote ruimte. Een mooie waterval stroomde van de rotsen.
Achter de waterval was een ingang te zien. Boran liep door het water
Hij klom achter de waterval langs de gang in. “Oh, moet je kijken!”,
riep Boran. Daar staan ze, twee grote kisten.


Dat zijn ze, we hebben ze gevonden! Hakra met zijn houten been was
nu ook aangekomen. Hij ging niet zo heel snel op de glibberige vloer.
Hij wilde niet weer vallen en uitgelachen worden. “Die daar is voor
mij” riep Hakra. “Die zit vast vol met dukaten, juwelen en gouden
bekers”. Boran, keek een beetje verdrietig. In zijn kist zat een klein
flesje zo groot als zijn hand. “Ben ik helemaal hierheen gekomen voor
zo’n klein flesje?”, zei Boran. Hakra lachte gemeen. “Ja, dat hadden
we toch afgesproken.” zei Hakra. “En je moet het nog delen met je
mannen ook. Ik hou mijn kist lekker helemaal voor mezelf.” Hakra maakte
de grote kist open en daar was het goud. Het blonk en schitterde en
de hele gang werd verlicht. “Ik zwem in het geld nu!” riep hij. Boran
was stilletjes. In het flesje zat een groen drankje. “Jij hebt algenwater,
ha ha.” riep Hakra. En ik ben rijk!, rijk!, rijk! Boran stak het flesje
in zijn broekzak. Nou ja, wie weet waar het goed voor is dacht hij.
Hakra zeulde de kist met zich mee. Op de weg terug kwamen ze een voor
een alle piraten weer tegen. Hakra liet trots zijn goud zien. “En
wat hebben wij?” vroegen ze aan Boran. Maar Boran schaamde zich voor
het flesje. “Niet veel”, zei hij. Kom mannen we gaan snel terug naar
het schip. De hele terugweg liep Hakra te juichen en te roepen hoe
rijk hij wel niet was.”Ik geef lekker niemand iets”, riep Hakra. Na
weer een flinke tocht kwamen ze moe aan bij het schip. Boran ging
naar zijn hut en pakte de kaart nog eens. Misschien was er toch nog
een andere kist verstopt. Maar nee hoor. Hij las de spreuk op de kaart
nog eens goed. TWEE SCHATKISTEN VOOR DEGENE DIE GOED IS IN ZIJN HART,
VOOR DE SLECHTERIK WACHT DE SMART.. Hij snapte er niets van. Wat zou
het toch betekenen. Ach, hij ging maar slapen.
Midden in de nacht toen iedereen sliep gebeurde het. De mist uit de
rots kroop over het oerwoud heen en hing over het schip. Slierten
mist als vingers kropen over de slapende mannen. Bij Hakra de Verschrikkelijke
werd de mist zwarte rook. De grote kist ging vanzelf open en de zwarte
rook kroop erin. De deksel ging weer dicht, zonder dat iemand het
gezien had. Boran voelde kriebels aan zijn neus. Bij hem bleef de
mist bij zijn broek hangen die over de stoel lag. De dop van de fles
ging open en de mist verdween erin. De volgende ochtend was Boran
al vroeg wakker. “Mannen, opstaan” riep hij we gaan weer vertrekken.
“Hakra, wakker worden”. Alle mannen kwamen aan dek, maar Hakra zagen
ze niet. Boran ging naar Hakra’s hut en hoorde gesnik. Hij opende
de deur en daar zag hij Hakra boven zijn kist hangen. Het enige wat
er nog in de kist lag was een hoopje zand. Alles was verdwenen. Boran
dacht gelijk aan zijn flesje. Hij rende naar zijn hut. Het zat nog
in zijn broek die hij gisteren had aangehad. Hij pakte het uit zijn
broekzak en op dat moment werd heel zijn kamer verlicht. Het regende
in zijn kamer! Regende, maar geen water. Het regende goud, juwelen
en het was zoveel dat de kamer al snel tot de helft gevuld was. Dat
was het dus, hij had willen delen en Hakra was hebberig geweest. Nu
was het allemaal voor hem en zijn piraten. Het feest duurde wel 3
dagen en nachten en er werd gedanst en zelfs gezongen door Boran.
Je kunt Anne een mail sturen: a.aelberts@chello.nl
Ook jij kunt hier je kinderverhalen publiceren,
en je illustraties
aan kinderverhalen toevoegen.
Hoe meer mensen mee schrijven en tekenen, des te meer kinderen hebben
plezier van onze verhalen.
Dus
doe mee !!

omhoog home